De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Strijd om de waarheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Strijd om de waarheid

10 minuten leestijd

Wat is waarheid? Deze Pilatusvraag is er één van alle tijden. Er zijn in de loop van de geschiedenis al heel wat mensen en groepen geweest, die de waarheid voor zich hebben opgeëist, in de kerk en daarbuiten. De communisten hebben nog heden ten dage hun blad voorzien van de benaming De Waarheid. Dat duldt kennelijk geen tegenspraak meer. Men haalt de hele waarheid naar zich toe, niet een waarheid maar de waarheid. Inmiddels weten we als het goed is in de kerk dat slechts Eén de Waarheid is, namelijk Christus, die ook de Weg en het Leven is. Wie de Waarheid dan ook dienen wil in de kerk en daarbuiten, kan en mag dat nimmer doen los van Christus. Dat geldt ook voor onze Bond, die de verbreiding en verdediging van de waarheid in haar vaandel heeft geschreven. Het geldt voor ons blad, dat in zijn naam ook aanduidt de waarheid te willen dienen. Het geldt voor het blad van de gereformeerde verontrusten, die ook al de waarheid hebben staan in de naam van hun blad, Waarheid en Eenheid.

Welke fronten?

Wanneer we ons in het geheel van onze kerk (en) willen inzetten voor de verbreiding en verdediging van de waarheid, dan dienen we wel goed te weten waar de fronten liggen. Die fronten liggen daar, waar de leer van Christus, die De Waarheid is, geweld wordt aangedaan, dus daar, waar geleerd en gehandeld wordt in strijd met de Schrift. Dat zal concreet moeten worden aangeduid. In onze kerk zijn en worden helaas leringen verkondigd, waarvan het zonneklaar is dat de waarheid geweld wordt aangedaan. Als prof. Smits de verzoening door voldoening loochent dan is hier heel duidelijk de waarheid der Schriften in het geding. Datzelfde geldt als ds. Krop zegt: 'dood is dood'. Dan is het volkomen juist als ds. Poot in het Groninger Kerkblad schrijft — we namen het enkele weken geleden over — zichzelf laf te vinden als hij niet zou spreken wanneer zo het hart van het evangelie wordt aangetast, als in feite door ds. Krop is gedaan. Het is voor God niet te verantwoorden wanneer gezwegen wordt als centrale stukken van de leer van de Schrift met voeten getreden worden en de mensen de schriftuurlijke grond onder de voeten wordt weggehaald, waarop ze vast kunnen staan in leven en sterven. We kunnen en mogen er ook niet schouderophalend aan voorbijgaan vanuit de gedachte dat dit zich alleen maar afspeelt in delen van de kerk, waarmee wij niets te maken hebben. Het is een ernstige zaak als mensen zichzelf en anderen misleiden door kernwaarheden van het evangelie te loochenen. Het gebeurt in de Kerk waartoe we behoren. Daarom dient het ons ten zeerste ter harte te gaan. Bovendien, woorden, juist ook ketterse woorden reiken in onze tijd ver. Ze worden verder gedragen door de communica-tiemiddelen, de krant, de radio en de t.v., en ze dringen binnen door de deuren van ons aller bestaan. Hoevelen zijn zó al niet misleid of aan het wankelen gebracht doordat ze voortdurend weer met allerlei ketterijen werden geconfronteerd. Daarom mag geen ketterij onweersproken blijven. Het kan soms afmatten om steeds maar weer te moeten staan in bressen, die geslagen worden, en de ketterijen aan te wijzen. Maar omwille van God en Zijn Waarheid mag niet gezwegen worden en dan ook niet omwille van de gemeente. Wanneer de waarheid Gods inzake verkiezing, verzoening, verlossing, opstanding en alle verdere heilsmysteries in het geding is, dan is daarmee tevens het welzijn van de gemeente in het geding, en dat reikt heen over de grenzen van dood en graf.

