De Christusprediking
Een geestelijk testament
In 'De Waarheidsvriend' van 13, 20 en 27 mei is een algemene bespreking gegeven van het februari/maart nummer van 'Wapenveld', dat een uitvoerig artikel bevatte van prof. dr. A. A. van Ruler, onder de titel: 'Ultra-Gereformeerd en Vrijzinnig'. Aangekondigd werd dat de diverse onderdelen van dit artikel nader zouden worden behandeld. De predikanten H. G. Abma, G. Boer, A. van Brummelen, C. Graafland en L. Kievit hebben nu elk enkele aspecten van prof. Van Rulers artikelen voor hun rekening genomen. In een onafgebroken serie worden deze artikelen thans geplaatst. Het gaat in deze serie artikelen om de kern van de leer des heils en de beleving daarvan in de gemeente. Het geestelijk testament, dat prof. Van Ruler naliet, hopen wij op deze wijze alle aandacht gegeven te hebben die het verdient. De Redactie
Wanneer wij er ons rekenschap van geven, welke onderwerpen prof. dr. A. A. v. Ruler in zijn artikel aansnijdt, blijken die voor het merendeel te maken te hebben met de toeëigening van het heil. Dat is niet zonder reden. Het heil is er niet zonder meer, het is heil van . . . Het heil is des Heeren! Het heil is èr niet in het algemeen, het is heil voor . . . Uw zegen is over Uw volk. Het heil en het houvast aan het heil zijn duidelijk verknochte zaken. Zij hangen samen, maar vallen niet samen. Deze samenhang heeft bij de schrijver steeds de daaraan toekomende aandacht gehad en uit dit artikel blijkt, dat dit hem tot het laatste toe bezig hield. Want zo was het: hij hield er zich mee bezig, omdat het hem bezig hield.
De grote vragen, die zich hier voordoen, stonden in het middelpunt van de reformatorische bezinning. Hoezeer onderling verschillend, hierin reiken Luther en Calvijn, maar ook Beza en Melanchton, elkaar de hand: Hoe krijg ik deel aan het heil? Bij die vraag waren ze met hart en ziel betrokken; zodoende dragen hun werken een persoonlijk stempel, en ligt er een eigen gloed over hun prediking. Wij mogen hier gerust van reformatorisch, met name gereformeerd erfgoed spreken. Dat erfgoed kreeg ten onzent, in de zogenaamde 'nadere reformatie', de volle aandacht. Toen de officiële kerk er nauwelijks meer belangstelling voor toonde, werd het in gezin en gezelschap bewaard, om dan weer ontdekt te worden in de eeuw rondom de afscheiding. Telkens draait het om deze vragen, en dan gaat het naar reformatorisch inzicht niet om bijzaken, maar om de hoofdzaak.
Het doet dan ook wat vreemd aan, een 'Kamper' hoogleraar te horen verklaren, weinig of geen verstand te hebben van het type dat Van Ruler tekende en dat van huis uit. Hij had dit type in de geschiedenis van de gescheiden kerken, om maar dicht bij huis te blijven, met weinig moeite kunnen opsporen. Want juist in de kerken van de afscheiding speelden dit type en deze problemen een belangrijke rol.
Het zal wel waar zijn, dat men daarvan in de doorsnee gereformeerde kerken van vandaag nauwelijks meer iets terug vindt. Dat kon wel eens een van de redenen zijn, waarom het schip van die kerken zo bedenkelijk slingert op de stroom van de tijd. Gedurende de vaart heeft men niet alleen een en ander als ballast overboord geworpen, maar ook een goed deel van de lading verspeeld. Het mag opmerkelijk heten, dat vragen, die in Amsterdam noch Kampen meer — of nog niet —• behandeld worden, de bij uitstek gereformeerde vragen zijn. En dat ze in Utrecht nog ernstig genomen worden. Dat Van Ruler dit gereformeerde erfgoed waardevol achtte daarvan kan ieder zich overtuigen.
