Boekbespreking
B. J. W. de Graaff, Dichter-Soldaat, .Marnix van St. Aldegonde; dl. I 226 bl., dl II 306 blz., geb. ƒ 3S, —, Uitgeverij De Banier, Vianen, 1970.
De schrijver geeft in dit uitvoerige leesboek het levensverhaal van Marnix van St. Aldegonde, de man, die een grote rol gespeeld heeft in de strijd voor de vrijmaking van ons volk in de 16de eeuw en die ook voor het kerkelijke leven in zijn tijd van grote betekenis is geweest. In vier hoofddelen is de stof verdeeld: onder het kruis; ministre et serviteur (dienaar en bediende); raadsman en vriend en tenslotte: rust elders. In den brede schetst de auteur, die geen moeite gespaard heeft om zo volledig en zo objektief als mogelijk is zijn lezers voor te lichten over deze belangrijke periode van onze geschiedenis, de tijd van Marnix: het smeekschrift der edelen, de beeldenstorm (door Marnix verdedigd), het optreden van de wrede, onbetrouwbare fanatieke Alva, de vlucht van vele vooraanstaanden, onder wie ook Marnix, die uitwijkt naar Engeland; later vinden wij hem in Heidelberg, in Emden, 'de herberg van Gods verdrukte en verdreven gemeenschap'. Verscheidene malen wijst de schrijver op de trouw van Willem van Oranje, die ondanks alle teleurstellingen en tegenwerking trouw bleef aan de zaak, waarvoor hij zich heeft ingezet. Ik denk aan het woord, tot Marnix: 'Allegonde, laten wij dulden dat men over ons heenloopt, opdat wij de Kerk Gods mogen dienen'. De schrijver aarzelt niet de gebreken van mannen als de grote Oranje aan te wijzen; maar dat sluit het diepe respect voor de man, die zijn leven gegeven heeft voor ons volk niet uit, integendeel. Dat geldt ook van Marnix. De tijd doorgebracht als goevemeur aangaande de krijgshandel van Delft, Rotterdam en Schiedam is voor Mamix een zwarte tijd geweest. Wat al spanningen als hij gevangen zit, o.a. op het Vredenburg te Utrecht. Ander werk dan militaire leiding geven ligt hem beter; de raadsman en vriend te zijn van de Prins. De schrijver ziet daarin de grootste bijdrage, die Marnix gegeven heeft aan onze geschiedenis. Menigmaal moet Marnix naar het Zuiden, naar Gent o.a. om telkens weer te trachten door overreding tot een gezamenlijk optreden te komen tegen Spanje. De populariteit van Marnix bij het volk — en die was groot — daalde zeer, toen hij als promotor van Anjou optrad. Later als burgemeester van Antwerpen — een ambt, dat hij zelf niet geambieerd had —, kort na de dood van Oranje geeft hij de stad aan Parma prijs en men beschuldigt Marnix van verraad. Hij is uitgerangeerd en eerst langzaam volgt een eerherstel, als hij vererende opdrachten ontvangt van de Staten, w.o. de vertaling van de Bijbel. De schrijver tekent Marnix als de grote, kleine man. Klein van gestalte, meerdere malen klein van moed; Groot in godsvrucht, in wijsheid en trouw; in vergelijking met velen van zijn rang en stand, maar rijk van geest.
Dat in een boek, waar zo enorm veel aan de orde komt, de lezer wel eens een vraagteken zet, is geen wonder, maar ieder die zich voor geschiedenis interesseert zal met genoegen van dit populaire werk kennis nemen. Dankbaar ben ik voor de mededeling ergens in het eerste stuk, dat de schrijver in een afzonderlijk deel nader op Marnix' geschriften hoopt in te gaan. Hier komen ze slechts een enkele maal aan de orde b.v. in het slothoofdstuk. Van harte aanbevolen.
E. Erskine, R. Erskine en J. Fisher: De kennis der zaligheid; Uitgave W. J. Pieters, Oostburg; deel I, 320 pagina's; bij intekening op 2 delen ƒ20 per deel; na 1 sept. 1971 ƒ24, 50 per deel.
