’Gemeentevormen en gemeenteopbouw’ I
Een nieuw synodestuk
Even voor de vacantietijd verscheen keurig in boekvorm het reeds sinds lang befaamde Rapport-Kaptein over nieuwe gemeentevormen.
Dat dit stuk vereenzelvigd wordt met de persoon van ds. Kaptein, secretaris van de Hervormde Raad voor de Herderlijke Zorg, vindt hierin zijn oorzaak dat het door hem geschreven is. Natuurlijk betekent dat niet dat het van hem alleen is of dat hij alleen de verantwoordelijkheid er voor draagt. Het is tot stand gekomen door de arbeid van een commissie, de zogenaamde 'Commissie voor gemeentevormen en gemeenteopbouw'. Wellicht is het nuttig even de namen te noemen van hen die deel uitmaakten van deze Commissie op het moment dat het Rapport werd afgesloten; het waren de predikanten: A. van Es, R. Kaptein, C. A. ter Linden, F. N. M. Nijssen, C. H. van Rhijn, G. Samson en H. J. N. Zuidersma.
In de novemberzitting van de generale synode in 1969 kwam het Rapport voor het eerst in openbare discussie. Ondanks het feit dat er in de synode veel meer critiek dan lof op uitgebracht werd verdween het toch niet geheel en al, maar kwam het op een speciale zitting van de synode, in oktober 1970, in wat gewijzigde vorm opnieuw ter tafel. Zoals dat zo vaak het geval is werd beloofd dat de critiek zou worden verwerkt en op die grond aanvaardde de synode het stuk. Het resultaat ligt thans voor ons in dit geschrift, dat als ondertitel meekreeg: Een bijdrage tot een gesprek.
Wat dit laatste betreft, deze bescheidenheid kennen wij zo langzamerhand wel. Om meer dan een reden hechten wij er niet veel waarde aan. De ervaring heeft geleerd dat er naar de contra-stemmen toch niet geluisterd wordt, met als gevolg dat een term als 'gesprek' bedriegelijk aandoet. Waar dan nog bijkomt dat er in de kringen waar men denkt zoals in dit Rapport, helemaal geen behoefte is aan gesprek; men zal er zich slechts in eigen mening door gesterkt gevoelen en daarmee uit! Zo zal dus ook dit Rapport wel weer zijn eigen leven gaan leiden, de chaos waarin onze kerk verkeert vergroten, haar in haar geheel genomen verder afvoeren van wat de kerk krachtens haar eigen belijdenis dient te zijn.
Indeling van het geschrift
Wij geven eerst in het kort weer hoe het geschrift is ingedeeld en waar het over gaat, zonder nog op de diverse punten - afzonderlijk in te gaan.
Er zijn na een Inleidend Deel nog vier andere delen. In het Inleidend Deel wordt het een en ander gezegd over het verband dat er zou zijn tussen kerkvorm en cultuur — men kan wel zeggen: hèt knelpunt in heel dit geschrift. Dan volgt het Eerste Deel onder de titel Verkenningen. Uitgangspunt is de kerkorde van 1951. Die heet verouderd. Wij zijn gekomen thans in een heel andere situatie. In die nieuwe situatie worden negatieve maar 'ook positieve aspecten onderkend. De achtergronden van deze gewijzigde situatie worden geschetst door het oude en het nieuwe tegenover elkaar te stellen. Telkens staat er: de oude wereld, de oude maatschappij, de oude mens. .. Voorbeeld: de oude wereld was sterk homogeen (22). Daaruit wordt dan afgeleid dat een kerkdienst voor allen gelijkelijk belangrijk kon zijn. Thans leven wij echter, zo heet het, in een heterogene wereld en dus kan een kerkdienst niet meer voor allen gelijkelijk van belang zijn. Men vergeve mij als ik zeg dat het mij als onzin in de oren klinkt. Maar wij zullen hier nog breder op terugkomen.
Het Tweede Deel heeft als opschrift: De gemeente (principieel). Uit de aard der zaak zou men hier toch wel een uiteenzetting mogen verwachten van wat de H. Schrift leert over de gemeente. Welnu, met nog geen twee bladzijden is het Rapport daarmee klaar. Onmiddellijk wordt van het principiële overgesprongen op het practische: de taak van de kerk ten aanzien van de wereld, de oecumene, de modaliteiten en de beleving van de gemeenschap. Als dat soms principieel moet zijn .. .
