Eén ding III
éen ding weet ik .. Joh. 9 : 25
Woorden en stenen.
Woorden kunnen zijn als stenen. Scherp en gevaarlijk. Al heel wat mensen zijn er door gewond. Erger dan aan benen of armen. Aan hun hart. Wat kunnen we alleen al met woorden iemand pijn doen. Soms erger dan met stenen.
De farizeeën hebben het Jezus met beide geprobeerd. In het voorgaande hoofdstuk. Eerst met woorden. Majesteitelijk ging Hij tussen die regen door. Hij leerde hen als Machthebbende. Toen met stenen. Maar ook tussen die regen ging Hij door. En toen Hij het tempelplein verliet, de farizeeën, met hun woorden en stenen achter Zich latend, zag Hij iemand zitten, die blind was vanaf zijn geboorte. Bij hem stond Hij stil.
Geen roman
We gaan voorbij aan het gesprek, dat Jezus met Zijn discipelen over dit 'geval' krijgt. We zien Jezus op de aarde spuwen, het vochtig geworden zand opnemen, en we zien Hem dat slijk smeren op de ogen van de blinde. Hij maakt hem zo op het oog dubbel blind. Daar gaat de man door de straten van Jeruzalem. Wat een gezicht moet dat geweest zijn: die modder op z'n ogen, de vrienden die hem vasthouden en beleiden. Zo gaat die dubbel blinde man naar het badwater Siloam. Daar wast hij zich, op Jezus' bevel. En .. . hij ziet. Voor het eerst in z'n leven. Wat moet dat een onvergetelijk moment zijn geweest. Dat moment, dat hij voor het eerst in z'n leven kon zien. De vrienden, die hem geholpen hadden. Het heldere water van Siloam. De diep blauwe hemel. Onvergetelijk moment.
Als de bijbel een roman was, dan zou hier het verhaal eindigen. Dan zou dit het slot zijn: en .. . hij zag. Dat zouden wij tenminste een mooi slot vinden. Maar voor God is het nog niet mooi genoeg. Schitteren hier zijn ogen, wat ook nog moet gaan schitteren is zijn geloof. Pas dan is voor God dit verhaal ten einde.
Een kleine belijdenis
Hij is genezen. En dan beginnen de moeilijkheden. Het is goed, om daar even bij stil te staan. Als wij gaan zien, wat we niet door de geboorte, maar alleen door de wedergeboorte gaan zien, de Heere Jezus Christus, met het oog des geloofs, dan komen er ineens allerlei problemen op onze weg. U moet dit hoofdstuk er maar eens op nalezen. Iedereen zegt z'n zegje over dit wonder. De buren, de kennissen, de kerkelijke leiders. Iedereen heeft zo z'n eigen mening over dit wonder van Gods genade. Zo is dat nog. Als er jongere en oudere mensen gegrepen worden door de Heilige Geest, als ogen open gaan voor Christus' werk, dan zijn er allerlei reacties. Mensen, die je de handen opleggen. Mensen, die het laten 'overzomeren' en 'overwinteren'. En zelfs mensen, die Gods werk eenvoudig ontkennen. Zondige mensenkinderen doen nu eenmaal niets liever dan met hun vuile handen Gods schone Werk bezoedelen.
De farizeeën willen tegen alle prijs voorkomen, dat Christus de eer van Zijn werk zal krijgen. Daarom stellen ze de man vóór: zeg, dat God u genezen heeft, maar dat Christus een zondaar is. En dan antwoordt die man: of Christus een zondaar is, dat weet ik niet, maar één ding weet ik, dat ik blind was en nu zie.
Eén ding weet hij. Dat is niet veel, vindt u wel? Dat is maar een kleine, magere belijdenis. Je zou toch verwachten, dat iemand, aan wie zo'n groot wonder zich voltrokken had, in, één keer in de volle ruimte en zekerheid van het geloof zou staan? Maar wat er ook gebeurt, hij staat daar, als een onzeker mens, belaagd door allerlei anderen, met zijn kleine, magere belijdenis. In vers 17 noemt Hij Christus wel een profeet. Maar dat Hij ook priester is, en ook nog Koning, dat weet hij nog niet. Want hij weet nog maar één ding!
Eén ding kan veel zijn.
Toch moeten we ons op dit kleine, dit weinige niet verkijken. Soms kan één ding toch veel zijn. Want in het Koninkrijk van God gaat het niet om het vele. Ergens in de bijbel staat die prachtige tekst: veracht niet de dag der kleine dingen. Want voor God is het kleine groot. De stille, verborgen omgang met God vindt vaak haar begin in kleine dingen. In een lied, dat als met weerhaken in ons hart blijft hangen. In een preek, waar je niet los van komt. In een tekst, die niet wij vasthouden, maar die ons vasthoudt. Trouwens, is dit éne, dat deze man weet wel zo gering? Is zijn belijdenis wel zo pover? Hij weet, dat hij blind was, en nu ziet. Is dat eigenlijk niet bijzonder veel en groot? Eerst had hij alleen nog maar van Christus gehoord, maar nu heeft hij Hem ook gezien. Al is het dan nog niet in al Zijn luister en glorie. Dat zou ook eigenlijk niet kunnen. Ogen, die zolang blind zijn geweest, die kunnen niet in één keer het volle licht verdragen. U ziet dat aan Paulus, op zijn weg naar Damascus. Hij wordt er een week lang blind van! Een mens kan niet in één keer zo in het volle daglicht van Gods genade staan. Onze ogen moeten eerst wennen aan dat Licht.
Wat moeten de jongeren in onze tijd veel weten. Veel vakken op school. Veel diploma's en getuigschriften om iets te kunnen bereiken.
Wat moeten we in de kerk van veel dingen op de hoogte zijn, om allerlei ontwikkelingen te kunnen volgen. Maar dit éne, weet u dat?
Eens was ik een vreemdeling voor God en mijn hart, ik kende geen zonde, ik voelde geen smart.
Dit éne door Gods Woord en Geest geleerd, leidt tot meer. Getuige vers 38!
.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's