Ambtsgebed in de gemeenteraad
In de gemeenteraad vsin Huizen is de vraag aan de orde geweest of het ambtsgebed gehandhaafd diende te blijven. Er was een voorstel van D'66 om het ambtsgebed af te schaffen.
Ds. J. van der Linden, Gereformeerd predikant te Huizen, stelde in een artikel in het Kerkblad van de Geref. Kerk te Huizen dat de werkelijke samenstemming, die voor een gebed vereist is, ontbreekt. Hij was bang voor 'misbruik van 't gebed als demonstratie' en huiverde voor 'gewetensdwang over anderen'.
In een artikel in de Huizer Courant reageerde ds. L. G. Zwanenburg, Herv. predikant, daarop met een pleidooi voor handhaving van het ambtsgebed. Ook ds. J. L. W. Koppenhol, Hervormd predikant van Huizen, schreef over deze zaak in de Huizer Courant n.a.v. Rom. 13 : 4 en Spr. 8 : 15. Bovendien schreef de centrale kerkeraad van de Herv. Gemeente een brief aan de gemeenteraad, waarin op de handhaving van het ambtsgebed werd aangedrongen. Inmiddels heeft de gemeenteraad met 11 tegen 9 stenunen besloten het ambtsgebed te handhaven.
Aangezien deze kwestie in meerdere gemeenten speelt laten we hieronder het artikel van ds. Koppenhol volgen, alsook de brief van de centrale kerkeraard.
Allereerst het stuk van ds. Koppenhol.
Het gaat in dit bijbelwoord om de overheid als dienaresse van God. Wat houdt dat nu eigenlijk in? Daar is in het verleden nog al over gestreden. Is de overheid dienares van God in die zin, dat God in zijn 'algemene' genade aan deze zondige wereld nog structuren en machten gelaten heeft, waardoor een enigszins leefbaar bestaan wordt gewaarborgd? Dat houdt dan volgens deze opvatting in, dat eigenlijk bij ieder mens nog wel enig besef van goed en kwaad te vinden is, dat hij zo kan formuleren en richten dat een maatschappelijk bestel onder leiding van de overheid mogelijk is. En natuurlijk is het dan van het grootste belang, dat vanuit het Evangelie getuigd wordt in de politiek, het staatsbestel, want duivelse machten proberen zich telkens weer breed te maken in alle ordeningen van deze schepping. Maar door goed democratisch overleg moet het mogelijk zijn, uiteraard met veel compromissen, evangelische noties in deze samenleving aan de orde te stellen. Wel beslist de stembusuitslag in welke mate dat doorgang kan vinden. Daarnaast is de opvatting dat het Koningschap van Christus over alle levensterreinen met name in de overheid gestalte krijgt. De Heere heeft Zijn Knecht, Jezus Christus, tot Koning aangesteld in dit bestel over alle machten. Hij is het Hoofd, aan hem zijn alle dingen onderworpen. Hij regeert, oefent gerechtigheid uit ook in deze wereld, die nog in het boze ligt. Nochtans Hij regeert met Zijn Woord en Geest.
Hij regeert en door Hem regeren de koningen. Van het Messiaanse Rijk is staat en overheid voorafschaduwing. De overheid is gehouden om Gods souvereiniteit in de regering tot uitdrukking te brengen, Gods Koninkrijk te beschermen en te bevorderen.
Aanhangers van de eerste mening stellen dat het onmogelijk is dat de overheid het Evangelie en Koningschap van Jezus Christus zou voorstaan. Dat is de taak van de overheid niet en de overheid zou zich daarmee op het terrein van de Kerk wagen. Vermenging van kerk en staat is een bedreiging voor de vrije kerk met haar eigen getuigenis. De staat kan de kerk tot een instrument maken waardoor zij macht uitoefent. De kerk heeft geen juk te dragen. Slechts onder de regering van Christus, zonder enige inmenging van andere machten, kan de Kerk vrijuit haar roeping volbrengen. En omgekeerd moet de staat vrij tegenover de Kerk staan om alle gewetensdwang van niet-gelovigen te vermijden. Vrijheid van godsdienst en meningsuiting is niet gewaarborgd. Eén bevolkingsgroep mag niet bevoordeeld worden. Er is éénzelfde recht van leven en belijden voor allen.
Aanhangers van de tweede mening, de theocratie, stellen dat een neutrale staat een onmogelijkheid is. Het is een christen niet geraden om door allerlei compromissen nog wat christelijke macht uit te oefenen. Het gaat om het totale Woord en gebod van Christus, de Koning der koningen. Dat moet in alle delen serieus genomen worden. En verder verwachten de theocraten niets van het gezond verstand, door algemene genade verlicht tot enige constructieve bijdragen. Het gaat om een onvoorwaardelijk buigen onder het Koningschap van Christus. En wie zegt, dat in een gesaeculariseerde wereld dit tot de utopieën, de onmogelijldieden behoort, wordt gevraagd of voor God iets te wonderlijk zou zijn, of Hij Zijn eigen Woord niet in vervulling laat gaan.
Als we in onze tijd éen ding nodig hebben, dan is het de heerschappij van het Woord Gods in het belijden en getuigen. We raken met alle aangepaste waarheden dusdanig in de knoop, dat dé waarheid nauwelijks meer herkenbaar is. Ik dacht dat dat voor veel 'evangelisch geïnspireerde politiek' geldt. Wanneer je het immense verval ziet van christelijke organisaties op politiek en maatschappelijk terrein vraag je je weleens af of de programs misschien te zeer werden beïnvloed door het 'heialbare', machtsbeleving en ambitie.
