De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genezing op het gebed II

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genezing op het gebed II

10 minuten leestijd

Het laatste woord is niet aan de dokter of aan wie van ons dan ook, maar aan Het Woord, aan God.

Het schijnt, dat dit in de kringen van de gebedsgenezing heel duidelijk is gehoord. Waar wij schuldig versagen, komen zij vrijmoedig naar voren. Waar ons gebed verflauwt, roepen zij ons nadrukkelijk op tot volharding in gebed. Een gebed, dat de belofte in zich draagt van volkomen verhoring. Een verhoring niet aan het eind der tijden maar hier en nu. In een samenkomst leest een van hun bezielde leiders uit psalm 103: 'Looft de Here, mijn ziel en al wat binnen in mij is, zijn heilige naam. Indringend vraagt hij, of men het daarmee eens is'.

Dan gaat hij verder en leest van Hem, die alle ongerechtigheden vergeeft en hij herhaalt zijn vraag, of men dit aanvaardt en weer antwoordt de zaal met een hartgrondig 'ja'.

Nu leest hij: Die al uw krankheden geneest.

Opnieuw komt de vraag, of men dit gelooft?

Sommigen bevestigen dit van harte, maar anderen aarzelen, zwijgen afwachtend. Dan verwijt hij hen streng, dat zij maar een deel van Gods Woord geloven en dat zij eigenmachtig het een aanvaarden en het ander verwerpen. Dit is ongeloof aan Gods beloften en hij somt vele plaatsen uit de bijbel op die van genezing, van redding van het graf spreken.

Wie het woord ongeneselijk gebruikt, is ongehoorzaam aan Gods rijke beloften. Wie een zieke leert als laatste wijsheid met zijn ziekte te leren leven, leeft niet met de levende God, die al uw krankheden liefderijk geneest.

Het is een feit, dat velen hiervan onder de indruk komen en dit aanvaarden. Soms omdat zij ziek zijn en zij van deze zijde nog redding verwachten. Soms ook, omdat men ernstig meent, dat dit het volle evangelie is, dat elders te kort wordt gedaan.

Het kan zijn, dat men deze waarheid en werkelijkheid van gebedsgenezing tracht ingang te doen vinden in de kerk en ook van de kerk uit dit in de gemeente brengt. Het zijn vooral Engelsen geweest, die dit hebben gedaan en in bepaalde diensten door ambtsdragers de handen aan zieken deden opleggen. Tegelijk legden zij er sterk de nadruk op, dat het hierbij niet alleen gaat om genezing van het lichaam maar ook van de gehele mens, lichaam en ziel.

Van Duitse zijde dragen deze bewegingen meestal een ander karakter. Het zijn opwekkingsbewegingen, die niet dadelijk aan de kerk voorbij zullen gaan, maar die toch veel vrijer tegenover de kerk staan en in de practijk zich van de kerk afwenden of zelfs zich tegen de kerk keren, die voor hun besef deze boodschap van de bijbel niet gelooft of althans niet uitdraagt.

Jezus heelt alle wonden, maar in de kerk klinkt dit niet of nauwelijks door, vinden zij.

Waar gaat het om?

Het is niet zo gemakkelijk dit te zeggen, omdat ook onder de voorstanders van 'Gebedsgenezing' nog al verschillen voorkomen. Maar in het algemeen kunnen we het wel zo stellen: Waar komt de ziekte vandaan?

Hun antwoord is zonder meer, dat ziekte en dood van de duivel komen. Die brengt de zonde, de ziekte en de dood in de wereld. Het gaat er dus om, dat we de zieken uit dit geweld van de duivel verlossen. Er kan dus geen sprake van zijn, dat we hen zouden aanraden om nu maar te berusten of met hun kwalen te leren leven. Men kan toch nooit in de heerschappij van de Boze berusten! Rust mijn ziel, uw God is koning.

Daarom moeten de zieken uit de ziekteheerschappij van de duivel verlost worden. Zij mogen niet met hun ziekte gaan leren leven, want dan leren zij leven met de Boze. Ook hier geldt in volle ernst: Verlos ons van de Boze.

Het tweede is de vraag, hoe wij nu van die duivelskwalen verlost worden?

