De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Gemeentevormen en gemeenteopbouw' IV

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Gemeentevormen en gemeenteopbouw' IV

Een nieuw synodestuk

10 minuten leestijd

Elke lezer van het Rapport kan het opvallen dat daarin herhaaldelijk gesproken wordt over de cultuur. Men zou kunnen zeggen: alle veranderingen die worden voorgesteld zijn te herleiden tot de stelling dat de gewijzigde cultuursituatie ze vereist. Dit brengt ons tot het thema:

Kerkvorm en cultuur

Reeds in het begin van het Rapport, waar wordt toegegeven dat de gemeente naar haar oorsprong uniek in de wereld is en herkenbaar aan een eigen gestalte (wat wij van harte beamen), wordt onmiddellijk daarop vastgesteld dat die gestalte toch ook beïnvloed wordt door en samenhangt met de situatie van cultuur en maatschappij waarin de gemeente zich bevindt (8). Een nadere uitwerking van de uniciteit (het enig karakter) van de kerk en een concretisering van het eigene van haar gestalte ontbreekt. Het is een spoor dat in dit Rapport terstond wordt verlaten. Het andere spoor, dat van de beïnvloeding van en de samenhang met de situatie van cultuur en maatschappij wordt, als ware het het enige, doorgetrokken.

Het klinkt zeer stellig wanneer op de volgende bladzijde (9) wordt vastgesteld: Daarom vertoont de gemeente altijd en overal een met die maatschappij en cultuur corresponderende gestalte. Wat verderop worden wij vermaand de wederzijdse beïnvloeding van cultuur en gemeentevormen goed in het oog te houden (9).

Wat mij in deze visie bezwaart is dat de kerkvorm hier begrepen wordt vanuit de cultuursituatie. Niet vanuit het wezen van de kerk. Het heeft niets te betekenen als men belijdt dat de gemeente een geheel eigen schepping van God in deze wereld is als men dat niet doortrekt tot in de vraag hoe haar vormgeving behoort te zijn. De belijdenis van de uniciteit der kerk wórdt daardoor vaag en nietszeggend. Als inderdaad de kerk iets eigens is in deze wereld dan zal zij in haar gestalte daar zichtbaarheid aan moeten geven, in haar werk, de manier waarop zij werkt, in haar ambten en de manier waarop die functioneren, in haar hele leven. In het Rapport wordt wel het wezen van de kerk aan de Heere God toegeschreven, aan zijn Woord en Geest, maar de vormgeving van de kerk wordt gelegd in handen van mensen, die zich daarbij hebben te laten leiden door de cultuursituatie.

Het is een grove miskenning van het levenswerk van Calvijn en de gereformeerde vaderen wanneer beweerd wordt dat ook zij in hun vormgeving van de kerk bepaald zijn geweest door hun cultuursituatie, en dat zij dank zij het feit dat voor hen die situatie dezelfde was als voor de roomsen in de middeleeuwen, toen maar de roomse parochie hebben overgenomen.

In werkelijkheid ligt het heel anders. De herontdekking van het evangelie door de reformatoren heeft bij hen ook geleid tot een nieuwe visie op de kerk èn een nieuwe vormgeving van de kerk. Het is van een ongelofelijke betekenis dat de hiërarchie werd afgewezen. De roomse parochie was niet voluit kerk, slechts déél van de kerk, die door de hiërarchie werd uitgemaakt. De gemeente kreeg door de Reformatie zelfstandigheid. In elke gemeente werd de kerk volledig aanwezig geacht.

Met de plaatselijke gemeente is een beginsel gemoeid! vandaar dat wij haar niet kunnen prijsgeven (wat in het Rapport voorgesteld wordt). Van niet minder belang is het dat door de reformatoren in die gemeente ambten werden gesteld, gebonden aan die gemeente. Er was niet alleen maar het ambt der gelovigen, ook het bijzonder ambt. Het centraal stellen van het Woord Gods en haar prediking vereiste dat.

