De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

8 minuten leestijd

P. Jongeling, Het vlammend schrift. Uitg. De Vuurbaak, Groningen. Prijs ƒ 16, 90 (voor 'Vrienden van De Vuurbaak' ƒ 13, 50).

De heer Jongeling is bekend als principieel en kundig kamerlid. In dit boek ontmoet u hem als principieel en kundig scribent. Wilt u zich verrijken, lees dan deze bundel hoofdzakelijk historische opstellen. Jongeling, gewezen onderwijzer, weet boeiend te vertellen over zeer uiteenlopende onderwerpen: over Erasmus en de Dordtse synode, over 1813 en Troelstra's revolutie-poging, maar ook over de geestelijke achtergronden van Hitler-Duitsland en die van het communisme, over Gandi en over allerlei toekomstverwachtingen. Het boek heeft geen wetenschappelijke pretenties. J. vertelt en leest u a.h.w. vóór uit zijn rijke boekenkast. Zelf zegt hij dat hij met ons enkele bladzijden uit de geschiedenis wil lezen met de bril van de H. Schrift op. Dan wordt de geschiedenis — naar het woord van Groen van Prinsterer — het 'vlammend schrift van de levende God'. Dan bespeuren wij 'Gods gangen door de eeuwen'. Ik vind dat aangrijpende geloofstaal. 't Is niets minder dan een profetische onderneming om Gods voetstappen in het wereldgebeuren op het spoor te komen. Gelukkig ziet Jongeling wel dat wij niet alles zullen verstaan. Hoe vaak is Gods weg door de zee! Hoe vaak ook zullen eigen menselijke inzichten en overtuigingen onze interpretaties van Gods handelen bepalen!

’Beproef de geesten'. Ook dat wil Jongeling. En dat is Christenplicht. Jongeling begint bij de geest van Erasmus. Hij vertelt zijn levensloop en laat zien hoe hij van een andere geest was dan Luther. Evenals dr. Aalders dat op zijn indringende wijze deed, toont Jongeling aan hoe actueel deze tweespalt is voor onze tijd. Hetzelfde geldt voor de worsteling met het remonstrantisme. De kritiek op 'Dordt' wijst Jongeling geheel af. Hier komt uit hoe gereformeerd men in de Vrijgemaakte Kerken wil blijven. Dat doet elke gereformeerde lezer goed. Met minder instemming bemerkt men hier en in het opstel over 1813 de Vrijgemaakte gezichtshoek. Als Jongeling de lijnen naar Dordt in enkele zinnen doortrekt noemt hij wel het verval, maar niet de Nadere Reformatie, wel de Afscheiding maar niet het Réveil, wel de Vrijmaking maar geen andere gereformeerde kerkformaties. De door hem zeer hoog geachte Groen van Prinsterer had méér oog voor de hele Gereformeerde Gezindte! En zou Jongeling zich wel helemaal realiseren dat Groen bewust niet met de Afscheiding mee ging?

Oranjegezind is Jongeling ook onbewimpeld. 'Leve de Koning!' roepen de Scheveningers, als de zoon van de laatste stadhouder na de val van Napoleon terugkeert. Hij aanvaardde de regering 'onder waarborging ener wijze constitutie'. Dit geeft de schrijver gelegenheid om te stellen dat het Oranjehuis zijn souvereiniteit niet aan de grondwet dankt dus ook niet opzij gezet kan worden door een grondwetswijziging! Prof. Gerritson benadrukte dat ook altijd (in navolging van Groen) — daarin scherp bestreden door prof. Geyl. In wetenschappelijke discussies zijn blijkbaar soms vóór-wetenschappelijke voorliefdes in het geding...

In de grondwet die er kwam mist Jongeling de erkenning van Gods oppergezag en van de roeping van overheid en natie om Hem te dienen. De Zuidafrikaanse grondwet belijdt Gods Almacht wèl! Deze theocratische visie is een aangename verrassing voor elke gereformeerde lezer. De gedachte van een neutrale overheid — door Kuyper in de hand gewerkt — wijst Jongeling dus af!

