Samenspreking moderamen met G.B. en C.V.
Het moderamen van de Hervormde Synode heeft, zoals bekend, het initiatief genomen om te spreken met verschillende groeperingen in de kerk, teneinde voortijdige polarisatie te voorkomen, dat wil zeggen om te voorkomen dat de tegenstellingen in de kerk zich zo toespitsen dat de situatie onhoudbaar wordt. Zo werd nu een eerste gesprek gevoerd — we berichtten daarover vorige week al — met de hoofdbesturen van de Gereformeerde Bond en van de Confessionele Vereniging. Dit gesprek was dan tevens een voortzetting van het gesprek, dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond in juni voerde met het moderamen. Dat gesprek moest namelijk een vervolg hebben, omdat een aantal practische punten niet volledig was afgewerkt, wegens de ruime aandacht die besteed was aan de algemene koers van ons kerkelijk leven. Nadat de nu gehouden vergadering met het moderamen was vastgesteld kwam het Getuigenis. In verband daarmee werd de oorspronkelijke agenda gewijzigd in die zin, dat een door ds. Landsman opgestelde gespreksnota over identiteit en pluriformiteit van de Hervormde Kerk plaats maakte voor het Getuigenis. Duidelijk bleek ook dat hét moderamen er prijs op stelde dat dit gesprek gevoerd zou worden vóórdat enkele aangekondigde vergaderingen zouden plaats vinden. Kennelijk werd daarbij onder meer gedoeld op de vergadering, belegd door het hoofdbestuur van de G.B. op 6 november aanstaande.
Gesprek over het Getuigenis
Ds. Landsman begon met in het gesprek over het Getuigenis positief ertegenover te staan. Wat hier gezegd wordt, aldus ds. Landsman, wordt niet voor het eerst gezegd, maar het wordt wel duidelijk gezegd. Het stuk is duidelijk geschreven uit liefde tot en hoop voor de kerk. Wat positief gesteld is, daar kunnen we moeilijk neen te zeggen. Maar de vragen mogen we niet verborgen houden. Getuigen zijn in het heden wil weliswaar ook zeggen tégen iets getuigen, maar is de kritiek niet te eenzijdig uitgevallen? Terecht is er verzet tegen bepaalde ideologiën, die zich momenteel breed maken, maar zit er bij velen niet méér achter dan een ideologie? Als men zich tegen bepaalde politieke consequenties, die momenteel uit het evangelie getrokken worden, verzet, dan dient de drijvende kracht daarachter goed onderzocht te worden. Als jongeren momenteel zeggen, dat we vanwege de milieuverontreiniging nog maar 35 jaar te leven hebben, dan dienen we ons daar ook mee bezig te houden. Verder stelde ds. Landsman de vraag of het stuk niet door velen zal worden misverstaan. Het gaat ook om de vertolking van het evangelie in het heden.
Onzerzijds werd naar aanleiding van de woorden van ds. Landsman opgemerkt dat het nog niet zo vanzelfsprekend is dat tegen wat het stuk positief zegt moeilijk neen gezegd kan worden. Inmiddels zijn er namelijk velen, die er nu al uitdrukkelijk neen tegen zeggen. De tegenstanders melden zichzelf al. Verder werd onzerzijds opgemerkt dat het altijd mogelijk is een stuk te critiseren op wat er niet instaat. De vraag is echter of het moderamen bereid is mee te onderschrijven wat er wèl in het stuk staat. De vraag is of de synode in dit stuk het belijden van de kerk herkennen zal en niet zal vluchten in een houding van enerzijds-anderzijds. De opstellers van het Getuigenis hadden zelf ook nog diverse punten aan het stuk kunnen toevoegen maar de overtuiging leefde dat, wat in het Getuigenis aan de orde komt, te maken heeft met die stukken in het belijden die momenteel zozeer weersproken worden.
Ds. S. Kooistra (CV.) merkte op dat de politieke vragen ook hem niet loslieten. 'Ik ben politiek geëngageerd maar juist daarom zeg ik ja tegen dit Getuigenis'. Ds. Jac. Vermaas achtte het veelzeggend als allerlei vermoede gebreken breedvoerig worden besproken om daarmee het stuk zelf te ontkrachten. De vragen, zoals ds. Landsman die stelde, mogen, aldus ds. Vermaas, niet in mindering gebracht worden op de inhoud van het Getuigenis. Het kan een afleidingsmanoeuvre zijn om het stuk zelf krachteloos te maken.