Bij nadere overweging, worden ons nieuwe vragen gesteld. Werd dit erfgoed wel goed bewaard en is het nog wel gereformeerd erfgoed, dat hier en daar bewaard wordt. Vooral in de uiterst rechtse vleugel van de gereformeerde gezindte — hier ultra gereformeerd genoemd — gaat men er prat op dit erfgoed ongerept te bewaren. Het is echter mogelijk, dat het voor wat anders werd ingeruild. Zijn de gouden schilden van Salomo al niet lang vervangen door de koperen schilden van Rehabeam en wanneer is dat gebeurd? Met andere woorden, slaat het uiterste — ultra — niet in zijn tegendeel om.
Zulke indringende vragen worden ons gesteld en wij kunnen ze niet doorschuiven naar anderen, die 'rechtser' zitten dan wij. Daarmee zouden wij het ons te gemakkelijk maken; de grenzen tussen rechts - rechtser, ultra rechts zijn daarvoor trouwens te vloeiend. Ook onder ons zijn de gevaren, die in deze vragen worden gesignaleerd niet denkbeeldig, en ze worden maar zelden met name genoemd. Wanneer wij de koers, veiligheidshalve, naar rechts uitzetten — en rechts is steeds rechtser volgens Van R. — dan betekent dat allerminst, dat wij daar niet op ketterse klippen kunnen lopen. De geschiedenis leert het en menige gemeente toont het aan. Een gewaarschuwd man geldt voor twee. Nu, wij voor ons willen ons laten waarschuwen, want de zaak gaat ons niet alleen aan, ze gaat ons ter harte.
Komen wij tot wat in sub 2 aan de orde gesteld wordt, dan gaat het om de plaats, die Christus inneemt in de prediking en in het leven van de gemeente. Dat die twee op elkaar betrokken zijn spreekt vanzelf. Bij de hervorming brak de stralende zon der gerechtigheid door de nevels van kerkelijke voorstellingen en instellingen heen; de prediking was volop Christusprediking. Is dat nog zo? En krijgt Hij de plaats die Hem toekomt, naar het getuigenis dat de Vader en de Geest aan Hem geven? Dat is beslissend voor het geestelijk leven.
Van R. vertelt van een predikant, die door sommige gemeenteleden wat smalend een 'Christusmannetje' genoemd werd, omdat hij het altijd over Christus had en het heil in Hem. Nemen wij aan, dat die dominee Christus verkondigde naar de mening van de H. Geest, en dat is tegelijk naar de Schriften, dan stuitte hij op onverwachte weerstand. De mensen, al noemden zij zich gereformeerd, waren daarvan niet gediend. Is dat overdreven? Het is zeker niet in het algemeen waar en toch komt het meer voor dan men misschien denkt. Het valt mij tenminste wel eens op, in de loop van de mij toevertrouwde bediening, dat de vijandschap veel meer ontvlamt als Christus ons wordt aangeprezen, dan wanneer ons de wet wordt gelezen. De wet mag er in gehamerd worden, maar kom ons niet met Christus aan boord. Hierin verraadt zich een minachting voor Christus, die in ons aller hart huist.
Is men van oordeel, dat deze Christusprediking te kort doet aan de kennis der ellende, dan is dat toch een schromelijke vergissing. Pas bij Christus wordt de diepte van de schuld en van de nood gepeild; aan Hem wordt duidelijk hoe het er met ons voorstaat. Vandaar de ergernis van het kruis. Was Christus er niet, dan was het verloren, ten spijt van al onze verdiensten, ten spijt van onze heimelijk gekoesterde vroomheid. De eigenlijke zonde is dan ook: niet in Hem te geloven, maar wie komt daarover in de schuld? Luther die wet en evangelie zo streng kan onderscheiden, aarzelt niet in zijn verhandeling over de knechtelijke wil, het evangelie kenbron van de ellende te noemen en de zonde te brandmerken, als ongeloof. Christus wordt in de prediking niet in mindering gebracht op de wet en de schuld, integendeel.
