De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Hervormd Nederland en de kerkvoogdijen

Zoals u hebt kunnen lezen zijn met ingang van 1 oktober de 'kopbladedities' van Hervormd Nederland verdwenen en verschijnt het blad alleen als landelijk kerkelijk weekblad, zulks in verband met de precaire financiële positie van het blad. In het orgaan van de vereniging-van kerkvoogdijen in de Ned. Herv. Kerk 'De Kerkvoogdij' schrijft prof. dr. ir. H. G. van Beusekom in het septembernummer onder meer het volgende:

Wij hebben de laatste maanden het een en ander gehoord over de moeilijkheden in de dagbladpers, maar daar ging het in de eerste plaats om de achteruitgang van de advertentie-opbrengsten door de radio-en televisiereclame. Niemand had echter verwacht, dat Hervormd Nederland, met 45.000 abonnees één van de grootste weekbladen in Nederland, iets dergelijks zou kunnen overkomen. En nu ziet men geen andere mogelijkheid dan twee derde van die abonnees te schrappen in de hoop ze langs andere weg onder gunstiger financiële voorwaarden terug te winnen.

De redactie spreekt de hoop uit, dat het overgrote deel van de kopbladlezers gewoon abonnee zal worden. Het is begrijpelijk, dat zij dit hoopt. Zonder hoop zou de debacle volledig zijn.

De redactie wil intussen ook haar eigen beleid kritisch bezien. Zij stelt zich voor, vanuit de normen en zekerheden van de Bijbel antwoorden te vinden op de vele verwarrende vragen van deze tijd, antwoorden die kunnen bijdragen tot versterking van het persoonlijke geloofsleven, tot opbouw van de kerk en om zicht te krijgen op onze taak als christen in de hedendaagse samenleving.

De lezer is geneigd te vragen, of dit tot nu toe niet gebeurde, althans niet in voldoende mate. Dit brengt mij tot een andere vraag. De redactie overlegt om het team van redactie en medewerkers uit te breiden, opdat Hervormd Nederland voor brede delen van de kerk een klankbodem kan zijn. Is het blad dat op het ogenblik dan niet? Of wel een klankbodem, maar niet voor brede delen van de kerk? Ik vind, dat wij bij een gelegenheid als deze dergelijke vragen niet mogen ontlopen. Het zij verre van mij, te ontkennen, dat de redactie aan de inhoud van het blad grote zorg besteedt en dat deze inhoud belangrijk is. Maar ik krijg wel de indruk, dat deze inhoud bij brede delen van de kerk niet aanslaat. Om het met ronde woorden te zeggen: Hervormd Nederland brengt belangrijke dingen, actuele dingen, maar heel vaak zoekt een eenvoudig Hervormd kerklid vergeefs naar die dingen, die hij in een kerkelijk weekblad verwacht.

De abonnees zijn in overgrote meerderheid gewone kerkgangers, die voelen, dat zij het in deze verwarde en verwarrende tijd niet meer aankunnen, die dikwijls ook door de zondagse prediking in de steek gelaten worden, omdat de dominee wel hevig 'geëngageerd' is, zoals dat tegenwoordig met een modewoord heet, maar het zelf ook niet weet. Deze mensen vragen een woord van 'de andere zijde' en dat woord wordt primair gebracht van de kansel — geen 'monoloog', maar een boodschap voor prediker en hoorder beide — maar het kan, wellicht op heel gebrekkige wijze, ondersteund worden door een kerkelijk weekblad dat in ieder geval de communicatie bevordert en op zijn wijze een brenger van goede tijding is.

Bij zulke 'lezers' komt het voor, dat een nummer van Hervormd Nederland in de brievenbus valt, terwijl van het vorige nummer alleen nog maar de 'koppen' van de artikelen gelezen zijn. De rest bleef ongelezen en het is voorgekomen, dat op mijn vraag 'waarom? ' geantwoord werd: 'och, er staat toch niets in', waarmee de betrokken abonnee dan bedoelde, dat datgene, wat hij van een kerkelijk weekblad verwacht er veelal niet in staat.

'Van de knappe dingen, die er wel in staan' — zo gaat men dan verder — 'begin ik soms meer dan genoeg te krijgen. Het is interessant, maar teerkost voor het kerklid onderweg is er niet bij.' Die 'zoekt men dan in een secte-of modaliteitsblad.

Er is dus duidelijk nog een andere oorzaak voor de moeilijkheden dan de gestegen zet-en drukkosten. Het aantal lezers gaat al jaren achteruit. Dit blijkt uit de volgende cijfers in het proefschrift van dr. D. de Loor, waarop mijn aandacht werd gevestigd.

