Andrew Gray I
De Reformatie in Schotland
Groots en boeiend is de geschiedenis van het Gereformeerd Protestantisme in Schotland. Door veel menselijks — en dus veel zondigs —, door veel conflicten en nederlagen, door veel bloed en tranen heen, heeft de Heere in de hooglanden Zijn Woord op de kandelaar geplaatst. Zijn Kerk geplant en aan die Kerk mannen geschonken, vol van geloof en van de Heilige Geest. Mannen wier namen nu, na drie en vier eeuwen, nog met ere worden genoemd en wier geschriften blijkbaar nog niet verouderd zijn.
Voor het leven en werk van éen van deze mannen, Andrew Gray, wordt in enkele artikelen aandacht gevraagd. Het zou ons veel te ver voeren, de historie van de Schotse Kerk der Reformatie van het begin af na te gaan. We willen slechts een vluchtige blik werpen in de eerste helft van de 17de eeuw, die rumoerige tijd, waarin Andrew Gray's korte leven zich heeft afgespeeld.
Puriteins verzet
Tijdens de regering van Jacobus I (1603-1625) was in Schotland de afkeer van Engeland en de Anglicaanse Kerk sterk toegenomen. Dat kwam doordat de koning een poging had gedaan, het episcopale stelsel (regering door bisschoppen) ook in de Schotse Kerk in te voeren. Maar dat kwam vooral doordat hij, gekant als hij was tegen de Puriteinen en hun strenge opvatting van de rustdag, aan de Kerk wilde opdringen het zgn. 'Book of Sports', een lange lijst met naar zijn mening op zondag geoorloofde spelen en vermakelijkheden. En dat laatste nam de Schotse Kerk eenvoudig niet. Het koninklijk bevel om deze lijst van alle kansels voor te lezen, werd genegeerd. En zo leed Jacobus I in Schotland een nederlaag en vervreemdde hij een groot deel van zijn volk nog méér van zich dan reeds het geval was.
Onder de regering van zijn zoon, Karel I (1625—1649), werden de verhoudingen zeer verscherpt. Het Puriteinse deel van de bevolking had toch al niet veel verwachting van de nieuwe koning, die getrouwd was met een rooms-katholieke prinses uit Frankrijk. Maar de maat dreigde over te lopen, toen de koning zich ontpopte niet alleen als een absolutistisch vorst, maar ook als een hoogkerkelijk man. Onder invloed van de aartsbisschop van Canterbury, William Laud, moest de Gereformeerde leer worden opgeofferd aan een rooms ingerichte liturgie en kerkorde. Oude gebruiken, die allang waren afgeschaft, werden weer in ere hersteld en theologisch kwam men hoe langer hoe meer in rooms vaarwater terecht. En de Schotten moesten met lede ogen aanzien hoe de Rooms-Katholieken overal werden bevoorrecht en bevoordeeld, terwijl de Puriteinen overal tegenstand ontmoetten.
The Covenant
De gevolgen konden niet uitblijven. In 1638 kwamen in Edinburg de Presbyteriaanse Schotten bijeen. Onder hen waren burgers en edelen, theologen en 'leken'. Ze sloten een verbond (The Covenant) waarbij ze beloofden, goed en bloed te zullen inzetten om het opdringende Rooms-Katholicisme te keren en het Gereformeerd Protestantisme te handhaven.
In héél Schotland vond dit Covenant bijval. In alle steden en dorpen kwamen weerbare mannen bijeen om onder tranen en met het zweren van plechtige eden hun instemming te betuigen en met hun handtekening het Covenant te bekrachtigen. Een golf van geestdrift overspoelde Schotland. Onder de druk van deze machtige volksbeweging riep de koning het parlement bijeen, dat in elf jaar tijds niet had vergaderd. Terstond brak onder de volksvertegenwoordigers de kritiek los op de koning, die steeds eigenmachtig had geregeerd. De koning kon deze kritiek niet verdragen en zond het parlement naar huis. Maar de oprukkende Schotten dwongen hem opnieuw een parlement samen te roepen en nu keerde het parlement zich ook tegen de bisschoppelijke macht en tegen de roomse eredienst. De koning moest erin toestemmen dat zijn voornaamste adviseur. Lord Strafford, en de aartsbisschop van Canterbury, Laud, het veld moesten ruimen.
