Bijbellezen in het leerhuis
Het onderwerp
De afgelopen twee maanden hebben de t.v.-kijkers gedurende een aantal donderdagavonden kunnen kijken naar het 'Leerhuis'. In deze serie uitzendingen, uitgaande van het IKOR en het Convent van Kerken, voerden een aantal mensen van verschillende geestelijke en kerkelijke signatuur onder de bekwame leiding van ds. C. M. Boerma gesprekken met elkaar over bepaalde thema's. De eerste vier uitzendingen waren gewijd aan het vraagstuk van het lijden; de tweede serie van vier had tot thema: Gehoorzaamheid.
Op donderdag 18 november vond de zevende uitzending plaats. In deze uitzending van het leerhuis wilde men luisteren naar en met elkaar spreken over' een gedeelte uit de Bijbel, nl. Genesis 22, het verhaal van Abraham die zijn zoon Izaak moest offeren.
De aanleiding tot de keus van dit gedeelte was een brief van éen van de kijkers naar het Leerhuis die de vraag stelde: Is de autoriteitstheorie van het 'gehoorzaam zijn aan het boven ons gestelde, wat er ook van je gevraagd wordt', niet een uitvloeisel van de Bijbel? Is Genesis 22 niet een duidelijke aanwijzing in die richting? Dit verhaal wordt immers in alle kinderbijbels en op alle zondagsscholen verteld als summum van gehoorzaamheid. Tot zover de brief, waarbij enkele deelnemers in het Leerhuis min of meer aansloten met hun opmerkingen.
De organisatoren van het Leerhuis hadden dr. G. H. ter Schegget, docent in de ethiek aan de sociale academie 'De Horst' gevraagd zijn visie op het bijbelverhaal te geven en met zijn uitleg de leerlingen van het Leerhuis (en dus mede ook de t.v.kijkers) te helpen inzake die vraag: Gaat het in Genesis 22 inderdaad om die gehoorzaamheid?
De inhoud
Ik wil allereerst proberen samen te vatten wat door dr. Ter Schegget die avond gezegd is. Het gaat, aldus dr. Ter Schegget niet over gehoorzaamheid in de formele zin van het woord, maar om een geweldig conflict. Abraham moet een weg vinden tussen elkaar weersprekende stemmen.' Er is sprake van een beproeving. Maar wie is die God die Abraham op de proef stelt. De God die Abraham beproeft is de God met een kleine g. Op een vraag van de gespreksleider wat dan in dit verband God met een kleine letter is, antwoordt dr. Ter Schegget het volgende:
Dan zou dat kunnen zijn, dat, in die tijd werden in het dal Gehennom, kinderoffers gebracht, bij duizenden, aan de lopende band, met een religieus automatisme, en Abraham komt in de zuigkracht van dat gebeuren, en hij wil nu Isaak offeren, hij moet dat, hij wil daar niet bij achter blijven. Hij gaat die berg op, en doet het ook.
ds. Boerma:
Dus de religieuse traditie van die tijd was zo: als je wat wou, dan moet je...
dr. Ter Schegget:
Ja, die religieuse traditie, dat kan de verzoeking zijn. En van daaruit zou je geneigd zijn om dat woord God in het begin, dan met een kleine letter te schrijven, te zeggen, dat is Hem niet. Verder in het verhaal ook, wordt de Israëlitische godsnaam met nadruk pas gebruikt. Als die stem komt van de engel van de Heer, die zegt: 'Strek uw hand niet uit, doe het niet', en die zegt dan: 'ik zie dat je Godvrezend bent'. Maar of dat niet is in de toon van: 'strek je hand niet uit, ik heb het al gezien, het is wel goed, maar het moet niet', dus, dat het niet zozeer een beproeving is of hij wel gehoorzaam is, in de zin van, of hij die zoon wel wil offeren, maar het gaat hier om een markeren van het existentiële moment van het doorbreken van die zuigkracht van de religie, het doorbreken van wat normaal is, wat als gehoorzaam geldt. Ik zou die vorm van gehoorzaamheid, horigheid willen noemen, en wat Abraham doet, zou ik inderdaad gehoorzaamheid willen noemen, in de zin van, dat hij een heel fijn gevoel heeft, aansluiting heeft bij een stem van een God die anders is dan de stem van de bestaande goden, en van de goden van het bestaande...
Dr. Ter Schegget maakt van hieruit, als ik het zo zeggen mag, de toepassing. Het gaat z.i. in Genesis 22 over een God, die zegt: in mijn naam geen kinderoffers! Er worden nog altijd kinderen geofferd op het altaar van het christelijke westen b.v. In naam van God. Maar dat is geen gehoorzaamheid, maar horigheid aan de religie van het bestaande. In die conflictsituatie hebben we te kiezen tussen de stemmen in ons die zeggen: Doe het of doe het niet.
