Verschuivingen in de R.K. theologie
V
De kerk als het volk van God
Het is nog niet zolang geleden dat in de rooms-katholieke theologie met voorkeur gesproken werd over de kerk als het lichaam van Christus en het als een hele winst werd beschouwd dat deze idee door het leergezag te Rome was overgenomen zoals bleek uit het feit dat in 1943 paus Pius XII er een aparte encycliek aan besteedde, genaamd. Mystici corporis Christi (Over het mystieke lichaam van Christus).
In de kringen van de aanhangers van de zogenaamde 'nieuwe theologie', in de jaren kort voor en na de tweede wereldoorlog in Frankrijk en Duitsland, werd de hoop gekoesterd dat deze idee, die van de kerk is het lichaam van Christus, de starheid van de oude roomse zelfopvatting van de kerk zou doorbreken, door een concentratie op het wezen van de kerk; De veruiterlijking van de kerk was namelijk na Pius IX, de paus van het eerste Vaticaanse Concilie, wel heel sterk toegenomen. Het was al juridisme, formalisme, centralisme en absolutisme wat de klok sloeg. Het onzichtbare wezen van de kerk ging achter dat alles volkomen schuil. Nu zou echter, zo werd gehoopt, een nieuwe nadruk op de paulinische gedachte, dat de kerk naar haar wezen het lichaam van Christus is, de kerk daarvan wat kunnen bevrijden. Men ervoer het dan ook als een overwinning van de nieuwe theologie dat in genoemde encycliek deze idee door het leergezag werd overgenomen.
Het is echter anders gelopen dan men in deze kringen gehoopt had. Het bleek dat men met deze kerkopvatting twee verschillende kanten uitkon. Ook déze kant dat men ging benadrukken dat in Christus' lichaam geledingen zijn waarin het ene lid staat boven het andere. Men kon er dus evenzeer de hiërarchie mee versterken als haar terugwerpen op haar geestelijke achtergrond. Juist onder Pius XII, de paus van de encycliek over het mystieke lichaam van Christus, was het juridisme en centralisme in de rooms-katholieke kerk het sterkst. De teugels van hel? kerkelijk bewind lagen stevig in de handen van de paus en de curie. Geen wonder dat het enthousiasme van de nieuwe theologen ten aanzien van de corpus-Christi-idee (lichaam van Christus-idee) sterk is bekoeld. Er is een andere idee, namelijk die van de kerk als het volk van God waar in onze tijd veel meer mee gewerkt wordt.
De eerste die binnen de rooms-katholieke kerk met de gedachte dat men de kerk moet zien als het volk van God naar voren kwam was een Duitser, M. D. Koster, weldra gevolgd door een Fransman, L. Cerfaux. Voor Paulus, zo beweerden zij is niet het 'mystieke lichaam van Christus' maar veeleer het 'volk van God' de grondidee der kerk. De evangelische theoloog A. Oepke die over het thema een heel boek schreef, was het hier volkomen mee eens. Er zijn verschillende redenen voor te noemen waarom deze idee binnen de roomskatholieke kerk het de laatste jaren zo goed gedaan heeft. Ik noem er vier. In de eerste plaats: men kon met behulp van deze idee méér dan vroeger een verbindingslijn leggen tussen de kerk en Israël. De kerk als het nieuwe vblk van God is verbonden met Israël als het oude volk van God. De nieuwe aandacht van de na oorlogse theologie voor de positie van Israël en de betekenis van het Oude Testament kon op deze wijze in de kerkopvatting worden gehonoreerd. Meer dan in de protestantse theologie had men in de roomse eeuwenlang met het Oude Testament min of meer overhoop gelegen. Nóg is dat niet helemaal overwonnen, getuige hetgeen over het Oude Testament te lezen staat in de Nieuwe Katechismus. Maar in ieder geval, de gedachte van de kerk als het volk Gods bood op dit punt perspectief. In de tweede plaats: aan de idee van het volk Gods is ten nauwste verbonden de werkelijkheid van de geschiedenis. In een vorig artikel zagen wij reeds hoe hoog bij de nieuwe theologen de geschiedenis zit. De kerk beweegt zich door de tijden heen naar de toekomst van het Rijk Gods, zo vernamen we bij Küng. Men voelt zich met deze idee dan ook erg gelukkig omdat men aldus de historiciteit van de kerk kan benadrukken. Het op weg zijn is een geliefde gedachte van de moderne mens. Hij heeft nergens meer afkeer van dan van het-er-zijn, dat irriteert hem. Hij duldt ook niet dat iemand beweert dat hij er uit is; het spreekt hem veel meer aan wanneer gezegd wordt: ook ik ben er nog niet uit! Men voelt zich volgens ex-pater Adolf s Emmaüsgangers, onderweg, waarbij Christus als de niet herkende Vreemdeling onze reis, onze pelgrimage deelt. De kerk is dan het gezelschap van deze pelgrims, Gods volk onderweg. In de derde plaats: deze idee biedt de mogelijkheid sterk te benadrukken het dynamische karakter van de kerk. De kerk is niet een statisch, rustend instituut, waarin alles vastligt, zij is volgens de vemieuwingstheologen een beweging. Gelijk ook een volk altijd een beweging is. In zo'n volk zijn wel bepaalde geledingen, er