In een prachtige uitvoering ligt in Nederlandse vertaling voor ons het eerste deel van een verklaring, die door de gebroeders Erskine en J. Fisher (schoonzoon van Ebenezer Erskine) werd geschreven over de kleine Catechismus van Westminster, opgesteld op de synode van Westminster (1643—1649). Drs. P. H. van Harten, Herv. predikant te Dinteloord, schreef bij deze catechismusverklaring een voorwoord, waarin hij eraan herinnert dat in de tijd, waarin deze verklaring geschreven werd — midden achttiende eeuw — enerzijds een wettische prediking opgeld deed en anderzijds de geest van de verlichting zich deed gelden. Enerzijds een prediking, waarin de vrees gestimuleerd werd, dat men zich te gemakkelijk het heil zou toeëigenen en men allerlei voorwaarden voor berouw en bekering ging stellen alvorens iemand werkelijk tot Christus als tot zijn Zaligmaker mocht opzien. Anderzijds een prediking, waarin men meende met het verstand allerlei geloofswaarheden te kunnen benaderen. In die tijd getuigden predikers als de Erskines en Boston des te krachtiger van Hem, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Him prediking was evangelisch in de echte zin van het woord.
Dit boek, dat geschreven is in vraag en antwoord vorm, begint met het hoofddoel van de mens; de verheerlijking van God en het zich verblijden in Hem. Vervolgens komen aan de orde de leer aangaande de Heilige Schrift, de Godsleer, Schepping en Voorzienigheid. Daaroa worden behandeld de zondeval, het Verbond der genade, de Christologie (acht hoofdstukken!), de toepassing van het heil en tenslotte de dood en de opstanding. In deze volgorde van behandeling ligt op zichzelf al een stuk lering. Maar wat een machtig inzicht hebben deze begenadigde predikers gehad in dé Schriftuurlijke verbanden, in de hele leer des heils. Uit alles wordt duidelijk dat deze leer voor hen geen dorre leerstelligheid was maar doorleefde werkelijkheid. Hoe onbevangen, bijbels onbevangen, weten ze te spreken over de belofte, het verbond, het aanbod van Gods genade, zonder dat dit op enigerlei wijze lijdt tot een oppervlakkig systeem van waarheden, die niet meer innerlijk worden doorleefd. En verder is er in de gehele behandeling van geheimenissen zoals verlossing, verkiezing, rechtvaardiging, opstanding, een klaar en duidelijk zicht op het werk van Christus, zodat nimmer deze zaken los van Hem worden gezien. Al lezende heb je de neiging om diverse van de prachtige antwoorden, die gegeven worden over de beloften, de verkiezing, het verbond, de toepassing van de verlossing, de overtuiging van zonde en zovele zaken meer hier neer te schrijven. Als je zo al deze vragen en antwoorden op je laat inwerken dan zou je wel wensen dat dit alles in de gemeenten nog ten volle gekend zou worden, verstandelijk en bevindelijk.
Ik dacht ook zo: waar zou in onze tijd zó nog catechetisch onderwijs gegeven worden?
Daarom zou ik willen zeggen dat dit boek gelezen moet worden door gemeenteleden en voorgangers. Geen predikant zou eigenlijk zo'n boek ongelezen moeten laten, juist ook terwille van de catechese, al was het alleen maar om zelf te beter het goud van de leer des heils te kunnen doorgeven aan de jongeren van de gemeente. Maar ook bij de voorbereiding van de catechismusprediking kan dit boek onschatbare diensten bewijzen. Met zeer veel klem aanbevolen!
Dr. C. Smits: De Afscheiding van 1834; eerste deel; Gorinchem en 'Beneden Gelderland'; Uitgave drukkerij 'De Nijverheid', postbus 16, Noord-Scharwoude; 384 pagina's; ƒ 34.
De schrijver van dit boek — in Gorinchem geboren — is wiskundige en behoort tot de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Reeds diverse publikaties over kerkhistorische onderwerpen staan op zijn naam. In dit boek vinden we nu de neerslag van een jarenlange bestudering van oude archieven uit de tijd van de Afscheiding in Gorinchem en omgeving. Zo komen naast de gemeente Gorinchem aan de orde de gemeenten Vuren, Herwijnen, Haaften, Tricht, Brakel, Poederoyen, Aalst, Nederhemert-Well, Hoenza-Driel, Zuilinchem, Nieuwaal en Gameren.
