Kritische gemeenten en Kosmokomplot
Op de aanstaande Gen. Synode komt menig uitermate belangrijk onderwerp aan de orde. Onder meer wordt gesproken over het afgelaste weekend Kosmokomplot. De stuurgroep van kritische predikanten komt - 15 man sterk — naar de synode om ƒ10.000 te vragen voor het organiseren van een nieuw weekend. Eén van hen, ds. R. Pomp, schreef een artikel in het maandblad Ministerium. Daarbij legt prof. dr. G. P. van Itterzon de vinger in bijgaand artikel, dat hij In het Hervormd Weekblad plaatste en ook ons toezond. Vanwege het belang van de zaak nemen we het geheel op, met volledige instemming. De synode dient, in verband met het komende beraad, te weten vanuit welke achtergrond de leden van Septuagint werken en dient tevens te weten dat een groot deel van de kerk hun activiteiten hartgondig verwerpt. De Redactie
Een merkwaardig artikel: de schrijver
Op vrijdagmiddag 29 oktober 1971 ontving ik als abonnee op 'Ministerium, Tijdschrift voor praktische theologie en ambtelijke praktijd' het nummer van oktober 1971. Van de drie artikelen, die er in voorkomen, trok het middelste al dadelijk mijn aandacht. Het draagt de titel: 'Septuagint: kritische gemeenten of aangepaste kerk? ' en is geschreven door ds. R. Pomp. Op blz. 279 worden onder het hoofd 'Personalia' de volgende bijzonderheden omtrent de schrijver vermeld: 'Ds. R. Pomp, geb. 1932, Ned. Hervormd predikant sedert 1967 te Bellen. Lid van de groep van Septuagint. Torenlaan 14, Beilen'. Volgens 'Van Alphen' is hij vroeger vicaris te Hattem ('Hezenberg') en predikant te Klazienaveen-Zwartemeer geweest. Volgens het artikel zelf behoorde hij tot de kritische predikanten van Septuagint, die op 6 mei 1970 bijeenkwamen op Kerk en Wereld in Driebergen. Blijkens het bericht van het Hervormd Persbureau van 22 okt. 1971, blz. 6, behoort hij tot de stuurgroep kritische predikanten, die met 10 tot 15 leden naar de komende novembersynode wil gaan en die de synode wil verzoeken haar het woord te verlenen als het gaat om de vraag om een bedrag van bijv. ƒ 10.000.- beschikbaar te stellen voor haar aktiegroepen en het organiseren van een nieuw weekend. Kennelijk is het de bedoeling, dat de synode in haar novembervergadering afstand zou moeten nemen van de verklaring van 31 aug. jl. van het breed moderamen van de synode inzake het weekend Kosmokomplot. Deze verklaring zou dan als niet geschreven moeten worden beschouwd.
Ds. Pomp heeft voorts, onder redactie van de Werkgroep Kerk en prediking, waarvan dr. M. H. Bolkestein de voorzitter, prof. dr. K. Strijd de supervisor en ds. C. H. van Rhijn de secretaris is, in Postille 1970-1971 voor de maand mei vier preekschetsen geschreven, om onze predikanten bij hun prediking voor de gemeente te helpen.
Een merkwaardig artikel: uit de inhoud
Ds. Pomp schrijft, dat kritische predikanten en priesters 'hebben ontdekt, dat hun pogingen om de beknelde mens te laten leven met zijn moeilijkheden als eenzaamheid, homosexualiteit, spanning, enz. noodzakelijkerwijze te kort schieten, omdat de meeste 'persoonlijke' moeilijkheden voor een groot deel veroorzaakt en in stand gehouden worden door maatschappelijke kwesties. Ze hebben ontdekt, dat hun 'troostwoorden' vaak doekjes voor het bloeden zijn, tijdelijk rustgevende middelen, die niets uithalen, wanneer er niet aan diepere oorzaken gewerkt wordt als woningnood, onzekere arbeidsomstandigheden, luchtvervuling'.
Hoe de schrijver denkt over oecumenische problemen, blijkt o.m. uit het volgende citaat: 'Oecumenische openheid, modernisering van de liturgie, meer inspraak, gezamenlijke avondmaalsvieringen met het grote doel om tot één kerk te komen, kortom het bij de tijd brengen van de kerk, het lijkt allemaal geweldig, maar het is slechts mogelijk bij de gratie van het zich onthouden van maatschappijkritisch engagement. Eenheid in de religieuze bovenbouw verhult de tegenstellingen en de tegenstrijdige belangen in de onderbouw’.