zijn er die voorop gaan en er zijn er die volgen, er zijn er die gehoorzaam mee optrekken in de tros en er zijn er die de kanten exploreren, maar juist die ruimte eisen de vernieuwingstheologen, niet voor het minst voor zichzelf, in de kerk op. De ambten wil men vaak nog wel erkennen, mits zij echter niet te juridisch worden opgevat, maar eerder als diensten aan het hele volk. Het volk, zeggen zij, is er eerder dan de diensten, de ambten, de laatste zijn er voor het eerste. In de vierde plaats: de idee van de kerk als het volk van God benadrukt sterk het eschatologisch karakter van de kerk., De kerk is er niet om haarzelf maar om het Rijk van God dat komende is. Bij Küng staan, zoals wij hoorden, de cosmische aspecten van dat Rijk sterk op de voorgrond, bij andere roomse'vernieuwingstheologen is dat veel minder het geval, bij hen is het Rijk Gods veel sterker verwereldlijkt, valt het ongeveer samen met allerlei sociale en maatschappelijke vernieuwingen. Het is op dit punt dat naar mijn gevoelen Küng minder radikaal is dan menig ander vernieuwingstheoloog. Al moet er wel onmiddellijk aan worden toegevoegd, dat bij Küng het zogenaamde /zezVskarakter van de Dag des Heeren het oor(iee/skarakter van die Dag geheel verdringt. Dat het met de oude wereld gaat naar een geweldige crisis, waarin Christus de wereld zal oordelen is iets waar Küng niet aan wil. In dit opzicht staat hij dan toch weer naast andere vemieuwingstheologen, die allen min of meer optimistisch denken over de toekomst.
Op het Tweede Vaticaanse Concilie is de idee van de kerk als het volk Gods, zoals wel te verwachten viel, met kracht naar voren gebracht. Zij is ook in de Constitutie over de kerk (Lumen Gentium) opgenomen. Evenwel, naast die andere idee, die van het lichaam van Christus. Iets tweeslachtigs is in de leer van Vaticanum II ten aanzien van de kerk dan ook niet te miskennen. Het is een van de redenen waarom verscheidene rooms-katholieke vernieuwingstheologen weinig meer spreken over Vaticanum II, veel meer hun hoop gebouwd hebben op een eventueel volgend concilie, voorzover zij tenminste nog iets van de kerk als instituut verwachten.
Trachten wij een eigen oordeel over deze ontwikkeling te vormen, dan kunnen wij beginnen met vast te stellen dat de gedachte dat de kerk het volk van God is in de reformatorische theologie zeker geen vreemde gedachte is. Evenmin trouwens de gedachte dat de kerk het lichaam van Christus is. Beide hebben echter in de reformatorische theologie heel anders gefunctioneerd dan vroeger èn thans in de rooms-katholieke theologie het geval is.
Calvijn heeft het wezen van de kerk gezien in het feit dat zij het lichaam van Christus is. Er is, zegt hij, een mystieke vereniging (unio mystica) tussen Christus die het Hoofd is en de gemeente die zijn lichaam is. Uit de aard der zaak is deze vereniging onzichtbaar, al wordt zij wel in het samenkomen van de gemeente en al wat daarin gebeurt enigermate zichtbaar. Onder de gemeente verstaat Calvijn hier de gemeenschap der gelovigen of wel der uitverkorenen. Door op deze geestelijke wijze over de kerk te spreken is zij bij Calvijn heel iets anders dan zij bij Rome ooit is geweest. Als de nieuwe rooms-katholieke theologen zoveel bezwaren hebben tegen de toepassing van de lichaamvan-Christus-idee in hun kerk, namelijk tot versterking van haar hiërarchisch ka-
rakter, dan kunnen wij dat plaatsen maar wij wensten wel dat zij dan eens de heel andere uitwerking die Calvijn er aan gegeven heeft onder ogen wilden zien.
Wat betreft de idee van dé kerk als het volk van God, ook deze gedachte is ons niet vreemd, zelfs vanuit de Schrift ten hoogste vertrouwd. En toch voelen wij ons niet gelukkig met de uitwerking die de nieuwe theologen aan deze idee hebben gegeven. Waar het in de Schrift en ook in de reformatorische belijdenisgeschriften om gaat als gesproken wordt over de kerk als het volk van God is vooral dat de grond van de kerk gelegen is in Gods genadige verkiezing van eeuwigheid. Als volk van God is de kerk het volk dat Hij zich in Christus verkoren heeft vóór de grondlegging der wereld. Niet op i het woord volk moet in de eerste plaats het accent gelegd worden maar op de naam van Hem wien dit volk toebehoort, te weten Gód.^ Men kan er de artikelen 27 en 28 maar ook artikel 34, waar over de doop gesproken wordt als het teken van de inlijving in het volk van God, in de Nederlandse Geloofsbelijdenis op nalezen. In de nieuwe rooms-katholieke theologie wordt dan ook naar ons gevoelen in deze term meer gelezen dan er in staat, terwijl tegelijk aan hetgeen er wèl in staat voorbij gegaan wordt. Ook hier is een heroriëntatie aan het getuigenis van de Schrift dringend noodzakelijk, zeker voor een theologie die zozeer op drift is als de hederidaagse rooms-katholieke.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's