De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kind van het gebed

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kind van het gebed

7 minuten leestijd

'En zij zei: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond om de Here te bidden. Ik bad om dit kind, en de Here heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.' 1 Samuel 1 : 26—27

Elkana en Hanna zijn hier eerder geweest; zij maakten er een gewoonte van, om het herfstfeest in het heiHgdom te vieren en daar hun offers te brengen. Maar nu zijn ze met z'n drieën naar Silo gegaan; Elkana, Hanna en de kleine Samuel. Wat een vrolijke tocht; de moeder houdt haar kind aan de hand, misschien moet ze hem zo nu en dan nog dragen, want hij is nog heel jong. Peninna doet haar geen pijn meer, de Here heeft het voor haar opgenomen en zij verheugt zich in Zijn heil.

Zo treden zij het heiligdom binnen en zij zoeken Eli; die moet verder voor hun kind zorgen. Daar is hij al. Met een schuchter gebaar zal zij Samuel naar voren schuiven en hem aan Eli toevertrouwen. Eli staat daar wat vreemd van te kijken. Wie is die vrouw, wat wil ze van hem, en, vooral, wat moet hij met dat kind? Die vragen staan in zijn ogen te lezen.

Eli herkent Hanna niet, zijn ouderdom zal hem wel parten spelen en hij kan zo goed niet meer zien. Daarom stelt Hanna zich aan hem voor. Ze noemt haar naam niet, maar herinnert hem aan wat hier eens was voorgevallen. Haar is het onvergetelijk gebleven. Zij stond toen ook vlak bij hem: Ik ben die vrouw, die hier bij u stond. Och mijnheer, zo waarachtig als uw ziel leeft, is een beleefdheidsvorm: Met uw verlof, mijnheer, weet u het niet meer? U keek toen zo verwonderd naar mij, zo argwanend. U sprak die harde woorden: wat stelt ge u dronken aan. Maar ik was niet dronken; ik stond hier bij u, om de Here te bidden.

Zij weet nog heel nauwkeurig, waar ze neerknielde en hoe ze het uitsnikte. Ze had niet zo maar een gebed gedaan; ze had haar ziel uitgegoten voor het aangezicht des Heren. Ze kon het niet langer binnenhouden; al haar leed, heel haar nood had ze aan de Here voorgelegd. Het waren geen zorgvuldig overwogen woorden geweest. Haar ziel had ze uitgegoten, zo maar, aan enen door. Dat vergeet iemand niet gauw, hoe zou het kunnen?

Bent u het vergeten? Waar deed u het en Wanneer. In het huis des gebeds, tussen andere mensen in en toch zo eenzaam? In uw eigen huis, op een stille plek? Weet niemand daarvan? Soms moet u later vertellen: Ik ben die vrouw. Wat kan het moeilijk zijn om voor de dag te komen; valse schaamte weerhoudt ons. Die vrouw, die Christus aangeraakt had, trachtte zich ook schuil te houden, maar het ging niet. Het kan anders zijn. U kunt er een vraagteken bij zetten: Ben ik die vrouw? Dat is dan niet zo best. Het betekent, dat u uzelf niet meer herkent. Toen, lang geleden, worstelde u met de Here, en nu ligt alles zo stil en zo dood. Laat Hanna u opwekken; denk er eens aan, en kom er maar gerust voor uit.

Eli kijkt haar nog eens goed aan; vaag herinnert hij zich iets. Maar staat dat in enig verband met dit kind, dat zij kennelijk bij hem achter wil laten? Dat doet het inderdaad: ik bad om dit kind. Een vleug van het oude verdriet trekt door haar woorden heen: maar Hanna had geen kinderen. Dat was haar kruis geweest; meer nog: het was haar een teken van het misnoegen Gods. De Here zag niet naar haar om. Daardoor werd ze uitgedreven naar de troon der genade, ze had de Here aangeroepen, aangelopen. Ik bad om dit kind. De klemtoon valt op dit. Met moederlijke trots strijkt ze Samuel over z'n haar. Dit kind is het kind van dat gebed. Van haar verhoorde gebed. Zij dankt de Here uit de grond van haar hart. Het kind, dit kind, staat naast haar als een blijk van Gods verhorende genade: En de Here heeft mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.

