De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bij de 31e oktober

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bij de 31e oktober

11 minuten leestijd

De Reformatie, die aan het begin van de 16e eeuw inzette, schonk aan kerk en christen het Woord terug. Zij werd geboren in een weg van zielenood en beoogde mede het herstel van het vervallen pastoraat. Zij verlangde voor de hele kerk een zegen te zijn.

1. Kerk en christen ontvingen weer het Woord Gods. De Reformatie was noch bood iets dat volkomen nieuw was. Door haar kwam de Heilige Schrift weer centraal te staan in de kerk, om vandaar uit haar werking te doen ook aan enkeling en gemeenschap. Het Goddelijk Woord klonk weer gezaghebbend, richtend en troostend door de kerk heen, die in verwarring en misleid was door talloze woorden, leringen en geboden van mensen.

Dit alles was niet het werk van de mens Luther.

Wij belijden dit als een werk van God, die voor Zijn werk mensen gebruikt. Hoe zou een mens in staat zijn een ineengezonken kerk op te richten? Het is de vrijmachtige werking van God de Heilige Geest wanneer een kerk weer horen gaat naar het aanklagend en vergevend Woord waarvan zij alleen léven kan.

In de middeleeuwse kerk was aan de stem van God welhaast het zwijgen opgelegd. De grote schare kerkvolk was zeer onwetend en wat men wist van de Waarheid Gods was gemengd met veel onwaars en bijgeloof.

De zuivering, her-vorm-ing, is niet begonnen vanuit het frivole Rome, niet aangevat door de curie of de geesteloze geestelijkheid. Zij werd geboren in de cel van een klooster ergens in de duitse landen. Een monnik, die beeft voor de heilige God en gebogen gaat onder de beschuldigingen van zijn geweten, vindt vrede met God door het Woord van God. 'Want de rechtvaardigheid Gods wordt in het Evangelie geopenbaard, uit geloof tot geloof, gelijk geschreven is: maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven'. 

Door dit woord, dat ons in Christus de gerechtigheid is geschonken, is voor Maarten Luther de poort van het paradijs opengegaan.

Het Evangelie van de souvereine, bevrijdende genade Gods als genadige gezindheid van God jegens zondaren, was in de loop der eeuwen een welhaast onbekend artikel geworden. Het Woord kon niet aan het woord komen. Het was krachteloos gemaakt door de scholastieke theologieën en de moraal. De armoede en troosteloosheid van de doorsnee-prediking in Luthers dagen waren groot. Bijgelovige verhalen en heiligen legenden boden meer stof tot prediking — zo het in de kerkdienst al tot prediking kwam — dan de Heilige Schrift.

Het herontdekte, beter: hergeven Woord is de kracht van de Reformatie geweest, kan voor een echte hervorming van de kerk ook in onze tijd alleen de kracht zijn. Wat niet uit het Woord opkomt kan wel mensen op de been brengen, maar brengt niet terug tot God, die door Zijn Geest doden levend maakt, goddelozen begiftigt met genade.

De overmacht van het Woord dreef Luther tot het opstellen van zijn 95 stellingen en het schrijven van zijn vele geschriften daarna. Hij kon niet zwijgen toen hem barmhartigheid was geschied. De Here had hem, op weg naar wanhoop en dood, opgezocht in Zijn erbarming.

Laten wij niet over het hoofd zien, dat de tijd rijp geworden was. Het einde van de periode die wij de middeleeuwen noemen, gaf een bonte verscheidenheid aan stromingen en bewegingen te zien, die tezamen in de éne westerse kerk een zekere gespannenheid veroorzaakten. Het optreden van Albigenzen en Waldenzen, Wickliff en Hus, de broeders des gemenen levens en het humanisme e.a.m. hebben ertoe bijgedragen dat de akker ontvankelijk geworden was voor het Evangelie.

Al spoedig staan er dan ook naast Luther mannen, die zijn woord overnemen en doorgeven. Mannen, die zélf door het Woord van God bevrijdend gegrepen, de kerk tot dat Woord wilden en moesten terugroepen, het Woord, ontdaan van menselijke fantasie, wetticisme en moralisme; het Woord van God, voor wie zonde zonde is en in Christus vergeeft, die de zonde straft en de zondaar behoudt, die alles eist en alles geeft.

