De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genezing op het gebed I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genezing op het gebed I

7 minuten leestijd

Het gaat niet goed met de patient. Hij vermagert zienderogen en de pijnen worden al heviger. De dokter komt nu elke dag en hij heeft de familie al voorzichtig voorbereid op het komend einde. Voor deze kwaal is geen kruid gewassen, de ziekte is ongeneselijk, de patiënt moet er aan sterven.

Wat doen wij nu, als we deze harde boodschap hebben gehoord? Enerzijds klemmen wij ons, bijna tegen beter weten in, vast aan allerlei gezegden, dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn of dat er, zolang er leven is, nog hoop is. Gretig luisteren we naar de verhalen van mensen, die door dokters waren opgegeven, maar die nog leven en zelfs gezond zijn. Anderzijds wordt dit een zaak van meer gebed. De Here kan uitkomst geven zelfs bij het naderen van de dood. Er wordt voor onze zieken veel en innig gebeden. Maar geloven wij werkelijk in de verhoring van ons gebed? De arts zegt immers dat het hopeloos is!

Daarom biden we vaak om beterschap maar zonder veel overtuiging en met nog minder verwachting.

Of wij bidden in het geheel niet meer om genezing, waarin we niet meer kunnen geloven, maar enkel om verlichting van het lijden en vooral, dat de zieke met God in het reine mag komen en verzoend met de Here in vrede kan heengaan.

Maar in beide gevallen kan blijken, dat we van de genezende kracht van God weinig verwachten en daarom van de verhoring van ons gebed ook niet. De dokter heeft toch zelf gezegd ...

Dan gaan we op zondag naar de kerk. Met de ganse christenheid belijden we ons geloof in God de Vader, de Almachtige. Dat is de God van Israël, die alleen wonderen doet (Ps. 72 : 18).

Dat is de God van wie het geloof van Jesaja 40 grote dingen zegt, als het ons oproept om de moedeloze ogen naar de hemel te heffen, schouwend de grote werken van de Schepper. Daarom zingen we na de geloofsbelijdenis mee in het lied van de kerk:

Looft Gods macht, die onbeperkt gadeloze wond'ren werkt.

We geloven in de almachtige en alomtegenwoordige kracht van God (zondag 10). We willen van de hemelse majesteit van God niet aards denken en veel vzin zijn almacht verwachten (zondag 46).

We leren aan de kinderen, dat almacht van de Here betekent, dat hij alles kan, echt alles.

God, de almachtige Vader.

Maar onze zieke dan, die opgegeven is? En in wiens genezing wij niet meer geloven?

We proberen ons nog te redden. Ja de Here kan alles, maar het is de vraag, of hij alles ook wil. En als hij het nu niet zou willen ...

Zo trachten we vrede te sluiten met onze vraag. Maar een kinderstem in onze buurt zingt blij en helder:

Opent uwe mond, eis van mij vrijmoedig, op mijn trouwverbond, al wat u ontbreekt schenk ik, zo gij 't smeekt, mild en overvloedig.

Wij kunnen er niet onderuit te erkennen, dat er tussen die almacht van de Here en zijn beloften èn ons klein denken van de verhoring van ons gebed een spanning ligt.

Een spanning of is het ongeloof of althans kleingeloof ?

Ongeloof en kleingeloof doen te kort aan Gods eer en trouw; ongeloof en kleingeloof zijn zonde.

Meteen komen ook andere woorden van de Schrift op ons af. We denken aan het slot van Marcus 16: En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: ... al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.

Probeer u nu niet te redden door te zeggen, dat in de nieuwe vertaling deze verzen tussen vierkante haken staan, omdat zij in de oudste, ons bekende handschriften van de bijbel, niet zouden voorkomen. Telkens weer wordt in Gods Woord gesproken over de macht van het geloof. Een geloof als een mosterdzaad verzet bergen. Alle dingen zijn mogelijk voor degene, die gelooft, heeft de Here Jezus zelf gezegd.

