De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen ander fundament II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen ander fundament II

7 minuten leestijd

De bezwaarschriften tegen Kuitert

De Sneker synode kon er niet omheen in te gaan op de bezwaren van hen, die van oordeel zijn, dat prof. Kuitert verder gaat dan de synodeuitspraak van Amsterdam en eigenlijk met de essentie van deze uitspraak in strijd komt. De historische feitelijkheid van de zondeval van Adam wordt immers door Kuitert weersproken.

De synode van Sneek heeft zich echter van een veroordeling van Kuitert onthouden. In het herderlijk schrijven lezen wij, dat men van oordeel was, dat de ingebrachte bezwaren een fragmentarisch karakter hadden en als zodanig bewijskracht misten, dat Kuitert bovendien niet alleen staat, dat men in de spanningen tussen eenheid en waarheid vooralsnog de weg kiest van het broederlijk gesprek.

De synodeuitspraken ten aanzien van Kuitert dragen een zeer tweeslachtig karakter. Enerzijds erkent men dat Kuitert c.s. in strijd zijn met hetgeen in 1967 besloten is, doordat Kuitert de historiciteit van de zondeval als afwending van de mens van zijn God aan de aanvang van de menselijke geschiedenis ontkent. Anderzijds ziet men een grote mate van eenheid, omdat er over de eigenlijke religieuze vraag, de schuldvraag, geen verschil van mening zou zijn. Het verschil gaat volgens H. N. Ridderbos over de vraag of Genesis 2 en 3 over de zondeval spreken als de beslissende wending in de aanvang van de menselijke geschiedenis, dan wel enkel over het zondegebeuren zoals zich dit thans voordoet. Toch menen we dat de opvatting van Kuitert te rooskleurig wordt voorgesteld. Kan men inderdaad de oorsprongsvraag ontkennen, zonder daarmee de schuldvraag aan te tasten? Leidt dit niet tot een andere opvatting inzake schuld en verlossing? In de bundel Anders gezegd spreekt Kuitert uitvoerig over schepping en verlossing. De eerste hoofdstukken van Genesis worden gezien als 'leermodel', dat dienst kan doen om Gods scheppingsmacht over een wereld te belijden die we als evolutie respectievelijk als geschiedenis hebben leren kennen. De belijdenis van God als Schepper slaat dan niet zozeer op het verleden als wel op de ontplooiing van onze huidige wereld. Zonde is dan het negatieve dat tegen deze ontplooiing ingaat. Ook de verlossing heeft zijn plaats in deze zich ontplooiende geschiedenis. De traditionele gereformeerde opvattingen worden ingebouwd in een evolutionistisch schema, dat past bij het huidig denkklimaat maar iets totaal anders is dan de belijdenis der kerk. Zonde wordt dan de verstoring van het ontwikkelingsproces en verlossing wordt voltooiing. En Kuitert heeft er geen doekjes om gewonden dat hij bereid is ten aanzien van allerlei ethische en sociale vragen de consequenties uit dit dogmatisch standpunt te trekken. Wij denken aan zijn herwaardering van de dood, aan zijn uitspraken over de abortus, over revolutie en geweld.

Geen wonder, dat de verontrusten in de Gereformeerde kerken bijzonder teleurgesteld zijn door de Sneker uitspraken, die min of meer aan Kuitert c.s. vrije doorvaart laten.

Schrift en vertolking

Uitvoerig wordt in dit herderlijk schrijven aandacht gegeven aan de vragen van de verkondiging en de vertolking van het Evangelie. Met dankbaarheid constateren we dat het herderlijk schrijven waarschuwt voor die verkorting van het Schriftgezag, waarbij de Schrift door de filter van het eigentijdse denken gaat. Wij mogen, zegt men terecht, de moderne mens niet de ergernis van het Evangelie besparen. Duidelijk wordt ook afgewezen die benadering van de Schrift, waarbij het zelfverstaan van de mens en de resultaten van de wetenschap medebepalend worden in het verstaan en vertolken van de bijbelse boodschap.

Daarom blijft het des te vreemder dat de synode toch niet krachtiger stelling neemt tegen de opvattingen van Kuitert, met name tegen diens visie op Koninkrijk Gods en geschiedenis. Wij menen dat de waarschuwingen tegen het horizontalisme toch niet krachtig genoeg zijn om een dam op te werpen tegen een prediking die het heil binnenwerelds verstaat. In hoeverre hier het oude Kuyperiaanse cultuuroptimisme de synode parten speelt is een vraag die hier niet nader beantwoord kan worden. Het zou boeiend zijn na te gaan of en — zo ja —, hoe de verbanden zijn tussen Kuyper en Kuitert!

