Huisbezoek als zielzorg IV
8. De inhoud van huisbezoek
Mij is een professor bekend, Daubanton (1853—1920), die eens tot de studenten, een nu overleden geslacht van predikanten, zei: 'Weet u, wat u later op huisbezoek moet doen? Twee dingen: u moet tegen de niet-kerkgangers gaan zeggen, dat zij naar de kerk moeten gaan en tegen de kerkgangers: Ja, maar het zit 'm niet in het kerkgaan'. Zelden zal eenvoudiger en korter het doel van huisbezoek geformuleerd zijn. De niet kerkgangers wijzen op hun eerste plicht: kerkgaan; de kerkgangers proberen verder te brengen, namelijk tot de vragen van persoonlijk geloof en leven.
Prof. dr. A. A. van Ruler drukte het eveneens zeer kernachtig uit toen hij schreef: 'Ziekenbezoek wil zeggen: het verzuimde Woord brengen; huisbezoek wil zeggen: navraag doen naar het gehoorde Woord'. Huisbezoek is navraag doen naar het Woord. Een landman zaait het graan, maar later gaat hij naar zijn akker om te zien of het graan wel opkomt en hoe het opkomt. Straks gaat hij nog eens enkele keren kijken, of het voorspoedig opgroeit en hoe het staat met onkruidgewas en ziekte-bedreiging. Zo is het huisbezoek dus ook in zekere zin. Het Woord der prediking wordt gezaaid, zondag aan zondag, nu gaan wij navraag doen naar het Woord, zien wat voor vruchten het draagt. Neemt u wat mede uit de kerk? Geeft het u wel eens 'huiswerk' in uw binnenste enz. Alleen, we gaan niet alleen kijken, wat er van het gezaaide terecht komt; door gesprek, onderrichting, vermaning, vertroosting en niet te vergeten door het met elkaar bidden zijn wij bezig aan de wasdom van het gezaaide. Paulus spreekt over 'planten en natmaken', 1 Corinthe 3, wij kunnen de werkzaamheden van de landman nog verder uitbreiden als voorbeelden voor het herderlijke werk: zaaien of planten, schoffelen, wieden, besproeien, opbinden enz. Dat is de taak van de zielzorger op de kansel en van de zielzorgers in het gezin tijdens het huisbezoek.
Professor Van Ruler heeft het ook nog wel eens anders uitgedrukt: in de prediking doet God ons Zijn huwelijksaanzoek; op huisbezoek gaan wij het antwoord halen. Beantwoordt de gemeente de vele liefdesverklaringen des Heeren? Heeft zij die huwelijksaanzoek reeds beantwoord in persoonlijk geloof, in openbare geloofsbelijdenis, in Avondmaalsgebruik, in een oprechte, christelijke levenswandel? God vroeg aan Adam, de gevallen mens: 'Adam, waar zijt gij? ' Dat gaan wij de gemeenteleden ook vragen en wij willen trachten hen te helpen, dat antwoord juister, eerlijker en bewuster te geven.
Dr. Bovet, een Zwitserse Christen-psychiater, die veel geschreven heeft over zielzorg zegt het zo: 'Zielzorg in de kerk is toespitsing van het Woord Gods" op de enkele mens'. De prediking is ook zielzorg van de eerste orde, maar daar is zij meer algemeen gericht, al komt het door de ervaring van de pastor en boven alles door de werking van de Heilige Geest soms zeer persoonlijk door, in het huisbezoek wordt het nadrukkelijk toegespitst op de vragen en de omstandigheden van de gemeenteleden persoonlijk.
Hans Asmussen, een duitse zielzorger schrijft: de prediking is als een visnet, geworpen in de zee — zie Mattheüs 13 : 47 — maar de mazen zijn voor velen te groot, zodat zij door de prediking niet gevangen worden, niet klem lopen, door het persoonlijke gesprek spitsen wij de prediking toe op hen persoonlijk en trachten de hoorder er toe te brengen nu te antwoorden op de roepstem des Heeren.