De prediking

De kerk spreekt allereerst en vooral in haar prediking. Daar vinden dan ook ketterijen hun uitweg en uitwerking. Soms wordt in de prediking met zoveel woorden het hart van het evangelie aangetast. Veel vaker ligt het echter anders. Men zet zich in de prediking wel niet openlijk af tegen de heilswaarheden en loochent ze niet openlijk, maar ze functioneren niet, ze hebben geen plaats in de prediking. Er zijn er velen in de kerk, die de meest centrale waarheden van de Schrift nimmer in hun verkondiging laten doorklinken. Of men noemt wel bijbelse zaken, gebruikt bijbelse begrippen, maar geeft er een niet-bijbelse interpretatie aan. Het kan zijn dat men wel over Christus spreekt, maar niet over de Christus der Schriften, door Wiens werk men alleen voor God kan bestaan en in het gericht vrijspraak ontvangt. Men spreekt wel over de Opstanding, maar men bedoelt Opstand, zoals ds. Krop b.v. deed. Men laat de hemel en de hel opgaan in het aardse bestaan met zijn kwellingen en zijn vreugden. Men trekt de eeuwigheid in de tijd. Men spreekt over gerechtigheid, maar niet in de zin van het recht Gods, dat oordelend en in Christus vrijsprekend is. Het maakt het kerkelijk gesprek vaak zo afmattend dat men wel de bijbelse woorden hanteert maar van de bijbelse zaken achter de woorden niet weten wil. De ketterijen klinken vaak door in de prediking in de omhulling van bijbelse woorden en begrippen.

Juist omdat het nu in de prediking om zulke gewichtige zaken gaat — om de eer van God en het wel en wee van mensen — dient de inzet voor de waarheid der Schriften in de kerk met name rondom de prediking gestalte te krijgen. Hier liggen geweldige verantwoordelijkheden voor ambtsdragers, aan wie het opzicht over de prediking is toevertrouwd, maar ook voor de gemeenteleden, die als mondige mensen — mondig omdat hen de woorden Gods mede zijn toebetrouwd — het recht en de plicht hebben om de pre diking te toetsen op haar bijbels gehalte. Ieder is hier verantwoordelijk voor zichzelf en zijn kinderen. Velen hebben in dit opzicht een moeilijke strijd door te maken, omdat ze wonen in gebieden, waar ze verstoken zijn van de rechte prediking, waar ze voor hun kinderen nergens een bijbels verantwoorde catechese vinden of waar ze ook verstoken zijn van elk ander onderwijs in bijbelse zin. Dan is het een hele zaak om in de Waarheid staande te blijven en ook van die waarheid getuigenis te geven.

We staan in onze Hervormde Kerk dan ook bepaald niet alleen voor de opdracht om de waarheid in onze kerk te verdedigen, maar vooral ook om die waarheid te Verbreiden. In dit opzicht gaan er momenteel in onze kerk deuren open voor de gereformeerde prediking waar men dat niet zou hebben vermoed. Hier liggen voor ons grote opdrachten. Onlangs schreef ds. M. A. Groenenberg in Hervormd Nederland over een theologiestudent, die bijna beroepbaar was — hij behoorde tot de kring van de Geref. Bond, aldus ds. Groenenberg — die zichzelf voor de vraag stelde of hij niet een beroep zou moeten aannemen naar een onkerkelijke gemeente. Het is goed om dat eens ernstig te overwegen. Juist omdat de onkerkelijkheid vaak het gevolg is van een onbijbelse prediking, van een prediking, waarin niet de volle diepte van de Schrift doorklinkt, liggen hier juist grote taken inzake de verbreiding van de waarheid Gods. Dan kan ik er in mee voelen, dat sommige aanstaande predikanten zich de vraag stellen of daar hun werkterrein niet liggen moet. Dan zal men echter wèl weten moeten hoe men zulk werk gaat aanpakken en ook de zekerheid moeten hebben, dat men er werken kan vanuit het gereformeerd beginsel.