Van Ruler vervolgt: Wanneer Christus gepredikt werd zei men: hij blijft aan de buitenkant; wat hebben wij aan een historische Christus. Het gaat om de innerlijke Christus, Die in ons hart geboren moet worden en sterven en opstaan. Dat en dat alleen is het waarachtige heil. Hier gaat men nog een stap verder. Zeiden sommigen: wij horen te veel over Christus, anderen wensten meer over Hem te horen, maar dan niet over Christus, die geboren is en gestorven, maar, over Christus in ons. Uitdrukkingen als: in mijn hart geboren, kunnnen nog goed bedoeld zijn. Men duidt daar dan de toepassing en de toeëigening mee aan. Maar er kan ook een geringschatting uit spreken van het in de geschiedenis gewrochte heil. Dan schakelen wij over op een 'innerlijkheid' die met het Woord weinig en met de gnostiek van alle eeuwen verdacht veel te maken heeft. Ik zou er aan willen toevoegen: en met de mystiek, in de kwalijke zin van dat woord. Er is een mystiek die het met de gnostiek wonderwel kan vinden. Maar met gnostiek en mystiek raken wij in de ketterij verzeild.
Een harde beschuldiging, toch niet zonder meer uit de lucht gegrepen. Men moet zich er voor hoeden, het kind met het badwater weg te gooien, maar het kind kan in het badwater verdrinken. Wanneer wij het ongetwijfeld geloof belijden, dan wordt de aandacht gericht op de 'historische' Christus, denk maar aan de twaalf artikelen: Die geboren is, geleden heeft, gestorven en begraven. Nogmaals, het heil is in de geschiedenis volbracht. Wat het voor mij betekent? Let er op, dat de artikelen van het geloof in de catechismus nadrukkelijk als de samenvatting van de beloften van het evangelie worden behandeld en dat in de vragen en antwoorden de persoonlijke toeëigening mede begrepen is. De artikelen zijn honigraten, waar de honig van het heil uit druipt.
Kerstfeest! Het feest van Christus' geboorte. Wat een vreugde Hij is geboren. God heeft gedacht aan Zijn genade en schenkt ons Zijn heil. Wij mogen het uit volle borst zingen. Vers één: Hij is geboren! Vers twee: Hij is voor mij geboren. U kunt het eerste eigenlijk niet goed zingen zonder het tweede. Maar u kunt het tweede helemaal niet zingen zonder het eerste. Hij is niet geboren omdat Hij voor mij geboren is. Nee, Hij is geboren en uit het evangelie — God doet bericht — leert de Heilige Geest mij: dat ü heden geboren is. Is dat niet voldoende? Het moet worden in mij. Dat zou dan vers drie zijn, het eigenlijke lied, de andere twee verzen kan men dan wel weglaten. Is dat zo?
Wij moeten voorzichtig zijn met al die onderscheidingen. Christus is met ons, voor ons, in ons, maar men mag dat niet uit elkaar trekken, dat sticht maar verwarring. Het is éen en dezelfde Christus, en de gemeenschap met Hem, door het geloof* wordt in die verschillende voorzetsels van meerdere zijden belicht. Men mag wel onderscheiden, mits men de eenheid van het geloof in Christus in het oog houdt. En dan kan men met zulke onderscheidingen allerlei kanten op, uiteraard. Het heil ligt buiten mij, in Christus, is even waar, als Christus is het heil, en Hij woont in mijn hart. Door het geloof. Calvijn kan onderscheid maken tussen Christus — d.i. God — met ons en Christus in ons. Hij is in ons door het gebruik van het Avondmaal. Het extra van het sacrament is dan: niet alleen voor ons, maar nu wij zijn vlees gegeten hebben, ook in ons. Hier wordt het Christus in ons, dus in verband gebracht met het sacrament. Het is maar een voorbeeld. Overigens een voorbeeld, dat ons vermaant, het voor en met en in niet los te maken van Woord en Sacrament. En dat gebeurt al te vaak. Daarom kan de zaak van het heil ontsporen; het wordt de zaak van mijn 'innerlijkheid'. Het feitelijke heil wordt losgemaakt van het heilsfeit. Hier zijn wij naar rechts koersend bij links terecht gekomen. Men kan preken horen, die voor bevindelijk worden versleten en waar de vergeestelijking meestal duimendik boven op ligt, die in de grond vrijzinnig zijn. De gemeente zij daarop bedacht en daarvoor beducht. Helaas heeft ze er vaak geen erg in.
