De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

5 minuten leestijd

Ds. B. J. Aalbers, Kinderen aan het Avondmaal? 93 blz. ƒ 6, 95. Uitg. Kok, Kampen.

Het door ds. Aalbers, Geref. predikant te Geldrop, in dit boekje aan de orde gestelde onderwerp is zowel in de Geref. als in de Herv. Kerk op 't ogenblik actueel. Boven het eerste hoofdstuk staat dan ook 'actualiteit'. Deze wordt aan het einde nog onderstreept door enkele bijlagen.

Het tweede hoofdstuk heeft als opschrift: de geschiedenis, uitmondende in de bepalingen van de Kerkorde in de Hervormde en Gereformeerde Kerken.

Daarna geeft hoofdstuk 3 aan tegenstanders en voorstanders van de kindercommunie het woord. Van de tegenstanders noem ik dr. H. M. Bolkestein, prof. Lekkerkerker, dr. J. M. van Minnen, prof. Van Ruler, ds. M. Groenenberg en prof. Hartvelt (althans vroeger).

Voorstanders zijn b.v. de vrijgemaakt-geref. predikanten ds. Smouter en ds. Visee. Maar vooral wordt breed geciteerd de herv. dr. J. van der Werf.

Boven het laatste hoofdstuk staat: naar een nieuwe practijk? Daar staat nog wel een vraagteken achter, evenals achter de titel van het boekje. Maar na lezing is het duidelijk, dat de schrijver sterk de neiging heeft dit vraagteken weg te laten, of zelfs door een uitroepteken te vervangen. Een sterk accent krijgt het ouderlijk onderricht en gesprek thuis, een vroegtijdige, op de Sacramenten gerichte, catechese (9—12. jaar) en een eventuele, formele opneming van kinderen in de gemeente op plm. 12jarige leeftijd. Voor dit laatste heeft prof. Bijlsma indertijd in De Bilt een formuüer ontworpen (bijlage 1). De kinderen kunnen dan op verantwoordelijkheid van de gemeente als geheel en van hun ouders tot het Avondmaal worden toegelaten. Dit is dan een preluderen op een toekomstige persoonlijke keuze. Voor een duidelijk overzicht van allerlei argumenten pro en contra is dit boekje zeer geschikt, al mis ik, wat voor mijzelf blijkens mijn artikelen in dit blad, eigenlijk het grote knelpunt is.

Op blz. 64 staat bv.: de deelname van dé kinderen berust op hun behoren tot de gemeente, waarin zij opgenomen zijn door hun Doop'. Bezwaren tegen dit standpunt worden a priori reeds verwezen naar Piëtisme en Nadere Reformatie als de, boosdoeners. Maar zoals de besnijdenis niet tot waarachtig Jood maakt en niet automatisch de besnijdenis van het hart in zich sluit, zo is het ook met de Doop (Rom. 2:29). Te weinig wordt m.i. uitgegaan van het hart van het Evangelie, ook dus van hït zichtbare Evangelie. Te weinig ook van datgene wat nodig is, zal dit hart van het Evangelie zijn plaats krijgen in het hart en in het leven van ons én van onze kinderen.

Al met al een boekje, dat meespreekt in het grote kerkelijke gesprek over dit vraagstuk. Ik hoop de gelegenheid te hebben t.z.t. in dit blad hierop breder in te gaan.

C. van der Wal

Dr. M. de Jonge, Jezus, Inspirator en Spelbreker. Callenbach, Nijkerk 1971; 152 blz. Prijs ƒ 15, 90.

Een bundel opstellen en artikelen die omdat zij allen zich concentreren op de figuur van Jezus zich gemakkelijk in één boek onder één titel lieten samenbrengen en als één geheel zich laten lezen.

De schrijver is hoogleraar in de N. Testamentische wetenschap aan de universiteit te Leiden.

Hij schrijft prettig, gemakkelijk leesbaar, ook voor degenen die geen speciale theologische opleiding hebben genoten. Wij prijzen het in hem dat hij tracht de verworvenheden van zijn wetenschap onder het kerkvolk te brengen.

Waardevol zijn de overzichten die wij hier en daar in zijn boek tegenkomen. Wie beknopt en duidelijk wil worden ingeleid in tal van vragen en inzichten ten aanzien van het N. Testament vooral bij de zogenaamde nieuwe of nieuwere theologen kan hier goed terecht.

Maar hier eindigt dan ook al wat wij aan waardering voor dit boek kunnen opbrengen. Ontelbaar zijn de bladzijden die ons tot tegenspraak prikkelden. Om slechts iets te noemen, De Jonge wil dat wij ook de inhoud van de Evangelie-boodschap mee laten veranderen met de tijd — maar heel zijn boek is er een illustratie van hoe dan het evangelie ingeruild wordt tegen louter menselijke inzichten; De Jonge bindt ook de theologie aan de vragen die wij stellen — en veronachtzaamt dat ook God ons vragen stelt, en dat die heel wat belangrijker zijn dan de vragen die wij stellen. Maar hoe kan men ook ooit verder komen dan een denken vanuit de mens wanneer men via de Schriftcritiek de rede maakt tot maatstaf voor het Woord van God? Heel de taal van dit boek is naar mijn gevoelen vreemd aan die van de bijbel zelf. De Jezus die hier wordt voorgesteld is een Jezus die men van mij wel houden mag, hij laat mij in leven en sterven alleen, Ik zou met deze Jezus niet voor God durven verschijnen.

De waarde van dit boek zou kunnen zijn het te gebruiken voor het zogenaamde gesprek der richtingen, daarvoor biedt het stof te over. Maar dat gesprek zou dan moeten plaatsvinden op de wijze van harde confrontatie, want er staat veel, of eigenlijk alles, op het spel.

K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's