De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Terugblik op de synodevergadering

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Terugblik op de synodevergadering

16 minuten leestijd

Een bewogen synodezitting ligt achter ons. Al weken lang was er in diverse publiciteitsmedia gewezen op het belang van deze synodevergadering, die, zoals dat heette, in het teken zou staan van de polarisatie, gezien onderwerpen als Kerk en Wereld met Kosmokomplot, IKOR en het Getuigenis. Welnu, meermalen was er op de publieke tribune een grote belangstelling. Op dat dag, waarop het Getuigenis behandeld werd, zaten de belangstellenden zelfs tot buiten de vergaderzaal. Een heel leger van journalisten woonde de zittingen bij, zodat in vrijwel alle kranten min of meer uitvoerige verslagen hebben gestaan. Dat is ook de reden dat we hier nu geen uitgebreide verslagen geven van de diverse zittingen. Ik wil volstaan met enkele impressies, die uiteraard geheel persoonlijk zijn maar die ik hier toch graag wil neerschrijven. En als ik het dan allemaal even kort onder één noemer brengen wil, dan is mijn conclusie toch wel dat deze synode op z'n minst de remmen heeft aangetrokken ten aanzien van de aan de gang zijnde ontwikkelingen. Ik zou het zelfs sterker willen zeggen: deze synode betekende toch een koerswijziging ten opzichte van de gang van zaken van de laatste jaren. In hoeverre deze koerswijziging wezenlijk is zal in de nabije toekomst moeten blijken. Maar vast staat nu al dat verschillenden in de linkerflank uiterst teleurgesteld of zelfs verbolgen zijn over wat in concreto op deze sjmode is besloten. Verschillenden spraken deze week over een 'ruk naar rechts'.

Kerk en Wereld

Laat ik eerst iets - zeggen over het beraad over het instituut Kerk en Wereld, dat de laatste tijd sterk in het nieuws was rondom Kosmokomplot. Het moderamen had de besprekingen nogal tactisch geagendeerd. Eerst zou het algehele beleid van Kerk en Wereld besproken worden, waarbij dan geen aandacht mocht worden besteed aan Kosmokomplot. Dat punt stond namelijk apart op de agenda. Daarna zou gesproken worden over IKOR en tenslotte zou het Getuigenis behandeld worden. 'Ik heb bewondering voor deze strategie', merkte prof. Van Niftrik lichtelijk cynisch op. Hij wilde maar zeggen dat het veel meer in de lijn gelegen zou hebben als eerst gesproken zou zijn over het belijden der kerk, naar aanleiding van het Getuigenis, waarna dan de besprekingen over Kerk en Wereld en IKOR plaats zouden hebben kunnen vinden in confrontatie met dat belijden. Maar zo was het nu eenmaal niet geagendeerd. Kosmokomplot werd door de aparte behandeling, los van het al­ gehele beleid van Kerk en Wereld, zo een incident, een bedrijfsongeval, dat niet bij de behandeling van het algehele beleid betrokken was. Maar dit alles neemt niet weg dat Kerk en Wereld deze week het nodige te horen heeft gekregen. En dat mocht bepaald ook wel. Ds. K. A. Abelsma (Wateringen) zette de bespreking in met de vraag of Kerk en Wereld nog wel principes heeft en nog durft te zeggen dat ze vanuit het evangelie spreekt. Aanleiding tot deze vraag was de vaagheid in dit opzicht van een door Kerk en Wereld opgestelde nota, waarin een poging tot positie en koersbepaling van deze stichting werd gegeven. Daarin stond onder meer te lezen dat er ten aanzien van de rol, die het evangelie in de beleidvoering behoort te spelen, binnen de staf verschillende visies bestaan. Even verder werd gevraagd of het bij bepaalde activiteiten wel past de eigen overtuiging over te dragen op anderen. 'De discussie onder ons is niet uitgekristalliseerd' zo luidde het. Nadat ds. Abelsma hierover nog had opgemerkt dat de gemeenten op deze wijze niet langer met Kerk en Wereld verder willen gaan, kwam ir. P. J. Baauw uit Velp vertellen dat de kerk er, naar het zich liet aanzien, binnenkort niet meer aan te pas zou komen. De vraag 'welke rol speelt het evangelie' noemde hij arrogant. Het gaat er niet om welke rol het evangelie moet vervullen. Het gaat er integendeel om welke rol Kerk en Wereld vervullen mag bij de verbreiding van het evangelie. En dan stelde hij verder nog de critische vraag: 'wat komt Sjaloom op Kerk en Wereld doen? ’