Ds. Van Zanten, de synodepraeses, meende dat het slot van paragraaf 3 in het Getuigenis, aan duidelijkheid zou winnen als achter de zinsnede 'Niemand heeft echter het recht de verzoening, door Gods genade in Christus tot stand gebracht, in menselijke ethisch-politieke en sociale handelingen te doen opgaan' volgen zou: 'evenals niemand het recht heeft de verzoening buiten de menselijke ethischpolitieke en sociale handelingen te doen omgaan'.
Prof. Van Itterzon merkte op dat we met elkaar diep in de schuld staan. We rnoeten het echter betreuren dat de synode zelf niet met zo'n Getuigenis gekomen is. We zitten in een kritieke periode van de kerk. Het zou een ramp zijn als de synode dit Getuigenis zou verwerpen. Duizenden verstaan dit Getuigenis naar zijn diepste bedoeling, ook buiten onze kerk. Verder ging prof. Van Itterzon in op de politieke vereenzelviging door de kerk. Vroeger dicteerde de Roomse geestelijkheid hoe er gestemd moest worden. Thans gebeurt in de kerken hetzelfde maar dan in die zin, dat als het ware dwingend wordt opgelegd toch vooral politiek links te zijn.
Ds. Posthumus Meijes van het moderamen was verblijd met de 'rumor in casa' die door dit Getuigenis was ontstaan. Hij critiseerde het stuk evenwel omdat het geluid van bijvoorbeeld de onlangs overleden dr. Dippel en van Karl Barth er niet in doorklonk.
Ds. M. V. d. Bosch, lid van het moderamen, pleitte voor het gesprek der richtingen. Hij wilde het stuk als uitgangspunt voor een synodaal beraad wel aanvaarden, als er tenminste ruimte zou zijn tot aanvulling. Hij achtte het juist dat verzet wordt aangetekend, zoals in het Getuigenis gebeurt, tegen de saecularisering en verwettelijking van het heil, maar hij vroeg zich af of dat dan niet teveel gelijk gesteld wordt met historisering van het heil.
Ds. M. A. Groenenberg vond de laatste paragraaf van het stuk, waarin het persoonlijke sterk op de voorgrond wordt gesteld, zwak en vond dat in het Getuigenis de schuldbelijdenis teveel wordt gemist.
Ds. Exalto stelde in de loop van het gesprek met gespitste oren geluisterd te hebben naar wat door het moderamen naar voren werd gebracht. Hij vond de blijdschap over het Getuigenis bij het moderamen niet overtuigend. De dingen, die in het Getuigenis staan, hebben onder ons geen volkomen zekerheid meer. Het gaat echter om beslissingen ten aanzien van de waarheidsvraag. Als gesteld wordt dat we nog maar 35 jaar te leven hebben, vanwege het milieubederf, dan is dat een benauwende zaak. Maar veel benauwender is de vraag naar de eeuwigheid. Het gaat om het behoud van zielen. Paulus zegt 'mocht het zijn om, enigen te behouden! Ds. Exalto ging daarbij in op een aantal concrete punten, die ook in een nota stonden, die door prof. Van Itterzon aan het begin van het gesprek aan de aanwezigen was overgelegd. Met name ging hij in op het rapport Gemeentevormen en Gemeente-opbouw. Ds. Landsman had gezegd dat dat synodale rapport, zoals het ér nu uitziet, van een andere achtergrond uitgaat dan de oorspronkelijke opzet van ds. Kaptein. Ds. Exalto merkte echter op dat hij het verschil niet had kunnen ontdekken en meende dat de opsteller van het definitieve stuk dan toch wel een geestverwant van ds. Kaptein geweest moet zijn. Inmiddels heeft ds. Kaptein ook een boekje gepubliceerd, dat zich presenteert als de achtergrond van het bewuste synodale rapport. Het moderamen stelde dat dit voor rekening van ds. Kaptein zelf moet worden gelaten. Toch reist ds. Kaptein de classes af om zijn visie kenbaar te maken en als de achtergrond van het synodale rapport voor te stellen, aldus ds. Exalto alsook dr. B. W. Steenbeek van de CV., die evenals ds. Exalto kritische artikelen over het synodale rapport geschreven heeft. Ds. C. den Boer wees erop dat het belijden van de kerk niet meer functioneert. Daarop had ds. Vermaas al eerder gewezen, toen hij stelde dat in het beleid van allerlei commissies, raden en organen de gebondenheid aan het belijden van de kerk afwezig was, zó zelfs dat de vraag kan rijzen of het nog gewenst is om vanuit de rechterflank van de kerk in dergelijke raden en commissies zitting te nemen. Is de koers vaak niet dermate verkeerd dat je zeggen moet 'geen man meer' en in bepaalde gevallen misschien ook 'geen cent meer'? Er kan een moment komen waarop je zeggen moet: 'we stappen niet meer in het bootje dat toch een verkeerde kant opvaart.'
