De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

De kerken in Kenya

Het zendingswetenschappelijk tijdschrift 'De Heerbaan' heeft in de laatst verschenen aflevering (jaargang 24, nr. 3) aandacht geschonken aan de vragen van kerk en samenleving in oost-Afrika. De heer H. van 't Veld, die van 1963—1968 als taalkundige verbonden was aan de Reformed Church of East-Africa in Kenya, schrijft in dit nummer over plaats en taak van de kerk in Kenya. De geschiedenis van de kerken in Kenya dateert vanaf 1844 en valt uiteen in twee perioden: voor de onafhankelijkheid (1963) en daarna. Het is een bewogen geschiedenis van westerse zending en missie, Afrikaanse reactie zowel binnen als buiten de jonge gemeenten. Omstreeks 1935 ontstond er een opwekkingsbeweging, binnen de kerken, met name de Anglicaanse. Daarnaast zijn er in onze eeuw de zgn 'Independt Churches' opgekomen, die sterke nadruk leggen op geloofsjubel, doop met levend water, handoplegging, spreken in tongen. Door de een worden zij gezien als een reformatiebeweging waardoor het christendom vaste wortel zal schieten in Afrika, en door anderen als een probleem beschouwd. De linkervleugel van deze kerken neigt immers naar een heidens sektarisme.

Ook in ander opzicht zijn de problemen groot. Opvallend is de verdeeldheid van het miljoen protestanten over vele denominaties. Al dient anderzijds een eenheidsstreven gesignaleerd te worden, dat een deel van de kerken raakt. Ook hier treffen we een scheiding der geesten aan: vóór of tegen de wereldraad.

Stephen Neill noem ergens vijf bedreigingen voor de stabiliteit van de jonge kerken in Arfika, die we ook in Kenya aanwezig zien: Islam, oppervlakkige kerstening, polygamie, de 'independent churches', vervreemding van de elite en de politieke leiders. Van 't Veld meent dat de Islam in Kenya nauwelijks een bedreiging te noemen valt, terwijl z.i. ook de polygamie op zijn retour is. Wel ziet hij de armoede der kerken als probleem. Hij schrijft hierover:

Kenya kent een rijke toplaag, die 'God helps only those, who helps themselves' als nation-building slogan bedacht hebben. Door corruptie en vriendjespolitiek verrijken velen zich onder de valse leuze: Rijkdom moet eerst verzameld worden vóór zij gedistribueerd kan wórden. Daarna komt van de verdeling echter weinig. Hoe kan de arme die niets heeft zichzelf helpen? De werkloosheid, het landtekort, de overbevolking, de gronderosie hebben 'een trek naar de steden doen ontstaan, waardoor deze evenzovele wonde plekken in de Afrikaanse samenleving zijn geworden: slechte behuizing, ondervoeding, prostitutie. De onafhankelijkheid, die met leuzen als 'Vrijheid en werk, vrijheid en land' gepaard ging, heeft het verwachte paradijs allerminst gebracht voor de plattelandsbevolking, voor de nietregerende stammen, voor de talloze jongeren, die geen gelegenheid hebben de kennis toe te passen, die ze verwierven.

De kerk zwijgt in deze nog maar al te vaak. De zendelingen en missionarissen, omdat ze soms wel moeten zwijgen, willen ze langer getolereerd worden. De jonge kerken, omdat zovele van de eigen stam hoge regeringsfuncties bekleden. En toch is dit een snijden in eigen vlees, want een arme kerk is een kreupele kerk. De leden der jonge kerk in Kenya leren nog maar heel langzaam en moeizaam te geven voor hun kerk. De diakonale taak wordt gemakkelijk genegeerd.

Hoewel de kerken met tekorten kampen, zijn er ook hoopvolle tekenen van een ingaan op de nood, terwijl ook telkens blijkt, dat de kerk zich niet identificeert met de machthebbers. Zo kwam b.v. een kerkelijk maandblad moedig op tegen het bouwen van een miljoenen verslindend hoofdkwartier voor de regerende partij in Nairobi, een stad, waar een kwart van de bevolking in jammerlijke omstandigheden woont. Het kwam de hoofdredacteur te staan op uitzetting uit het land, maar het geluid werd toch gehoord.

Over de vervreemding van de élite en de politieke leiders schrijft Van ’t Veld:

Wie de biografieën van Kenya's groten als Kenyatta, wijlen Mboya, Oginga Odinga leest, ziet hoe ze eens allen 'missionsboys' zijn geweest, maar naarmate hun plaats op de politieke ladder steeg, met steeds minder christendom toe konden. En zo vergaat het vele intellectuelen en lagere politici. De oorzaken zijn vele: dominantie door de vroegere missie en zending, waardoor men het gevoel kreeg opzettelijk dom gehouden te worden; enorme vraag naar universitair geschoolden, waardoor predikant een 'dom beroep' wordt; teleurstelling als de kerk niet de spreekbeus van een politieke partij wil zijn. Hier ligt een taak waarmee de jonge kerken bezig willen zijn, maar waar ze bijna niet tegen opgewassen zijn. Het aantal aanmeldingen voor predikant-of priesterstudie blijft gering, ook al vanwege de lage salarissen gezien de armoede der kerk. De pressie van de ouders, die hun zoon liever een meer lucratief beroep zien kiezen, is niet te verwaarlozen. Vele kerken hebben wel allerlei opleidingsmogelijkheden voor het lagere geestelijk kader, en er gaan wel stemmen op voor een part-time ministry, maar dit alles geeft de kerk niet het 'image' dat de elite van haar vraagt.