De Synode van Westminster
Het parlement, dat in meerderheid uit Presbyterianen bestond, erkende Karel niet langer als vorst en nam maatregelen om de Anglicaanse Kerk te zuiveren in Presbyteriaanse geest. Met dit doel werd de Synode van Westminster bijeen geroepen, die van 1643 tot 1647 vergaderde. Ze verving het 'Book of Common Prayer' door een 'Directory for the public worship of God' (Dienstboek voor de openbare eredienst). Daarin werd de liturgie officieel vastgesteld, hoewel predikanten de vrijheid hadden, op ondergeschikte punten van de voorschriften af te wijken. Het hoofdbeginsel, namelijk dat de verkondiging van het Woord, en niet de liturgie centraal stond, moest echter onaangetast blijven. Verder ontwierp de Synode van Westminster een nieuwe kerkorde en stelde ze de tekst van de twee Catechismussen vast, de Grote en de Kleine Westminster Catechismus.
De voornaamste arbeid van deze Synode was echter het ontwerpen van de 'Confessie van Westminster'. Aanvankelijk was het slechts de bedoeling, de oude artikelen te reviseren, maar onder invloed van de Schotten ontstond een nieuwe belijdenis, geheel in Calvinistische geest. Helaas kon deze Westminster Confessie de goedkeuring van het parlement niet wegdragen. Dat kwam doordat uit Amerika en Nederland vele vluchtelingen waren teruggekeerd. Onder hen bevonden zich talloze Independenten, die wel Calvinistisch waren in de leer, maar een vrije kerk voorstonden en liturgie, belijdenissen en feestdagen verwierpen. Door hun optreden werd de positie van de Presbyterianen uitermate verzwakt. De zaak van de Reformatie, die door de onderlinge twisten en geschillen onnoemelijke schade leed, riep om een sterke figuur, die orde op zaken kon stellen. Die sterke man kwam er, in de persoon van Oliver Cromwell.
Oliver Cromwell
Een omstreden persoonlijkheid, deze Oliver Cromwell. Volgens sommigen een dictator, die streefde naar de alleenheerschappij en alles uit de weg ruimde wat hem tegenkwam. Volgens anderen de uitverkorene Gods, die door God geroepen was om voor de eer van God te strijden en de roomse afgoderij uit te roeien.
Cromwell, zelf Independentist, had inderdaad zelf een hoog roepingsbesef en leefde uit een onwrikbaar vast geloof. Hij was er heilig van overtuigd dat God hem gebruikte als een werktuig om Zijn volk uit het diensthuis te voeren. En zijn volgelingen beschouwden zichzelf ook als het volk Gods, dat streed voor een heilige zaak. Vrijwillig schikten zijn soldaten zich onder de strenge tucht, die in het leger heerste, psalmzingend trokken ze ten strijde en wanneer ze de overwinning behaald hadden, zagen ze daarin een teken dat de Heere der heirscharen voor hen streed.
Het leger van Cromwell behaalde de ene zege na de andere en tenslotte moest koning Karel vluchten. Het parlement was toen nog niet van plan hem als vorst af te zetten, maar toen hij bij de onderhandelingen zijn erewoord verbrak werd hij gevangen genomen en in januari 1649 op het schavot gebracht. Daarna werd de republiek uitgeroepen met Oliver Cromwell aan het hoofd.
Onder Cromwell was er in feite meer godsdienstvrijheid dan onder de koningen. Allerlei richtingen werden ongemoeid gelaten, mits ze niet staatsgevaarlijk waren. Géén vrijheid genoten de Quakers, omdat ze de eed van trouw aan Cromwell weigerden; de Rooms-Katholieken, omdat ze een buitenlands vorst gehoorzaamden (de paus) en later ook de Episcopalen, omdat ze streefden naar het herstel van de monarchie onder de Stuarts. Hoe men verder ook over Cromwell denken mag, hij is een belangrijke steun geweest voor het Protestantisme in Europa, en met name in Engeland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's