De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

‘Gemeentevormen en gemeenteopbouw’ III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

‘Gemeentevormen en gemeenteopbouw’ III

Een nieuw synodestuk

8 minuten leestijd

Het is practisch onmogelijk om op al wat in het Rapport, waar het in deze artikelen over gaat, overhoop wordt gehaald, in te gaan. Er is zo goed als geen paragraaf in te vinden die geen tegenspraak oproept. In dit en een paar volgende artikelen willen wij niettemin proberen enkele dingen wat nader te bekijken.

De modaliteiten

Hierover vinden wij een stukje in het Tweede Deel waar naar het heet een principiële beschrijving van de gemeente wordt gegeven.

Inhoudelijk biedt het vergeleken bij de al sinds lang bij velen gangbare modaliteitenvisie niet veel nieuws, maar aangezien het staat in een boekje dat gericht is op een daadwerkelijke verandering van de kerk is het karakter ervan hoogst gevaarlijk.

Dat ook na 1951 de richtingsstrijd heeft voortgeduurd wordt erkend, en tegelijk betreurd. Wij krijgen de indruk dat volgens de opstellers van dit Rapport eigenlijk deze strijd allang ten einde had moeten zijn, in ieder geval wordt zij voor het heden en voor de toekomst voor zinloos gehouden. Hadden de richtingen zichzelf maar willen verstaan als modaliteiten! Hun grootste gebrek is dat zij eigen inzicht verabsoluteren. Zij hebben allen een aspect van het Evangelie, maar houden dat ene voor de volle waarheid. Het gevolg is dat alle richtingen te horen krijgen dat zij zullen moeten beginnen met elkaar te aanvaarden. Men dient ervan uit te gaan dat ook de ander aan Christus verbonden is en zo zal men die ander niet vertrouwen moeten benaderen.

Het is ook niet zo, zegt het Rapport dat de ene modaliteit tegen de andere zal mogen zeggen: u bent de oorzaak van de crisis waarin geloof en kerk zich bevinden! Wij mogen namelijk eigen geloven en leven niet aan de ander opleggen. Een remedie, zegt het Rapport, tegen de huidige richtingsstrijd is dat men samen zich gaat beraden over de roeping van de gemeente in de toekomst. Het gemeentewerk zal met het oog op de toekomst zo moeten worden opgezet dat gemeenteleden uit de verschillende modaliteiten aangetrokken worden en zich er voor in kunnen zetten.

Wat ik tegen deze visie inbreng is het volgende:

1. Er blijkt niet dat de kerk een Belijdenis heeft, waaraan heel de kerk zich in haar spreken en handelen heeft te houden. Het gaat niet over het inzicht van een groep, zeg: de Gereformeerde Bond of de Confessionele Vereniging, maar over wat de confessie van de kerk is en door elk van haar leden dient te worden geloofd, beaamd en beleden.

2. Wat in dit Rapport wordt voorgestaan is een pluriformiteitsidee die in de Schrift geen grond heeft. Het is er volkomen naast wanneer in het Rapport verwezen wordt naar de verschillen die toch ook bestaan hebben tussen Paulus en Jacobus. Want deze verschillen waren geen tegenstellingen! maar in de richtingen zijn scherpe tegenstellingen. Het maakt nogal wat verschil uit of men met de Schrift gelooft in de opstanding der doden of dat men meent dat die opstanding al heeft plaatsgevonden, op de wijze waarop reeds ketters in het N. Testament dat hebben uitgesproken, die in dat N. Testament dan ook krachtig worden weersproken. Het maakt nogal wat verschil uit of men het spreken van de Schrift normatief acht, ook ten aanzien van de gemeentevormen of dat men dat niet doet gelijk de Commissie voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw. Dit zijn slechts een paar voorbeelden.

Nergens in het Rapport blijkt ook maar enige zorg voor de zuiverheid van het belijden van de waarheid. Op de ons helaas maar al te bekende wijze worden Waarheid en waarheden tegenover elkaar gesteld (57), waardoor men vlucht in een vage waarheidsvoorstelling, van waaruit men alle waarheden uit de Confessie kan relativeren, zoal niet terzijde stellen.

3. In feite wordt in dit Rapport één bepaalde richting aan de kerk opgelegd, te weten die van de opstellers van dit Rapport. Er staan sterke anathema's (vervloekingen) in dit stuk, uitgesproken aan het adres van allen die nog vasthouden aan de oude patronen van leven en werken in de kerk. Zij zijn de introverten, die alleen voor hun eigen ziel zorgen, de wereld niet zien, de ander niet als gelijkwaardig christen willen erkennen, de moderne oecumene afwijzen en daardoor ongehoorzaam zijn aan de Heer (36), die in hun hart nog vasthouden aan.het oude beeld van de gemeente (88) wat herhaaldelijk onbekeerlijkheid wordt genoemd. Dit alles liegt er niet om, het is een taal die ook door ons verstaan wordt. Het is nog nooit anders geweest: wie geen richting wil is de meest fervente ijveraar voor eigen richting. Door hen die het hardst schreeuwen om verdraagzaamheid worden vaak de ergste banvloeken uitgesproken. Waar de maatstaf van de Schrift en de Belijdenis wordt verlaten, wordt men overgeleverd aan de willekeur van enkelen. Het Rapport vertegenwoordigt een richting die wij alleen maar hartgrondig kunnen afwijzen.