Onwillekeurig moet ik bij deze regels denken aan de gemeente van Corinthe, wier beeld ons getekend wordt in 1 Cor. 1. 'Niet vele edelen, niet vele wijzen'. Of aan de tekening van de gemeente van Smyrna, van wie Christus zegt: Ik weet uw armoede ... Daarmee is uiteraard niet bedoeld dat we in dergelijke situaties zoals die hierboven geschetst worden, zouden moeten berusten. Integendeel, de tekenen, die de schrijver signaleert, van een kerk, die zich te weer stelt tegen machtsconcentratie en corruptie, zijn hoopvol. Een kerk, die iets verstaat van het Evangelie der armen zal niet anders kunnen en mogen spreken. Maar ik meen, dat we in de problematiek rondom de elite en de intelligentia toch ook iets bespeuren van de ergernis jegens een kerk, in wier midden het naar een woord van Revius, vaak 'armelijk' toegaat. Kenya is voor de lezers van ons blad een vertrouwd begrip. Het is broodnodig kennis te nemen van de situatie van de kerken aldaar, en trouwens ook elders in deze wereld. Daardoor worden bepaalde romantische ideeën over de kerk op het zendingsveld wel eens verstoord. Maar informatie is nodig voor het meeleven met deze kerk. Het moge onze voorbede, offervaardigheid en daadwerkelijke inzet voor zending en werelddiakonaat verlevendigen.

Moderne vrijzinnigheid

Het is niet zo gemakkelijk de betekenis van het woord 'vrijzinnig' te omschrijven. Soms krijgt men wel eens het gevoel dat iemand ten onrechte dat etiket opgeplakt krijgt. Daar is niemand mee gediend, erger, daarmee wordt soms grote geestelijke schade aangericht. Wij zullen voor een juiste en billijke beoordeling van de verschijnselen, die we op het kerkelijk en maatschappelijk erf signaleren goed moeten weten, waar we over spreken en wat we bedoelen met onze aanduidingen.

Wat is nu het kenmerk van de vrijzinnigheid? Is dat alleen de loochening van de opstanding van Christus? En hoever strekt dat dan? Raakt de vrijzinnigheid alleen de leer of ook het leven? In het blad 'De Wekker' van 23 juli geeft prof. dr. W. H. Velema een typering van de moderne vrijzinnigheid. Hij schrijft onder meer:

Laten we enkele dingen goed van elkaar onderscheiden. Men kan heel orthodox zijn in de leer, en tegelijk een leven leiden dat met die leer niet in overeenstemming is. Dan kloppen belijden en beleven niet met elkaar. Ik zie in zo'n geval geen reden om van vrijzinnigheid te spreken. We moeten dan een andere typering gebruiken. Er is dan geen eenheid van leer en leven, terwijl men die wel verwachten mag. Men is dan in strijd met wat men zelf belijdt. Men leidt dan een gespleten of dubbel leven.

Men kan zich in zijn levenswandel zo gedragen, dat men toont zich van niets en niemand iets aan te trekken. Dan is er te spreken van een vrijzinnigheid ten aanzien van de levenswandel. Dan toont men met de geboden van God geen rekening te willen houden. Ik meen dat men dan spreken kan van vrijzinnigheid op ethisch gebied. Deze vrijzinnigheid behoeft niet gepaard te gaan met een totale onverschilligheid ten aanzien van de bijbelse geboden. Men kan in naam daarnaar nog willen luisteren, maar zich in feite van het gezag van de geboden afmaken.

Men zal vragen: hoe is dat mogelijk? Men.verklaart de bijbelse boodschap op zulk een wijze dat men aan de geldingskracht ervan zich onttrekt. Ik denk bijvoorbeeld aan het spreken over het ongeboren leven. In vele pleidooien voor abortus kan men een vrijzinnige klank horen. In feite eerbiedigt men immers dan het ongeboren leven niet als schepping van God. Men ziet het aan voor een proces van celdeling. Iemand die zo spreekt, rekent niet met wat God over het ongeboren leven zegt. Hij heeft zo zijn eigen opvattingen. Deze brengt hij naar voren zonder duidelijke confrontatie met het Woord van God.

Is er nu niet iets te noemen waardoor wij het karakteristieke van de moderne vrijzinnigheid op het spoor komen?