Boven het Derde Deel staat: De gemeente en haar werk. Wat eens gezegd is ten aanzien van de tempel te Jeruzalem, namelijk dat niet een steen op de ander zou blijven, geldt in dit Rapport ten aanzien van de huidige gemeente, alles wordt overhoop gehaald en afgebroken en zonder er iets beters voor in de plaats te stellen. Het ergerlijke is dat dat gebeurt met een mond vol lofprijzingen. Al het oude wordt over de kuif gestreken èn ... aan de kant gezet. Eerst moet de kerkdienst het ontgelden. De huidige vorm waarin als regel een predikant voorgaat in de dienst op zondag mag niet als enige vorm blijven bestaan, immers volgens de moderne mens kan niet één man de dienst uitmaken (45). Wij voelen waar het heengaat. Dan een stukje over de omgang met de Heer. Huisdiensten schijnen wij te kunnen missen, dus bijbellezen, gebed, enz., in het gezin — motief: je moet elkaar ook in het gezin vrijlaten! De catechisaties staan ook al niet hoog aangeschreven; onder het motto: een mens moet zijn hele leven leren! wordt hun betekenis sterk gerelativeerd. Behalve wanneer het een 'oecumenische catechisatie' zou zijn (56). Wie geen belijdenis wil doen kan bij de opstellers van dit Rapport rekenen op het volste begrip (57). In het stuk over het pastoraat worden opnieuw oude en nieuwe situatie tegenover elkaar gesteld. Nu ja nog wel persoonlijk pastoraat, maar dan alleen voor de grenssituaties, dus bij ziekte, dood en andere soortgelijke moeilijkheden. De grootste interesse ligt intussen bij het 'dagelijkse leven en de dagelijkse levensproblematiek'. Heel dit stuk komt nergens boven het ethische uit. Gepleit wordt voor 'groepspastoraat' — dan kunnen wij samen uitmaken wat je doen of laten mag. Immers, de dominee, de man die niet verder kijkt dan zijn theologische neus lang is, zou in een kwestie als bijv. abortus weleens kunnen zeggen dat de Schrift zulks niet toelaat. Natuurlijk worden deze dingen niet openlijk in het Rapport gezegd maar dat het er in zit staat voor mij vast. Trouwens, er wordt met zoveel woorden gepleit voor een nieuwe theologie en een nieuwe ethiek (72). Ook in het stuk over het diakonaat is van het oude patroon niet veel meer over. Meer politiek dan christelijke barmhartigheid! In het stukje over het apostolaat wordt de ontkerkelijking geschreven op rekening van de te grote gebondenheid van de kerk aan een voorbije cultuur; vele mensen zouden volgens het Rapport in de kerk niet kunnen blijven. Ik zou wel wensen dat de Waarheid de opstellers van dit Rapport even hoog had gezeten als de cultuur! Ten aanzien van de kerkvoogdij, waar ook een hoofdstukje over geschreven is, wordt een ware revolutie voorgesteld. Onder het schone woord 'integratie' gaat schuil de eis van een volledige oprolling van alle zelfstandigheid der plaatselijke kerkvoogdijen en daarmee van heel de plaatselijke gemeenten. Het geografisch kader der kerk, zo heet het in een volgend hoofdstuk, zou moeten worden doorbroken. De reformatie zou eenvoudig de figuur van de r.k. parochie over hebben genomen — met andere woorden: dit is achterhaald, weg ermee! Het schijnt dat in de kring van de Commissie voor gemeentevormen en gemeenteopbouw niet het minste besef bestaat over het verschil tussen een roomse parochie en een reformatorische gemeente. In ieder geval, historisch gezien, is wat men hier beweert er volkomen naast.
Het Derde Deel eindigt met wat critische opmerkingen over de kerkelijke publiciteit. Kerkbodes hebben het opnieuw gedaan, Hervormd Nederland staat model. Oorzaak: in de eerste ontbreekt het zicht op de wereld, en in het laatste vindt men zoveel goede opinie. Mogelijk dat het de opstellers van dit Rapport bekend is, dat er in de kerk zijn die er anders over denken, maar dat zullen wel de achterblijvers zijn.