Wat een reden tot dankbaarheid. Dit kind. Uw kind? Het is met Hanna een bijzonder geval. Haar kinderloosheid is de achtergrond van dit smeken en danken. Meerderen hebben met haar om een kind gebeden, en staan dus naast haar met hun kinderen. Laat het echter niet zo zijn, dat gezinsvorming en gezinsvermeerdering, buiten de Here om gaan. Dat is, naar ik vrees, al te vaak het geval. Ken Hem in al uw wegen. Dat bewaart de gehuwden voor schadelijke wegen en gewoonten. En betrekt uw kinderen vroeg in uw gebeden, nog voor ze geboren zijn. Dan zult u de vreugde om uw kind kennen voor het aangezicht des Heren. Omdat Hij verhoort. Het verdient aanbeveling om de Here veel te vragen ten goede van uw kinderen. Daar mag de naam des Heren toch bij genoemd worden: Geven met dankbaarheid kennis'.

De Here heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb, afgebeden bijna. Haar bede was haar eerst te wonderlijk, zij kon er eigenlijk niet bij; vandaar haar tranen. Voor de Here was het niet te wonderlijk geweest. De God van Israel had Zijn naam eer aangedaan. Hij heet immers van ouds, een hoorder van het gebed. Gij hoort het gebed, tot U zal alle vlees komen. Zó leerde Hanna Hem kennen en ze kan er niet over zwijgen. Dikwijls doen wij de Here te kort in het stuk der dankbaarheid. Hebben we eenmaal onze bede ontvangen, dan vinden we het weldra heel gewoon. Van de eerste verrassing bekomen, noemen we dat.

Hanna is er nog niet van bekomen, ze kan er niet over uit. Een kind is een grote rijkdom. Een God, die het gebed hoort, dat is nog grotere rijkdom. Ze komt hier terug, om Hem daarvoor te danken. Vroeg Jezus eens: waar zijn de negen, toen er maar éen terugkwam uit dankbaarheid, hier is die éne: Hanna. En ze steekt allen, die bidden leren in nood en uit armoede; die bestreden worden, omdat de bede nog steeds niet gegeven werd: De Here heeft mijn bede gegeven. Houdt moed en houdt aan.

Dit kind werd haar gegeven, en daarin is haar bede belichaamd. Gods verhorende genade nam, als het ware, in hem vlees en bloed aan. Het is met de ogen te zien, met de handen te tasten, vandaar de naam Samuel: De Here verhoort. Een wandelend bewijs. Daar loopt een man, die ernstig ziek was, ieder zag het donker in, hij was opgegeven, maar hij kwam er door. Ontmoeten wij zo iemand, dan zeggen wij wel eens: Je bent een wandelend wonder. Welnu, dat is Samuel! Hij herinnert er zijn moeder telkens aan, dat de Here hoort. Als ze hem roept: Samuel, belijdt ze de naam des Heren. Wordt u daar nooit aan herinnerd? Vergeet nooit een van Zijn weldadigheden! Is er nergens een Samuel te bekennen?

Dit kind, hèt teken van Gods verhorende genade in de Here Jezus. Hoe hebben de vromen van het oude verbond om Hem gebeden: Och, dat Gij de hemelen scheurdet. Zou de Here die bede dan nooit geven? Het Kind in de kribbe is een teken van het tegendeel. In Hem heeft God eens en voor immer verzekerd, dat Hij een horend God is. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Dit kind verwijst naar dat Kind. En bij dat Kind mogen wij het weten: de Here hoort. Pleit daar eens op, als uw bede wordt bestreden. Bidt in Zijn naam .Here, ik weet dat u hoort. Dat U om Jezus' wil verhoort. Want meer dan Samuel is hier. Hoe zal Hij ons, met Hem, niet alle dingen schenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kind van het gebed

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's