De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik sta op wacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik sta op wacht

Meditatie

6 minuten leestijd

’Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien wat Hij in mij spreken zou... Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt'. Habakuk 2 : 1 en 2

Habakuk. Wie was hij? Waar leefde hij? Daar kan geen mens een zinnig antwoord op geven. 'Zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsrekening, noch beginsel der dagen, noch einde des levens hebbende', zo staat hij in de canon der Heilige Schriften. God gaf hem een plaats in de rij van de 'kleine' profeten. Hij geeft niet als Jesaja, Jeremia of Ezechiël een verslag van zijn roeping. Kennelijk vindt de Heere dat niet nodig dat elke profeet daar rekening en verantwoording van doet. Intussen is hij wel geroepen. Hij heeft een last gezien. Een Godsspraak geschouwd. Onder die last gaat hij gebogen. 'HEERE, hoe lang schreeuw ik, en Gij hoort niet, roep ik geweld tot U en Gij verlost niet.' De profeten hebben geleden aan het Woord dat ze brachten. Straks zal Habakuk het ook zeggen: Heere, als ik uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd. De Chaldeën zullen komen. Ze zullen het volk Gods onder de voet lopen. Donkere wolken trekken over het land. Midden in het duister van zijn tijd ziet Habakuk omhoog. Het is het geloof dat midden in het oordeel houvast zoekt bij God. 'Zijt Gij niet van ouds af de HEERE, mijn God, mijn Heilige? Wij zullen niet sterven, o HEERE, tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en o Rots, om te straffen, hebt Gij hem gegrondvest'. Maar daar laat Habakuk het niet bij. Hij wil antwoord. Want het geloof weet ook dat haar God een God is die antwoord geeft in de benauwd­ heid en in het oordeel. Hij gaat God tegemoet. Hij klimt naar boven. De wachtposten in een oosterse stad stonden dag en nacht op de toren van de stadsmuur. Ze liepen dag en nacht rond op de vestingwallen van de stad. Ze keken uit naar boodschappers van goede tijding of naar opdringende vijanden. Zagen ze iemand, dan maakten ze er terstond melding van. Bij goede tijding ging de poort open. Bij slechte tijding werd de poort gesloten. Zo beklimt Habakuk zijn geestelijke wachttoren. Niet om te dromen. Maar om te waken en te wachten. Te wachten op God en Zijn Woord. Zo omschreef ook Jesaja zijn ambtsbezigheden: 'Ik sta op de wachttoren gedurig bij dag en op mijn hoede zet ik mij ganse nachten'. In deze maand is het volle werk in de gemeente weer begonnen. In gedachten zie ik ouderlingen en bezoekbroeders huis aan huis gaan. Verenigingen hebben weer 'verzamelen' geblazen. Catechisatielokalen worden weer gevuld. Alles gonst van activiteiten. Gelukkig, vooral: gezegend zijn we als we in al dit werk medearbeiders Gods mogen zijn. U die leiding hebt te geven, u die voor moet gaan, u die mee mag doen, kent u ook wat Habakuk kende: ik hield wacht om te zien wat Hij in mij spreken zou? Is er in uw agenda, broeder in het ambt, nog ruimte om uw wachttoren te beklimmen? Wat hebt u eigenlijk te zeggen als Hij het niet eerst in u spreekt? Zijn daarom zoveel preken leeg en zoveel gesprekken hol, omdat er geen Woord van God in is? Ga eens naar boven. In de meeste oude pastorieën zijn de studeerkamers boven. Een ondeugende opmerking: In bijna elke nieuwe pastorie is de studeerkamer vlak naast de voordeur. Is dat misschien om tegemoet te komen aan veler werkmethode. Even in de studeerkamer en dan gauw naar buiten. Een hele dag draven en vliegen, overal heen. Aan het einde van de dag