In de vormgeving van de kerk, met name door Calvijn en de gereformeerden is men niet zomaar te werk gegaan en zeker heeft men zich niet laten leiden door de heersende cultuur. Veelmeer of eigenlijk: uitsluitend door het Woord Gods. Dit te miskennen is in het Rapport een onvergefelijke fout. In onze Belijdenis heeft dit zijn neerslag gekregen. Men zie hoe in de Ned. Geloofsbelijdenis de eis gesteld wordt dat de kerk zal worden geregeerd in overeenstemming met de geestelijke orde 'die onze Heere ons in zijn Woord geleerd heeft' (art. 30). Hiermee is het Rapport-Kaptein in directe strijd. Naar de maatstaf van de Belijdenis zou het in onze kerk geen dageraad hebben mogen zien, had de Synode het dienen te verwerpen.

Ook dit stuk, zo moeten wij concluderen, verwerpt, zonder dat het gezegd wordt maar daarom niet minder, het normatieve gezag van de H. Schrift. In de bepaling van de gemeentevormen staat het N. Testament buiten spel. De rol die de belijdenis aan de H. Schrift toekent, wordt in het Rapport toegekend aan de cultuur. De cultuur inplaats van de Schrift!

Waar gegevens uit de Schrift nog wel ter sprake komen zijn ook zij opgenomen in het historisch cultuurproces. Zij vertellen hoe het toen was, niet hoe het nu wezen moet. Met andere woorden: zij zijn ontdaan van alle gezag.

Oude en nieuwe cultuur

Wat de schrijvers van het Rapport als het ware obsedeert is vooral het onderscheid dat er zou zijn tussen de oude en de nieuwe cultuursituatie. Scherp worden oud en nieuw tegenover elkaar gesteld. Wel geeft men toe dat beide elkaar nog overlappen, maar dat staat in het perspectief van het voorlopige, het nieuwe zal het stellig winnen.

Nu is het niet mijn bedoeling om op gelijk niveau dit schema aan te vallen; het interesseert mij namelijk slechts in de tweede plaats. Van primaire betekenis is de waarde die door het Rapport aan dit schema wordt toegekend met het oog op een vereiste reorganisatie of herstructurering van de kerk.

Die waarde is niet gering. Terwijl vroeger de kerkdienst de enige vorm kon zijn waardoor het gemeenteleven werd gevoed zou, volgens het Rapport, in de nieuwe situatie dat niet meer mogelijk zijn. Terwijl eeuwenlang de zondag de dag is geweest waarop de kerkdiensten plaatsvonden, zou volgens het Rapport in de huidige situatie die diensten (in de vorm van groepssamenkomsten) verzet moeten worden naar andere dagen, zodat in bepaalde gemeenten niet meer de zondagse kerkdienst wordt gehouden. Terwijl vroeger de jongeren naar de catechisatie moesten, zou volgens het Rapport in de huidige situatie dit eigenlijk niet meer nodig zijn, als wij maar bereid zijn ons leven lang op enigerlei wijze ons te laten vormen. Terwijl vroeger het pastoraat zich richtte op het persoonlijk heil van de mens, zou volgens het Rapport het nu er veel meer om gaan om wegen te vinden waarop wij — zoals het heet — in gehoorzaamheid aan de Heer in deze wereld kunnen wandelen. Ik zou in deze zin nog even kunnen doorgaan. In ieder geval is duidelijk, welk een uitermate zwaar gewicht toegekend wordt in dit Rapport aan de gewijzigde cultuursituatie. De nieuwe maatschappij zou het leven der kerk in zijn totaliteit moeten veranderen. Met nadruk op het woord: moeten. Er zit in dit Rapport iets dwingends. Telkens kom je het woord 'moeten' tegen. Het is alsof de Commissie voor Gemeentevormen en Gemeenteopbouw en inzonderheid haar secretaris de hele kerk willen zetten naar hun hand.

De bekering

Hoe ver dit fanatisme — want dat is het — zich uitstrekt blijkt nergens beter als op het punt van wat in dit Rapport telkens de bekering wordt genoemd. Opmerkelijk is dat het zo vaak genoemd wordt. Maar in welke zin? In de zin van een mentaliteitsverandering. Het oude moet men verlaten, het nieuwe moet men omhelzen, dat heet de bekering. En die wordt ons dwingend opgelegd. Het vasthouden aan oude vormen van kerkzijn is het toppunt van onbekeerlijkheid en verharding. Je kunt zeggen: het nog trouw naar de kerk gaan, zoals men altijd deed en daarin het heil vinden; het trouw zijn in de catechese, in het pastoraat en kortom in al die vormen van kerkelijk werk waar de kerk eeuwenlang bij heeft geleefd — dat is de onbekeerlijkheid. Men moet van mentaliteit veranderen, zich keren tot de wereld, de nieuwe vormen die daarop ingespeeld zijn aanvaarden — dat is de bekering. Dit is naar ons oordeel niet alleen een verminking van wat de Schrift bedoelt met 'bekering' maar tegelijk ook een uiting van een afschuwelijk fanatisme. Hierdoor wordt eigen ideologie (want dat is het en meer niet) religieus gekleurd, getrokken in de sfeer van de bijbelse terminologie om haar met des te meer klem de gemeente, de arme zielen, als een wet op te leggen.

