De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Heimwee naar Bethlehem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Heimwee naar Bethlehem

6 minuten leestijd

’En David kreeg lust en zeide: Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput die onder de de poort is? ’ 1 Kron. 11:17

Onze tekst verplaatst ons naar het leven van David. Het is een tijd van strijd. Dat koning worden van David is niet vanzelf gegaan. Na een lange tijd van wachten is hij eerst koning van Juda geworden. Er bleven nog vijanden genoeg over. Vooral de Filistijnen, vanouds de vijanden van Israël. Ook in deze strijd had God hem wonderlijk gezegend. David had ze een grote nederlaag toegebracht. Maar totaal verslagen waren ze nog niet. Ze wisten zich staande te houden in een strategisch goed gekozen gebied. Een dal. Het dal Refaim, tussen Jeruzalem en Bethlehem. Ze hielden zelfs Davids geboortestad Bethlehem nog bezet. Dat lezen we even voor onze tekst.

Nu is David gekomen bij de spelonk van Adullam. Dat was voor hem geen onbekend gebied. Adullam, daar had hij zich verscholen als een mol onder de grond. Daar waren ze bij hem gekomen: de opge jaagden en geplaagden, ieder wiens ziel bitter bedroefd was of die een schuldeiser had. Adullam ... daar bloeit het verleden weer op.

Hoe gaat dat? U bent wat ouder. Maar als je na jaren weer eens terugkomt op een plaats waar je vroeger zoveel kwam. Och, je denkt terug .. . vroeger. Wel, zó ging het David. Hij is alleen wat naar boven geklommen. Hij staat op een vooruitspringende rots. Hij tuurt met de hand boven de ogen in de verte. Hij zoekt, hij ziet het liggen, zijn geboortestad: Bethlehem. Alles komt naar boven: vroeger. Thuis, achter de kudden. Toen was het vrede, toen ging hij aan de hand des Heeren, toen kon hij zingen: 'de Heere is mijn herder, mij zal niets ontbreken'. Terugdenken. Doet u dat ook wel eens? 'k Zal gedenken hoe voor dezen, mij de Heer heeft gunst bewezen. Zo kan het toch, dat je denkt aan de tijd dat de Heere zo tastbaar met je optrok; dat Hij, de levende God zo dicht bij was. Een leven aan Zijn hand, een rusten aan Zijn hart. Tijden van een eerste liefde. Zo was het hier voor David. Vindt u het vreemd? 't Wordt hem te machtig, die stad, dat water. En voor dat hij er erg in heeft, is het al over zijn lippen: 'Wie zal mij water te drinken geven uit Bethlehems bornput'. En nauwelijks heeft hij deze woorden gesproken, of ze zijn al weg: drie helden. Ze breken door de linie van de vijand heen. En ze brengen, met gevaar voor hun leven, aan de koning waar hij om gevraagd heeft: water uit Bethlehem.

Misschien dat u zich al lezende afvraagt: 'Wat heeft dat nou met advent te maken? '. Wil deze tekst heenwijzen naar het kerstfeest dat weer voor de deur staat? Och, strikt genomen niet. Maar u weet toch waarvan advent spreekt? Toch van verwachten, van verlangen, van vurig verlangen. Uitzien naar de vervulling van Gods beloften. Dat is het toch wat door het leven van de gelovigen van het oude Verbond heen trekt? Dat was het toch bij Lamech, toen hij Noach in zijn handen hield. Dat was er toch bij Abraham en noemt u ze maar op. Verlangen, uitzien. Dat is het toch wat Jesaja uitroept: 'Och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt'. Dat verlangen trilt hier ook bij David. Heimwee naar Bethlehem. En daarom is dit toch een adventstekst!

Hier ziet de levende kerk van alle eeuwen door, haar leven getekend. Verlangen, ja verder dan David, verlangen naar het levende water.

En nu hoop ik zo dat ook uw leven hier getekend wordt. Dat ook bij u, temidden van alle drukte, temidden van alle strijd en aanvechting, dat verlangen levend is, die dorst naar God, dat verlangen naar Christus. De begeerte om te drinken van het levende water.

Een natuurlijk mens kent dat niet. Daarom viert de wereld straks wel feest, met veel groen en veel gekleurd papier maar zonder Christus. Maar als we eenmaal door de Heilige Geest dorstig gemaakt werden, en gebracht werden naar dat levende water, als we de dood bij ons zelf vonden, maar het leven bij Hem, dan verstaat u iets van dat verlangen van David. Dat verlangen blijft, het hele leven door. Het wordt alleen maar sterker. Dan zijn er — ik weet het — ook wel tijden dat alles dor is en mat, dat alles van droogte brandt. Het gebedsleven kwijnt, het omgaan met God verdwijnt, 't Is zo stil. Lusteloos stil. Maar in die tijden laat de Heere Zijn kerk niet. De levende God is zo bezig u weer dorstig te maken, om u met uw dorst heen te drijven naar Christus. Dorst, heimwee, dat is nodig om thuis te komen. Als een kind uit logeren gaat, een week, bij familie, dan moet het soms wel eens binnen de tijd door de ouders worden opgehaald. Maar dan moet er heimwee zijn.

Wil het straks voor u echt kerstfeest zijn, dan moet er heimwee zijn. Ja, dat is advent: vol zitten van heimwee naar Bethlehem. Kent u daar iets van? Wij bedenken van alles, een mens verlangt van alles. Maar uiteindelijk is alles wat u zelf bedenkt een gebroken bak. En gebroken bakken kunnen geen water houden. Waardeloos. Het loopt er uit weg. Je houdt het niet. David verlangde, hij keek uit. Daar herkent u het geloof aan. Dat vraagt, dat verlangt. O God, haast u tot mijn hulp en red. Heere help mij, ik verga. Zo'n mens wordt gebrokener, verslagener, armer, bedroefder, verlangender. En hoe armer een mens is, hoe meer dat verlangen naar Christus. Daarom is dit Gods gewone doen, dat Hij eerst arm maakt, nederig, laag, verlegen. Zo wordt het Kerstfeest. U begrijpt het toch: Christusfeest. God zoekt het weggedrevene en niet wat op eigen kracht de zee bevaart. God zegt: 'Op deze zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn Woord beeft’.

’t Is met de genade net als met regenwater, het valt altijd op de laagste plaats. Zo is het met Gods barmhartigheid. Dat heeft David geleerd. Daar heeft Zacharias van gezongen. Ach, wie leert dat niet? Het valt in de diepte. Sta dan niet te hoog in deze dagen. Dan staat u gevaarlijk. Want van Hem die meer is dan David staat er: 'Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. Een trotse farizeeër veracht Hij. Die is Hem het aankijken niet waard. Als u hoog te paard zittende naar Bethlehem komt, dan kunt u de stal misschien binnengaan, maar u bent te hoog voor de kribbe. Dan wordt het komende Kerstfeest uw eeuwige val. Omkomen van dorst. Maar Hij verhoogt en hoedt, het nederig gemoed, waarin Zijn Geest wil wonen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Heimwee naar Bethlehem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's