Zo zou ik verder kunnen gaan met het releveren van critische opmerkingen, b.v. van ds. H. Binnekamp (de grenzen van het belijden functioneren niet), van ouderling T. Tijtsma, die een nieuwe beleidsnota' wenste, van ds. F. J. Goethals, (Kerk en Wereld is het zicht kwijt op het principe waaruit ze werken moet; en: wat is er nog over van de apostolaatsvisie? ), van ds. W. Kalkman (durven we dan niet meer wervend bezig te zijn voor Christus? ) en van ds. P. J. Mackaay, die een verschuiving signaleerde van het apostolaire karakter van Kerk en Wereld naar het zogenaamde ’dienstverlenende’.

Er waren natuurlijk ook afgevaardigden die het beleid van Kerk en Wereld koste wat het kost verdedigden, maar het klonk allemaal weinig overtuigend. En nog minder overtuigend was de reactie van ds. F. N. M. Nijssen, director van Kerk en Wereld, die eigenlijk op geen van de geopperde bezwaren en de geuite critiek inging, maar inmiddels wel de geloofscrisis, de onzekerheid als uitgangspunt nam en eigenlijk niet verder kwam. Waarom in dit verband geen bevrijdend woord gesproken met een uitzicht op de vastigheden van het geloof, de vastheid van het eeuwig evangelie? Het kwam er allemaal niet uit. Wel benadrukte ds. Nijssen de brugfunctie, die Kerk en Wereld tussen de kerk en de wereld te vervullen heeft, maar over de pijlers, waarop de brug moest rusten, werd niet gesproken (verschillende afgevaardigden attendeerden daarop). Ik heb het meer dan ooit zo ervaren dat de geloofscrisis in feite een crisis is in de verkondiging: de kerk durft in verschillende sectoren vrijwel niet meer de vastigheden van het geloof te belijden. Een opmerking als door mej. Dahles, directielid van Kerk en Wereld gemaakt was daarvan een sprekend voorbeeld. Ze zei: 'soms is het minder passend je overtuiging aan anderen over te dragen’.

Inmiddels wenste de synode echter klaarheid. Wil Kerk en Wereld nog een apostolair instituut zijn, en wel vanuit het evangelie of wil men alleen maar dienstverlenend instituut zijn? Kerk en Wereld kreeg dan ook van de synode tot de junivergadering van 1972 de tijd om de doelstellingen en het beleid nader in een beleidsnota te concretiseren. En daarbij zal Kerk en Wereld toch op z'n minst de felle kritiek, die geuit is door de synode moeten verdisconteren. Duidelijk is in ieder geval gebleken dat het vertrouwen in Kerk en Wereld bij een groot deel van de synode zeer geschokt was.

Dat kwam ook naar voren bij het beraad over Kosmokomplot. Enkele dagen vóór de synodezitting was er een lijst met liefst 300 namen aan de synode voorgelegd van predikanten, die de synode verzochten de destijds door het moderamen gedane verklaring over Kosmokomplot alsnog ongedaan te maken en een bedrag van ƒ 10.000 beschikbaar te stellen voor het organiseren van een nieuw kosmokomplot weekend. Even liet het zich op de synode aanzien dat de synode zelf ook die kant op wilde doordat de eerste sprekers voor het grootste deel ook in die richting koersten.