Ik meen dat dit mogelijk is. Naar mijn oordeel begint de vrijzinnigheid daar, waar men aan het moderne levensgevoel en het moderne denken een eigen plaats naast de Bijbel toekent. Men wil dan tot een synthese komen. Men zoekt dan een verbinding van ons denken, weten en willen met de gegevens van de Openbaring van God.

Is tegen zulk een verbinding dan zoveel bezwaar in te brengen? De Openbaring bereikt ons leven toch niet buiten onszelf om? Wij zijn er toch altijd zelf bij betrokken? Wij zijn toch mensen van déze tijd. Inderdaad. Maar ik bedoel iets anders.

Wanneer de Bijbel het heeft over bekering, geldt dat ook ons denken. Wanneer Paulus het heeft over de kruisiging van ons vlees en over het afsterven van de oude mens, geldt dat ook onze voorstellingen en gedachten. Men zie 2 Korinthe 10 : 5.

Ons denken is op zichzelf niet goed. Het moet evenzeer vernieuwd worden als ons hart (Romeinen 12:2).

Wij zullen ons ook met ons denken moeten laten gezeggen door de Openbaring van God.

Als we ons dat goed bewust zijn, kunnen we niet spreken van een synthese tussen ons denken en de Openbaring. Dan moeten we spreken van de ver-nieuwing of de bekering van ons denken door de Openbarmg. Dan is er geen verbinding mogelijk waarbij ons denken zijn bijdrage levert aan de Openbaring van God. Dan komt er een breuk tussen de Openbaring en ons denken. Dan vinden we de eenheid alleen daar, waar ons denken zich aan de Openbaring onderwerpt.

De vrijzinnigheid in de vorige eeuw is vooral ontstaan doordat de moderne cultuur, de wijsbegeerte en de wetenschap als zelfstandige faktor kwamen te staan naast de Openbaring van God. Er zijn op het ogenblik in gereformeerde kringen mensen, die dat zelfde beogen. Daarmee overschrijden ze principieel de grens naar de vrijzinnigheid. Zelfs al zijn ze in hun voorstellingen nog niet zover dat ze de opstanding van Jezus Christus loochenen. Ze hebben daartegen geen wezenlijk verweer meer. Wie de Openbaring van God door het moderne denken in wetenschap en wijsbegeerte laat aanvullen, zal op de duur er niet aan kunnen ontkomen, dat de Openbaring door dit moderne denken gekritiseerd wordt. Dan is er nog maar één mogelijkheid zich uit de moeilijkheden te redden. Dan gaat men de gegevens van de Openbaring vanuit het moderne denken opnieuw formuleren. Dat noemen we herinterpretatie.

U begrijpt wel, dat het geen studeerkamerzaken zijn, waarmee de schrijver zich bezig houdt. Ik bedoel met 'studeerkamerzaken' theorieën die ons niet raken of beroeren. Wie meeleeft met wat er zo in kerkelijk Nederland gebeurt, weet dat de door Velema gesignaleerde verschijnselen doorwerken in de prediking en het pastoraat, in zedelijke oordeelvellingen, in politieke beschouwingen, in de waardering van de cultuur enz. enz. En ook de kerken van Gereformeerde signatuur staan aan deze gevaren bloot. Prof. Velema noemt in dit verband de naam van Kuitert en verwijst dan naar zijn boek over deze theoloog (zie de bespreking in het nummer van de Waarheidsvriend van 6 augustus). Het is uiteraard niet zijn en onze bedoeling Kuitert tot zondebok te maken of tot schietschijf. Maar wel kunnen we zeggen dat Kuitert in zijn uitspra­ ken het verst gaat in Gereformeerde kring, of anders gezegd: uitspreekt — openlijk en duidelijk — wat door geestverwanten van hem soms bedektelijk gezegd wordt. Er zijn toch tendenzen in zijn theologisch denken, die neigen naar de door Velema gesignaleerde moderne vrijzinnigheid. Ook bij Kuitert krijgt men keer op keer het gevoel dat hij een synthese beoogt tussen modern denken en leven en het bijbels getuigenis.

Wij stemmen gaarne in met Velema, als hij zijn artikel afsluit met de volgende regels:

We krijgen in gereformeerde kringen de grote strijd tegen de vrijzinnigheid, zoals we die uit de vorige eeuw buiten de gereformeerde kring kennen.
Het is goed ons door het verleden te laten waarschuwen: er is geen synthese mogelijk. Wie aan het moderne denken de functie van een aanvulling op de Openbaring toekent, zal de Openbaring verliezen en alleen het moderne denken overhouden.

Het gaat hier om het eerste gebod. Wie naast de enige, ware God iets of iemand anders stelt, verliest de enige, ware God. Hij is ongehoorzaam 'aan het eerste gebod. Dat geldt ook van de Openbaring van de enig ware God.

We zullen de grenzen goed moeten zien. We zullen ten aanzien van de moderne cultuur en wetenschap gereformeerd moeten zijn. Dat is: hervormd in ons denken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's