De oecumene

Hierover leest men het een en ander in het hoofdstuk dat tot titel heeft: Het verscheurde lichaam; daar echter niet alleen, ook waar het gaat over de praktische realisering van hetgeen voorgesteld wordt. Toegegeven wordt dat men in het verleden om des geloofs en des gewetens wil uit elkaar is gegaan. Dit wordt echter ook niet meer dan slechts toegegeven, er wordt namelijk verder geen rekening meer mee gehouden. Veel belangrijker worden geacht wat men heel geleerd tegenwoordig noemt de niet-theologische factoren. Eigenlijk, zo zegt ook het Rapport, hadden de verschillen die er waren in de kerk, de theologische controversen, niet behoeven uit te lopen op schisma's, scheidingen. Dat de theologische controversen toch zijn uitgegroeid tot schisma's zou te wijten zijn aan de zojuist genoemde niettheologische factoren, welke van sociale, politieke, culturele en wijsgerige aard kunnen zijn. Vaak werd de dienst van de Heer vereenzelvigd met de belangen van een bepaalde groep (35). Er ontstonden geschriften (denkt aan de belijdenisgeschriften) die de zaak vastlegden, en daarmee was dan het onheil volkomen. Ik merk hierbij op:

L Welk een misvatting van het ontstaan en de functie van belijdenisgeschriften!

Het is er wel ver vandaan dat die geboren zouden zijn uit een zeker groepsbewustzijn. Dadelijk wordt in dit Rapport alles in relatie gebracht met verouderde of nieuwe cultuursituaties, ook zoiets als het ontstaan van nieuwe kerken met een eigen belijdenis. Men waant zich bij het lezen ervan meer in de sfeer van sociologen dan in die van de H. Schrift. Enig wezenlijk belang in de waarheidsvraag stelt men niet. Zou het Rapport gelijk hebben dan had zoiets als de Reformatie in de 16e eeuw niet behoeven plaats te vinden. En als de politiek en de sociale en maatschappelijke toestanden maar anders waren geweest zou het zo'n vaart niet hebben gelopen, dan was men wel in één kerk bij elkaar gebleven, als modaliteiten die elkaar verdragen. Toch wel treurig als men niet eens meer in staat is ook maar ten naastenbij te beseffen tot welk een confrontatie met Rome de herontdekking van het Evangelie door de Reformatoren heeft móeten leiden en welk een betekenis de toen gevallen beslissingen ook voor het heden hebben.

2. De reeds eerder geconstateerde modaliteitenvisie wordt in het Rapport ook toegepast op de bestaande kerken. De eenheid die voorgesteld wordt, en waartoe dit Rapport ook een bijdrage wil leveren, want het staat gericht op één nederlandse kerk, zal er een moeten zijn waarin verschillende geloofstradities een plaats hebben (37). Onwaarheid is er niet, alleen maar waarheid! van ketterij en dwaling is helemaal geen sprake. Men zal elkaar moeten aanvullen. Een voldoende basis schijnt te zijn dat men elkaar herkent als broeders en zusters. Immers ieder belijdt en beleeft de gemeenschap met de Heer op zijn eigen wijze (34). De slagzin is: eenheid in veelvormigheid! De veelvormigheid is uitgangspunt, en daarin zoekt men dan de eenheid. A priori gaat men ervan uit dat zij er is. Geen wonder, want confessies spelen niet meer een rol. De vage uitdrukking 'gemeenschap met de Heer' moet alles goedmaken. De mogelijkheid dat de Heer van de een niet de HEERE van de ander is wordt over het hoofd gezien. Er liggen zelf binnen een en dezelfde kerk zeeën die men niet kan oversteken en ook niet mag oversteken. Niet alles kan ook in een en dezelfde kerk worden gestopt. Toen het in de 16e eeuw tot een breuk kwam met Rome was die van de kant van de reformatoren Gode verantwoord en wij hebben ons wel duizendmaal te bedenken voor wij die op het lichtst genezen. Ook de scheiding die Dordt bracht in 1618 en 1619 móest komen. Het Rapport zal haar willen stellen op rekening van niet-theologische factoren, maar in werkelijkheid ging het om de Waarheid, om het Evangelie. Over dit alles stapt dit Rapport roekeloos heen. Zo roekeloos dat wij pleidooien tegenkomen om leden van andere kerken, ongeacht welke — want namen worden niet genoemd — op te nemen in de beleidsorganen, terwijl leden van eigen kerk wordt geadviseerd hetzelfde te doen bij andere kerken.

Nog niet lang geleden werd gepubliceerd een Beginselverklaring van de Raad van kerken. Een critische analyse daarvan bracht aan het licht dat zij de neo-modernistische visie van prof. Fiolet, de secretaris van die Raad, vertegenwoordigt.

De Commissie voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw schijnt echter met deze Verklaring nogal ingenomen, blijkens haar wens dat diezelfde Raad nu ook nog een werkorde zal uitgeven (92). In de uitwerking daarvan ziet zij namelijk een 'voorspel' op de uiteindelijke eenwording van kerken (idem). Dus straks één kerk — en dan op deze basis? De theologie van Fiolet? Het neomodernisme? Het is alsof alles begint samen te spannen: de Raad van Kerken, prof. Berkhof die het Ambtsrapport schreef en de Commissie voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw, in het stuwen van de kerk in deze ene, zeer bepaalde richting. De aandrang is groot, de vraag is nu maar hoe groot de weerstand wezen zal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

‘Gemeentevormen en gemeenteopbouw’ III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's