Het Vierde Deel gaat over Herstructurering. In elke gemeente, zo wordt beweerd, zou een bezinning moeten plaatsvinden op de situatie om te zien of herstructurering nodig is of dat men volstaan kan met reorganisatie. Al wordt toegegeven dat er gemeenten zijn waar men om geld niet om herstructurering verlegen is, toch zou zij in een of andere vorm ook voor die gemeenten nodig zijn! Wanneer gerealiseerd wordt al wat staat in dit Rapport zullen zij er ook wel gewoon niet onder uit kunnen. Ik wil maar zeggen: de duimschroeven worden ons aangezet. Vrijwilligheid is een woord dat in dit Rapport nauwelijks voorkomt, behalve dan dat wij vrijwillig mogen doen wat de opstellers ons voorstellen. Natuurlijk moeten andere kerken in deze herstructurering worden betrokken. Immers, de oude theologische controversen hebben voor velen — blijkbaar ook voor de leden van de Commissie — geen betekenis meer. De plaatselijke eenmansgemeente kan niet langer ingepast worden in het immer herhaalde pleidooi voor het gaan van nieuwe wegen. Hartstochtelijke aanvallen van ds. Kaptein op deze in wezen oerchristelijke gemeentevorm kenden wij al uit zijn vroegere publicaties, en wij begrijpen ook wel waar zij uit voortkomen. De figuur van de dominee komt dan natuurlijk ook ter sprake. Roeiend met de riemen die men heeft (101) moet men het tot nog toe doen met dat stelletje predikanten dat er heden is, maar de hoop is gericht op een nieuwe generatie met een nieuwe opleiding. Die zullen opgedeeld worden naar de taken die er zijn; het moet er in de kerk immers vooral zakelijk aan toegaan! Mocht er onder hen een zijn die niet in een team kan of wil werken, dan staat het hem lijkt ons geraden maar zijn ambt neer te leggen. Trouwens, predikanten worden in de schaar der theologen wat aparte lieden, zij hebben naast zich pastores, leraren en deskundigen, steeds voor dit of voor dat (100). Als klap op de vuurpijl komt aan het slot de schaalvergroting ter sprake. Hoeveel weerstanden alleen al dit woord heeft opgeroepen in de kerk hebben de commissieleden uiteraard goed geweten. Dat zal wel de oorzaak zijn dat zij spreken over 'schaalverandering' en devotelijk toegeven dat met een verandering van de schaal ook nog niet alles in de kerk gewonnen is. Intussen wijken zij toch geen duimbreed af van de eis dat deze verandering moet plaatsvinden. Men zal nooit kunnen bereiken wat hier in dit Rapport wordt voorgesteld dan nadat de zelfstandigheid der plaatselijke gemeenten is opgeheven, zij is hèt struikelblok in alle herstructureringspogingen. Ook wij dienen daar goed nota van te nemen.
Eerste indruk
Tot zo ver de critische weergave van de inhoud van dit nieuwe stuk van de synode. Critisch — wel nodig!. De zaak waar het over gaat is van teveel belang dan dat men er oncritisch over kan spreken. Het was de zonde van Eli dat hij zweeg toen het huis des Heeren werd ontheiligd en verwoest. De Heere Jezus zelf heeft geijverd voor de zuiverheid van het huis Zijns Vaders.
Al wie onze kerk werkelijk ter harte gaat wordt diep verontwaardigd na het lezen van een stuk als dit. Daar is niets — maar dan ook werkelijk niets — van de H. Geest in. Het is geesteloos, om niet te zeggen: goddeloos. Het zal wel niet passen in de tegenwoordige gesprekssfeer dit openlijk te schrijven, maar ik meen het dan toch maar en durf het staande te houden. Niet omdat onze heilige huizen worden aangevallen, maar omdat bedreigd wordt het heilig Huis van onze God. Bedreigd met een evangelie dat geen Evangelie meer is, met wetteloosheid en een leven naar de wereld. Ik zou graag personen sparen maar er kan een moment komen dat het niet langer kan. Wanneer de Synode en haar moderamen deden wat hun plicht is ontsloegen zij de commissie die voor dit stuk verantwoordelijk is en gaven zij de secretaris ervan zijn ontslag. Het ware te wensen dat de kerk — in haar geheel — wakker werd, zich niet langer liet beroven van wat haar het heiligste zou moeten wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's