Het antwoord is zonder meer: door de kracht van de Heiland op het gebed. Maar dan een gebed, dat niet zichzelf opheft door aan het eind vol berusting te fluisteren, dat Gods wil geschiede, want God wil de ziekte niet. Het gaat om een gebed, dat de Here houdt aan zijn beloften en dat inderdaad in geloof van hem eist, dat hij het zal doen. 'Wij hebben nu lang genoeg de macht van de duivel gezien, toon ons nu uw macht, o God, bidt men met een zieke. Een gebed, waarop de zieke antwoordt met te juichen: Jezus is overwinnaar. De zieke is genezen.

Door God, die alle krankheden geneest en ons verlost van het verderf. Onvoorwaardelijk kan men dus — in deze gedachtengang — zeggen dat wie biddend gelooft ook zeker geneest.

Meestal dan ook niet geleidelijk, ineens. maar

Een van hun leiders moet onder ede verklaard hebben, dat zieken zouden genezen op het tijdstip en op de plaats, die hij van te voren had aangegeven.

Dit alles houdt in, dat als we niet genezen, dit niet is, omdat de Here iets anders met ons voor heeft, maar omdat we niet geloven, of niet genoeg geloven. Wie niet geneest, heeft dit niet aan de Here toe te schrijven, laat staan te wijten, maar het is het jammerlijk gevolg van zijn eigen ongeloof. Ik kan hen dan ook op geen enkele wijze troosten door te zeggen dat God het anders heeft beschikt dan ^wij wjel wilden, maar ik moet hen ernstig vermanen, dat zij ver van het rijk van God zijn, want zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Al zouden zij menen, dat zij geloven met een waarachtig geloof, mijn harde taak is om hen te zeggen dat dit geen waar geloof is.

Meestal gaat dit ook gepaard met een afwijzen van hulp van een arts. Graag beroept men zich dan op koning Asa, die meer op de medicijnmeesters vertrouwde dan op de Here (2 Kron. 16).

Daarom kan het gebeuren, dat iemand, die geopereerd moet worden gewaarschuwd wordt om dit niet te laten doen; u moet op de Here alleen vertrouwen en veel bidden en wij zullen het ook doen en dan wordt u beter. Maar als u op de dokters vertrouwt, wordt u beschaamd en in elk geval handelt u tegen Gods wil in. Dan zou de genezing niet een gekre­ gen geschenk van God zijn maar een geroofd geluk.

Uit ervaring weet ik, dat juist zieken, die ernst willen maken met de wil van God hierdoor voor hun operatie zeer werden benauwd en ook niet meer durfden bidden, want wat zij van plan waren te laten doen was verkeerd en we kunnen de Here toch niet vragen om te zegenen wat tegen zijn wil is! Dringend klinkt de roep: Geloof alleen. Bidt en u zal gegeven worden.

U moet wel luisteren

Wanneer dit gezegd wordt, kunnen wij ons er niet van af maken zonder meer. Ik ben het met deze redeneringen niet eens. Integendeel.

Maar zij hebben ons wel iets te zeggen. Het is namelijk waar, dat we het oordeel van de dokter of onze eigen ervaring in soortgelijke gevallen te zwaar laten wegen.

Enerzijds zeggen wij, dat we vol vertrouwen zijn, want we hebben een goede dokter. Als dit alles is, wat we weten, komen we verdacht dicht in de buurt van koning Asa. We gaan op 'vlees' ons vertrouwen zetten. Zo doen we tekort aan de eer van de Here, de Heelmeester.

Anderzijds geloof ik, dat we moeten blijven beseffen, dat de Here wonderen kan doen. Daarom mogen wij in ootmoed blijven pleiten op zijn beloften. Laten we niet te klein denken van de macht van onze God. Niet te gering denken van zijn wonderlijke goedheid, die hemelhoog is en mensen behoudt (Ps. 36).

Dit houdt mede in, dat het gebed voor de zieken inniger wordt en worden mag. Het eigen gebed en de gebeden van de huisgenoten. Maar ook het gebed van de gemeente.

Op grond van de Schrift mogen wij grote waarde hechten aan de voorbede van de gemeente. Een voorbede, die — om te meer bewust te kunnen bidden — zich niet alleen zal richten op de zieken, maar op een met name te noemen of aan te duiden zieke.

