De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Genezing op het gebed III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Genezing op het gebed III

8 minuten leestijd

Er ligt in alles wat de voorstanders van 'gebedsgenezing' zeggen veel, dat ons aanspreekt. Er wordt ernst gemaakt met gebed en gebedsverhoring. Het is zo troostrijk voor degenen, voor wie geen hoop meer is. Althans zo lijkt het. We begrijpen dan ook ten volle, hoe velen in hun ziekte zich hierheen hebben gewend.

Maar we weten ook, hoe velen hier geslagen zijn op de teerste plaats van hun leven. Juist ook degenen, die in de Here geloven.

Een zieke, die ik ken, had geleerd om met haar ziekte te leven, omdat zij had mogen leren met de Here te leven. Zij wist, dat het goed was en goed zou zijn. Toch had zij zich laten overreden om naar een samenkomst te gaan van 'gebedsgenezing'. En diep in haar hart hoopte zij op het wonder: zij zou weer kunnen lopen.

Het wonder bleef uit. Geslagen werd zij naar huis gereden en zij vertelde, dat het niet het ergste was, dat zij nu niet beter was geworden, maar dat het haar duidelijk was geworden, dat zij geen kind van God kon zijn, omdat zij niet geloofde, want anders was zij immers hersteld.

Geen genezing.
Geen God meer, die voor haar zorgde.
Dubbel ellendig.
Hier wreekt zich een onbijbels getuigenis op vreselijke wijze.
God is ook de God van de zieken.

En als hij geen genezing geeft, wil hij het lijden heiligen tot hoger heerlijkheid. Wee degene, die aan Gods arme zieken deze troost ontrooft.

En de dokter dan? God gebruikt middelen, al heeft hij ze niet nodig. Hij gebruikt middelen om ons in het leven te houden, levensmiddelen. Wanneer wij ons verbeelden, dat we leven zullen, omdat we volop levensmiddelen hebben, zijn we fout en ondankbaar, want we menen door de gave de Gever te kunnen missen. Niemand kan ontkennen, dat dit gevaar echter dreigt.

Dat is ook zo met een dokter en geneesmiddelen. Ook daar dreigt het gevaar van koning Asa. Of het gevaar, dat we bij gebrek aan de gewenste dokter denken, dat het beslist verkeerd moet gaan.

Daarom komt het gebed er niet bij, als we naar de dokter zijn geweest, of als de ziekte een ongunstige wending neemt.

Het gebed ga vooraf.
Het gebed blijve.
Het gebed ga over in lof, als we genezen.
Het gebed blijft tegelijk om voortdurende gezondheid en bewaring.

Het gebed is er ook, als het schijnbaar niet goed gaat, maar de Here weet wat voor zijn kinderen goed is. Dan fluistert het geloof misschien met tranen in de ogen: Uw wil geschiede. En het is goed, omdat de goedheid van de Here het zo goed maakt, dat er psalmen komen in de nacht van tranen. En de nacht van leed doorzongen wordt met de liederen van de komende morgen, als niemand meer zal zeggen: Ik ben ziek.

Ik begrijp het verlangen van allen, die op de genoemde wijze het van gebedsgenezing verwachten, maar ik vrees, dat zij vergeten, dat genezingen, die er zeker zijn, een teken zijn van de grote dag, die komt. Noordmans heeft gezegd, dat de grote zonde van de mens is, dat hij vooruitgrijpt. Ik meen dat dit ook hier gebeurt.

Bovendien blijft het bevreemden, hoe men kan zeggen, dat alle gelovige gebeden verhoord worden en dus alle biddende zieken beter worden, maar mij is geen enkel geval bekend, dat een patiënt met een gebroken been op het gebed ineens was genezen. En tegelijk, als het waar zou zijn, dat alle zieken genezen, dan zouden de kinderen van God, die ziek worden of oud op hun gebed weer herstellen en zouden altijd blijven leven. Hier wordt meer gevraagd dan de Here in zijn Woord heeft beloofd.

Maar er zijn toch genezingen?

Dit alles wil nu beslist niet zeggen, dat we niet zouden geloven, dat er geen wonderen meer gebeuren, dat de Here geen wonderen meer zou doen. Het tegendeel is het geval.

Het is nog niet lang geleden, dat een patiënt, wiens lichaam gekweld werd door vele wonden op een morgen wakker werd en de wonden waren in éen nacht zo geheeld, dat de zuster, die hem zou verbinden verbaasd zei: Hier is een wonder gebeurd.