Bij de vraag, wat een kritische gemeente is, vernemen we: 'Het gaat niet om een kunstmatige, rituele gemeenschap, die zo fijn alles samen doet, waar het zo gezellig is, waar samen gebeden en gezongen wordt. Zo'n gemeente is maatschappelijk gezien nog volstrekt irrelevant, overwint allerlei konkrete problemen toch weer op abstrakte wijze en speelt de machthebbers in de kaart'. Ds. Pomp zet zich voorts af tegen 'kerkelijke gebedspraktijken, die dan toch weer de belangentegenstellingen toedekken' en zegt dan met nadruk (cursief!): 'De enige relevante kontekst waarbinnen een kritische gemeente gestruktureerd moet worden is een politieke kontekst'. Hij verklaart dan, dat een kritische gemeente alleen maar bestaan kan 'buiten de huidige kerkstruktuur' en vervolgt: Het streven naar kritische gemeenten betekent dan ook een afbraak van de bestaande kerk. Het-gaat er dan ook niet om, dat pogingen in het werk gesteld moeten worden om de huidige kerk om te turnen, zodat de huidige plaatselijke gemeenten tot kritische gemeenten worden. Dat is een onmogelijkheid. Kritische gemeenten zullen naast de huidige gemeenten moeten ontstaan'.
Over het Avondmaal betoogt hij: 'In dit kader zal ook het avondmaal nieuw en oorspronkelijk kunnen funktioneren. Helaas is het avondmaal verworden tot een nietszeggende rite, die van elke konkrete inhoud beroofd is, een viering van iets wat niemand meer helder voor ogen staat. Oorspronkelijk was het echter een sociaal gebeuren met op zijn minst latente politieke implikaties'. 'Daar is niets meer van over'. In de huidige kerk zijn we 'één in de Heer' en vieren samen avondmaal. In een kritische gemeente is dat uitgesloten, omdat het avondmaal weer voeten in de konkrete werkelijkheid krijgt, als een 'samenzweringsmaaltijd' van verdrukten en van hen, die daadwerkelijk met de verdrukten solidair zijn'.
Kritische vragen: aan ds. R. Pomp
Kritische predikanten moeten niet denken, dat zij het monopolie hebben kritisch te zijn. Daarom zou ik ds. Pomp op mijn beurt de volgende kritische vragen willen stellen:
1. U streeft naar kritische gemeenten en zegt met zoveel woorden, dat dit 'dan ook een afbraak van de bestaande kerk' betekent. Vindt u het fatsoenlijk en moreel in de haak, dat u zich laat betalen door de kerkvoogden van de bestaande kerk en dat u, in dienst en op kosten van de huidige gemeente, uw best doet haar af te breken? Of begrijp ik u verkeerd? Hebt u soms aan de huidige kerk bericht, dat u geen tractement, inclusief verhogingen enz. van haar meer wenst te ontvangen, omdat u zelf dit een schandaal zoudt vinden en u toch al uw salaris van een 'kritische gemeente' ontvangt?
2. U wilt u naar de synode begeven om het slordige bedrag van bijv. ƒ 10.000 voor uw afbraakwerkzaamheden te mogen ontvangen. Uw geestverwanten uit de stuurgroep zullen u daarbij geheel of gedeeltelijk vergezellen. Vindt u het betamelijk, dat u deze ronde som vraagt, als u er van overtuigd bent, dat u ook met dit geld 'de bestaande kerk' tot de hoognodige 'afbraak' moet brengen? Is dat geld dan feitelijk niet bedoeld, om de Ned. Herv. kerk (en alle andere kerken) tot een ruïne te maken en de droom van uw leven (de stichting van kritische gemeenten) te verwerkelijken?
3. U schrijft, dat het avondmaal is 'verworden tot een nietszeggende rite'. Het is nu 'een viering van iets wat niemand meer helder voor ogen staat'. Ik heb de indruk, dat u met de gegevens der H. Schrift niets meer kunt beginnen, de zgn. 'maatschappijkritische teksten' dan uitgezonderd. In Luc. 22 : 14—20 wordt de instelling van het Avondmaal beschreven met de woorden van Jezus: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis'. En: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt'. En in 1 Cor. 11 : 23—29 wordt dit door de apostel Paulus zo duidelijk herhaald, dat men kan weten, dat het avondmaal des Heren moet worden gevierd tot Zijn gedachtenis, totdat Hij komt. Er worden ook enkele zeer behartenswaardige woorden gezegd over een avondmaalsviering 'op onwaardige wijze'. Want men kan zich ook 'bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren’.
