De christelijke levenswandel V
Het gezag
Het gezag is de grondverordening voor de menselijke samenleving. Vandaar het vijfde gebod in de Wet des Heeren. Het gaat niet slechts over het eren van onze vader en moeder, dit gebod beslaat veel breder terrein. Wel is het huisgezin (als het goed is) een kerk in het klein en een maatschappij in het klein. Wanneer het gezag, de eerbied, de orde daar bloeit, dan werkt dat uit naar buiten, naar de grotere verbanden van de samenleving. Maar in elk gezin ligt de wortel, de kern, de bron. Gaat het daar scheef, dan werkt dat door naar buiten en is het op meer terreinen merkbaar. Terecht is het gezin wel eens de cel van de maatschappij genoemd. Welnu, God vraagt voor allen, die boven ons gesteld zijn eerbied. Merkwaardig is, dat er in het vijfde gebod niet staat: Hebt uw vader en uw moeder lief, maar: eert uw vader en uw moeder. Wordt de liefde dan uitgeschakeld? Vanzelfsprekend niet: een rechtgeaard kind zal zijn ouders liefhebben, er liggen immers banden des bloeds? Toch valt in de Wet des Heeren de klemtoon op de eerbied. M.a.w. God de Heere laat het gezag hier boven de liefde gaan. Liefde kan verflauwen, afkoelen. Eerbied vraagt in de eerste plaats niet naar de persoonlijke gevoelens, maar naar wat we verplicht zijn, naar de orde door God gesteld. Aan de eerbied ziet een juridische kant: God eist het! En daar mogen wij niets tegen in brengen.
Eerbied is het cement van onze samenleving. Eerbied en gezag zijn twee kanten van dezelfde zaak. Het zijn de pijlers waarop dit leven steunt. Niet alleen de H. Schrift, maar ook de geschiedenis der mensheid bewijst, dat als deze pijlers wegvallen of wankelen, er veel méér ineenstort en ontegenzeggelijk er een chaos ontstaat. God wil nu eenmaal, dat de éne mens over de andere gezag heeft. Hiermee bedoelen we: de zeggenschap die de éen over de ander mag laten gelden. De ouders over het kind, de onderwijzer op school, de officier in militaire dienst, de werkgever tegenover de werknemer. Paulus zegt: er is geen macht dan van God' (Rom. 13 : 1 e.v.). Zelfs de Heere Jezus Christus zegt tegen Pilatus: gij zoudt géén macht hebben tegen Mij indien het u niet van boven gegeven ware'. (Joh. 19 : 11). Jezus heeft (naar de mens) altijd het gezag geëerbiedigd. We lezen in Lukas 2, dat Hij Zijn ouders onderdanig was. En uit Matth. 22 blijkt, dat Hij de keizer wilde geven wat des keizers was. Hij, de Zondeloze was onderdanig aan zondige mensen. Maar Hij kende dan ook het vijfde gebod als niemand anders. Ook hier geldt: Uw wet is in het midden Mijns ingewands’.
Nu is Christus in de eerste plaats hier onze Borg, maar Hij is óok ons ten voorbeeld gesteld, opdat wij Hem in die weg zullen volgen. Zijn leven is éen weg van gehoorzaamheid geweest aan God Zijn Vader, maar — terwille van Hèm — óok aan de mensen, die over Hem gesteld waren. Jezus was er ten diepste van overtuigd, dat God gezag geeft in deze wereld, in velerlei verhoudingen. Daarom wordt er eerbied en gehoorzaamheid gevraagd.
Luther heeft er vooral op gewezen, dat God dit eist om de macht der zonde te stuiten en de levensorde te handhaven. Daarom werkt het vijfde gebod reddend, bevrijdend, het geeft de mens levensruimte. Want Luther had goed door, dat er naast het Godsrijk een wereldrijk is, vandaar zijn twee-rijkenleer. De moderne theologen willen Godsrijk en wereldrijk doen samenvallen. De basis is dan de humaniteit. Een zeer onbetrouwbare basis, waarbij de harde realiteit van de zonde onderschat wordt of zelfs in het geheel niet gezien wórdt. Men spreekt over de mondigheid van de moderne mens, die uiterst moeilijk gezag boven zich verdragen kan. Het woord 'gezag' klinkt voor velen ongeveer als een vloek. De kreten van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap klinken nu a.h.w. met luidsprekers door deze wereld. Hier en daar wordt het oorverdovend. Tegelijk wordt daarmee geroepen: géén God en géén meester.