Later schreef Groen over de achteruitgang na 1813. Jongeling citeert dat met instemming. En terecht, voor zover het de ontkerstening betreft: had Groen in 1857 niet zijn ideaal van een Openbare school met de Bijbel in rook zien opgaan? (Overigens: deelt Jongeling dat ideaal? ) Maar mag men óok zeggen dat sinds 1848 het koningschap gesloopt is door de liberalen? Als Evangeliebelijder in het openbare leven was Groen onovertroffen, maar als politiek denker heeft hij zich niet geheel kunnen ontworstelen aan een (alles behalve Evangelische) conservatieve ideologie. Dat heeft Jongeling niet onderkend in Groen's geschriften en houding tegenover Thorbecke's wetgeving. Terwille van een zuiver Evangelie moet men hier scherp onderscheiden. Tegenwoordig is het mode om 'Evangelisch' en 'politiek-links' aan elkaar te koppelen. Dat is vals. Maar sommigen moeten zich hoeden om Evangelisch (theologisch 'rechts') te verwarren met politiek-rechts. Dat is óok gevaarlijk. Het Evangelie staat boven partijen en ideologieën. Het oordeelt 'links' én 'rechts'.

Dat het 'links' oordeelt ziet Jongeling scherp. Dat blijkt wel uit zijn boeiende (aan dr. Scheffer ontleende) verhaal van Troelstra's revolutiepoging in 1918. Men zou op 't eerste gezicht zeggen: waarom aan een mislukte poging, aan zo'n korte episode, een heel opstel gewijd? 't Gaat Jongeling toch om knooppunten in de geschiedenis? Maar ineens zie je het: hij wil er ons tegen wapenen dat ook het gematigd sociahsme een revolutionaire kiem in zich blijft dragen tot de dag van vandaag toe! En hier nemen wij de rode draad op van het hele boek: tegen de Revolutie het Evangelie. 'Vervalsing van het Evangelie is de wortel van alle revolutie', zegt Jongeling n.a.v. Hegel, die inderdaad zowel het marxisme als het nationaal-socialisme beïnvloedde! Rake opmerking!

Dat het Evangelie ook uiterst rechtse revoluties oordeelt ziet Jongeling scherp genoeg: de opkomst van Hitler-Duitsland wordt aan een diepgravend onderzoek onderworpen. Een ganse rij filosofen, die het verkeerde zaad gestrooid hebben, passeert de revue: Rousseau, Kant, Schopenhauer, Hegel, Nietsche en minder bekende, maar verrassend belichte figuren als De Gobineau en Chamberlain. Overigens ziet Jongeling niet dat ook juist die zoeven vermelde conservatieve ideologie in Duitsland een voorloper is van het nationaal-socialisme! Wel wordt de Lutherse staatsleer als factor genoemd. Die mag men overigens niet zo maar aan Luther zelf toeschrijven. Nu had de opkomst van Hitler ook niet-filosofische oorzaken: de Duitse nederlaag in 1918, de wereldcrisis van 1929 en verder terug de hele Bismarck-periode. Die niet-geestelijke factoren worden heel kort vermeld. Té kort, als het een wetenschappelijke studie gold. Uit het opstel over de Russische revolutie blijkt dat Jongeling bewust de geestelijke factoren centraal stelt en de maatschappelijke en politieke factoren secundair noemt. Zoals zijn grote leermeester Groen! Maar zijn visie op die geestelijke oorzaken is dan ook treffend en hier m.i. zelfs profetisch! De Russischeorthodoxe kerk heeft het Evangelie verduisterd en geen reformatie gekend. Zo werkte de kerk daar ook niet reformerend meer in op het staatkundig en maatschappelijk leven! Dat zijn zinnen van goud. Zo erkent men dat de toestanden inderdaad rijp waren voor revolutie en heeft men toch het recht om revolutie ronduit te veroordelen, omdat men gelooft dat het Woord Gods èn de kerk èn de maatschappij èn de staat wil reformeren. Deze visie was voor Jongeling zelf kennelijk ook een openbaring: zij komt in het boek twee keer voor en op beide plaatsen verwijst hij naar een vroeger boek van hemzelf. Het verhaal van de Russische revolutie komt nl. óok twee keer voor: eerst in het opstel Marx en Moskou en opnieuw in het stuk over Lenin. Terwille van de compositie had Jongeling deze twee opstellen beter in elkaar kunnen schuiven: Marx-Lenin-Moskou. Maar de inhoud ervan reken ik tot de beste bladzijden van het boek. Marx verwachtte de revolutie in hoog-kapitalistische landen, maar allerminst in Rusland! Jongeling: hij vergiste zich dus op een kardinaal punt — wegens zijn materialistisch uitgangspunt; hij ontkende het bestaan van zelfstandige geestelijke factoren! Men kan voorts het communisme-als-maatschappijvorm niet losmaken van het communisme-als-religie (met een eigen moraal!). Verderop: theorie en practijk van het Marxisme zijn met elkaar in flagrante strijd. En vooral: in het Westen is een stille omwenteling bezig (ook onder Christenen!) die de gevaren van het commimisme onderschat. Terecht wil Jongeling ons daartegen beter wapenen. En... bewapenen. Jongeling is voor een sterke Navo, Atoombewapening incluis. Wat had ik hier graag een fundering vanuit de Christelijke ethiek aangetroffen! Dat zou in dit boek zeker op zijn plaats geweest zijn. Maar Jongeling treedt met geen woord in de bekende discussie of Christenen wel mogen meedoen aan atoombewapening. Christelijke huiver over een schrikkelijke bewapeningwedloop bespeurde ik niet. Wij mogen wel achter de Navo staan — huiverend —, als wij dat maar Bijbels kunnen verantwoorden. Zo'n verantwoording miste ik hier.

