De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verschuivingen in de R.K. theologie III

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verschuivingen in de R.K. theologie III

9 minuten leestijd

Küngs publicaties na het Concilie

In 1957 verscheen Küngs hoofdwerk op theologisch gebied: Die Kirche (ned. vertaling De Kerk). Al zijn latere publicaties grijpen op dit werk terug. Van deze latere publicaties noemen wij Wahrhaftigkeit (Ned. vert. Waarachtigheid) 1968, Was ist Kirche? (ned. vert. Wat is kerk? ) 1970 en Unfehlbarkeit? (ned. vert. Onfeilbaarheid? ) 1970. Het laatstgenoemde boek Onfeilbaarheid? moet vooral gezien worden als een strijdschrift. De directe aanleiding tot het ontstaan ervan is geweest de verschijning van de encycliek Humanae vitae (over de geboorteregeling). De kwestie van de onfeilbaarheid en het primaat van de paus had Küng in zijn groot werk over de kerk niet nader uitgewerkt, maar dat heeft hij nu gedaan in dit boek. Vooral sinds het verschijnen van dit laatste boek is de curie zich met Küng gaan bezighouden. Geen wonder als men bedenkt dat Küng achter dit dogma een vraagteken heeft gezet en dat is zelfs nog te zwak uitgedrukt, men kan gerust zeggen dat hij het heeft laten vallen.

Een historisch bepaalde leer van de kerk

Van een volledige weergave van Küngs boek over de kerk en van zijn andere daarmee samenhangende geschriften moeten wij uit de aard der zaak afzien. Wij beperken ons tot het naar voren halen van enkele leidende gedachten daaruit, die wij dan tevens vanuit reformatorisch standpunt critisch willen bekijken. De eerste van deze leidende gedachten is die van de historische bepaaldheid van de leer aangaande de kerk. Trouwens niet alleen de leer aangaande de kerk is bij Küng historisch bepaald, héél de leer van de kerk, al haar dogma's en geloofsuitspraken, ook heel haar structuur, al haar instellingen zijn het.

Al in het eerste hoofdstuk van zijn boek over de kerk laat Küng zien hoe de leer aangaande de kerk (de ecclesiologie) een geschiedenis heeft doorgemaakt; hoe er steeds — wat hij noemt — verschillende kerkbeelden zijn geweest. Kerkvaders, middeleeuwers, reformatoren, contra-reformatoren, allen hebben zij heel verschillend tegen de kerk aangekeken. Er is dan ook niet één bepaalde leer aangaande de kerk die mag worden verabsoluteerd, Heel verschillende visies op de kerk zijn mogelijk en wettig, mogen naast elkaar bestaan. Heeft het roomse leergezag de neiging één bepaalde leer aangaande de kerk te houden voor een eeuwige waarheid, Küng daarentegen plaatst de leer aangaande de kerk in de historie.

Nu staat Küng hierin zeker niet alleen, Veeleer kan hij gezien worden als de representant van een theologische stroming die zich binnen de rooms-katholieke kerk al sinds het begin van de vorige eeuw doet gelden, vooral aan de universiteit te Tubingen, waar ook Küng hoogleraar is. Een stroming die ook heeft kunnen aanknopen bij de ideeënwereld van de grote Engelsman John Newman.Een stroming die aan het begin van onze eeuw de zogenaamde modernistische crisis binnen de r.k. kerk veroorzaakte. Een stroming die in de 'nieuwe theologie' in de jaren voorafgaande aan de tweede wereldoorlog herleefde, maar vooral sinds die oorlog zich met kracht doorzet. Geen thema heeft in heel de ontwikkeling van de eologie in de r.k. kerk zo'n grote rol gespeeld als dat van geschiedenis en dogma. De modernisten, waar wij zoeven op zinspeelden, aan het begin van onze eeuw, trokken het dogma geheel in de geschiedenis, van de normativiteit van het dogma bleef niets over. Heel de leer der kerk werd gerelativeerd, door haar slechts historisch te bekijken. Velen ging dat te ver. Ook Küng gaat het te ver. Wij zullen verderop nog zien dat hij niet alle normativiteit opzij heeft gezet. Niettemin, een sterk relativerende tendens is ook in zijn inzicht niet te ontkennen. Wel heel duidelijk is dat aan het licht getreden in zijn laatste boek over de onfeilbaarheid van kerk en paus. Ook dit dogma heeft hij gesteld in het licht van de geschiedenis en mede op die grond het voor onaanvaardbaar verklaard. De ene paus heeft weleens de andere veroordeeld, zegt hij. Ten aanzien van Galilei heeft de kerk duidelijk gedwaald. En zo worden nog meer punten genoemd vanuit de geschiedenis van de kerk. De geschiedenis fungeert hier als een wig die gedreven wordt in het massieve dogma van een onfeilbare leiding van kerk en paus door de Heilige Geest.