Maar kennelijk wilden alle supporters van déze voorstellen zich in de synode laten horen om aan één en ander kracht bij te zetten. Maar toen het op stemmen aankwam bleken er niet meer dan 5 tot 8 steunpunten in de synode aanwezig te zijn voor wat genoemde driehonderd predikanten wilden. Met 8 stemmen tegen besloot de synode namelijk zich te stellen achter het in deze door het breedmoderamen gevoerde beleid, een beleid dat de inzet was voor het niet doorgaan van Kosmokomplot. Vervolgens werd met de stemmen van de Hervormd Gereformeerde afgevaardigden tégen besloten dat Kerk en Wereld zich in nauwe samenwerking met het Inter Kerkelijk Vredesberaad zou beraden op 'de evangelische verantwoordelijkheid' voor acties ten aanzien van de vrede. Maar alle ingediende moties, die maar ergens tendeerden in een richting van sympathie met Kosmokomplot, werden met grote meerderheid verworpen. Dat moet naar het me voorkomt de directie van Kerk en Wereld wel te denken geven. Ik zeg dat met name daarom, omdat ds. Nijssen, de director, op een vraag of Kerk en Wereld nog achter de verklaring stond, die destijds over Kosmokomplot werd gegeven, ten antwoord gaf dat Kerk en Wereld daar niet achter stond als dat zou betekenen dat daarmee de oorspronkelijke opzet van het Kosmokomplot zou worden gedesavoueerd. Die opzet was namelijk volgens ds. Nijssen een poging om de brugfunctie tussen kerk en wereld te realiseren. Zo'n opmerking zie je dan inmiddels even in het verlengde van de bloedarme gespreksnota van Kerk en Wereld, waarover ik al eerder sprak en dan besef je dat vragen als door ds. Zwanenburg e.a. gesteld over de pijlers, waarop de brug rusten moet, terecht waren. De synode doet er inmiddels goed aan de door ds. Nijssen gemaakte opmerkingen te onthouden voor het geval de beleidsnota, waarom de synode heeft gevraagd, aan de orde komen zal. In ieder geval is echter duidelijk geworden dat Kerk en Wereld alleen maar met negering van wat op deze synode zoal is gezegd in haar huidige beleid kan volharden. Dan zal de toekomst ook leren wie nu in feite polariserend werkt.

Doordat de synode bovendien een motie van ds. Huysman uit Purmerend verwierp, waarin onder meer stond dat Kerk en Wereld inzake Kosmokomplot te goeder trouw gehandeld heeft, is er alle reden voor de vraag of de synode dan toch maar heeft willen zeggen dat ze momenteel in het beleid van Kerk en Wereld géén vertrouwen heeft.

IKOR

Dezelfde stemming als bij het beraad over Kerk en Wereld was er ter synode toen het IKOR ter sprake kwam. Ik ga dat niet uitvoerig releveren. Wel wil ik even noemen dat dr. C. Graafland, die als bestuurslid aanwezig was aantekende dat hij terwille van een koerswijziging in het bestuur gebleven was, nadat het moderamen hem had verzocht in het bestuur te blijven toen hij twee jaar geleden bedankte omdat hij voor het beleid geen verantwoordelijkheid meer dragen kon, maar dat dit op een teleurstelling was uitgelopen. Het IKOR is, aldus dr. Graafland, gevangen in de fanatieke ideologie van de dialoog. 'Aan ieders spreken wordt zoveel volume gegeven dat het belijden der kerk in ademnood komt.’

Hij bepleitte verandering van de structuur van het IKOR zodat de verbinding met de kerk rechtstreekser zal zijn en de programmamakers uit congenialiteit met de kerk zullen handelen. Inmiddels troffen we ook hier echter weer hetzelfde beeld aan als bij de behandeling van Kerk en Wereld.

De directie van IKOR slaagde er bij monde van ds. W. Koole namelijk niet in duidelijk te maken dat vanuit congenialiteit met de kerk gehandeld werd en dat aan het beleid de confessie van de kerk ten grondslag ligt. Dat was voor prof. v. Niftrik aanleiding op te merken dat het vertrouwen in de directeuren — ook prof. Lammens had namelijk voor het CVK gesproken — niet toegenomen was. En toen besloot de synode uiteindelijk met zeven stemmen tegen dat er een grondige gelovige heroriëntering zou komen op de arbeid van de kerk op het terrein van de omroep. Daarmee is in feite de huidige koers van het IKOR door de synode veroordeeld. Een volledige distantie van IKOR zat er niet in. Dat wilde o.a. ds. Binnekamp. Maar ook hier moet toch de synodale behandeling degenen die bij IKOR de touwtjes in handen hebben te denken geven.

