De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ik wacht op Hem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ik wacht op Hem

6 minuten leestijd

'Want het gezicht zal nog tot een bestemde tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewis komen. Hij zal niet achter blijven ... maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.' Habakuk 2 : 3 en 4b

De wachter Habakuk staat op wacht. Hij wacht op wat de Heere tot hem spreken zal. In dat wachten en uitzien vertegenwoordigt hij de kerk der eeuwen. Wachten op Hem, de Beloofde aan de vaderen. Immers, de oordelen Gods schieten als donkere wolken langs de hemel. De aarde dreunt onder het aanstormen van de Chaldeën. Zij zullen in Gods Naam de oordelen over het ontrouwe verbondsvolk voltrekken. Dan ziet de profeet omhoog. Hij ziet wat. Hij ziet Hem. Hem die alle aartsvaders en profeten zagen in het geloof. God zal Zijn volk niet eindeloos kastijden. Christus zal in het oordeel ondergaan. In het zwijgen van Habakuk daar boven op de wachttoren gaat God van Hem spreken. Hij wordt de troost in de druk hem toegezegd. Die troost moet Habakuk verwoorden. Graveren in steen. Vooral duidelijk. Goed leesbaar. God wil dat Zijn beloftewoord door zoveel mogelijk mensen gelezen wordt. Dat is de ene reden waarom dat Woord Gods opgeschreven moet worden. Maar er is er nog een. 'Want het zal nog tot een bestemde tijd zijn'. Er zal een door God bepaalde tijd verlopen voor het gezicht werkelijkheid en de beloften vervuld worden. Die bestemde tijd is niet in mensenhand, maar in Gods hand. Zou de Heere iets spreken en niet doen? Hij maakt Zijn Woord waar. Niet op onze tijd, maar op de door Hem bestemde tijd. Als die tijd er is 'dan zal Hij het op het einde voortbrengen'. Voortbrengen. Letterlijk staat er: doen uitspruiten. Zoals het zaad dat in de aarde valt op de bestemde tijd uitspruit. Zo zal de Heere het doen met Zijn Woord. U denkt natuurlijk ook al aan dat Woord uit Jesaja 55: 'Want gelijk de regen en de sneeuw van de hemel nederdaalt ... doorvochtigt de aarde en maakt dat zij voortbrenge en uitspruite (Jesaja gebruikt deze woorden zelfs achter elkaar) ... alzo zal Mijn Woord dat uit Mijn mond uitgaat ook zijn: het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend.' Wat een troost is dat in alle arbeid rond het Woord: Hij zal het als een zaad doen uitspruiten. Dat hoef ik niet te doen.