Aantal abonnees

Jaar    Landelijk blad Kopbladen Totaal
1951      45.250              26.270          71.520
1961       21.818              41.467           63.285
1968      13.807             30.273          44.080

Het aantal abonnees op de landelijke editie daalde van 1951 tot 1968 van rond 45.000 tot rond  14.000, terwijl het aantal abonnees op de kopbladen slechts met 4000 toenam.

Dr. De Loor concludeert hieruit, dat de verwachting dat H.N. een blad voor alle Hervormden zou worden, niet is uitgekomen. Dit kon ook niet, omdat het blad duidelijk vanuit één punt geleid werd, en daardoor voor een groot deel van de Hervormden niet acceptabel was.

Naast deze opmerkingen gaat de scribent ook in op een aantal kerkvoogdelijke aspecten. Hij signaleert het feit dat 32 gemeenten op korte termijn de mededeling kregen, dat zij per 1 oktober voor hun plaatselijke berichtgeving naar andere wegen moesten uitzien. Dat betekent nieuwe zorgen voor de kerkvoogdijen, die immers met de financiële regeling inzake het kerkblad belast zijn, volgens Ord. 16.1.2 van de kerkorde.

Prof. Van Beusekom maakt voorts bezwaar tegen het feit, dat terwijl HN oproept tot verhoging van het aantal abonnees er nauwelijks gedacht wordt aan de kerkvoogdijen, die zelf een blad moeten oprichten en ook abonnees moeten gaan winnen. HN heeft, zo schrijft hij, zijn maatregelen op korte termijn moeten nemen. Is er overleg geweest met de kerkvoogdelij ke instanties? Of worden deze voor een voldongen feit geplaatst? Het geeft, aldus Van Beusekom, geen prettige indruk van de communicatie binnen de kerk wanneer een orgaan van de centrale kerk tracht zijn moeilijkheden op te lossen door een uit eigen initiatief op zich genomen taak zonder vorm van proces op korte termijn neer te leggen en de kerkvoogdijen met de brokken te laten zitten.

Er worden o.i. in deze bijdrage afgezien van kerkvoogdelij ke aspecten een aantal opmerkingen geplaatst over positie en inhoud van HN die te denken geven en waarvan we alleen maar kunnen wensen dat zij ter harte genomen worden.

Beginselverklaring van de Raad van Kerken 

Enkele maanden geleden is door drs. Exalto uitvoerig aandacht geschonken aan de beginselverklaring van de Raad van Kerken. Duidelijk bleek dat in deze proeve van beginselverklaring een theologisch denken om de hoek kwam kijken dat niets gemeen had met het reformatorisch belijden.

Nu heeft in de nummers van 16 en 23 september van het Hervormd Weekblad ook prof. Van Itterzon de proeve aan een critische doorlichting onderworpen. Nadat de utrechtse hoogleraar een aantal onduidelijkheden gesignaleerd heeft en er op gewezen heeft dat de waarheidsvraag opgeofferd wordt aan een vage eenheidsleus, dat bovendien het horizontalisme keer op keer om de hoek komt kijken, schrijft hij in zijn tweede artikel over de belijdenisformulering van de proeve het volgende: 

De kerken geloven, dat de Kerk in Jezus Christus één is. Aan dit belijden ligt duidelijk ten grondslag, dat Christus Zijn gemeente vergadert uit alle kerken en overal de Zijnen heeft. De ene kerk der ware Christgelovigen dus. De ene kerk, daar boven, hier beneden.

Die kerk heeft volgens de Raad een viervoudige belijdenis. Zonder het met nadruk te zeggen, begint dit belijden met de confessie der Drieëenheid. Men zou ook hier van een zeker 'duiden' kunnen spreken, maar het is wel herkenbaar.

Dit belijden zet in: 'dat God de wereld heeft ge­schapen tot het Verbond, tot de beleving van het menselijk bestaan als een samenzijn met Hem'. Hier wordt als het doel van de schepping het Verbond genoemd en gaat het in ons menselijk bestaan om een 'samenzijn met Hem', met God. Voorts horen we, dat Christus, de Emmanuel, door de heilsdaden van zijn gehoorzaam leven, van zijn sterven en verrijzen de vervulling van dit Verbond is. Als de verheerlijkte Heer zet Hij Gods heilswerk voort door de zending van zijn Geest als de messiaanse gave die de wereld voortstuwt naar haar bestemming: het Rijk van God. In een vierde alinea wordt gezegd, dat de Kerk daar is, waar mensen deze messiaanse gave aanvaarden als een opgave door zich in dit heilshandelen te laten betrekken.