Ds. Den Boer merkte nog op dat men in de kerk maar al te vaak van de verkeerde vooronderstelling uitgaat dat de gemeente gelovig is, zonder de vraag naar de verhouding tot God nog aan de orde te stellen. Het heil wordt dan verder zó betrokken op de aarde dat per consequentie de theologie van de revolutie overblijft. Hij pleitte voor een duidelijke onderscheiding van de kerk als instituut en de kerk als organisme. Ook dr. B. W. Steenbeek wees erop dat vaak het uitgangspunt genomen wordt in de levensbeseffen van deze tijd. Het Getuigenis is een protest tegen de vermaatschappelijking van het heil.
Ouderling W. R. van der Heyden van het moderamen merkte op er blij mee te zijn dat eindelijk eens een tegenstem gehoord werd. Het Getuigenis is een reactie op de acties. Gelukkig dat dit nu ook gehoord is. Maar, zo vroeg hij zich af, kan de visie op de wereld nog niet duidelijk worden omschreven?
Onzerzijds is op dit laatste geantwoord dat, als een toevoeging over de visie op de wereld zou worden aangebracht, wat overigens gezien de hele opzet van het stuk niet mogelijk is, deze dan toch in het verlengde zou liggen van de inhoud van het Getuigenis zoals het nu voor ons ligt. De bezwaren van veel opponenten, die ten aanzien van de visie op de wereld hun uitgangspunten elders nemen, zouden dan bepaald niet ondervangen worden. Het zou namelijk voor de hand liggen dat dan iets van de theocratie in een dergelijke passage zou doorklinken. En op dat punt is juist b.v. prof. Van Ruler de stem van een roepende in de woestijn geweest.
Ter afronding van de oriënterende bespreking over het Getuigenis kwam de vraag naar voren hoe dit Getuigenis nu verder aan de orde zal komen. Ds. v. d. Bosch vond dat er vanuit de kerk gesproken moest worden over die dingen, die in het Getuigenis naar voren werden gebracht. Hij hoopte dat voldoende duidelijk was geworden met welke waardering toch ook dit Getuigenis door het moderamen was ontvangen. De kerk mag niet langer zwijgen, stelde hij. Maar naar de kant van de theologie zal het zo duidelijk mogelijk moeten zijn. De visie op de geschiedenis vraagt om meer klaarheid. Ds. Landsman vond dat het moderamen in ieder geval kon zeggen, dat de intentie van de synode dezelfde diende te zijn als de intentie die in dit Getuigenis doorklinkt. Maar de inhoud dient wel ter discussie te staan. Is de eigenlijke crisis wel in de kern gegrepen? Gaat de crisis, waarin we staan, buiten Gods oordeel om? Gaat het behalve om het persoonlijke ook niet om het collectieve? En dan, wat betreft de verhouding rechtvaardiging en heiliging, — het Getuigenis zegt dat de rechtvaardiging aan de heiliging vooraf gaat — ligt hier niet het gevaar voor een verkeerd verstaan Lutheranisme?
In ieder geval zal het Getuigenis zelf op de synode van november a.s. aan de orde komen, waarbij de opstellers van het Getuigenis aanwezig zullen zijn. Door de praeses werd nog gesuggereerd het moderamen dan zelf als commissie van rapport te laten fungeren. Maar er bleek al een commissie van rapport te zijn aangetrokken met als voorzitter ds. Ph. C. Cornelder uit Rotterdam.
Hoe hebhen we het gesprek ervaren?
Ik heb getracht een kort overzicht te geven van wat over het Getuigenis zoal is gezegd. Als ik dan tenslotte nog een korte indruk wil geven van het geheel dan dient allereerst gezegd te worden dat het gesprek in alle openhartigheid en eerlijkheid verliep, waarbij geconstateerd kon worden dat het moderamen het verschijnen van dit Getuigenis ernstig neemt. Het stemt ook tot dankbaarheid dat het Getuigenis op de komende synodevergadering aan de orde zal komen.
Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat elke discussie het stuk verzwakt. Daarmee bedoel ik dan dat de aard van dit Getuigenis zodanig is dat het inderdaad als een Getuigenis moet overkomen, zodat je het als zodanig overneemt omdat het verwoordt wat de kerk in onze tijd dient te verwoorden. Er bestaat geen groter gevaar dan dat dit stuk wordt opgevat als een praatstuk en als zodanig behandeld wordt ter synode, zoals er al zoveel praatstukken behandeld zijn. Dat het 'genuanceerd' bekeken wordt met veel 'enerzijds-anderzijds'. Op die wijze heeft men dan het stuk in zijn intentie misverstaan. Het Getuigenis is een hartekreet vóór het geloof der eeuwen en. tégen die symptomen, die het geloof der eeuwen willen elimineren. Het roept op tot een réveil, tot een opstaan tot de vreugde van het belijden. De vraag is of het moderamen het zó heeft verstaan. De vraag is ook of de synode dat zal verstaan. Het indiscutabele in het Getuigenis dient ons als kerk in deze tijd klaar voor ogen te staan. Dat betekent niet dat het Getuigenis een belijdenisgeschrift is, maar wel dat het in overeenstemming wil zijn met hét belijden van de kerk, dat het alles te maken heeft met het zijn-of-niet-zijn van de kerk, met het wezen van het kerk-zijn, zoals dat in artikel X van de kerkorde, welke bezwaren ook daaraan kleven, vertolkt is. Daarom hopen we van harte dat het stuk op deze wijze op de aanstaande synodevergadering zal resonereii. De kritische tegenstemmen klinken al luid. Ook door een lid van het moderamen werd al opgemerkt dat hij hoopte niet voor de gewetensvraag gesteld te zullen worden om dit stuk zó, te aanvaarden, omdat dit hem onmogelijk zou zijn. Daarom klemt de vraag: zal de synode dit Getuigenis tot het hare willen maken? Er waren in de bespreking met het moderamen moedgevende tekenen, maar ook tekenen, die ons te denken geven. Zal de synode straks de moed hebben krachtig mee te Getuigen tegen de verpolitisering van het evangelie? Als er dan over de inhoud van het Getuigenis gesproken zal worden dan ligt het voor de hand dat elke wezenlijke verbetering van de inhoud welkom en geboden is. Maar het Getuigenis wil persé geen praatstuk zijn. Al pratende kan namelijk met toevoegen van een zinnetje of weglaten van een zinnetje de wezenlijke inhoud van het stuk worden ontkracht. En als de visie op de wereld dan duidelijker omschreven moet worden dan zal dat toch alleen kunnen in het spoor van het belijden der kerk, zoals dat in het Getuigenis verwoord wilde worden.
Het Getuigenis heeft intussen veel losgemaakt. Dat bleek ook in het gesprek met het moderamen. Ds. Van Zanten, de synodepraeses zei, na afloop van het gesprek in een interview nog dat hij blij was met de verschijning omdat eruit bleek dat de Hervormde Kerk, hoe moeilijk ze het ook heeft, nog leeft. Te hopen is dat het Getuigenis zó ook op de synode aan zal komen. De tegenkrachten laten zich namelijk niet onbetuigd. Het was op zich ook verheugend ds. Landsman op de persconferentie, die na afloop van het gesprek gehouden werd, te horen zeggen dat hij zijn handtekening niet zou hebben gezet onder het stuk van een groep van opponerende theologen (dr. Buskes, prof. Strijd e.a.), die de opstellers van het Getuigenis kritisch tegemoet getreden zijn en hen uitnodigden tot een gesprek. Anderzijds wilde hij toch echter ook niet onomwonden bevestigend antwoorden op de vraag of hij zijn adhaesie aan het Getuigenis zou willen geven. De opmerkingen, die hij in dit verband maakte over een aanvaarden van geest en hoofdzaak kunnen ook zo uitgelegd worden dat de eigenlijke spits van het Getuigenis niet wordt aanvaard.
Voorlopig ligt de zaak erg open. Maar dat er iets losgemaakt is is het verblijdende van de huidige gebeurtenissen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's