Een voorbede ook, die niet verstilt, als de predikant het gebed heeft besloten, maar die overgenomen wordt, dagelijks, door de gemeente thuis.

Soms vertellen mensen mij, dat zij zich in de nood gedragen wisten door het gebed van de gemeente. Critiek, die hier op de kerk werd gericht is niet geheel juist, want de voorbede van de kerk is er altijd geweest. Maar kan inniger, vuriger en met meer verwachting. God is de Hoorder van het gebed en tot hem zal alle vlees komen.

Maar hebben zij gelijk?

Is het waar, dat de ziekten niet van de Here komen maar enkel van de duivel? Onze catechismus leert in het belijden van de voorzienigheid, dat gezondheid èn ziekte niet bij geval ons overkomen, maar uit Gods vaderhand.

Dat is wel een heel ander geluid. Er wordt niet eens gezegd, dat dit van God komt, of zoals men ter vermijding van de naam van God wel zegt 'het wordt door geen mens ons aangedaan', maar uit de hand van de Vader.

Het is waar, dat Job door de duivel wordt geslagen met ziekte — zij het dan onder Gods toelating — maar het geloof van de profeten weet, dat er geen kwaad in de stad is, dat de Here niet doet (Amos 3:6). Bijna uitdagend klinkt het in Jes. 45 : 7, dat de Here zelf zegt, dat hij de vrede maakt en het kwaad schept. Ook in kwade dagen blijven Gods kinderen in Gods hand. Daarom zullen wij in onze zonden en ellenden ons tot hem om genezing wenden.

Daarom mogen wij ook hopen op de verhoring van dit gebed door de almachtige Vader. Laten wij veel vragen in Jezus' naam, want wij hebben een rijke God.

Genezen zieken roemen de macht van hun Here, die hen inderdaad verloste van het verderf. De jubel wordt niet stil in de gemeente over de Here, die ons leven verlost. De lofzang zingt in de tent der rechtvaardigen, dat zij niet zullen sterven maar de daden des Heren zullen gedenken.

Ik dacht aan een andere operatie .. . Het onbeschrijfelijk heerlijk moment, waarop een stem tot je doordrong: Bent u wakker?

Hoort u mij? Het is gebeurd. U ligt weer in uw eigen bed!' (mevrouw Van Walsum-Quispèl)

Maar als het anders is? Bits valt een stem mij nu in de rede: Dat mag u niet zeggen, want wie bidt, ontvangt. U wordt beter! Zo zeker was een van deze mensen, dat hij gezegd moet hebben, dat op zijn neus nooit een bril zou komen, want God zou hem op zijn gelovig gebed weer goede ogen geven.

Het klinkt overtuigd. Maar een overtuiging heeft alleen waarde, als hij op de Schrift is gebouwd. Die leert ons aan de ene zijde — ons tot beschaming, vergeet dit niet — dat we te gering van de Here denken, maar spreekt ook van een mens, wiens doorn in het vlees niet werd weggenomen, ondanks driemaal gebed (2 Cor. 12). Wat die doorn in het vlees is geweest valt niet te zeggen, maar wel, dat de Here het goed maakt en zijn genade genoeg is, al wordt de pijn niet gestild of de doorn weggenomen.

Wie durft ontkennen, dat Paulus in geloof heeft gebeden?

Of dat Mozes geen gelovige was, toen hij bad om toch het beloofde land te mogen ingaan, hoewel het hem door de Here werd geweigerd?

Het is onbijbels om te zeggen, dat ieder gelovig gebed wordt verhoord. Niet dat Gods kinderen daardoor te kort zouden komen. God weigert soms zilver, omdat hij goud wil geven. Dan ervaren we, dat genade genoeg is. Dan roemen wij in de verdrukking, die lijdzaamheid werkt. Dan sterven mensen aan de ongeneselijke ziekte en krijgt de dokter gelijk.

Maar blij vooruitzicht, dat mij streelt ik zal ontwaakt uw lof ontvouwen, u in gerechtigheid aanschouwen verzadigd met uw goddelijk beeld.

Dit is meer dan aardse verhoring. Dit is enkel heerlijkheid.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Genezing op het gebed II

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 september 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's