zijn we leeg, omdat we niet echt vol geweest zijn. Dan hadden ze het op dit punt vroeger beter gezien. Een studeerkamer op de bovenverdieping. Als u daar bent, moet u daar ook eens blijven. Graven in het Woord. Kloppen op de deur des hemels. Heere, ik wacht op u, op Uw Woord. Wat wilt Gij dat ik spreken zal? Dat is niet lui zijn. Dat denken sommigen in de gemeente, dat weet ik. Laat ze het denken. Staan op de wachttoren is de grootste activiteit die er is. Daar heeft de kerk en de gemeente behoefte aan. Aan mensen die het uit Gods mond gehoord hebben. Daar wordt onze mond door Gods hand aangeroerd: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. Waar zo gewacht wordt op God, daar komt antwoord. Dit antwoord: Schrijf het gezicht en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt. Habakuk ondervond het: Merk op, mijn ziel, wat antwoord God u geeft. Het antwoord is een gezicht, een visioen. De inhoud weten we niet. Maar alle wachters van het Oude Verbond zagen uit naar de komst van de Messias. 'Wij zullen niet sterven', sprak het geloof van Habakuk. Nee, dat is waar. Hij zal sterven, de Beloofde aan de vaderen. Op Zijn gezegend hoofd zullen alle oordelen Gods neerkomen. Hij zal het oordeel dragen en wegdragen. Hij is de Rots die gegrondvest is op het eeuwig welbehagen des Heeren. De Rotssteen Wiens werk volkomen is. Schrijf dat op, Habakuk. 'Teken dat in een boek, opdat het blijve tot de laatste dag, voor altoos, tot in eeuwigheid.' Jes. 30 : 8. Dat Boek heeft de Heili­ ge Geest ons geschonken. Het is het Woord der verzoening. En dat heeft Hij in ons gelegd, betuigt ons Paulus. Habakuk moet het doorgeven. Wij mogen het ook doorgeven. Onverkort en helder. Stel het duidelijk op tafelen. Duidelijk. Dus: een geheimtaal, geen zeventiende eeuwse termen, geen afgesleten woorden maar duidelijk en klaar. Oordeel en heil, zonde en genade, zaligheid en rampzaligheid, de brede weg en de smalle weg. Laat de koetjes-en kalfjespraat achterwege. Prijs het Lam aan. Stel het Lam Gods voor. Stel het duidelijk, collega, op de kansel. Daar schreeuwen uw jongeren om en vragen de ouderen naar. Stel het duidelijk, huisbezoeker, in de gezinnen. Stel het duidelijk aan ziek-en sterfbedden. Het profetische Woord is zeer vast en het is een licht dat schijnt in een duistere plaats. Opdat daarin leze die voorbijloopt. Opdat, ja, het werk Gods is gericht. Het is geen schot in de lucht. Mag het ook niet zijn. Opdat leze, opdat hore. Want hoe zullen ze geloven, van Welke ze niet gehoord hebben. Hoe zullen ze horen, zonder die hun predikt, en dan: Duidelijk predikt? Dan zal de Heere er wel voor zorgen dat zij die u horen niet aan Zijn Woord voorbijlopen. Dan roept Hij mensen tot stilstand. Wie is tot deze dingen bekwaam? Alleen hij die zijn wachttoren beklimt op gezette tijden. Liefst als Daniël, drie tijden per dag. Leer het van uw Meester die regelmatig de berg beklom om met Zijn Vader te onderhandelen. Dan mag u zegen verwachten. 'Ja vanouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God, wat Hij doen zal dien, die op Hem wacht'. Hij zal het doen, als u op Hem wacht. Dan zal Hij elke dag geven wat u spreken moet. Want Hij spreekt gewis tot elk die voor Hem leeft, van blijde troost en vree. Wie zo op z'n post mag staan, wordt ook een keer afgelost. Hij mag het dan horen uit de mond van zijn Zender: Gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik u zetten, ga in, in de vreugde Uws Heeren.

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik sta op wacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's