Küngs opereren met de idee van de historische bepaaldheid van de kerk en de leer aangaande de kerk, waarmee hij duidelijk staat in de rij der rooms-katholieke vernieuwingstheologen vanaf het begin van de vorige eeuw levert een niet gering gevaar op voor wat men steeds de roomse school-theologie heeft genoemd die jarenlang oppermachtig is geweest, Al sinds het midden van de vorige eeuw spreekt men binnen de rooms-katholieke kerk van de neo-scholastiek. Gelijk op protestants erf weleens gesproken is van neo-lutheranisme en neo-calvinisme en in onze dagen veel gehoord wordt over neo-modernisme. In de neo-scholastiek herleeft de oude scholastiek uit de middeleeuwen, maar aangepast aan het eigentijdse denken. Dit laatste echter slechts in zeer beperkte mate, de eigenlijke denkwereld van de middeleeuwen blijft erin gehandhaafd. De neo-scholastiek is een leersysteem. Het is een systeem van eeuwige waarheden waaraan niet te tornen valt. Deze waarheden staan hoog verheven boven alle historie. Het zijn waarheden waarin helaas van de Schrift slechts weinig te vinden is; zeker niet waar het gaat over de specifiek-roomse dogma's, Zij zijn producten van het menselijk denken. Er is in hen een sterk rationalistische inslag. Geen protestantse scholastiek, gelijk er bijvoorbeeld geweest is in de 18e eeuw, is zo abstract, zo weinig levend en concreet en zo rationalistisch als deze roomse neo-scholastiek. Dat hier binnen de rooms-katholieke kerk verzet tegen is gerezen is op zichzelf genomen helemaal niet verwonderlijk. De vraag is echter wat er voor in de plaats wordt gesteld.

Gaan wij na hoe over het algemeen in onze dagen de rooms-katholieke theologen omspringen met de dogma's van hun kerk dan bemerken wij dat zij daarmee proberen klaar te komen langs de weg van de her-interpretatie. Men probeert in de tekst van het dogma een andere zin te leggen dan er lange tijd in gehoord is. Men probeert de vóóronderstellingen van zulk een dogma te wijzigen, door de filosofie van Aristoteles te vervangen door een moderne. Het zijn pogingen waar reformatorische theologen meestal sceptisch tegen aan kijken, het lijkt geknutsel met teksten. Aan de andere kant, het is voor de rooms-katholieke theologen de enige weg om nog met eerlijkheid de leer van hun kerk te aanvaarden, wat nodig is willen zij niet buiten spel gezet worden. Beter ware het naar ons inzicht wanneer zij het opgaven en de weg van de Reformatie gingen, die trouwens niet slechts van filosofie veranderde maar zwichtte voor het overmachtige Woord van God.

Küng is in zijn eerlijkheid nog verder gegaan dan zijn collega's. Hij heeft het geknutsel met de teksten van de dogma's opgegeven. Juist op dit punt is er tussen hem en Rahner de laatste tijd verschil gerezen. Het denken van Küng is radicaler dan dat van zijn collega's, ook al heten die progressief. Wat Rahner nog steeds heeft geprobeerd te redden, bijvoorbeeld een dogma als dat van de pauselijke onfeilbaarheid, heeft Küng laten vallen.

