Uit de pers
Hervormd Nederland over de vergadering in de Domkerk
In het vorige nummer hebt u uitvoerig kunnen lezen wat er door ir. v. d. Graaf gezegd is op de vergadering van 6 november in Utrecht. In Hervormd Nederland van 13 november troffen we een kort commentaar aan op deze vergadering van de hand van de heer C. Timmer, dat we u hierbij doorgeven:
Ik ben vorige week zaterdag, in de stampvolle Domkerk geweest waar de gereformeerde bond een vergadering met ongeveer 1300 hervormden hield. Ik schrijf met opzet hervormden, want hoe kritisch men zich ook tegenover de kerk opstelde, toch klonk er van begin tot eind doorheen, dat men daar met bewogenheid en liefde voor de kerk bezig was. Een enkeling voerde een pleidooi om de hervormde kerk te verlaten, maar dat vond geen weerklank.
In de gereformeerde bond zal men ook wel beseffen, dat een dergelijk avontuur alleen maar tot gevolg zal hebben, dat de groep die eventueel mee zou gaan, binnen enkele jaren uiteen zal vallen in elkaar bestrijdende groeperingen. De vrijgemaakten zijn wat dat betreft een teken aan de wand.
Dat betekent niet dat synode en kerk niet intens zouden moeten luisteren naar legitieme geluiden uit de gereformeerde bond. Maar binnen het geheel van de kerk zal men toch ook in alle rust moeten vaststellen dat men het de gereformeerde bond nooit volstrekt naar de zin kan maken. Dat zou pas kunnen wanneer de kerk in al haar geledingen, in woord en daad, voor honderd procent 'ja' zou zeggen op hetgeen de gereformeerde bond voorschrijft. Dat betekent dan tegelijk het einde van de hervormde kerk in haar huidige bestaansvorm.
Binnen onze kerk zal moeten worden geluisterd naar hetgeen in kringen als van de gereformeerde bond tot uiting komt. En sommige zaken zullen ter harte moeten worden genomen. Binnen diezelfde kerk moet van de gereformeerde bond worden gevraagd dat men een stuk verdraagzaamheid en tolerantie opbrengt tegenover christenen die vanuit het Evangelie op een andere wijze hun christen-zijn gestalte willen geven.
Opdat de hervormde kerk een belijdende kerk zal zijn met ruimte voor verschillen in geloofsbeleving, waar degenen die een blijmoedig christendom voorstaan, vrij kunnen ademen, en waar allen die vanuit het belijden der kerk de opdracht van hun Heer gestalte willen geven, kunnen leven en werken.
Niet tot eigen eer of voor het belang van een eigen groep, maar tot eer van Hem die Zijn Kerk in stand houdt. En als voorbeeld en hulp aan een wereld die in grote nood verkeert.
Wij plaatsen hierbij de volgende opmerkingen:
a. Waardering hebben we voor de sympathieke toon waarop dit commentaar geschreven is. Dat bevordert in het geheel van het kerkelijk leven altijd de mogelijkheid tot gesprek. Vertekeningen over en weer vertroebelen alleen maar de situatie.
b. De diepste motieven waarom de gereformeerde bond niet de weg van afscheiding en doleantie opgaat liggen niet in de sfeer van het riskante van het avontuur, maar zijn m.i. theologisch van aard, vanuit het Verbond van God en vanuit het feit dat in deze onze kerk het Woord Gods nog van de kansels gepredikt kan en mag worden. De vraag kan gesteld worden: Wat betekent dit blijven? Alleen maar een organisatorische band? Terwijl men elkaar innerlijk loslaat? Alleen maar het blijven in de ruimte der vaderlandse kerk? Ik meen dat juist het beroep op Gods verbond betekent dat we de ander niet innerlijk loslaten, wel dat we geen deel willen nemen aan theologische ontwikkelingen die het Woord Gods loslaten en in strijd zijn met de reformatorische belijdenis.
c. Het gaat er in het herstel van de kerk niet om, dat de kerk honderd procent ja zegt op wat de bond wil en voorschrijft. Het gaat wel om de rechte beleving en het goede functioneren van de reformatorische belijdenis, en het willen buigen — dat bovenal! — voor de Schrift.
d. De moeilijkheid, die we hebben met het commentaar van de heer Timmer, ligt in de door hem gevraagde tolerantie. Wat betekent in de hervormde kerk een wettige verscheidenheid? Hoe ver strekt de ruimte voor verschillende geloofsbeleving? Dat er een wettige verscheidenheid is, staat vast, dat er in geloofsbeleving en zelfs in het belijden verschillende accenten zijn, is waar. Maar dat is geheel wat anders dan de spraakverwarring die we thans beleven, waarin elk gelooft en belijdt, wat hij wil. Dat tast de bijbelse geloofsinhoud aan. En daarin zullen we toch een hebben te zijn. Niet tot eer van onze groep. Maar tot eer van Hem, Die de Here der kerk is en die ons geboden heeft Zijn Woord te bewaren.
De boodschap van de Reformatie een verouderde boodschap?
In het november-nummer van 'In de rechte Straat' vinden we een uitnemende rede afgedrukt die de apeldoornse hoogleraar, prof. dr. J. P. Versteeg op 31 oktober 1970 gehouden heeft op de toogdag in Amsterdam. Omdat hier een aantal punten in vermeld zijn die ook na 31 oktober ten volle onze aandacht waard zijn, vestigen we graag uw, aandacht op deze lezing. De centrale prediking van de reformatoren, de rechtvaardiging van de goddeloze door Christus alleen, door genade alleen en door het geloof alleen wordt vandaag op allerlei wijze aangevochten. Prof. Versteeg noemt als factoren het opdringen van de evolutieleer, de afzwakking van de ernst van Gods oordeel, de onzekerheid met betrekking tot de Bijbel en de verandering in het spreken over God.