Op een vraag van één van de deelnemers, waar je dan God nog voor nodig hebt als het een conflict in Abraham zelf is, antwoordt dr. Ter Schegget dat het in die keus gaat om een scherp gehoor te krijgen voor de stem die toekomst opent, die progressief is. Een andere deelnemer merkt op: die onvoorwaardelijke stem geven we de wat betekenisloze naam ’God’.
In het vervolg van het gesprek komt het falen van de christenen ter sprake. Zijn atheïsten en marxisten niet veel meer gehoorzaam dan die zogenaamde christenen die elke dag met bijbelteksten bezig zijn?
Volgens dr. Ter Schegget moet de theologie dwars door de godsdienstkritiek van het Marxisme heen. Dat betekent dat de beslissing die we nemen in een concrete situatie te maken heeft met hemel of hel, maar dan niet een hemel of hel in het hiernamaals, maar een hemel of hel op .aarde. In naam van God moeten we kiezen tegen alles wat de bestemming van de aarde verziekt. God heeft die hemel op aarde beloofd. Er is, aldus dr. Ter Schegget reden om met Ernst Bloch te spreken van een principe hoop, omdat die stem van Genesis 22 er is en dat is dan de God van Jezus.
Een van de deelnemers antwoordt daarop dat het dus in Genesis 22 gaat om een revolutionair verhaal van bevrijding, waarin de stem ons desnoods aanzet tot ongehoorzaamheid jegens de bestaande orde. Op nogal felle wijze haakt dr. Ter Schegget hier op in, door op te merken dat de kerk en de prediking heel vaak gefaald heeft door een formele gehoorzaamheid aan God te prediken.
Abraham breekt door de bestaande religieusiteit (godsdienstigheid) heen. Wat betekent dat? Ik citeer nogmaals uit de tekst van het gesprek:
Maar zeg nu eens precies wat je bedoelt met die religieusiteit van ons waar we doorheen moeten breken? Nou, dan denk ik weer aan die brief, aan die gehoorzaamheid, van ons systeem, onze vorm van samenleven, ons imperialistisch, kapitalistisch systeem, als ik eens een zware term mag gebruiken. Ik bedoel het in al z'n bitterheid, dat we dat opsieren met de naam Christelijk westen, dat we de wereld daaraan laten kapot gaan, en verbranden, en de kerk zegt er ook met z'n bisschoppen synode, die monddood gemaakt wordt, ja en amen op; en daar moeten we dwars doorheen breken, zoals Abraham door de Moloch dienst brak. Want het Christelijk geloof zelf is ook al weer zo'n religie geworden. Van ons wordt niet gevraagd of we Abraham zijn, maar van ons wordt gevraagd of we Pieterse of Jansen zijn, maar het is helemaal niet makkelijker om Pieterse of Jansen te zijn dan Abrahem te wezen. Want nu speelt er net zo iets, en we doen altijd zo verwaten: 'oh, dat is een primitief verhaal zeg, kinderoffers', daar zijn wij dan boven verheven. We zijn nog van plan geweest, weet je wel, om terwijl we dit zeiden, een film over Vietnam gewoon boven ons hoofd te laten afdraaien, als bewijs van onze schijnheiligheid en leugenachtigheid.
Tot zover in grote trekken de inhoud van het gesprek. De reden dat ik er hier op inga, is dat een en ander bij mij nogal wat vragen heeft opgeroepen en de lezing en herlezing van de tekst van de uitzending hebben mijn vragen, ik mag wel zeggen, mijn ernstige bezwaren niet weggenomen. Ik zou de volgende opmerkingen willen maken.
Is dit exegese?
Met welk recht maakt dr. Ter Schegget onderscheid tussen de stem van God in vs. 1, die dan van de God met een kleine g zou zijn en de stem van Jahweh, die oproept tot verzet tegen het bestaande? Volgens dr. Ter Schegget gaat het in die eerste stem om de Kanaanietische god die het kinderoffer vraagt.
Nu is die gehele kwestie van het kinderoffer in verband met Genesis 22 een zeer omstreden zaak. Ik weet, dat er exegeten zijn die in dit verhaal een bestrijding zien van het kinderoffer. Maar door anderen wordt juist bestreden dat het in het verhaal zoals het voor ons ligt om een protest tegen het mensenoffer gaat. Prof. dr. A. v. Selms, de Oudtestamenticus van Pretoria schrijft op blz. 26 van zijn commentaar op Genesis, deel II, dat het in dit verhaal gaat om de zegen van de volstrekte gehoorzaamheid jegens God. God was Abraham meer waard dan het leven van zijn zoon. Het zijn dus niet alleen de kinderbijbels die dit vooropstellen! Maar wij kunnen het ook lezen in een nieuwe commentaar van een ter zake kundig Oud-Testamenticus.
