De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Andrew Gray IV

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Andrew Gray IV

8 minuten leestijd

Christus-prediking

Een andere trek, die opvalt in de preken van Gray is het Christo-centrische. Dat Christus gepredikt wordt is een eerste eis, die aan de prediking gesteld moet worden. Paulus schreef aan de gemeente in Corinthe: 'Ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus en Die gekruisigd'. Een prediking, die niet de Christus der Schriften tot inhoud heeft, is de naam van prediking niet waard.

Er is uiteraard wel verschil in de wijze waarop Christus wordt verkondigd. Paulus wist in zijn dagen ook al van predikers, die Christus 'onder een deksel' verkondigden. Wanneer men de preken van Andrew Gray leest, dan wordt men als het ware meegesleept in één lange, ononderbroken lofzang op de schoonheid en de heerlijkheid van Christus. Dat hangt samen met zijn ruime prediking van het aanbod van Gods genade en van de beloften van het Evangelie, die immers alle, zonder enige uitzondering, tot inhoud hebben: Jezus Christus en Die gekruisigd.

Ter illustratie moge hier een enkel citaat volgen uit een preek over 1 Petr. 2 : 7 ('U dan die gelooft is Hij dierbaar'):

'Wij kunnen de dierbaarheid van Christus lezen uit die gezegende namen, die Hem in de Schrift gegeven worden. Zijn Naam is: de wens aller heidenen, de Roos van Saron, de Lelie der dalen, de tempel Gods, het uitgedrukte Beeld van des Vaders zelfstandigheid, de Wortel en het Geslacht van David, de blinkende Morgenster. Prediken niet al deze namen u, dat Christus dierbaar is? Wij willen u nog een zaak noemen, die ons predikt dat Christus dierbaar is. De grootste zwarigheden om Christus' wil verschaffen ons meer blijdschap en zijn kostbaarder dan de meest uitgezochte van alle genoegens in de schepselen. Dit is duidelijk in Hebr. 11 : 26, waar we lezen: Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte'. En indien de versmaadheden om Zijnentwil zo goed en zo dierbaar zijn, hoe kostbaar en dierbaar moeten dan niet Zijn zegeningen en de openbaringen van Zijn gunst wezen?

O christenen, hebt ge nooit verlangd de tong van een engel te hebben, opdat ge bekwaam mocht zijn de lof en roem van deze Plant van naam uit te spreken, opdat ge Christus mocht verhogen? Zijt ge nooit gedwongen geweest onder het gevoel van Zijn liefdesuitlatingen uit te roepen: Het is goed dat ik hier ben, laat me tabernakelen bouwen? Hebt ge nooit met de Emmaüsgangers gezegd: Blijf met ons? Daarom, acht Christus dierbaar. Zijn afwezigheid voor één uur is als een eeuwigheid en Zijn tegenwoordigheid van duizend jaren is als één dag!'

Evangelische heiliging

Een sterk accent valt in de preken van Gray op de heiliging. Wie zich christen noemt en door een waarachtig geloof Christus is ingeplant zal ook vruchten der dankbaarheid voortbrengen. In al zijn werken komt dit thema in allerlei variaties terug, dat we geroepen zijn, zoals het doopsformulier zegt, 'de wereld te verlaten, onze oude natuur te doden en in een nieuw Godzalig leven te wandelen'. Voortdurend waarschuwt hij tegen de vijanden van het nieuwe leven, roept hij op tot de strijd tegen deze vijanden en wijst hij de wapenen aan die we in de strijd hebben te gebruiken.

Het is er echter vèr vandaan — zover kennen we Gray nu wel — dat hij deze heiliging in wettische zin zou verstaan! Christus is niet alleen gegeven tot rechtvaardigheid, maar ook tot heiligheid. Het is dus niet zo, dat een mens een krampachtige poging moet doen, zich door een heilig leven bij de Heere aangenaam te maken. Maar wanneer er een levend geloof in Christus is, dan brengt dat vanzelf vruchten voort. Een kwade boom kan nu eenmaal geen goede vrucht voortbrengen, maar een goede boom kan ook geen kwade vrucht voortbrengen. Het best komt dit uit in zijn preken over 'De geestelijke strijd', over Gal. 5 : 24: Maar die van Christus zijn hebben het vlees gekruisigd met zijn bewegingen en begeerlijkheden'. Hoe Gray deze heiliging in Christus verstaat moge blijken uit het hier volgende fragment:

'Nog een kenmerk van onze wasdom is, dat we hoge en verheven gedachten van Christus en Zijn Woord hebben, want de uitzuivering van onze hoedanigheden zal ons als nieuwgeboren kinderkens zeer begerig maken naar de redelijke en onvervalste melk van het Woord. Ik ben verzekerd dat iemands geestelijke bevatting van Christus hoger stijgt naarmate hij voorspoediger is in deze dierbare strijd. .Zó iemand staat naar die evangelische en hemelse bekwaamheid, om al zijn genegenheden te vestigen op dat dierbaar en uitnemend Voorwerp, Jezus Christus. O, slechts één gezicht van Jezus Christus in Zijn onvergelijkelijke en alles te boven gaande schoonheid, die Goddelijke verhouding, overeenstemming en vereniging te beschouwen van alle geestelijke genaden, die in Hem zijn — zou ons dat niet aansporen om al onze afgoden weg te werpen voor de mollen en de vleermuizen? Zouden ze hun schone tint en beeltenis niet verliezen? O, dat de eeuwigheid aanbrak, om de oneindige Majesteit te beschouwen, die in Hem is, liefelijk overeenstemmend met Zijn beminnelijkheid! In Hem is zo'n majestueuze nederigheid en zo'n nederige majesteit! Zowel Zijn oneindige hoogheid als Zijn onvergelijkelijke nederigheid te zien — als we daartoe mogen komen, dan zullen we uitroepen: 'Wie zou u niet vrezen. Gij Koning der heiligen, en Uw Naam niet verheerlijken? "

Het Avondmaal

Het Avondmaal neemt in de preken van Gray een belangrijke plaats in. Verschillende van zijn preken zijn speciale Avondmaalspreken, één bundel bevat zelfs uitsluitend Avondmaalspreken ('Elf predikatieën op Avondmaalstijden'). Dat is niet verwonderlijk, wanneer we bedenken dat de Schotse Kerk voorheen bijzondere Avondmaalstijden heeft gekend, waarin men vaak vier of vijf dagen lang samenkwam rondom het Woord en in het gebed. Eerst was er dikwijls een dag van verootmoediging, daarna een dag van zelfonderzoek, dan nog een dag van voorbereiding. Op de eerste dag der week kwam de gemeente dan samen aan de Dis van het Verbond en op de avond van die dag, of de dag daarna was er dankzegging of nabetrachting.

Deze wijze van Avondmaalvieren, die stamt uit een tijd van grote geestelijke opleving, kan natuurlijk niet kunstmatig in stand gehouden worden. Maar wel is er van deze Avondmaalstijden vaak veel zegen uitgegaan en werd de werking van de. Heilige Geest soms op zeer duidelijke wijze merkbaar.

Ontroerend zijn sommige van Gray's Avondmaalspreken en ook de korte toespraken die hij gewoon was te houden aan de Avondmaalstafel. Uit één van deze toespraken moge hier een enkel citaat volgen:

'In de hoop dat gij zult deelnemen, geven we u het sacrament. Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt, doet dat tot Mijn gedachtenis. Het is evenals twee ondertrouwde personen, die een huwelijksakte ondertekenen. Hier wordt het rijkszegel gehecht aan het huwelijksverdrag van Christus. Er wordt niets anders van u verwacht dan dat gij de akte tekent. Jamaar, zegt ge, ik kan niet schrijven. Nu, zeg dan dat ge het verdrag van Christus wilt ondertekenen en laat Hem uw pen besturen. Spreek aldus: Ik neem Hem aan tot mijn Heere en Man, en ik verbind mij, en ik beloof dat ik een gehoorzame vrouw zal zijn. Eet en drinkt op deze voorwaarden.

Denkt ge niet dat er veel ogen in de hemel zijn? En toch is er niet één oog dat niet op Hem gevestigd is. Zijn er niet veel handen in de hemel? En wilt ge weten wat al die handen doen? Ze nemen alle Christus in hun armen. Is dit niet een verborgenheid, dat zoveel duizenden tegelijk Christus kunnen aangrijpen? O wat een vrolijk en opgewekt gezelschap is daar. Waren er ooggetuigen van ons Avondmaal op deze dag en konden ze op ons neerzien, ze zouden medelijden met ons hebben als ze zagen wat een groot verschil er is tussen hen en ons!

Laat me alleen dit nog zeggen: Als we er eens bij tegenwoordig geweest waren toen die heerlijke Christus hing' tussen hemel en aarde? Wat zoudt ge gezegd hebben? Ge zoudt gezegd hebben: 'Wat heeft dat vlekkeloos Lam gedaan? ' Ik zal dit punt niet beslechten, of de engelen, en Abraham en de twaalf patriarchen, gezien hebben hoe Hij hing tussen hemel en aarde. Maar het is zulk een gezicht geweest, dat ik wel zou wensen dat ons geloof gedurig werkzaam mocht zijn met Hem, de Gekruisigde Zaligmaker.

Zo denk ik, dat ge geen aanrading meer nodig zult hebben om Christus aan te nemen. Ge moogt Hem aannemen op een onvoorwaardelijk geloof, want Hij zal u nooit teleurstellen. Neemt Hem op Zijn Woord, ja Hijzelf geve u dat te doen. Amen, Amen.'

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Andrew Gray IV

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's