Met zijn nadruk op de historische bepaaldheid van de kerk en de leer aangaande de kerk heeft Küng vervolgens ook de roomse kerkelijke structuren ondergraven. De gestalte van de kerk in het heden is voor hem niet normatief. De kerk kan er ook anders uitzien dan zij er nu uitziet. De kerk verliest niets van haar wezen als haar structuren veranderen. Een doorwerking van Küngs theologie zou heel de rooms-katholieke kerk aantasten.

Hoewel wij uiteraard niet genegen zijn een pleidooi te voeren voor de oude roomse kerkstructuren, zal toch bij dit pimt ons van het hart moeten, dat Küng hier helaas te weinig tegenover stelt. Dat de kerk in haar vormgeving gehoorzaamheid verschuldigd is aan de Schrift komt te weirdg bij hem tot uiting. Het is hier voor het eerst dat wij er wijzen dat het Schriftgezag het zwakke punt is in Küngs theologie; wij zullen dat nog meer tegenkomen.

Al dadelijk op dit punt dat door Küng het historisch bepaald zijn van de kerk en van de leer aangaande de kerk doorgetrokken wordt tot in het Nieuwe Testament toe. Ook daar ontwaart hij al verschillende kerkbeelden, waarvan er niet een absoluut is, niet een normatief is. Hij ziet een andere kerk in de brieven van Paülus dan in de zogenaamde Pastorale Brieven (1 en 2 Timotheus en Titus). Hiermee keert Küng zich in eerste instantie tegen de oude roomse leer, dat de rooms-katholieke kerk, zoals zij heden is, al teruggaat op een instelling door Jezus Christus, tijdens zijn leven op aarde. Het vertrekpunt van de huidige roomskatholieke kerk ziet Küng hoogstens in de Pastorale Brieven. Het vertrekpunt van de reformatorische kerken ziet hij meer in de gemeenten door Paulus gesticht, waarover wij lezen in brieven van Paulus als die aan de Corinthiërs. Beide worden door Küng legitiem geacht. Er zou volgens Küng de kerken op grond van het Nieuwe Testament niets in de weg behoeven te staan om één te worden, tenminste wat de verschillen in structuren betreft.

Wij willen op dit punt thans tot een afronding komen. Tegenover een kerk en een systeem als het oude roomse kan Küngs streven tot op zekere hoogte onze sympathie hebben. Dat aan de kerk zelf en de leer aangaande de kerk een historisch aspect is kan niet worden ontkend. Dit in acht te nemen kan ook ons behoeden voor een al te vlotte verabsolutering

van een bepaalde gestalte van de kerk en van een bepaalde leer aangaande de kerk (ecclesiologie). Maar, en dat is de andere kant, toch moet er voor de kerk en wat zij aangaande zichzelf belijdt een norm zijn. De Reformatie heeft beleden die norm te vinden in de Schrift. Speelt Küng bepaalde kerkbeelden in de Schrift tegen elkaar uit, dan gaat hij buiten de perken die een christen-theoloog gesteld zijn. Ook hij heeft te vragen naar wat God aangaande zijn kerk heeft geopenbaard en zich daaraan in gehoorzaamheid te onderwerpen. Maar Küng laat zich op dit punt leiden door de moderne critische benadering van de Schrift, waarin het gezag van de Schrift maar zeer ten dele functioneert.

Ergens is hij hierin toch ook weer een echt rooms-katholiek theoloog. Nooit heeft in de rooms-katholieke kerk het gezag van de Schrift voluit gefunctioneerd. Het is het punt waarop de oude roomse theologie, die van de neo-scholastiek, èn alle moderne theologie elkaar raken. Apart daarvan gaat de reformatorische theologie, tenminste als zij is wat zij behoort te zijn, haar eigen weg, die van het: Alzo spreekt de Heere!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verschuivingen in de R.K. theologie III

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's