Nu het een gezegd is, mag het ander niet verzwegen worden. De Heilige Geest maakt werk van het heil. Hij doet er wat mee. Wat doet de H. Geest er mee? Mag ik mij tot twee kernpunten beperken. Hij laat het prediken en Hij leert het geloven. Want wie Heilige Geest zegt, zegt prediking en geloof. Dat is reformatorisch bij uitstek omdat het schriftuurlijk is: Christus is gepredikt onder de heidenen en geloofd in de wereld, sinds de Heilige Geest is uitgestort.
Hij laat het prediken. Luther legt daarop veel nadruk: Al was Christus twintig maal geboren en Hij werd niet verkondigd, dan was alles tevergeefs. Wij preken niet over Zijn geboorte, wij prediken Hem, Die geboren is. Dat luistert nogal nauw. Wij vertellen geen verhaal, wij verkondigen het Evangelie. Wij praten niet om Christus heen, of op Hem aan. Wij praten helemaal niet; uit het evangelie treedt Hij tevoorschijn. Dat is de kracht van de prediking, naar de mening van de Geest. Die zal Mij verheerlijken. Zo alleen worden scheve voorstellingen recht getrokken.
Hij leert het geloven. Prediking is niet — zo wijdt Van R. even uit — zeggen: Mensen, het volle heil is ten volle volbracht, maar brandt je er niet aan, want maal behouden bent. Maar evenmin: mensen, het volle heil is tenvolle volbracht, maar brandt je er niet aan, want het is alleen voor de uitverkorenen. Inderdaad, het een noch het ander is prediking. Het wordt gepredikt opdat gij gelooft. Daarom is het een veeg teken als in de toepassing nauwelijks over het geloof gesproken wordt, laat staan, dat wij er toe worden opgewekt. Er is geen geestelijke kennis dan die van het eenvoudige geloof! Weten wij met het geloof niet goed raad meer, dan bezweren wij de mensen: het moet beleefd worden en kondigen daarmee een nieuwe wet af. Dat beleefd worden, houdt dan met prediking en geloof geen enkel verband, het speelt zich elders en anders af. Daartegenover dient met klem te worden vastgehouden: Wordt het geloofd, dan wordt het beleefd en wordt het beleefd, dan wordt het geloofd. Het geloof nu is uit het gehoor. Ziet dan toe, hoe gij hoort. En hoe wij prediken. Zo prediken wij en zo hebt gij geloofd, zegt Paulus; en: het woord des geloofs, dat wij prediken. Het zal geen geloofswerende maar een geloofswekkende prediking zijn. Preken wekken soms de indruk, de mensen vooral van het geloof af te willen houden. O wee, als ze eens geloofden! Christus wordt wel gepredikt, maar er wordt heel wat prikkeldraad gespannen om de arme zielen bij Hem vandaan te houden. Daardoor wordt de Geest bedroefd. Want de Heilige Geest heeft dat nu net met de prediking voor: dat gij gelooft en gelovende het leven hebt in Zijn Naam.
Gepredikt en geloofd! Het geloof hecht zich aan de Christus der Schriften. Dat Hij met ons is en voor ons is en in ons is, dat leert de Heilige Geest ons te geloven. Want Hij leeft. Hij leeft voor mij en in mij, door het geloof. Wie aan prediking en geloof niet genoeg heeft, heeft aan de Heilige Geest niet genoeg. Wie dieper graaft, zakt weg in het moeras en wie hoger grijpt, grijpt er naast. Wie het gelooft, die heeft het; hij heeft de vaste grond gevonden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's