Boekbespreking
H. Verweij, De komende Messias, Wereld en welzijn in profetisch perspectief, 104 blz. ƒ 7, 90. Kok, Kampen 1971.
In dit boekje probeert de schrijver een weg te vinden tussen twee door hem afgewezen posities. Aan de ene kant verzet hij zich fel tegen de horizontalistische secularisatietheologie, waarbij het Evangelie een programma voor revolutie en maatschappijverandering wordt. Anderzijds wijst hij de opvatting alsof Christus alleen de Koning der kerk is en niet ook een kosmische betekenis heeft van de hand.
Er zijn volgens Verweij verschillende heilsorden, die in de voortgang der tijden een bepaalde plaats moeten hebben. De traditionele theologie heeft geen onderscheid gemaakt tussen het universele koningschap van Christus en zijn manifestatie in de voleinding en bovendien wordt geen onderscheid gemaakt tussen Christus' tegenwoordige staat als Hoofd van Zijn gemeente en Zijn toekomstige manifeste koningschap over de rijken der wereld.
Wij dienen, aldus Verweij, te onderscheiden tussen een gemeentelijk heil dat bestaat in het afgezonderd zijn van de wereld en de mystieke gemeenschap met Christus, en een niet-gemeentelijk heil dat gelegen is in een wettisch en practisch doen van de geopenbaarde wil van God. De O.T.-ische profetieën mogen niet betrokken worden op de gemeen te van Christus, maar hebben betrekking op een messiaans heil voor Israël en de volkeren.
Ook dit post-gemeentelijk heil gaat niet buiten de genade om. Dit theocratische heil is een genadeaanbod, dat niet als werking heeft de rechtvaardiging van het geloof, doch de practische uitwerking van door God verschafte kennis.
Zoals voor de gemeente het geloof voorwaarde is om de delen in het heil, zo is voor de niet-gemeente het doen van de theocratische gerechtigheid voorwaarde om in het toekomstige Rijk van God te worden ingelijfd. De theocratie die aan het manifeste Rijk Gods voorafgaat is de ruimte, waarin de volkeren Gods wegen zullen leren.
De gemeente moet nu ten behoeve van de wereld de kiemen en beginselen van de theocratische gerechtigheid uitdragen. Zo komt ook de roeping hier en nu van de gemeente in het rechte licht. Naast het primaire getuigenis van het gemeentelijk heil in Jezus Christus moet zij de ongeweten gerechtigheid richten, concretiseren en een bestemming geven. Niet-christenen van goede wil moeten door de gemeente bewust gemaakt worden van de bron der gerechtigheid en van het komende Koninkrijk. Ook als deze niet tot geloof komen, moeten zij in het voortgaande streven naar het theociratische heilswerk betrokken worden.
Verweij wil deze beginselen van de theocratische gerechtigheid streng onderscheiden van de z.i. antichristelijke eigenwettelijkheid van de secularisatietheologie.
Het boekje heeft bij mij nogal wat vragen opgeroepen. Al kan men de moed bewonderen, waarmee de auteur dit uitermate moeilijke onderwerp aanpakt, keer op keer krijg je toch het gevoel dat de auteur het slachtoffer is van een speculatieve gedachtengang.
Nog afgezien van enkele bezwaren tegen de weergave van de Rijksverwachtihg in de loop der eeuwen — de schrijver sluit zich wel wat erg oncritisch bij G. J. Heering aan! — is mijn grootste bezwaar dat Kerk en Koninkrijk hier te ver uiteengehouden worden.
Dat de schrijver de kosmische betekenis van het Rijk Gods wil onderstrepen, verdient waardering, maar de wijze waarop de schrijver hierin de profetieën van het O.T. betrekt wijs ik af. De relatie tot het N.T. komt zo in de lucht te hangen.
Bovendien is mijn vraag, waar de schrijver het exegetisch recht vandaan haalt te onderscheiden tussen de overvloediger gerechtigheid waarin de gemeente deelt en de theocratische gerechtigheid? In Matth. 5 staat de eerste toch in een ander kader.
Keer op keer is men geneigd te vragen: Zijn er dan toch twee poorten tot het heil? De weg van het geloof en de weg van de werken, in casu de theocratische gerechtigheid, voor de niet-gemeente? Hoe wil de schrijver op deze wijze ontkomen aan een algemene verzoening? Op blz. 58 spreekt Verweij over een theocratische orde, het, messiaanse 'interimrijk' dat aan het Koninkrijk Gods voorafgaat. Jammer genoeg ontbreekt de bijbels theologische fundering voor deze variant op de chiliastische leer van het duizendjarig rijk.
Wij delen de afwijzing van de auteur van de horizontalistische revolutie-theologie, waarvan hij meermalen een rake analyse geeft. Maar de oplossing die hij zelf geeft roept te veel vragen op dan dat zij de onze kan zijn. '
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's