Ten aanzien van het eerste punt schrijft Versteeg:
Allereerst is er het steeds meer opdringen op het kerkelijk terrein van de evolutiegedachte. Voor velen is het vandaag een vaststaand feit dat de mens niet door een bijzonder ingrijpen van God is geschapen, maar dat de mens in de weg van een evolutie uit lagere wezens is ontstaan. Bij deze gedachte is er geen plaats voor een volmaakte mens die aan het begin stond van de geschiedenis van de mensheid en die op een bepaald moment zichzelf en al zijn nakomelingen in de zonde heeft gestort. Bij deze gedachte is het kwaad in de mens iets dat altijd al in de mens zat; iets dat de mens heeft meegekregen van de wezens waaruit hij voortkwam. Altijd heeft de mens al gestaan in de spanning tussen goed en kwaad en altijd heeft de mens al de verkeerde keuze gedaan. Altijd heeft de mens al gedood en gemoord, eenvoudig uit zelfverdediging. Het boze en het kwade zijn geen werkelijkheden die op een bepaald moment — bij de zondeval — in het mensenleven zijn binnengedrongen, maar het waren altijd al — van meet af aan — de schaduwen die het mensenleven hebben vergezeld. Het is slechts te hopen dat in een verdergaande evolutie de mens daaraan zal ontgroeien en het dierlijke, het kwade in zich zal overwinnen.
In wezen kan een mens er dus ook niets aan doen dat hij is zoals hij is: boos en zondig. Het boze is iets dat hij op grond van zijn herkomst heeft meegekregen. Zo wordt bij deze gedachte aan de zon de het karakter van schuld ontnomen. Als de mens er in wezen niets aan kan doen dat hij is zoals hij is, is hij voor zijn doen en laten ook niet schuldig te stellen.
Waar aan de zonde het karakter van schuld, wordt ontnomen, zal de verzoening van de zonde haar centrale plaats verliezen. Dan wordt ook de boodschap van de Reformatie niet meer verstaan in haar eigenlijke diepte en in haar eigenlijke bedoeling.
De prediking van de reformatoren is daarom actueler dan ooit. Ook voor de mens van nu'gaat het om de verhouding tot God, de verhouding die door de zonde is verbroken, en die alleen door het geloof in het verzoenend werk van de Here Jezus kan worden hersteld. Om nogmaals de referent te citeren:
Daarbij zullen we, dwars tegen wat velen vandaag zeggen in, ons door de Bijbel moeten laten gezeggen wat goed is en wat kwaad is. Zo hebben de Reformatoren hun leven gebouwd op wat de Bijbel hun voorhield. Sinds de dagen van de Reformatoren zijn de omstandigheden ingrijpend gewijzigd. De vragen en problemen waar wij vandaag voor staan zijn anders dan die uit de tijd van de Reformatie. Ze zijn in veel opzichten ook complexer, ingrijpender en moeilijker dan in de dagen van de Reformatie. Het is bovendien waar dat de Bijbel geen handboek voor ethiek is en niet een pasklaar antwoord heeft op al onze problemen en vragen. We zullen ons er evenwel voor hebben te wachten om zoveel problemen rond de Bijbel te zien dat we vergeten ons dóór de Bijbel in kinderlijke gehoorzaamheid te 'laten leiden. We zullen de grenzen tussen goed en kwaad niet mogen laten wegvallen, maar in het spoor van de Reformatoren zullen we moeten blijven bij de grenzen, die de Bijbel trekt. Alleen zó zal de boodschap van de Reformatie, de boodschap van de verzoening van de zonde, voor ons geen begrip, maar een bevrijdende werkelijkheid zijn.
Daarbij zullen we tenslotte, dwars tegen wat velen vandaag zeggen in, moeten blijven zien dat het gaat om verzoening met God. Geen vage God, geen God' die 'de grond van ons zijn' is, maar de God, die de Vader is van de Here Jezus Christus. Geen andere God dan deze God hebben de Reformatoren gekend, omdat ze geen andere God dan deze God in de Bijbel konden vinden. Ook wij zullen niet in vaagheden omtrent God mogen vluchten. We zullen geen andere God mogen zoeken of begeren dan deze God, de Vader van de Here Jezus Christus. Dan verwijst deze God ons óók naar de naaste, zonder evenwel in die naaste of in onszelf op te gaan. De band' met God legt óók de band met de naaste. Er is geen verbondenheid aan God die niet tegelijk beleefd wordt als verbondenheid aan de naaste, zonder dat evenwel de band met God samenvalt met de band met de naaste. De boodschap van de Reformatie is geen boodschap die voor kennisgeving vdl worden aangenomen.
Het is een boodschap die vraagt om een persoonlijke beleving. Soms kan ons misschien de gedachte benauwen of wij met deze boodschap iets kunnen beginnen in de wereld waarin wij vandaag staan. Wie vraagt er in deze 'eeuw van de mens' nog naar God, laat staan naar verzoening met God? Alleen wanneer wij vandaag uit deze boodschap léven, zal óók vandaag de boodschap van de Reformatie nog weerklinken en haar werking doen zoals ze die gedaan heeft. Een verouderde boodschap? Neen, aktueler dan ooit! Wanneer u dat gelooft, laat u dat dan ook zien!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's