Het Getuigenis

Ik wil hier tenslotte ook nog enkele impressies neerschrijven over de besprekingen ten aanzien van het Getuigenis. Ik laat het hier bij enkele korte notities, vooruitlopend op uitvoeriger beschouwingen, die ik aan alles wat zich rondom het Getuigenis heeft afgespeeld binnenkort zal geven.

In de eerste plaats mag het opvallend heten dat geen der synodeleden — of het moest ds. Scholten uit Eindhoven zijn die het Getuigenis een vals getuigenis noemde — zich zó scherp in afwijzende zin heeft geuit als in allerlei perspublicaties is gebeurd. Anderzijds waren het de synodale adyiseurs, met name de heer R. Wijkstra van de Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving en prof. dr. P. J. Roscam Abbing, die zich op dezelfde felle wijze uitten, zó zelfs dat prof. Van Niftrik openlijk uitsprak met datgene wat door de heer Wijkstra was opgemerkt geen enkele geestelijke relatie te hebben. Moet deze discrepantie tussen de synodale adviseurs en de synodeleden misschien in hetzelfde licht gezien worden als de discrepantie die er nogal eens is tussen de synode en wat men dan noemt het grondvlak van de kerk? Er is immers een sterke resonans met het Getuigenis in de gemeenten, zó zelfs dat nog dagelijks de aanvragen en de adhaesiebetuigingen binnen stromen (de oplage ligt al tussen 50.000 en 60.000).

Wat verder positief te waarderen is, is dat de synode het Getuigenis behandeld heeft en dat zovele synodeleden zich gedrongen voelden iets over het Getuigenis te zeggen en daarbij volkomen open kaart speelden.

Ik meen te mogen zeggen dat het Getuigenis voor het eerst na jaren in de synode weer een indringend gesprek over het belijden op gang heeft gebracht. Van twee dingen ben ik daarbij onder de indruk geweest. In de eerste plaats van de motivering van ds. Ph. C. Cornelder uit Rotterdam ten aanzien van de vraag waarom hij het moderamen verzocht had het Getuigenis op de agenda te plaatsen. Hij stelde: 'Ik ben geraakt door het Getuigenis omdat ik gekrenkt ben door wat de laatste jaren in de kerk over de centrale heilswaarheden, die in dit Getuigenis beleden worden, wordt gezegd.' Hij stelde verder: 'Ik ben tot het geloof in Jezus Christus gekomen en ben op latere leeftijd predikant geworden. In dit Getuigenis heb ik herkend het geklank van het evangelie, dat goddelozen rechtvaardigt’.

Verder maakte indruk op me het persoonlijk getuigenis van ds. J. C. Delbeek van Hardegarijp. 'Put it in your pipe and smoke it', zei hij (stop het in uw pijp en rook het). Laat het Getuigenis ons maar eerst tot stilte brengen, zei hij. En verder: Je moet eerst in de hemel geweest zijn om op de aarde de ander te kunnen ontmoeten. De liefde tot de wereld komt op de tweede plaats. Indringend en bewogen sprak ds. Delbeek over de gerechtigheid en de vrede van Christus. Het maakte op mij de indruk van een authentiek woord, een eerlijk getuigenis.