Vindt u zulk een viering ter gedachtenis aan het lijden en sterven van Christus, tot een teken en zegel van het nieuwe verbond in Zijn bloed tot vergeving van zonden, met het uitzien naar Zijn komst, 'een nietszeggende rite'? 'Een viering van iets wat niemand meer helder voor ogen staat? ’
Waar haalt u de wijsheid vandaan, dat het avondmaal oorspronkelijk was 'een sociaal gebeuren met op zijn minst latente politieke implikaties'? Men herinnere zich het woord van Jezus tot Pilatus: 'Indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn. dienaars gestreden hebben, opdat ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier'. Of het vermaan tot Petrus: 'Allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen'. Of de intocht in Jeruzalem op een ezelsveulen. Allerminst een opmars van een revolutionair-opstandige, met het zwaard vechtende aardse Messias a la Barabbas, Theudas, Judas de Galileeër e.d. Met de bijbelse mededelingen voor ogen kan ik een bewering, dat Jezus' laatste avondmaal 'latente (verborgen) politieke implikaties (verwikkelingen)' zou hebben gehad een puur verzinsel noemen. Hoe Jezus in dit avondmaal zijn politieke strevingen verborgen, zorgvuldig weggewerkt, zou hebben weten te verpakken, in te wikkelen is mij een raadsel. Nog vreemder en bedenkelijker wordt het, als ds. Pomp met zoveel woorden afwijst, dat we aan het avondmaal 'één in de Heer' zouden zijn. Hij acht dit in een kritische gemeente uitgesloten en typeert nu het avondmaal, dat in zijn kritische gemeente weer 'voeten in de konkrete werkelijkheid krijgt', als een 'herinnerings-' maaltijd' van verdrukten en van hen, die daadwerkelijk met de verdrukten solidair zijn'. De beeldspraak doet zonderling aan: een avondmaal, dat 'voeten krijgt', maar de inhoud stuit bij mij op het felste verzet. Was Jezus' avondmaal een 'samenzweringsmaaltijd' van verdrukten en hun sympathisanten? Was het grote Hallel, dat hij daar met Zijn discipelen heeft gezongen, dus een soort Marseillaise, de proclamatie van een aardse opstand? Is de vergeving van zonden, waarover Hij sprak, uit de tijd en een verouderd, tijdgebonden, afgeschreven begrip? Ging Hij in de nacht, waarin Hij werd verraden daadwerkelijk tot de opstand over en werd dat één treurige vergissing? Een afschuwelijke teleurstelling? Een debacle?
Over ds. Pomp en zijn geestverwante, kritische groepsgenoten zal ik mij geen oordeel aanmatigen. Ik denk er niet over. Maar voor mij persoonlijk heb ik er behoefte aan het volgende te verklaren: Als ik aan zulk eën samenzweringsmaaltijd zou aanzitten, zonder éénheid 'in de Heer', met sociale en politieke implikaties, zou dit voor mij een nietszeggende rite zijn, van elke inhoud beroofd, waarbij mij niets meer voor ogen zou staan van wat Jezus bij de instelling heeft gezegd. Sterker nog: Ik voor mij (over anderen oordeel ik dus niet) zou vrezen te vallen onder oordeel over hen, die zich 'bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren'.
