Huisbezoek als zielzorg III
III
4. De oorsprong van het huisbezoek
Bij alle respect dat wij hebben voor Luther zullen wij toch telkens kunnen ontdekken, dat bij Calvijn de leer der Schriften voller doorgebroken is en tot rijker ontplooiing gekomen is. Luther zat in meerdere dingen nog teveel aan de Middeleeuwen vast, was meer behoudend. Zo is bij Luther het ouderlingenambt nooit tot ontwikkeling gekomen, ook niet de ambtelijke zielzorg door de ambtsdragers.
Door de reformatie is het huisbezoek in de plaats gekomen van de door hen verworpen biecht. De Roomse kerk leerde, dat men geen vergeving der zonden van God kan ontvangen, tenzij men deze belijdt aan Zijn dienaar, de priester. Deze treedt in de biecht op als rechter der zielen, hoort de schuldbelijdenis aan, legt kerkelijke straffen op als boetedoeningen en ontslaat de berouwvolle biechteling van zijn zonden in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.
Deze overtrokken priesterlijke macht hebben de hervormers verworpen. Toch hebben de gelovigen het nodig zich te kunnen uitspreken, opdat hun de vermaning en de troost der Schriften verkondigd kan worden in hun heel persoonlijke omstandigheden.
Luther wilde de biecht nog wel handhaven in mildere vorm, niet als plicht en noodzakelijke voorwaarde voor de vergeving der zonden maar als middel tot opvoeding van de gemeente 'terwille van het zwakke geweten en het jonge ruwe volk'. Men moest zijn geweten kunnen bevrijden van drukkende lasten, men moest de onervarenen kunnen vermanen en waarschuwen tegen de zonde.
Calvijn heeft de biecht als vaste instelling verworpen, maar naar de gegevens der Schrift de weg tot persoonlijke zielzorg om de zwakken te helpen, de dwalenden te onderwijzen, de verkeerden te vermanen terdege vastgehouden. Daartoe organiseerde hij het huisbezoek als bezoek door de ambtsdragers aan de gemeenteleden tot opbouw van het geestelijk leven. Zo kan men 'de ongeregelden vermanen, de kleinmoedigen vertroosten, de zwakken ondersteunen', overeenkomstig 1 Thessalonicenzen 5 : 14.
Calvijn heeft het huisbezoek nauw verbonden aan de viering van het Heilig Avondmaal en onze Hollandse kerken zijn hem daarin aanvankelijk gevolgd. Het Avondmaal nam in de oude Kerk en ook in de reformatorische kerken een grote plaats in, voor de gezondheid en de wasdom des geloofs van onschatbare waarde. Daarom bezochten de ouderlingen voor ieder Avondmaal de leden der gemeente om hen uit te nodigen tot de dis des Heeren en mogelijke hindernissen en geloofsmoeilijkheden door samenspreking en Woordverkondiging weg te nemen.
De opzet was goed, maar de praktijk heeft helaas bewezen, dat vele ambtsdragers er ook toen er een koffie-of bierpraatje van gemaakt hebben. Huisbezoek moet geen buurpraatje worden, maar navraag doen naar het welzijn der zielen en arbeiden aan de genezing, de geestelijke opbouw.
5. Taak der ouderlingen
Huisbezoek is allereerst de taak van de ouderlingen. Op het convent van Wezel, gehouden in 1568; gehouden in het buitenland omdat men in eigen land niet veilig vergaderen kon, hebben de toenmalige kerkelijke vertegenwoordigers nadrukkelijk uitgesproken, dat huis-en ziekenbezoek de taak van de ouderlingen was. De predikanten hadden het leer-ambt!
Dat wil ik graag even benadrukken. De dominees hebben het leerambt, zij zijn de lerende ouderlingen der gemeente! Daarvoor hebben zij gestudeerd, daarin ligt hun allereerste taak. De verkondiging des Woords en het onderwijs der jeugd door de catechisatie is hun hoofdtaak. Daaraan moeten zij de hoogste voorrang verlenen.
Toch is het nodig en zeer nuttig, dat ook de predikanten regelmatig huisbezoek doen. Zo leren zij de gemeenteleden beter kennen naar hun levensomstandigheden, maar boven alles naar hmi innerlijk. Van ouds heeft men geleerd, dat een goede preek bestaat uit twee zaken: explicatie, Schriftuitleg en applicatie, toepassing. De Schriftuitleg moet beoefend worden in de studeerkamer, de toepassing moet geleerd worden in de gemeente. De preek moet niet leerverkondiging zijn, maar is ook allereerst zielzorg. Mede door de leer!
Onze gemeenten zorgen doorgaans slecht voor de predikanten, onbedoeld en onopzettelijk. Niet in financieel opzicht, maar wel geestelijk. Als oudere predikant mag ik dat toch wel eens een keer zeggen. Vele dominees hebben het veel te druk, zodat menigmaal de studie en het huisbezoek helemaal in het gedrang komen. Huisbezoek kunnen zij in vele gemeenten beslist niet doen, de studie wordt door menig predikant ook veel te veel nagelaten, zeer tot schade van hemzelf en de gemeente. Door studie der Schriften wordt men zelf verrijkt, gebouwd en bezield. Zo alleen kan men naar de eis des Heeren uit de Schriften oude en nieuwe dingen voortbrengen, Mattheus 13 : 52. In dit opzicht zouden de ouderlingen zielzorg op hun predikanten moeten uitoefenen: Dominee, studeert u nog wel? '
Dat er ook dominees zijn, die veel te veel bijbaantjes er bij nemen, laat ik maar rusten; ook daar moest meer toezicht op zijn. Zeker is, dat vele van onze gemeenten veel te groot zijn voor éen predikant, en dat grotere gemeenten nog te weinig predikanten hebben. Daar lijdt hun ziel onder, daar lijdt hun geestelij ke gezondheid onder, daar lijdt hun vrouw, hun gezin onder, daar lijdt de gemeente onder. Alleen een bezield predikant kan bezield en bezielend preken. Daartoe moet hij vooral gedurig de Schriften onderzoeken.