Dan kun je je natuurlijk verder afvragen: wat is er nu op de synode uitgekomen? Laat ik dan beginnen met te zeggen: niet wat velen aan de ene kant gewild en waarop in brieven werd aangedrongen. De synode heeft namelijk bepaald géén negatief oordeel over het stuk uitgesproken. Integendeel, in de slotconclusies is gezegd dat de synode met erkentelijkheid heeft geluisterd naar het Getuigenis dat haar is voorgelegd; dat ze er de bewogenheid in heeft gehoord met de geestelijke nood en onzekerheid in de kerk; dat ze, omdat ze die bewogenheid deelt, van harte hoopt dat dit Getuigenis, dat belangrijke aanwijzingen geeft m.b.t. wat de kern van het belijden is, in brede kringen zal worden gelezen en overdacht; en dat vereenzelviging van politieke ideologieën met de prediking van het evangelie met klem dient te worden afgewezen. Deze formulering is, zo is me al gebleken, voor stellige tegenstan­ ders van dit Getuigenis al aanleiding geweest tot verontwaardiging over deze synodale uitspraak. Ze wijkt ook in toon en inhoud ver af van wat door een hele serie theologen over het Getuigenis is gezegd.

Als dan verder overigens de synodale uitspraak zegt dat met des te meer nadruk op het onlosmakelijk verband tussen geloof en politieke verantwoordelijkheid dient te worden gewezen, dan mag dat op zich juist zijn — zó dat ik het er helemaal mee eens kan zijn als het maar de juiste vulling krijgt — iets anders is dat deze formulering alle mogelijkheden geeft om er toch weer een kant mee op te gaan, waartegen het Getuigenis zich nu juist zo sterk heeft verzet. Het Getuigenis heeft zich niet verzet tegen politieke verantwoordelijkheid vanuit het evangelie op zich, maar tegen de wijze, waarop dat momenteel in kerk en prediking concreet gestalte krijgt, waarbij het evangelie namelijk verminkt wordt tot een program van politieke en sociale actie, en dan liefst revolutionair getint.

Daarom ben ik toch ook weer niet zo gelukkig met deze formulering. De synode heeft namelijk ook nog uitgesproken dat zij voort zal gaan, met behoud van bijbels verantwoorde tendenzen in het Getuigenis maar ook rekening houdend met datgene wat in de kerk over het Getuigenis is gezegd, met de bezinning op alles wat in de synode in verband met het Getuigenis naar voren is gebracht en dat het resultaat van deze bezinning op zo kort mogelijke termijn aan de kerk zal worden voorgelegd ter voorlichting en bemoediging van de gemeenten. Als dat echter in dezelfde sfeer blijft als die soms in de synode naar voren kwam — naast de soms verrassende waardering — dan heb ik hier toch op z'n minst mijn twijfels, waarbij nog komt dat het dan nog een open zaak is met welke critiek, die vanuit de kerk op het Getuigenis is gegeven, rekening gehouden zal worden.

Waarom kón de synode niet zeggen dat ze het Getuigenis zó als het er lag tot het hare maken zou, omdat toch het Getuigenis weert wat het belijden weerspreekt? Dat kón na het synodeberaad inderdaad niet, hoe positief het ook gewaardeerd moet worden dat de synode er indringend over gesproken heeft. Maar dat het niet kon blijft een teleurstellende zaak. Inmiddels is het echter niet het belangrijkst wat de synode er nu precies over uitgesproken heeft, al is dat van niet geringe betekenis. Het belangrijkst is namelijk dat het in de gemeenten z'n uitwerking niet heeft gemist en dat het verstaan is naar wat het bedoelde te zeggen. Heeft de synode dat toch misschien ook verstaan, gezien de behoedzaamheid van de formuleringen?

Uit het synodale, beraad komt ook nog de vraag naar voren of ieder wel echt heeft begrepen waarom het in het Getuigenis ging en waarom het nodig was. De manier waarop er door sommigen over gesproken is geeft gerede aanleiding tot twijfel dienaangaande.

Evenwel, uit alles blijkt hoe bij de beraadslagingen ter synode datgene wat de laatste tijd in de kerk is losgekomen heeft meegespeeld en wel in positieve zin. Ik weet het, het zal gaan om een geestelijk réveil. Dat is het belangrijkste. Daarom mag en moet worden gebeden. Inmiddels is er echter reden tot blijdschap over elk 'wolkje als eens mans hand'. Dat laatste zeg ik om het vele goede dat toch de laatste tijd aan het licht treedt. De stilte is in ieder geval verbroken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Terugblik op de synodevergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's