3. U bent duidelijk, als u spreekt over 'troostwoorden', die 'vaak doekjes voor het bloeden zijn'. Uw gemeente, hetzij de huidige, hetzij de kritische, zal dus, verondersteld, dat u nog huis-en ziekenbezoek doet, van 'troostwoorden' uwerzijds wel weinig last hebben. Dat zijn immers naar uw oordeel 'tijdelijk rustgevende middelen, die niets uithalen'. Op uw huisbezoeken gaat het dus over wat u noemt 'diepere oorzaken', als 'woningnood, onzekere arbeidsomstandigheden, luchtvervuiling'. Nu mag ds. Pomp me geloven, als ik zeg, dat zulke vragen ook door niet-kritische predikanten en diakenen terdege worden besproken. We laten de mensen in hun nood echt niet in de kou staan. Maar of deze noden nu werkelijk de 'diepere' oorzaken zijn? En of troostwoorden vaak doekjes voor het bloeden mogen worden genoemd? Het is ook duidelijk wat u bedoelt, als u fel afgeeft op de huidige gemeente. U schrijft over 'een kunstmatige, rituele gemeenschap, die zo fijn alles samen doet, waar het zo gezellig is, waar samen gebeden en gezongen wordt', en die 'de machthebbers in de kaart speelt'. Moet ik nu aannemen, dat u in uw huidige gemeente, die u nog altijd blijkt te dienen en waardoor u zich waarschijnlijk nog steeds maandelijks laat betalen, niet maar samen bidt en zingt? Als Beilen niet zo ver weg was, kwam ik echt nog eens een kerkdienst van u bijwonen. Vermoedelijk, tot uw spijt, nog in uw huidige gemeente, die moet worden afgebroken. Vermoedelijk nog niet in de kritische gemeente, die er naast de kerk nog niet is opgericht en die, naar ik verwacht, nog geen kerkvoogden heeft. Want aan een 'omturnen' van uw huidige gemeente denkt u niet: dat is voor u 'een onmogelijkheid’.
Kritische vragen aan de Generale Synode
Na het bovenstaande meen ik verplicht te zijn aan de Generale Synode de volgende vragen voor te leggen:
1. De zgn. kritische predikanten verzoeken in hun brief aan u (zie het weekbulletin van 22 okt. 1971), dat u 'duidelijk' zult uitspreken, dat de desbetreffende aktiegroepen 'doeleinden nastreven, die de uwe zijn'. Gaat u dit duidelijk uitspreken? Of duidelijk tegenspreken? Of gaat u, eventueel om formele redenen of anderszins om deze vraagstelling heen? Zou het in elk geval niet wenselijk zijn, dat de kerk 'duidelijk' weet, welke koers de synode principieel en feitelijk vaart?
2. Bent u van oordeel, dat het gewenst is, dat de 'stuurgroep' van ds. Pomp en zijn geestverwanten ƒ 10.000, — uit de middelen der huidige kerk ontvangt, nu ds. Pomp zo duidelijk heeft gesteld, dat het gaat om 'een afbraak der bestaande kerk'? Bent u van mening, dat de synode het besluit van het breed moderamen moet afvallen en er aan moet meewerken, dat het Kosmokomplot op Kerk en Wereld toch nog doorgaat? Met financiële steun van de huidige kerk, die tot een ruïne moet worden om plaats te maken voor kritische gemeenten?
3. Bent u van oordeel, dat de avondmaalstheorieën, die in het genoemde tijdschrift door ds. Pomp worden verkondigd, leringen zijn 'in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift als de bron der prediking en enige regel des geloof s' en 'in gemeenschap met de belijdenis der vaderen' (art. X)? Is de generale synode het er mee eens, dat het avondmaal verpolitiekt moet worden tot een 'samenzweringsmaaltijd' van verdrukten en hun sympathisanten? Moet er echt een commissie ad hoc worden ingesteld, alvorens we hierover tot een gefundeerd kerkelijk inzicht komen? Moet de beantwoording van deze vragen wachten op de resultaten van de enquête over de avondmaalsviering, waarvoor het materiaal vóór 1 juli 1972 wordt verwacht? Moet de kerk, eventueel om kerkrechtelijke redenen, nog een vol jaar op antwoord wachten?
4. Wij hadden er, wat het Kosmokomplot betreft, het zwijgen toe willen doen, maar nu ds. Pomp c.s. er weer op terugkomt, rijst de vraag, die door geen enkel ochtend- of avondblad is ingegeven: Gaat de synode op hun verzoek uitspreken, dat het forum van Kosmokomplot op Kerk en Wereld 'alle zin had' en dat 'een bedrag van bijvoorbeeld ƒ 10.000, — beschikbaar' moet worden gesteld 'om daadwerkelijk duidelijk te maken dat hun arbeid u ter harte gaat, bijvoorbeeld voor het organiseren van een nieuw weekend'?
5. Vindt de generale synode, dat ambtsdragers, die verklaren, dat het om de afbraak der huidige kerk gaat, en die zich als onderdeel van Septuagint presenteren (zie het Weekbulletin), in één adem moeten worden genoemd met de moderamina van de Confessionele Vereniging en de Gereformeerde Bond?
Aan de vooravond van Hervormingsdag 1971
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 november 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's