Wie enigszins bekend is in deze omgeving zal in het boek tal van bekende namen tegenkomen. Al lezende kwam ik diverse namen tegen van mensen waarover ik mijn grootvader jaren geleden hoorde spreken. Dan realiseer je je opeens dat wanneer je je grootvader hoort vertellen over wat hij weer van zijn grootvader vernam, je in feite een mondelinge overbrugging hebt van meer dan een eeuw. Zo gaan in dit boek allerlei markante figuren uit de tijd van de Afscheiding voor je leven. Het ligt voor de hand dat uitvoerig aandacht wordt besteed aan de figuur van ds. H. P. Scholte, predikant te Doeveren en deswege een invloedrijk man in de dagen van de Afscheiding in Gorinchem en omgeving. Zijn leven eindigde echter buiten de hoofdstroom van de Afscheiding vanwege zijn afwijkende leer, zijn independentistische opvatting over de kerkregering, waardoor de afgescheiden gemeenten al spoedig een crisis kregen te doorworstelen. De schrijver maakt het allemaal niet mooier dan het was. De innerlijke tweespalt, die er in de afgescheiden gemeenten was, komt eerlijk aan de orde. Gezangenkwesties en verschil in geestelijke ligging riepen de nodige spanningen op.
Een boek als het onderhavige, dat goeddeels opgebouwd is uit gegevens van allerlei archieven, is in bepaalde opzichten altijd eenzijdig. Notulen van kerkeraadsvergaderingen geven namelijk wel vaak de kwesties aan, de geschilpunten, de practische moeilijkheden, of de concrete beleidsvragen, maar laten in het algemeen weinig zien van de wezenlijke geloofsinhoud van de gemeente. Het ligt in de aard van dit boek opgesloten dat ook hier dus de velerlei verwikkelingen die er waren het hoofdaccent hebben, al geeft anderzijds dit boek ook wel terdege inzage in de structuur van het geestelijk leven bij de afgescheidenen, b.v. aan de hand van allerlei briefwisselingen, die de schrijver voor het voetlicht haalt, maar toch ook uit de kerkelijke documenten, waarin de afgescheidenen zich rekenschap gaven van de geestelijke motieven die bij hun kerkstrijd een rol speelden.
Wat het geestelijk leven overigens betreft, de schrijver is getroffen door de worsteling bij de Afgescheidenen om de zekerheid des geloofs. In dit verband stelt hij dat 'iedere gelovige' de tekst uit Openbaring 22 : 17 — afgedrukt voor in het boek — vrijmoedig mag opnemen. Hij zegt: Daarvoor is niet een lange vreugdeloze weg nodig, want Christus, de koning der kerk, is de Via Dolorosa eenmaal gegaan, om een eeuwige verzoening teweeg te brengen voor allen, die tot Zijn bruidsgemeente behoren'. In deze passage blijkt wel dat de schrijver in bepaalde opzichten kritische distantie neemt tot het geestelijk leven van de Afgescheidenen, met name ten aanzien van het bevindelijke element. Anderzijds voelt hij zich zeer verwant aan hun kerkelijke strijd, waarbij hij meent dat deze in de komende jaren weer volop actueel zal zijn. De kernvraag zal weer zijn: Wat dunkt u van het onderscheid tussen de ware en de valse kerk? '
In beide opzichten — geestelijk en kerkelijk — voelde ik al lezende dat ik met de schrijver niet in alle opzichten mee kan gaan. Maar de gedetailleerde weergave van dit stuk vaak onbekende kerkgeschiedenis, waarbij onze Hervormde Kerk zo sterk betrokken was — deels ook in schuldige zin betrokken was — is daar niet minder boeiend om. Een boek om te bezitten zou ik willen zeggen. Met belangstelling zien we uit naar het volgende deel, waarin de schrijver een andere groep afgescheiden gemeenten behandelen zal. De uitgever zorgde voor een prachtige uitgave van deze studie op fraai papier.
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's