In datzelfde commentaar lees ik bij de verklaring van vs. 1: God is het en geen ander die Abraham aan deze zwaarste proef onderwerpt. Ja, volgens prof. Van Selms staat dit voorop 'als om te voorkomen dat uitleggers zouden beweren dat Abraham uit zichzelf of op grond van een vergelijking met kanaanietische offergebruiken (cursivering van mij, A. N.) tot de gedachte zou zijn gekomen dat hij zijn zoon moest offeren.
En om een tweede naam te noemen, ook de bekende, kort geleden overleden Oudtestamenticus Gerhard von Rad heeft in een onlangs bij de Kaiser-Verlag in München verschenen boekje over het offer van Abraham erop gewezen dat aan de spits van dit verhaal staat: God beproefde. Deze openbaring van God in Abrahams leven betekent een verscherping van de levensraadsels. Ook Von Rad spreekt met geen woord over twee goden die in dit verhaal aan het woord zijn. Integendeel, met nadruk wijst hij erop in blz. 25 dat de beproeving niet van vreemde goden uitging, maar van die God, die Abraham geroepen had. Ja, Von Rad noemt het een ongeoorloofde verzwakking als men zegt dat het gaat om een innerlijke aanvechting, een gewetensconflict ten aanzien van het kinderoffer (Das Opfer des Abraham, S 26). In de vorm waarin het verhaal voor ons ligt gaat het z.i. niet om de vervanging van het mensenoffer door het dieroffer.
Dat alles doet me de vraag stellen: Is wat dr. Ter Schegget doet met dit verhaal, nog Schriftuitleg? Bijbellezen is toch: lezen wat er staat. Dat doen Van Selms en Von Rad. Bij dr. Ter Schegget krijgt men de indruk dat de theorie het verzet tegen het bestaande, het keurslijf is, waarin de bijbeltekst geperst wordt.
Kind van de belofte
Dat de heilshistorie in dit verhaal meespreekt, komt in het Leerhuis totaal niet ter sprake. Van Selms wijst erop dat 'Uw zoon, uw enige' in vs. 2 een sleutelwoord is. En Von Rad schrijft, dat het in Izaak om veel meer ging dan om de enige zoon van een vader. Izaak is het kind van de belofte, de Messiaanse belofte van Genesis 12. Gods heilsplan met Israël stond en viel met Izaaks leven. Moest, zo schrijft Von Rad, met het bevel Izaak te offeren, voor Abraham niet de gehele toekomst van Gods heilshandelen ineenstorten? Echter Abraham bleef geloven, op hoop tegen hoop.
Van deze verbanden lezen wij bij dr. Ter Schegget niets. Heel even brengt hij Hebr. 11 ter sprake, maar ook dan wordt dit direct getrokken in het conflictschema waarop hij zich heeft vastgelegd.
Dat niet slechts in vs. 14 de belijdenis weerklinkt: De Here zal het voorzien, maar ook in vs. 8: God zal zich een Lam voorzien, komt eveneens niet ter sprake. Zijn deze heilshistorische verbanden van belofte en vervulling niet bepalend voor de uitleg? In het Leerhuis wordt direct overgeschakeld op het maatschappelijk handelen. Marx c.s. worden genoemd en geroemd. Het heil wordt een binnenwereldse zaak. Nog afgezien van het feit dat de machten, waartegen gestreden moet worden, ideologisch in één bepaalde hoek gezien worden, zodat dan natuurlijk Vietnam weer ter sprake komt en het imperialistische westen er van langs krijgt, is mijn vraag: Loopt de heilsgeschiedenis dan door in het politieke gebeuren, in de gewone historie?
Welke vertolkingsregels voor de Schrift zitten hier achter? Had dr. Ter Schegget niet beter gedaan voor de uitleg van Geneses 22 bij Luther in de leer te gaan dan bij Bloch en Marx?
Het is alles het bekende procédé: Lees de bijbel door de bril van een bepaalde politieke ideologie en je kunt zelfs uit Genesis 22 de theologie van de revolutie halen: een revolutionair verhaal van bevrijding. Maar met Schriftuitleg heeft dat m.i. niets te maken.
Een caricatuur
Typerend is ook de wijze waarop het kruis ter sprake komt. 'Heeft er ooit iemand gezegd dat het God was, die Jezus vermoordde', zo vraagt een van de deelnemers. Dr. Ter Schegget noemt de leer van verzoening door voldoening een oneerbiedige theorie. Alsof God eerst bloed moet ruiken en over zijn kannibalisme niet heen kan komen tenzij er eerst voldoening gegeven is.