Laten wij dan niet behoren tot de mensen, die alleen zeggen, dat de medicijnen zo goed gewerkt hebben of de dokter zo kundig is. Dat kan wel waar zijn, maar wie gaf de medicijnen, de kunde aan de arts en de onverwachte genezing aan de patient? Het geloof mag in dit alles de goede hand van de Here zien.

Laten we ons evenmin aansluiten bij de mensen, die het niet verder brengen dan verwonderd te zeggen, dat dit toch ook wel heel toevallig is.. Hier is geen toeval, maar de Vaderhand Gods.

En uit die wonderen van Gods genade mag wie het hoort, weer moed putten. God blijft de Almachtige ook vandaag.

Zijn alle genezingen dan een wonder van God?

Nu kunnen wij de vraag toch ook niet omzeilen of nu al die bedoelde genezingen wonderen van de Here zijn.

We stellen deze vraag met een grote voorzichtigheid, want het is een ernstige zaak, als we de goede daden van God, zijn wonderen, zouden verkleinen of ontkennen. Maar éen ding moet genoemd worden en ik beroep mij daarbij op wat een arts schreef. Een patient komt bij hem met galklachten. De foto wijst uit, dat er een grote galsteen is, die operatief moet verwijderd worden.

De patient neemt nog geen beslissing en gaat weg.

Een jaar later komt hij terug en vraagt om een foto te maken. Hij vertelt er bij dat hij genezen is. Hij heeft zich tot — wat deze arts met een ongelukkig woord noemt — 'gebedsgenezers' gewend. Die hebben voor en met hem gebeden en de galsteen moet weg zijn.

Maar de foto wijst het tegendeel uit. Deze dokter verklaart het met een beeld zo. In een vijver zitten veel stronken waarop kleine boten vast varen. Bij laag water stoten zij daarop. Bij gerezen waterpeil gebeurt dit minder, met hoog water varen zij er over heen. Maar de stronken op de bodem blijven aanwezig.

Zo zegt hij, is het nu ook met een mens. Hij heeft op de bodem van zijn leven allerlei nare dingen. Als het 'laag water' is, voelt hij alles. In het andere geval voelt hij niets. Heeft hij nu maar vertrouwen en goede moed, dan is hij minder gevoelig voor allerlei kwalen, die er inderdaad zijn maar nu niet hinderen.

Wie dus aan een zieke nieuwe moed kan geven, helpt hem schijnbaar van zijn kwalen af, maar in feite helpt hij hem er niet van af maar — tijdelijk meestal — er over heen. We mogen dit zeker niet van alle gevallen zeggen, maar het kan voorkomen. Al mogen we ook in dit geval van deze man zeggen, dat we dankbaar kunnen zijn, als iets minder ondragelijk is geworden, of wellicht zelfs goed te dragen.

Het is mij wel opgevallen, dat men in de rooms katholieke kerk uiterst voorzichtig is geworden met te zeggen, dat er een wonder is gebeurd. In Lourdes, het bekende bedevaartsoord, erkent men officieel en dan alleen na nauwkeurig onderzoek maar een enkele genezing als een wonder.

Wie al te snel van wonderen spreekt, zou hiervan kunnen leren. Zonder echter elk wonder te ontkennen of 'weg te verklaren'.

Het grote wonder

Er gebeuren wonderen. Waar?

Waar de Here door zijn Heilige Geest zondaren tot geloof leidt en tot bekering. Dit komt waarschijnlijk niet in de krant.

Maar Gods engelen zingen vrolijk voor elke zondaar, die zich bekeert.

Van dit geloof in de. Here, die ons met lichaam en ziel voor zijn rekening nam, van wie wij in leven en sterven met lichaam en ziel zijn, kan dan ook het andere grote wonder verwacht worden.

Niet de vurig begeerde beterschap. Het gaat met de zieke niet goed, zegt de arts. De familie ziet, dat hij zienderogen minder wordt. En toch is er een wonder.

Het wonder, dat de vrouw van de oudburgemeeSter van Rotterdam in haar gedichtenbundel aanduidt als het andere wonder.

Zij weet: alleen een wonder kan haar redden.., en stil-verbeten worstelt zij met God en met de dokters en het dreigend lot en het fantoom van rijen eend're bedden.

Zij moet langs vreemde wegen zijn gegaan een hel misschien van twijfel en van pijn; misschien ook mocht ze op lichte hoogten zijn, waar wij niet kunnen volgen, maar wij zagen een nieuwe vrede in haar ogen dagen ... Zij wist: God had zijn wonder toch gedaan.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Genezing op het gebed III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's