Niet iets nieuws, maar het oude, altijd nieuwe Woord, zo lang vergeten en verzaakt, kwam weer tot de orde roepend aan de orde. Wet en Evangelie werden weer van de kansels verkondigd en al spoedig konden de duitse gezinnen zélf lezen wat zij hoorden, eerst het Nieuwe Testament, daarna ook het Oude, door Luther vertaald. Zo konden zij zelf nagaan of de 'nieuwe leer' de oude leer der Schriften was.

Wij wensen geen hulde te brengen aan de mens Luther. Laat ons de Here danken, die aan een mens als Luther het geloof, de moed en de wijsheid schonk om in dat tijdsgewricht tegen de bitterste vijandschap in, geen mens vrezend pal stond voor Gods Woord en zaak. Hij en zo velen meer hebben geleden en gestreden om Godswille.

Het was door een ontzaglijke worsteling, dat de kerk teruggebracht werd bij haar levensbron, de God van het Woord, dat niet langer door zinloze en schadelijke tradities overwoekerd werd.

2. Deze grote worsteling ving aan in een kleine kloostercel. Luther worstelde om het behoud van zijn ziel. Deze jonge magister in de vrije kunsten en student in de rechten, was monnik geworden. In het Augustijnerklooster te Erfurt zocht hij rust en vrede voor zijn ziel. Hij werd gekweld door grote onrust en angst, die zijn biechtvader overdreven vond. Luther ging de officiële weg, die de kerk voorschreef voor zulke 'gevallen': het klooster, vasten, onthoudingen, kastijdingen, nachten doorwaken. Hij werd doctor der Heilige Schrift, hoogleraar in de theologie — maar miste de vrede. Tot hij ontdekte, dat de vrede met God niet gekocht wordt door goede werken, maar dat de zondaar leven mag, doordat Christus' gerechtigheid door het geloof onze is. 'Ik had het gevoel, alsof ik wedergeboren was en door open poorten het paradijs was binnengegaan. Direct zag de gehele Schrift me volkomen anders aan'. De folianten van de kerkvaders en dogmatici hadden hem het bevrijdend antwoord niet gegeven, de heiligen evenmin. Hij hoorde in het Woord de stem van de levende God, op wie hij zich verliet.

Zelf door de diepte gegaan (die hij zó nooit, voor anderen vereist heeft!), kon hij zielzorger worden: op de kansel, voor zijn studenten en als districtsvicaris over elf kloosters. Hij wist, dat alleen het Woord van de barmhartige God hulp, troost en bevrijding brengen kan voor mensen in nood.'

De Reformatie is van onschatbare betekenis geworden voor het pastoraat, de leiding aan en de zorg voor de zielen.

Toen dan ook de vergeving der zonden een zaak van koophandel was geworden, aflaten met grote overreding werden aangeprezen als een probaat middel dat van vagevuurstraffen ontslaat, dus het Woord Gods op grove wijze gekrenkt en de mensen bedrogen en misleid werden, moest Luther wel grijpen naar de pen, bewogen, omdat aan vele mensen het schaarse geld uit de zak geklopt werd, maar allermeest, omdat zij — met de hoogste kerkelijke goedkeuring — in de waan werden gebracht zonder boete en bekering ten hemel in te kunnen gaan.

Het sacrament van de biecht (dus een deel van de kerkelijke zielzorg), uitgehold door de practijk van de automatisch werkende aflaat, is aanleiding geworden tot de Reformatie. De oorzaak lag veel dieper.

De Reformatie, die door sommigen al veel eerder was begeerd, maar eerst in de 16e eeuw werkelijkheid werd, is niet uit hooghartigheid en opstandigheid geboren, maar uit bittere zielenood en beoogde mede het herstel van het pastoraat, nl. het brengen van zondaren tot Christus, het leiden van vertwijfelden en aangevochtenen tot de fontein van het heil, het afbreken van het vertrouwen op deugden en goede werken en het vertroostend wijzen op de weg van het geloof in de Here Jezus Christus waarlangs de zekerheid des heils te verkrijgen is. Zo wordt God geëerd en wordt een zondig mens behouden.

Het christelijk geloof is niet een of andere levenswijze of wereldbeschouwing, maar het persoonlijk verbonden zijn met de levende God. Het leeft van Gods genade en voor Zijn aangezicht.

Waar is de blijde zekerheid, met kracht in de Reformatie gepredikt, dat wie gelooft in Christus alles heeft, gebleven? Niet alleen zij, die onder de druk van de geest van deze tijd bezwijken en het Woord van God prijsgeven voor een oproep tot wereldverbetering, doch ook zij wier gedachten altijd om de vrome mens cirkelen, de onwrikbaarheid van Gods eisen en de vastheid van Zijn beloften in Christus Jezus ondermijnen, schuiven het Woord weg uit het centrum en laten de zielen in dwalipg en duisternis. Zij zijn bastaarden der Reformatie, die het Woord predikte, dat een kracht Gods is tot zaligleid en de rechte zielzorg beoefende door de mensen op de gekruisigde en opgestane Christus als het enig fundament van onze zaligheid te richten.