De binding aan de belijdenis

Het behoeft geen betoog dat de spanningen in de Gereformeerde kerken ook het vraagstuk van de belijdenis raken. Ook hier gaat het herderlijk schrijven een middenweg. Men wil de binding aan de belijdenis niet opgeven. De eenheid wordt, volgens de synode, een reddeloze zaak, als men niet wil zien, dat loslating van de binding aan de kerkelijke belijdenis vervaging betekent van de gebondenheid aan de Schriften.

Voor deze en dergelijke passages in dit herderlijk schrijven zijn wij dankbaar. Toch blijft er een gevoel van onbehagen. De gedachte aan een voorzichtig compromis laat zich niet onderdrukken. De verontrusten worden meer dan eens in dit herderlijk schrijven tot matiging gemaand. Hun wordt verweten dat zij stelselmatig verontrusting kweken. Het is te begrijpen dat dit toch de indruk wekt, als of aan Kuitert c.s. de vrije hand gelaten wordt.

Zeker, wij mogen niet blind zijn voor de impasse waarin de Gereformeerde kerken zich bevinden. Juist als hervormden past ons bescheidenheid. Het is te verstaan dat men zo lang mogelijk de weg van het gesprek wil openhouden.

Maar wij hebben in onze Hervormde kerk leergeld gegeven met 'het gesprek'. De honden blaffen, maar de karavaan trekt voort. Wij vrezen dat een brede stroming in de Gereformeerde kerken vaart in het kielzog van een midden-orthodoxie, die op de duur geen verweer heeft tegen vrijzinnige tendenzen.

Bij alle dankbaarheid voor verschillende passages in dit herderlijk schrijven missen wij pijnlijk de profetische waarschuwing tegen de nieuwe theologie, die ook binnen de Gereformeerde kerken zijn aanhangers telt, en een radicaal antwoord aan Kuitert c.s. Blijft deze radicale positiekeuze uit, dan is het onvermijdelijk dat de Gereformeerde kerken de weg opgaan van een modaliteitenkerk. Dat zou juist in onze tijd geen denkbeeldige zaak zijn. Immers wij leven in een tijd, waarin de papieren van de belijdenis laag genoteerd staan en waarin allerlei pleidooien voor het pluralisme, ook binnen de kerk te horen zijn.

Maar wij menen dat een dergelijke modaliteitenkerk, waarbij het geestelijk bindend gezag van de reformatorische belijdenis wordt losgelaten met behulp van het toverwoord 'interpretatie' een groot gevaar betekent voor het reformatorisch karakter van de kerk. Temeer, omdat men inzake de oecumenische contacten niet blijft staan bij de reformatorische kerken, maar via de Raad van Kerken ook Rome erbij betrekt. Een dergelijke modaliteitenvisie, waarbij ieder zijn eigen interpretatie mag hebben ten aanzien van Schrift en belijdenis, is nooit te verenigen met de belijdenis van 1 Cor. 3, de titel van het herderlijk schrijven: Geen ander fundament.

De titel van dit geschrift bergt een appèl in zich. Die titel zegt meer, dan in dit herderlijk schrijven zelf naar voren komt. Het is het appèl om niet toe te geven aan de zuigkracht van een nieuw modernisme, waarbij de Schriftinhoud ten diepste wordt opgeofferd aan het eigentijdse denken. Moge dit appèl en in de Gereformeerde Kerken en in de Hervormde Kerk gehoor vinden. Opdat wij bouwen op dat fundament dat God zelf gelegd heeft. Zo alleen zullen we als reformatorische kerken een zoutend zout zijn in onze geseculariseerde wereld.

Wij hebben als hervormden en gereformeerden elkaar niets te verwijten. Wij mogen wel elkaar aanspreken op wat wij vanuit het verleden ontvangen hebben in de erfenis der Reformatie. En wij mogen elkaar van daaruit oproepen: Bewaar het pand u toevertrouwd. Want ook voor het kerkelijk leven geldt: Zalig zijn degenen die het Woord Gods horen en bewaren.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Geen ander fundament II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's