De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

6 minuten leestijd

Mia Versluis

Vanmorgen stond in de krant, dat Mia Versluis op zesentwintig jarige leeftijd is overleden. Er is een tijd geweest, dat haar naam en die van haar vader voortdurend in de publiciteit waren. Sedert 14 april 1966 heeft Mia Versluis buiten kennis gelegen. Ruim vijf jaar dood levend. Wat is er niet intussen gebeurd? Maanvaarten, internationale spanningen, duizenden voorvallen van blijde en droeve aard, groot en klein, ook in ons eigen landje. De techniek is ons boven het hoofd gegroeid, want de wetenschap is in staat het leven te rekken, terwijl het heel waarschijnlijk is dat de patiënt niet meer bijkomt. Toch weten we het weer niet, want er zijn in dit geval nog nieuwe medicijnen beproefd, die twee andere patiënten baat brachten. Pijnlijke vragen dringen zich op aan de medische wereld. Hoe lang moeten we mensen in het leven houden, ook al leidt dit tot niet meer menswaardige toestanden?

Over deze materie verscheen onlangs een proefschrift van mevr. mr. dr. H. A. van Till-d'Aulnis de Bourouill, een juriste die zich op deze vraagstukken van medische ethiek bezon en promoveerde aan de Leidse Universiteit op het onderwerp: 'Medisch-juridische aspecten van het eind van het menselijk leven'. Mevr. Van Till wijst de opvatting van de hand, dat een team van artsen en familieleden beslissen moet over het al of niet rekken van het menselijk leven. Zij stelt: 'Een patiënt mag door de arts voorgestelde medische behandeling weigeren, ook als dit de dood tot gevolg heeft. Alleen de patiënt zelf heeft namelijk het recht te bepalen wat er met zijn of haar leven en lichaam dient te gebeuren. Om over een eventuele ingreep een mening te kunnen vormen heeft elke patiënt daarnaast het recht op een volledige voorlichting over zijn toestand door de behandelende arts. Elke arts heeft de plicht die voorlichting te geven in voor de patiënt begrijpelijke taal.’

Hier rijzen nog wel vragen. Vaak heeft de patiënt zelf geen besef meer en is niet capabel een beslissing te nemen. Wat in het ene geval geldt moet eveneens in een andere situatie van kracht zijn. Met andere woorden, wanneer de patiënt het recht heeft te beslissen over eigen leven en eigen lichaam, heeft een vrouw in verwachting dan ook het volledige vrije recht te beslissen over al of niet afdrijving van de vrucht? Of is die vrouw niet als een patiënt aan te merken? Dr. Van Till grondt haar specifieke stelling: 'De patiënt heeft het recht onverstoord te sterven' op een algemene: 'De mens heeft het recht te beschikken over zijn eigen lichaam en over zijn lichamelijke integriteit’.

De moderne wetenschap opent ongekende mogelijkheden, maar roept ook kolossale problemen op. 'Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen' lezen we in Gods Woord. Die mens is ook geworden een weinig minder dan de boze engelen, die niet staande bleven in de heerlijkheid. De grote vraagstukken waar de medicus tegenaan loopt zijn slechts op te lossen bij het licht van de Wet des Heeren. Daarmee hebben we niet het antwoord kant en klaar, want het gebed rijst steeds weer: HEERE, leer mij de weg Uwer inzettingen.

Getuigenis

Inmiddels vervolgde het 'Getuigenis' zijn loop en alle kerkbodes lieten al naar gelang hun rode of groene lampje branden. Het is natuurlijk wel strelend dat onze belangrijkheid een oordeel uitgeeft. Zolang het ons maar lukt dingen en getuigenissen een naam te geven: Het is wat teveel zus en wat te weinig zo, blijven we ze de baas. Daar is het ons immers om begonnen. Overigens kan er voor sprekers en getuigen wel eens een moment zijn dat het hen niet raakt wat deze en die man van reputatie opmerkt. 'Doch het is mij het minste, dat ik van u geoordeeld worde, of van een menselijk oordeel'.

Er valt natuurlijk genoeg pro en contra aan te slepen, doch de grote vraag is inderdaad of de wezenlijke bestanddelen vanhet geloof van alle eeuwen worden opgelost in algemeen menselijke aktiviteiten, of om een voorbeeld te nemen het wonder van de Verzoening wordt verdampt tot een alledaagsheid. Eens woedde de strijd om de vraag van 'geest en hoofdzaak'. Hier zijn de essentiële geloofsgeheimen in ge­ding. Men kan vrezen dat de polarisatie wordt bevorderd en dat straks de horizontalen in slagorde staan geschaard tegenover de verticalen. Maar uit beduchtheid voor een overigens heilloze strijd kunnen we evenmin de geweldige vragen blauw blauw laten.

De synode zal intussen deze week* zich met Kosmokomplot en het Getuigenis bezig houden. Dat zijn wel juist de beide vragen die de kerk beroeren. Eens was het de antithese in Kuyperiaanse zin opgevat en gepraktiseerd, die moeilijkheden opleverde, vandaag worstelen we met een bepaalde vorm van de synthese, waarmee de kerk gevaar loopt in de wereld op te gaan. De veralgemening is het gevaar dat ons bedreigt. Het kan wezen, dat de gemeente in die algemeenheid als in ballingschap haar identiteit moet leren terugvinden.

Bisschoppen

Onze synode gaat zich bezig houden met Kosmokomplot en Getuigenis. De wereldsynode van de bisschoppen van dé Rooms-Katholieke kerk ging net uiteen. Er is wel eens beweerd dat in oecumenische geest en vooruitstrevendheid de R.K.-kerk het protestantisme ver vooruit was. Het liep daar allemaal even vlot en vrolijk. Vele protestanten waren jaloers op de frisse wind die er in die kerk woei. Het lukte echter niet om wijzigingen te krijgen in de strakke opvattingen omtrent het priestercelibaat. Het celibaat is een zware last, die de kerk de priesters heeft opgebonden. Een abrupte afschaffing zou wel betekenen dat duizenden al zovele jaren om niet hebben gediend. Misschien dat de wie weet bovenmenselijke inspanningen het fonds van de goede werken ten goede gekomen zijn, maar het is voor betrokkenen toch een uitermate onverteerbare zaak. We kunnen ons indenken hoe zwaar Paus en Curie aan deze dingen tillen. Ook priesters en kloosterlingen. In deze dingen doet de veralgemening en de verzinnelijking van het leven zich evenzeer gevoelen. Moraal heeft een taai leven; moraal is een wettische instelling. Wandel daarentegen is een kwestie van genade, van gave, van evangelie.


*) Deze ’Kroniek’ kon wegens gebrek aan plaatsruimte niet meer opgenomen worden in het nummer van vorige week.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's