3. De Reformatie had de gehele kerk op het oog. Zij verlangde ernaar, dat het Woord overal in de kerk zou klinken, dat zij in haar geheel werd her-vormd, ge-reform-eerd.

Luther kwam niet met een programma, hij begon geen weloverwogen actie. Hij begon in argeloosheid, nodigde door zijn stellingen uit tot een theologisch gesprek over de brandende vragen van de dag, nl. die van de aflaat. Dat is hem totaal uit de hand gelopen. De Here heeft Luther veel heerlijker gebruikt dan hij zelf ooit vermoeden kon. Eenmaal op deze weg kon en wilde hij niet meer terug. Hij moest voort. Het ging hem niet om een eigen kerk, maar om de heerschappij van God door Zijn Woord over de gehele westerse christenheid. Luther wilde geen Lutherse kerk!

Het is feitelijk noch historisch juist wanneer wij als Protestanten ervan worden beschuldigd, dat wij ons van de katholieke kerk hebben afgescheiden. Toen het totaal verwereldlijkte pausdom en de curie onbekeerlijk bleken te zijn, zich verhardden tegen het Woord en de kinderen Gods te vuur en te zwaard vervolgde, hebben Luther en de zijnen de gehoorzaamheid aan het hof van Rome opgezegd. Het was hun onmogelijk de paus van Rome èn de Here te dienen. Zij konden als katholieke christenen niet leven binnen de enge wanden van de roomse leer.

Toen Rome zich afscheidde van het reformerend werk van de Heilige Geest, moest het wel komen tot een breuk met hen die leefden bij het Woord en de door Christus ingestelde sacramenten.

Wanneer desondanks de kerk van Rome zich uitdrukkelijk de katholieke blijft noemen, grijpt zij naar een kroon die haar niet toekomt, omdat zij die zelf afwierp.

De leiding van deze kerk antwoordde op de bewogen smeekbeden en pleidooien, de aangrijpende belijdenissen en getuigenissen van haar 'kinderen' slechts met de ban, excommunicatie, inquisitie, galg en rad.

En het Concilie van Trente, dat in 1545 begon, was verre van katholiek: geen protestant was daar genodigd. Trente maakte de breuk volkomen, sloot de deur. Valse leer werd gecanoniseerd, het Woord krachteloos gemaakt: voortaan zou dit niet meer in en tegen deze kerk kunnen opstaan, richtend en louterend, doordat de traditie gelijke rechten ontving. Op dit Concilie werd de roomse kerk gesticht. Sindsdien is dat (nog? ) niet gezuiverd deel van de kerk niet katholiek meer en nauwelijks kerk. In hoever nog kerk? Hoe lang nog dwalend? Het antwoord op deze vragen weten wij niet. Maar wie thans de tegenstelling tussen Rome en het Protestantisme overwonnen acht, en meent dat beide zo haast maar kan zich verenigen moeten, die weet niet wat tóen in het geding was. Die onderschat de taaie kracht van Rome om zichzelf te blijven. Die verstaat niet, dat wanneer wij waarlijk met God van doen krijgen, de existentiële vraag van alle tijden: hoe krijg ik een genadig God? geboren wordt. En geeft het Rome van nu daarop het antwoord, dat Luther tot zijn blijde verrassing van Godswege vernemen mocht?

Op de 31e oktober (en niet uitsluitend dan) mag er bij ons dankbaarheid zijn voor wat de Here in en door de Reformatie gaf. Daarbij ook schaamte over wat wij ervan maakten: onze ontrouw, ongeloof, kleinheid, nodeloze verdeeldheid, ondankbaarheid.

Laten wij op deze dag van erkentelijk gedenken (en niet uitsluitend op deze dag) óók bedenken, dat de Reformatie geen eindpunt was. Staande in de stroom van deze geweldige beweging, heeft elk nieuw geslacht nodig leerling gemaakt te worden van de Heilige Schrift, mensen weder-, geboren tot een levende hoop. Dat doet alléén de Heilige Geest door het Woord.

Dat kan Hij.

Dat wil Hij.

Ook nu.

De Here is immers wie Hij was.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bij de 31e oktober

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's