Dat mag ik niet eens doen. Daar moet ik met mijn vuile vingers afblijven. Habakuk heeft alleen maar te schrijven. Wij hebben alleen maar te prediken. Paulus heeft geplant. Hoe doet zo'n tuinder dat? Wel, op z'n knieën drukt hij plantje voor plantje in de grond. Op z'n knieën. Apollos heeft nat gemaakt. Ja, want die het zaad draagt, dat men zaaien zal, gaat al wenende. Maar voorzeker, hij zal met gejuich wederkomen. Zo werpen de dienaren het Woord in Gods Naam in de gemeente. En God de Heilige Geest bezorgt dat Woord thuis bij hen die het horen. Hij zorgt voor een toebereide aarde. Hij zorgt voor de groei. Hij zorgt voor de wasdom. Het valt in een kinderhart. Het velt een vergrijsde in de zonde neer. Wat u niet kan, kan God door Zijn Woord en Geest. Doden gaan leven. Blinden gaan zien. Doven horen. Kreupelen gaan springen. Hij zal het voortbrengen. 'En niet liegen'. Een predikant vroeg op de kindercatechisatie: wat betekent het dat God almachtig is? Het merendeel antwoordde: dat God alles kan. 'Nee', zei een meisje, 'één ding kan God niet. God kan niet liegen'. Wat een antwoord. Liegen kan alleen de duivel. En we hebben het allemaal van hem geleerd. Liegen en bedriegen. God kan niet liegen. Hebt u zo Zijn Woord al eens gelezen? In ongerechtigheid geboren, in zonde ontvangen. God liegt niet. Ik heb geen lust in uw dood, maar in uw leven. God liegt niet. Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon, reinigt van alle zonden. God liegt niet. Weet u wat onze natuur is? God voor een leugenaar houden. Dat is de zonde van het ongeloof. Als de Heilige-Geest daar uw oog voor opent, dan gaat u zeggen: Heere, alle mensen zijn leugenaars en ik de grootste, maar Uw Woord is de waarheid. Christus, die de Waarheid is, is door leugen en bedrog aan het kruis genageld. Daar heeft Hij de leugen gekruisigd en de waarheid aan het licht gebracht. Daar is het gezicht dat de vromen van de oude dag in het geloof mochten zien, op het einde voortgebracht. De (misschien wel) oude Simeon en de grijze Anna hebben in de tempel van Jeruzalem op de bestemde tijd Hem gezien die Habakuk in zijn gezicht zag. Ze verwachtten de Vertroosting Israels. Wel, ze werden niet beschaamd. God liegt immers niet. Nog niet, beste lezer.

Raakte u alle grond onder uw voeten kwijt? Verloor u allé houvast? Nam God alle steunpunten uit uw leven weg? En zei u met Job: Zo Hij mij doodde, ik zal nog op Hem hopen? Wel, dat doet u nooit tevergeefs. 'Zo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewis komen, Hij zal niet achterblijven'. Een moeder wachtte in de haven van Rotterdam op haar jongen die uit Indië zou terugkomen. Er waren al verschillende boten binnen. Nog steeds was haar zoon er niet bij. 'Zou je maar niet naar huis gaan, mevrouw, hij komt toch niet', sprak iemand. 'Nee', was het antwoord, 'hij heeft geschreven dat hij vandaag zal komen en het is nog geen avond'.

Hij heeft geschreven. De Heere ook, in Zijn Woord. 'Hij zal de nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders de ellendige en die geen helper heeft'. Het geloof krijgt houvast aan dat Woord. Het Woord van Hem die niet liegt. Ik blijf de Heere verwachten. De Heere laat me wel wachten. Maar de hand op de mond. Hoe lang heb ik Hem laten wachten? Hij zal gewis komen. Daar ligt een hond op de stoep van een huis. Zijn baas is binnen. Het duurt lang voor hij terugkomt. Bij elk geluid spitst hij de oren. Zou hij het wezen? Uren ligt hij daar. Te wachten. Te wachten op Zijn meester. Voorbijgangers proberen hem mee te lokken. Hij hoort ze niet eens. Dat is een beeld van het geloof. Het wacht op Hem en op niemand anders. Door dat geloof leeft de rechtvaardige. De rechtvaardige, d.i. geen vrome man of vrouw, dat is de goddeloze tollenaar, die met heel zijn verlorenheid vluchtte naar de tempel. Naar het altaar der verzoening. En daar uitschreeuwde: o God, wees mij, de zondaar genadig. Dat geloof is naakt. Maar het hangt aan het Woord van zijn God. Ik wacht op Hem. Zijn hulp zal blijken. De rechtvaardige zal door zijn geloof leven. Niet door zijn gevoel. Er is geen geloof zonder gevoel. Maar wel gevoel zonder geloof. Het geloof leert leven van wat uit Gods mond uitgaat. Daar heeft het genoeg aan. Elke dag. Voor eeuwig. U die de Heere zo van harte vreest: u hebt lijdzaamheid van node, opdat gij, de wil van God ge­ daan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen; Want: nog een zeer weinig tijds en Hij Die te komen staat, zal komen en niet vertoeven. Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven'. Hebr. 10 : 36—38.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ik wacht op Hem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's