Er liggen momenteel mogelijkheden in onze kerk die we zullen moeten aarigrijpen. In dit opzicht vragen ook de grote steden onze aandacht. Op diverse plaatsen worden fondsen gevormd om de gereformeerde prediking mogelijk te maken of uit te breiden. Met soms bewonderenswaardige offervaardigheid en trouw worden dingen bereikt, die men niet meer voor mogelijk had gehouden. Liggen hier dan geen taken voor ons allen? We pompen vele duizenden guldens naar de zendingsgebieden overzee. En dat is dringend nodig. Daarvoor kan nooit genoeg gegeven wórden. Maar vergeten we niet de opdracht dichtbij? Liggen er wat dit betreft geen zendingsgebieden vlak bij ons? Het zou toch mogelijk moeten zijn dat bij voorbeeld onze grote gemeenten, terwille van de voortgang van de gereformeerde prediking, éen van de grote steden adopteren en zich garant stellen voor het bedrag dat nog aan de te vormen fondsen ontbreekt? Wanneer we ook gestalte willen geven aan de verbreiding van de waarheid dan liggen hier grote verantwoordelijkheden.

Hoe niet?

De vraag is of we de fronten zien waar we vandaag hebben te staan. Maar al te vaak wordt gestreden om dingen, die in het licht van de waarheidsvraag niets om het lijf hebben, terwijl er verder sprake is van gezapigheid wanneer het er om gaat om de geest van de tijd te onderkennen en daarin kritisch weerbaar te zijn. Wie ligt er echt wakker om de nood van de kerk, de crisis van de prediking, de aantasting van elementaire geloofsstukken? De strijd om de waarheid wordt maar al te vaak ingeruild voor twist om futiliteiten. Hoeveel ongeestelijk geharrewar is er niet in veel gemeenten, waarbij de inzet van de strijd gevormd wordt door persoonlijke kwesties of gevoelens, of door uiterlijkheden, streektradities, die met het wezen des geloofs niets te maken hebben. Soms loopt er een kloof door de gezinnen en families omdat de éen van die kerk is en de ander van die, de éen van Paulus is en de ander van Silas.

Gelukkig is er echter ook een steeds sterker wordend besef dat we staan in een geestelijke worsteling, waarin de kerk als het ware op haar barricaden teruggeworpen wordt, zodat we elkaar bitter hard nodig hebben. Als we werkelijk samen beseffen om welke zaken het in onze tijd gaat, dan zullen kerkmuren wegvallen, omdat we als Hervormden, Gereformeerden, Christelijk Gereformeerden, leden van de Gereformeerde Gemeenten, staan voor dezelfde zaak. De ernst van de situatie laat niet toe dat we elkaar in kerkelijk opzicht op de korrel nemen en elkaar bestrijden om zaken, waarin het niet wezenlijk gaat om de waarheid van de Schrift.

Bepaald verontrustend is het ook wanneer de worsteling om de waarheid verstart tot een strijd om een aantal waarheden, die niet meer innerlijk worden doorleefd. Dan wordt het een geesteloze en harteloze zaak, waarin geen werfkracht meer schuilt naar buiten. Het mag ook wel verontrusten als de prediking nauwelijks meer vrucht schijnt te dragen in voor het oog welvarende gemeenten. Als er een gezapige rust heerst en men tevre­den is met de zuiverheid in de leer op zich. De waarheid wil niet alleen gepredikt worden, ook niet alleen verstandelijk aanvaard worden, maar vooral ook hartelijk doorleefd worden. Het is een ernstige zaak als men onder de schijn van waarheidsgetrouwheid in feite toch de prediking van dé Waarheid, namelijk van Hem, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, veracht en het alles blijft bij een verstandelijk uiteenrafelen van geloofswaarheden.

Bij alle strijd om de waarheid dient het te gaan om Christus, die dé Waarheid is. Zo alleen is de strijd om de Waarheid geestelijk, waartoe dan ook de Heilige Geest aandrijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Strijd om de waarheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's