Als Ursinus in zijn catechismus-uitleg het gebod van de heiliging van de rustdag behandelt, geeft hij onder anderen aan hoe men de dag des Heeren kan ontheiligen in het dagelijkse leven, in de gezinnen, in de politiek, ook hoe een dominee de dag des Heeren kan ontheiligen en noemt dan o.a. dit: 'Een dienaar des Woords ontheiligt de dag des Heeren als hij Gods Woord niet naarstig onderzoekt'. Moge dit woord van Ursinus alle dominees een onrustige weten geven en aanzetten tot rustige studie.
Wanneer wij dus als ouderlingen het welzijn der gemeente zoeken en aan zielzorg doen, hebben wij toe te zien dat de hoofdvorm van de zielzorg, de verkondiging des Woords haar volle kracht mag hebben. De prediking des Woords met de gebeden en de bediening der sacramenten is de grote en grootse gemeenschappelijke zielzorg, die niet licht te hoog kan worden aangeslagen.
6. Samen uit?
Moeten wij samen of alleen op huisbezoek? Als regel samen. Christus zond Zijn discipelen ook twee aan twee uit. Dat is zeer zinvol. Zo kan men elkander stimuleren en elkander steimen. Twee weten meer dan één; als het tijd is voor het afgesproken huisbezoek kan men wel eens moe, lusteloos, ja geestelijk dor zijn. Hoe licht wordt men dan niet nalatig.
Maar wel is het van uitermate groot belang, dat wij dan samen als broeders op pad gaan en dat wij ook in de gesprekken één lijn kunnen trekken. Niets is verkeerder, dan dat de ouderlingen, of de dominee en een ouderling op huisbezoek van mening verschillen. Ten minste als het over centrale punten gaat. Ook verschillen in bijzaken moet men als het enigszins kan laten rusten.
Bereidt u biddend voor. Bidt van te voren elk persoonlijk of nog beter samen met elkaar, dat God u wijsheid, geduld, takt en boven alles de juiste woorden wil geven. De Heere betoont ook op huisbezoek Zijn welbehagen aan hen, die nederig naar Hem vragen. Maar aan hen, die vertrouwen op eigen kracht en wijsheid — en wij kunnen zo zelfverzekerd eigenwijs zijn — die wil Hij geen hulp verlenen.
In grotere gemeenten, waar men onvoldoende ouderlingen heeft of kan krijgen, is het aanbevelenswaardig, dat de kerkeraad zich verbreedt door het aantrekken van bezoekbroeders, die met een ouderling meegaan. Twee ouderlingen samen is ongetwijfeld beter, maar hoe komt u dan binnen een verantwoorde tijd rond? Natuurlijk moeten ook deze medewerkers met zorg gekozen worden uit de trouw medelevende lidmaten. Zij verlichten zodoende de taak van de ouderlingen, bevorderen de voortgang van het huisbezoek en vormen in menig geval een kader, waaruit later nieuwe ouderlingen kunnen voortkomen.
Sommigen hebben bezwaar tegen het twee aan twee gaan, omdat de mensen minder vrij zouden zijn. Mijns inziens wegen de enkele gevallen waarin dat geldt, niet op tegen de vele gevallen, waar het geen bezwaar is. Ontdekt men het, dat er iets is, waar men mee zit en toch niet kon uitspreken, dan kan men daar later nog eens alleen heengaan of men kan dit met nadruk doorgeven aan de predikant, opdat die het gebrachte bezoek voortzette.
Kom eenvoudig als mens, zonder ambtswaan of inbeelding. Wees eenvoudig, hartelijk, zoek het goede voor elkander.
Taak voor ieder
Het gevaar is groot, dat wij de zielzorg zien als taak voor die kleine groep ambtsdragers. Dat is beslist tegen de bedoeling des Heeren in. Als de Heere vermaant, dat wij acht op elkander moeten nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken, dan wordt dit niet gezegd tegen de ouderlingen, maar tegen alle gemeenteleden en in de hierboven aangehaalde woorden uit 1 Thessalonicenzen spreekt Paulus ook tot allen: 'En wij bidden u broeders, vermaant de ongeregelden, vertroost de kleinmoedigen, ondersteunt de zwakken, zijt lankmoedig jegens allen, ziet dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde, maar jaagt ten allen tijde het goede na zo jegens elkander als jegens allen'.
Een bekendzielzorger schreef terecht: 'Zielzorg is de taak voor iedere Christen'.
Wij klagen zo over de afval in de kerk en van de kerk weg. Zou dat voor een groot deel ook niet onze schuld zijn? Is er niet een schromelijk tekort aan ambtelijke zielzorg? Is er niet een schreeuwend tekort aan persoonlijke zielzorg van de christenen onder elkander?
Het oordeel begint in Gods huis!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's