Heel de Schrift ademt de eer van God. Hij is de Allerhoogste, Hij is het, die in Christus de werken van satan heeft verbroken. En alle macht en ordening moet worden opgeroepen om zich onder Hem te stellen en Zijn geboden te eren. Daartoe heeft er ook een kruis op Golgotha gestaan en is Hij verhoogd, en heeft Hij een naam ontvangen boven alle naam. En het werk van Christus, de verzoening door Zijn bloed, is voor hen, die geloven, alsook voor de gehele schepping van doorslaggevende betekenis. Het werk van Christus, Zijn Koninkrijk, is niet voor een groep, die door eenzelfde levensbeschouwing aan elkaar verbonden zijn. 'De waarheid van Christus' offer in het Woord geopenbaard, is in éen woord de kiem van een nieuw leven, een nieuwe geloofsleer, een nieuwe levens-en wereldbeschouwing, wat zeg ik: een nieuwe maatschappij, en kunst en wetenschap, niet het minst een nieuwe staat. Zij spot met onze kansberekeningen en partijschappen'. (Hoedemaker)
Natuurlijk is tegen te werpen dat zulke woorden de praktische politiek niet kunnen ondersteunen. De vraag is of dat juist is. Want wie de theocratie belijdt is geen perfectionist. Hij weet dat slechts flarden en symbolen (van Ruler) van die theocratie in dit bestel doorkomen. Doch slechts de volle gehoorzaamheid aan het Woord Gods geeft moed voor een overheid, ook op het terrein van verdraagzaamheid en vrijheid van geweten. In een neutrale staat waren slechts verslavende machten rond. Geen enkele vrijheid is daarin gewaarborgd.
Een goed woord voor de wereld is het onverkorte Woord Gods, dat in Jezus Christus tot vervulling is gekomen, het Woord van het Koninkrijk en zijn gerechtigheid. En de gemeente, die met dit 'onaangepaste wapen' het waagt heeft de deur naar de wereld wijd open tot behoud van zondaren, tot eer van Gods naam.
Waar de naam van Jezus Christus wordt beleden of aangeroepen, zal altijd geroezemoes van tegenkanting zijn. Daar behoeven we, ook in een raadszaal niet zó geweldig van te schrikken, dat het gebed tot een private aangelegenheid binnen de kring van gelijkgezinden Wordt. Als de ambtsdrager nog kan bidden, zouden wij, die Christus' naam belijden, uit 'overgeestelijke' motieven hem dat onmogelijk maken. We zouden het openlijk aanroepen van de naam van God in iedere publieke vergadering moeten wensen. Zijn eer weegt zwaarder dan alle menselijke ergernis, ook voor de overheid, die God wil dienen en erkennen.
Ik eindig met twee citaten: 'De invloed, die de christenen op de wetgeving en dientengevolge op de handelingen der overheid uitoefenen, zie daar de enige gezonde verbinding tussen Kerk en Staat' (de Savomin Lohman).
Ik heb een ander beginsel. En met dat bdfeinsel sta ik desnoods aUeen voor christelijke en onchristelijke Overheden om te eisen dat de overheid zich onderwerpe aan het Hoogste Gezag, zich stelle in dienst van haar Heer.
Niet wij misschien, maar de vertegenwoordigers van de beginselen, die gij en ik (Lohman in 1887, nog onder invloed van Kuyper en Hoedemaker; J. L. W. K.) belijden, spreken elkander hierover, als wij ten ruste zijn, over twintig, vijftig, honderd jaar, indien het strijden zolang moet duren, met of zonder herinnering van uw zeggen, nader.' (Hoedemaker.)
Het laatste gebeurt nu.
Dan volgt nu de brief van de C.K. van de Herv. Gemeente.
Edelachtbare heren, Op uw vergadering, donderdag 23-9-'71, zal, zoals wij vernomen hebben, het ingediende voorstel van de fractie van D '66, betreffende de afschaffing van het ambtsgebed in uw vergaderingen, besproken worden.
Als centrale kerkeraad van de Herv. Gemeente alhier willen wij u met klem adviseren om dit ambtsgebed niet af te schaffen.. Bij de overwegingen aangaande het ingediende voorstel dient nadrukkelijk nagegaan te worden hoe God de overheid heeft aangesteld en welke taak de overheid door Hem gekregen heeft in deze wereld. Het gaat in deze wereld om de Godsregering en de overheid heeft dit duidelijk te maken als dienares van God. Dit betreft het gehele beleid van de regering, ook van de plaatselijke raden der gemeenten. In dit beleid mag dan ook het openlijk ambtsgebed niet ontbreken op uw vergaderingen, vooral daar u in ambtelijke vergadering bijeen bent.
Voorts willen wij u erop wijzen, dat een ieder, wie deze ook is, zonder de Heere God niets kan doen. Van Hem is het leven, de wijsheid en de kracht. Wij hebben God ook dagelijks in alles nodig en Hem daarvoor ook in de gebeden aan te roepen. De apostel Paulus zegt: 'Bidt zonder ophouden'. De Heidelbergse Catechismus leert ons, dat God als voornaamste stuk der dankbaarheid van ons het gebed vordert en dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijk zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.
Alle macht op aarde is van God gegeven, en wij zullen dan ook als overheid daarvoor de Heere God in de gebeden hebben te danken en aan te roepen om Zijn hulp en Zegen, daar de overheid Gods dienares is.
Met hartelijke groeten en Gode bevolen. Namens het moderamen van de Centrale Kerkeraad van de Herv. Gemeente te Huizen:
praeses: ds. P. Alblas
Scriba: D. v. d. Neut
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's