Ik vind dit een schandalige vertekening van het dogma der kerk. Een caricatuur van het geheimenis der verzoening, waar een dr. theologiae zich voor schamen moet. Erger is nog de wijze waarop dr. Ter Schegget de bijbel citeert in dit opzicht. Hij haalt nl. Hand. 2 aan, waar Petrus zegt dat Jezus door de handen van wetteloze mensen is omgebracht, maar door God is opgewekt, omdat hij door de dood niet kon worden vastgehouden. Dat is heel wat anders dan de verzoeningstheorie, alsof God wilde dat Jezus gekruisigd werd, aldus Ter Schegget. Echter wie Hand. 2:23v leest ontdekt dat Ter Schegget weglaat de m.i. beslissende woorden: Deze naar de bepaalde raad en voorkennis van God uitgeleverd ...
Weer zeg ik: De bijbeltekst moet passen in het keurslijf van de theorie. Via een caricatuur en via een onjuiste wijze van citeren wordt en passant in drie zinnen met de reformatorische belijdenis van de verzoening afgerekend.
Waarom geen exegeet?
Al luisterend en lezend rees bij mij de vraag: Is dit een leerhuis, bedoeld als moderne vorm van catechese? Wat is dan de norm die men aanlegt? Komt de Bijbel hier werkelijk ter sprake, of mag de Bijbel meedoen als gesprekspartner?
Men begrijpe mij goed: Het gaat niet om personen, ook niet om de persoon van dr. Ter Schegget. Ik wil zijn capaciteiten op allerlei gebied beslist niet ontkennen. Maar moet nu uitgerekend een docent in de sociale ethiek de leerlingen van een Leerhuis exegetisch voorlichten? Waren er geen exegeten van professie bereid dit te doen? Elke theologische faculteit heeft toch enkele ter zake kundige Oud-testamentici?
Zijn de organisatoren werkelijk gelukkig met deze wijze van exegetiseren, die zodanig, is dat elke student, die dit op een examen zou presteren, ongetwijfeld vanwege de aperte onjuistheden teruggewezen zou worden.
Exegese is toch uitleggen, de Schrift met de Schrift vergelijken, lezen wat er staat. Of behoort dat misschien tot een verouderde benadering? Ik meen dat ik me dan nog altijd in het gezelschap bevind van exegeten als Van Selms en Von Rad en vele anderen. Ik meen ook dat een methode waarbij men vanuit eigen leefsituatie de Schrift interpreteert niet alleen zakelijk onjuist is, maar ook gelet op de verkondiging afgewezen moet worden. Op die manier ontkomt men er niet aan, dat men de Bijbel laat zeggen wat past in het moderne denkklimaat. Ook de zevende uitzending van het Leerhuis is daar niet aan ontkomen.
Onbehagen en verontrusting
Het IKOR en het CvK hebben veel critiek te verwerken. Zowel op de hervormde als de gereformeerde synode kwam dit tot uiting. Van de zijde van deze beide instanties wordt dan steeds weer gewezen op de moeilijkheden van het verstaanbaar maken van de Boodschap via deze media, als radio en t.v. Er wordt geduld en solidariteit gevraagd met deze voorhoede aan het front van de ontmoeting van kerk en wereld.
Niemand zal de moeilijkheden inzake de vertolking van het Schriftgetuigenis bagatelliseren willen. En me dunkt, de kerk is juist in haar synodeuitspraken lankmoedig genoeg. Maar deze uftzending van het Leerhuis heeft toch bij mij — en bij vele anderen — de vraag doen rijzen: Is dit nog legitieme verkondiging? Is dit kerkelijk verantwoord bezig zijn met de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus? /
Wil men de bijbelse boodschap verstaanbaar maken, dan zal men toch eerst de Bijbel moeten laten uitspreken en niet laten buikspreken, of voortijdig in de rede vallen.
In het Leerhuis werd de Bijbel ter discussie gesteld, zoals je zoveel praatstukken ter discussie kunt stellen. Is dat de taak en de roeping van de kerken die medeverantwoordelijkheid dragen voor het werk van IKOR en C.v.K.?
De wijze waarop op 18 november jl. om gesprongen werd met Genesis 22 heeft velen verdriet gedaan. Oprecht verdriet, dat op deze wijze met een Schriftgedeelte met een zo rijke boodschap, gehandeld werd. Verdriet ook vanwege de gemiste kans om aan de kijkers en luisteraars duidelijk te maken wat het Evangelie hier en nu betekent. In plaats daarvan werden we met volle zeilen de politiek ingeloodst!
Is het dan zo'n wonder dat men verontrust is? Wanneer men op deze wijze met de Schrift omspringt, moet men niet klagen over toenemende polarisatie. Men werkt die nl. zelf in de hand, door een Schriftgebruik, dat ik op exegetische gronden niet anders kan typeren als geknoei met de Bijbeltekst.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's