9. Navraag doen naar het Woord
In al deze typeringen zitten waardevolle gegevens, die duidelijk maken, wat huisbezoek doen eigenlijk is. Daarom kan het nuttig zijn aan te sluiten bij de preek van de laatste zondag en van daaruit 'navraag te doen naar het gehoorde Woord'. Dit is maar een advies. Vooruit is het niet te zeggen, hoe het gesprek zal lopen. Als wij maar vasthouden aan het doel: navraag doen naar het Woord, antwoord halen op Gods huwelijksaanzoeken!
In de kringen van het Leger des heils of van de Pinkstergemeenten wordt het de kerken wel eens verweten, dat zij de mensen veel te vrijblijvend onder Gods Woord laten zitten en laten huiswaarts gaan. Er wordt te weinig aangedrongen op een persoonlijke beslissing: doe het nu!' en te weinig aangedrongen om het ook duidelijk te doen. Daarom wil het Leger ons hebben op het 'zondaarsbankje', daarom wil men in Pinksterkringen het doen door het opsteken der handen: 'Ik kies voor Jezus'. Deze methoden zijn beslist niet nodig. Gods Woord gaat ons daarin niet voor, maar het aandringen op-een persoonlijke beslissing is wel nodig. Dit kan en moet gebeuren in de prediking, op de catechisatie, bij de belijdenis met name, maar ook op het huisbezoek.
Huisbezoek is persoonlijke zielzorg. Christus zegt: Weid Mijne lammeren; hoed Mijne schapen; weid Mijne schapen.' Weid de jongen en de ouden, de zwakken in het geloof en de meer bevestigden — die ook nog zo zwak zijn! — hoed ze tegen de gevaren, die hen bedreigen, weid ze in de grazige weide van Mijn volle Woord, wet en evangelie. Johannes 21 : 15 —18. Christus zegt: de vogelen des hemels pikken het zaad weg; de hitte der tegenwerking of vervolging verschroeit het opkomende zaad; de zorgvuldigheden dezer wereld en de verleiding van de rijkdom maken het Woord onvruchtbaar, Matth. 13. Tegenover al deze gevaren moeten wij waakzaam zijn en de gemeente van Christus' wege bewaken en waakzaam maken.
Wij moeten strijden en strijdbaar maken tegen de gevaren, die het komen tot geloof en bekering en het vorderen daarin tegengaan.
Huisbezoek als nazorg
In de kringen van Billy Graham en anderen legt men de nadruk op de nazorg. Graham heeft meermalen gezegd, dat niet de opwekkingsprediking maar de nazorg het belangrijkste en het moeilijkste is. Nu ons ouderwetse, maar als het goed is nog zeer vitale huisbezoek is onze nazorg, onze nazorg op de gehoorde prediking, nazorg op de afgelegde geloofsbelijdenis, op het gebruik van de beide sacramenten. Helpen de toepassing op de preek te maken.
Van hoe grote betekenis het herderlijke werk is kunnen wij onder anderen aflezen uit de woorden van Paulus in Efeze 4:11—16. Hij schrijft daar over de gaven, die Christus als de ten hemel gevarene, als de verhoogde Middelaar schenkt aan Zijn gemeente. Hij heeft gaven genomen om uit te delen. Wij zouden dan denken: dat zijn natuurlijk geestelijke gaven, gaven van geloof, bekering, opwassen in de genade en de kennis des Heeren; opwassen in geloof, hoop en liefde. Neen, de apostel denkt allereerst aan de ambtelijke gaven, die Christus schenkt, de gaven van de ambten. Dat zijn ook geestelijke gaven, gaven van de eerste orde. Dat zijn als het ware kanalen, waardoor de verhoogde Christus Zijn gaven uitdeelt. Want we lezen daar: En Dezelve heeft gegeven sommigen tot apostelen en sommigen tot profeten en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus.'
Het ambt is een gave van Christus tot opbouw der gemeente in haar geheel en tot toerusting van ieder gemeentelid. Want het gemeentelid moet niet alleen zalig worden, straks in de hemel, maar ook toegerust worden om haar gaven reeds nu ten nutte en tot zaligheid van de andere leden gewilliglijk en met vreugde aan te wenden'. Catechismus, antwoord 55.
Het ambt is een genadegave van Christus. Het ambt is een instrument in de handen van Christus. En ... ieder gemeentelid moet zielzorger zijn: 'tot volmaking der heiligen, tot opbouw des lichaams van Christus'.
Aalburg
L. Blok
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's