Enkele vragen: Zowel de terminologie, als de gedachtenwereld herinnert hier sterk aan de nieuwe R.K. theologie. Het is niet de sfeer van zonde en genade, maar van natuur en genade. De zonde is in dit belijden nergens genoemd of zelfs maar aangeduid. Wij zijn geschapen tot het Verbond; de heilsdaden van Emmanuel, die bestaan in Zijn leven, sterven en verrijzen zijn de vervulling van dit Verbond en door de Geest als messiaanse gave (men heeft dit onderstreept!) als een opgave te aanvaarden laat de Kerk zich in dit heilshandelen betrekken en gaat het regelrecht naar de bestemming der wereld: het Rijk van God.

Onder b lezen we dan, dat de kerken deze actuele, messiaanse gave telkens hebben verIoochend in hun verdeeldheid en onderlinge strijd. En dit alles ( zo horen we dan) 'ten gevolge van hun ontrouw aan de opgave om de waarden van het Rijk van God concreet te vertalen in de menselijke samenleving'. Mag men vragen, wat dit te maken heeft met het getuigenis der Hervorming? Waar ging het in de dagen van Luther, Calvijn en de andere hervormers om? Kwam er een breuk in de kerk, omdat zij ontrouw waren aan de opgave om de waarden van het Rijk van God concreet te vertalen in de menselijke samenleving? Wie de kerkelijke breuk in verband brengt met ontrouw om de waarden van het Rijk van God concreet te vertalen in de menselijke samenleving, spreekt de puur horizontalistische, optimistische taal van een bepaalde nieuwe theologie.

En wanneer het dan onder b en c gaat over de genade-werkzaamheden van de werkzame eenheid door de Geest van Christus als geloofsbasis, heeft men toch een formulering gegeven, maan mist de Protestant duidelijk de fundamentele verwijzing naar het Woord. Heel die messiaanse gave, die tot opgave wordt, heeft in dit verband geen enkele betrekking op verzoening met God, maar op de menselijke samenleving. Geen wonder, want het messianisme, dat in onze dagen in theologische kringen hoogtij viert, wordt in de regel altijd op de verandering van politieke stelsels en structuren betrokken.

Dat blijkt ook als we lezen, wat op de tweede richtingwijzer staat. Het gaat daar over 'deze aangeboden gave van verzoening en verlossing in Christus', maar als wij vragen wat men met deze rijke gave bedoelt, lezen we van 'het messiaanse heil van de eenheid der mensheid, dat wordt geblokkeerd door de onverzoenlijke tegenstellingen en de oorlogen tussen de volkeren'. De 'messiaanse vrede' is verzwakt, omdat de verdeelde kerken zich hebben 'laten misbruiken voor de versterking van politieke en racistische spanningen tussen de volkeren'. Voorts moet de kerk 'functioneren als een heilsinstrument voor de solidariteit van heel de mensheid' en moet 'de gave van de verzoening in Christus als verlossing beleefd worden in het zoeken naar een oplossing van de nationale en internationale problemen van onze tijd'.

Voor de kerk moet vaststaan, dat de verzoening in Christus zowel de verzoening van de zondaar met God, als de verzoening van mensen, rassen en volken insluit. Maar als de Raad van kerken de rijkdom der verzoening in Christus alleen in verband brengt met de messiaanse vrede, gelegen in de solidariteit van heel de mensheid, acht ik dit een enorme verschraling. Als de verzoening in Christus alleen wordt beleefd als verlossing in het zoeken naar een oplossing van nationale en internationale problemen, is de verhouding tot God geheel buiten het gezichtsveld gekomen.

Het blijkt telkens weer dat het in de ontwikkeling van het kerkelijk leven niet gaat om randvragen. Gaat de ontwikkeling van de oecumene langs de lijnen in deze proeve aangegeven, dan komen we terecht bij het humanisme. Het begrip 'messiaanse inspiratie' moet dan als eenheidsleus dienen. Daarmee bewijst men de oecumene een slechte dienst. Want de oecumenische beweging heeft alleen toekomst als zij ernst maakt met het getuigenis van apostelen en profeten. Men kan ook zeggen: Het gaat om het verband tussen eenheid en apostoliciteit. Dat verband is door Chrjstus zelf gelegd in Johannes 17 toen Hij bad om de eenheid van allen die door het apostolisch getuigenis in Hem geloven.

Een op wat vage humanistische idealen geïnspireerde eenheid kan misschien qua getalssterkte wat betekenen. Inhoudelijk betekent zij de opheffing van de eenheid der kerk, omdat het wezen van de kerk van Christus hierin niet meer te herkennen valt.

Het is te hopen dat men wakker zal worden, ook binnen onze hervormde kerk, die immers in allerlei vorm deelneemt aan de arbeid van de Raad van Kerken. Maar de vrees bekruipt ons wel, dat men mensen als prof. Van Itterzon rustig laat praten. Hoe luidt het spreekwoord ook al weer? De honden blaffen en de karavaan trekt voort. . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's