Het artikel over Gandi (ook al zeer interessant) brengt ons in een heel andere (de derde) wereld. Gandi's levensloop wordt geschetst. Zijn verwijten aan de Christelijke zending worden met de feiten ontzenuwd. Zijn religie is ten diepste humanisme.

Zijn prediking van geweldloosheid is slechts in schijn Evangelisch. Trouwens, de grens met gewelddadigheid is gauw overschreden, zegt Jongeling. Dat mag bij volgelingen zo zijn, maar dat kan men bij Gandi zelf niet aantonen. Zo komt Jongeling toch weer op zijn thema: tegen de revolutie. Dat begrip 'revolutie' neemt hij wel zeer wijd! Gandi's afkeer van techniek, zijn oproep 'terug naar de dorpen, terug naar de ploeg!' heet ook revolutionair! Mij lijkt dat oer-conservatief! Zijn strijd tegen de Engelse overheersing is uiteraard wel revolutie te noemen, maar dan zal men toch ook het kolonialisme aan een kritisch onderzoek moeten onderwerpen. En dat doet Jongeling, die allerlei 'isma' zo scherpzinnig beoordeelt, met geen woord. Waarom niet?

Het boek eindigt met een alweer zeer boeiend hoofdstuk over... de toekomst. Het vooruitgangsgeloof (overigens niet vóór de 18e eeuw aanwezig) werd in onze tijd opgebroken door nachtmerries over totalitaire staten (Wells, Huxley, Boye en Orwell) en cultuurpessimisme (Spengler, Toynbee). Ook deze inderdaad vaak profetische geesten worden beproefd of zij uit God zijn. Wetenschap en techniek mogen door God gestelde grenzen niet overschrijden. Prachtig is de lofprijzing op de Schepper die onze planeet zoveel rijkdommen heeft meegegeven, dat zij volgens de schrijver zeker ia staat is een verdubbelde wereldbevolking in het jaar 2000 te voeden. Maar allerlei beangstigende verschijnselen duidt de schrijver op treffende wijze als tekenen van de eindtijd. Lees dit boek. Er is veel aan gelegen dat de Christenheid weer het vlammend schrift leert lezen van de levende God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's