Andere visie

Er is vanzelfsprekend geen mens die ontkent dat zich binnen een bepaalde cultuur veranderingen voordoen. Niemand zal ook willen ontkennen dat binnen onze eigen westerse cultuur er grote veranderingen hebben plaatsgevonden in wat men noemt de nieuwe of de moderne tijd. Een punt van discussie is ook niet dat de kerk met gewijzigde cultuursituaties heeft te rekenen. Dat wordt ook gedaan. Men kan wel zeggen: overal en door iedereen. Er is niemand — ook niet in de kerk — die nog geheel leeft en werkt als vroegere geslachten. Gaf het Rapport alleen aan hoe met nieuwe methoden het oude Woord kan worden gebracht aan de mensen van nu, dan was daar niets op tegen. Maar wat in dit Rapport gedaan wordt is heel iets anders, heel de kerk wordt omvergeworpen, een andere, nieuwe kerk, met een andere theologie, en een andere ethiek, met een ander doel wordt voorgesteld. Het hart van de kerk, de bediening van Woord en sacrament wordt uit het kerkelijk leven weggehaald. Er is geen zorg voor de zuiverheid daarvan. Van tucht is geheel geen sprake. Het zwaartepunt van het kerkelijk leven wordt gelegd in groepen, met een sterke gerichtheid op de problemen van de wereld. De betekenis van het heil der zielen wordt laag aangeslagen. De kerk wordt geseculariseerd.

Onze roeping is de kerk te verstaan vanuit hetgeen God zelf omtrent haar in zijn Woord heeft geopenbaard. Haar wezen, haar roeping, haar vormgeving is door de Schrift bepaald. De vertolking daarvan vindt men in een aantal artikelen in onze Belijdenis. Daar mag men niet buiten gaan, die mag men niet passeren of negeren. Op straffe van het Evangelie zelf te verliezen. Er is in elke cultuursituatie een continuïteit die de veranderingen binnen een bepaalde cultuur sterk relativeert, dat is deze: dat de mens ten allen tijde een zondaar is en dat dat zijn diepste en eigenlijke nood is, en dat hij de vergeving der zonden nodig heeft en moet komen tot een heilig leven. Het doet er niet toe of ik ingenieur, arts, boer, huisvrouw of wat dan ook ben wanneer het Evangelie wordt gepreekt. Het is onzin te zeggen dat niet verschillende mensen, levend, in verschillende cultuurvelden (zoals het heet) onder een en dezelfde preek kunnen zitten. Dan heeft men van een preek een andere opvatting dan de Schrift en de Belijdenis. Het is waarlijk niet zo, dat die ene man die op de preekstoel staat, het alleen maar voor het zeggen heeft, ook hij valt onder het Woord dat hij verkondigt. De ergernis van de moderne mens om naar die ene man te luisteren staat in het kwalijke daglicht van zijn hoogmoed waardoor hij het beter meent te weten dan onze Heere God zelf en zelf wil uitmaken wat waar en goed is. Wilde het Rapport alle predikanten oproepen zich toch bewust te zijn van wat zij in 's Heeren naam hebben te verkondigen en van de wijze waarop zij dat hebben te doen, in alle ootmoed, als getrouwe dienaren, wij zouden dat vermaan gaarne accepteten, dat is het punt niet, maar nu het ons bijkans dwingt om de wereld belangrijker te vinden dan de zielen en in naam van een gewijzigde cultuursituatie van de kansel naar de huiskamers, waar de groepjes zitten, stuurt en ons bovendien een theologie en ethiek wil opleggen die vloekt met het getuigenis van de H. Schrift, nu zeggen wij welbewust dat wij dat niet kunnen aanvaarden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

'Gemeentevormen en gemeenteopbouw' IV

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's