Er zijn geen grenzen aan Jezus macht voor elk, die wond'ren van hem verwacht.

Een vergeten belofte? Wij kunnen niet ontkennen, dat deze dingen in de kerk in het algemeen gesproken wel op de achtergrond waren geraakt.

In de vorige eeuw heeft een groot theoloog geschreven, dat de wonderen tot de tijd van de openbaring, dus van de bijbel, behoren en nu niet meer voorkomen. Een kwade uitspraak!

Want dan zouden veel beloften van Gods Woord nu niet meer gelden. Welke dan wel en welke niet? Alles wordt zo onzeker. Bovendien doet dit gezegde te kort aan de belofte dat Jezus Christus gisteren en heden dezelfde is en tot in eeuwigheid. Als de Here nu geen wonderen meer zou doen, zou hij in het heden dus minder met ons zijn dan hij zelf had beloofd. Dan zou aan Gods almacht, of aan de bereidheid om zijn almacht te tonen, voor het heden een halt zijn toegeroepen.

De Here is eeuwig en zijn beloften blijven van geslacht tot geslacht.

Het is trouw, al wat hij ooit beval het staat op recht en waarheid pal als op onwrikb're steunpilaren.

De hand des Heren is niet verkort. Maar ondanks dit alles: de zieke moet sterven, want de dokter heeft zelf gezegd ...

Het lijkt, dat in de rooms katholieke kerk dit wondergeloof meer is blijven leven. Jaarlijks trekken duizenden naar de bedevaartsplaatsen, waar men stellig genezing hoopt te vinden. En waarvan gezegd wordt, dat er mensen genezen zijn. We denken aan Lourdes. Aan Fatima.

Treinen vol zieken en invaliden rijden er heen. Voorzichtig dragen broeders van het rode kruis mensen, die alleen nog maar wrakken zijn, op brancards naar deze plaatsen.

Voor Rome schijnt het geloof in het wonder minder moeilijk te zijn dan voor ons.

Maar zijn dit wonderen van God? Doet de Here wonderen, als de eer daarvan regelrecht naar Maria gaat? Geeft hij zijn eer dan aan anderen?

We mogen niet vergeten, dat echter ook onder ons het geloof in wonderen wel leeft. Wie boeken leest met 'de wonderlijke leidingen des Heren met..., ' weet, dat hij daarin ook meermalen verhalen kan tegenkomen niet alleen van bekering en redding van de ziel, naaar ook van wonderbare genezingen en andere wonderen.

In de omgeving van mijn eerste gemeente leefde het verhaal van een vrouw, die vele jaren verlamd was geweest en totaal hulpeloos. Op een morgen vroeg zij om haar kleding te geven, want zij wilde opstaan. Meewarig keek men haar aan. Nu was de stakker nog in de war geraakt ook. Maar de patient hield vol, zij moest haar kleren hebben, want zij zou opstaan.

Toen men ten slotte toegaf en haar kleding bracht, stond zij op en kleedde zich aan. Zij kon na zoveel jaren weer lopen.

Van heinde en ver zijn mensen gekomen, vooral van degenen, die haar in haar hulpeloosheid hadden gekend, en zij erkenden, dat er een wonder was gebeurd. Maar het algemeen gevoelen was wel, dat dit hoge uitzonderingen waren. Dat dit alleen aan bijzonder begenadigden werd gegeven. En dat dus — let op dit dus — hierop in het algemeen zeker niet kon gerekend worden. Het wonder van gebedsverhoring was daarmee weer naar de rand van het leven geschoven. In feite kreeg zo de dokter toch het laatste woord.

Maar het laatste woord is aan hèt Woord:

God heeft het eerste woord. Hij heeft in den beginne het licht doen overwinnen. Hij spreekt nog altijd voort

God heeft het laatste woord. Wat Hij van oudsher zeide, wordt aan het eind der tijden in heel zijn rijk gehoord.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Genezing op het gebed I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's