Sommigen, die God (nog) niet helemaal uit willen schakelen, beweren, dat wij Gods wil telkens opnieuw verstaan moeten. Wij leven nu eenmaal dynamisch, in een steeds sterkere stroomversnelling, dan moeten wij de wil van God telkens afleiden uit de 'historische situatie'. De enkele jaren geleden overleden Zwitserse theoloog Emil Brunner, heeft dit genoemd: et gebod van het ogenblik. Zo komt er steeds meer plaats voor een z.g.n. situatie-ethiek. Maar wat God wil kunnnen wij niet opmaken uit de historische situatie. Wat God wil weten we alleen door Zijn Woord, uit Zijn gebod. Deze geboden behouden hun gezag zolang deze wereld bestaat. Zij zijn nooit 'zwevend'. Waar ze met voeten vertreden of naar de mens geïnterpreteerd worden, zullen de gevolgen niet uitblijven. Paulus noemt het vijfde gebod in Efeze 6 : 2 zelfs het eerste gebod met een belofte. Hij bedoelt daarmee te zeggen, dat dit gebod, aan het begin van de tweede reeks (tweede tafel) een zeer belangrijk gebod is. Het is het eerste gebod waaraan een speciale belofte verbonden is. Bij het tweede gebod staat ook wel een belofte (barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden) maar die (belofte) slaat op héel de Wet der tien geboden. Het vijfde gebod is het eerste gebod met een belofte, die op hetzelfde gebod slaat. Betekent dit dan dat alle kinderen, die hun ouders eren oud worden? Nee, maar wel dit, dat elke samenleving waar het gezag geëerbiedigd wordt toekomst heeft. Zonder gezag is er geen samenleving mogelijk. Als een ieder doet wat goed is in zijn ogen, dreigt van alle kanten de chaos. En de geschiedenis heeft bewezen, dat dan de dictatuur de chaos moet doen verdwijnen, de sterke hand moet dan weer ingrijpen. Maar wee ons als dat de hand van iemand is, die géén Goddelijk gezag boven zich erkent, want dan zijn wij aan de grofste willekeur prijs gegeven. De feiten liggen voor het grijpen. Daarom mochten velen in onze tijd wat meer nadenken wat het woord revolutie eigenlijk inhoudt. De ellende daarvan is niet te overzien.
Maar als er dan van tyrannie in een bepaalde samenleving sprake is? Er mag alleen geprotesteerd worden vanuit het Woord Gods. Het onrecht moet aangewezen worden, maar er mogen géén onwettige middelen ingeschakeld worden. Nergens lezen wij, dat de Heere Jezus of éen van de apostelen revolutie bevorderd heeft. Integendeel, Matth. 22 en Rom. 13 spreken voor zichzelf. Als er in een bepaalde situatie veel te laken valt op een beleid of bestuur mag alleen vanuit het Woord gesproken worden. Denk aan Luthers houding in de z.g.n. boerenoorlog. Onze lezers zullen wellicht weten, dat het woord protesteren komt van pro-testari, dit betekent: getuigen vóór. Bedoeld wordt: getuigen voor de waarheid van het Woord Gods. Dat mag ons enige strijdwapen zijn. Waar het Woord verworpen wordt komen alle acties uit een verkeerde bron voort. Dat zal z'n onheilbrengende consequenties hebben. Graag wil ik dit artikel beëindigen met een citaat uit een catechismuspreek van wijlen ds. H. J. de Groot, gehouden in 1939 (dus nog vóór de tweede wereldoorlog): 'Wat geest er over ons uitgegoten is, ik weet het niet. Dit weet ik maar al te wèl, dat wij alom stuiten op verzet, op ongehoorzaamheid. De mensen willen vrij zijn. Vrij van alle banden. Vrij van alle juk en gezag. Vrij van God. Totdat zij —bij de duivel en de onordelijkheid zullen zijn terechtgekomen en zich de haren uit het hoofd zullen plukken, wanneer zij de vruchten van hun woelen zien’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's