De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het lofoffer en de mededeelzaannheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het lofoffer en de mededeelzaannheid

Kanttekeningen bij het Getuigenis

13 minuten leestijd

Het Getuigenis heeft voor zichzelf gesproken. De zeven punten die aan de orde gesteld zijn, waren evenzovele signalen ten aanzien van kernpunten in het belijden die momenteel zozeer in discrediet zijn. Het waren signalen, dat wil zeggen het werd alles kort aangeduid, terwijl achter al deze punten een wereld van achtergronden ligt. Iets van die achtergronden willen we in een aantal artikelen aan de orde stellen. Aan elk van de punten van het Getuigenis wordt nu een apart artikel gewijd. Mochten er bij de lezers nög vragen leven over één of ander dan willen we ook daarop uiteraard nog nader ingaan.De Redactie

Alleen maar reactie?

Wie zijn ongerustheid er over uitspreekt dat in veler theologie en prediking de liefde tot God en de liefde tot de naaste dreigen samen te vallen, zodat het Evangelie opgaat in medemenselijkheid, krijgt menigmaal ten antwoord: 'U behoeft niet ongerust te zijn. Dit is alleen maar een reactieverschijnsel!’

Een reactiebeweging, zo zegt men, die zich richt tegen een prediking en geloofspractijk die alleen maar aandacht zou hebben voor de ziel en het hiernamaals, en de roeping van de christen hier-en-nu zou verwaarlozen.

Een reactiebeweging tegen een naar binnen gekeerde vroornheid die de ogen zou sluiten voor de concrete nood van de naaste, verweg of dichtbij. Een reactie ook tegen een zondagschristendom, dat geen weet meer zou hebben van het geloven op maandag. Lang genoeg is er eenzijdig gesproken over de verticale lijn, de liefde tot God, werpt men ons tegen, het is nu de tijd om het in daden van naastenliefde, en maatschappelijke inzet waar te maken. Geen consumentenchristendom, dat naar de kerk gaat om van een preek te genieten. Nee, wij worden geroepen tot de daad. De sterke nadruk op naastenliefde moet naar veler oordeel gezien worden als een juiste reactie.

Wij willen niet ontkennen dat de geschiedenis van kerk en theologie de pendelbeweging kent. We denken aan de wijze waarop in de loop der eeuwen nagedacht is over de verhouding tussen rechtvaardiging en heiliging. Op een periode waarop men alle nadruk legde op de rechtvaardiging om niet, volgde menigmaal een periode waarop het accent sterker gelegd werd op de heiliging en de waarschuwing weerklonk tegen een dood geloof. Soms kan een reactie nodig en heilzaam zijn. Soms kan het nodig zijn om via een reactiebeweging mensen wakker te schudden. Maar reactie bergt altijd het gevaar in zich van vereenzijdiging.

Toch menen we dat we niet kunnen volstaan de nadruk in onze tijd op naastenliefde, medemenselijkheid, actie, daad, etc. alleen te verklaren vanuit de reactie. Er zit meer achter.

Verandering in het spreken over God

Wij menen dat de vereenzelviging van het eerste en het tweede gebod, waarbij de liefde tot God opgaat in naastenliefde ten diepste samenhangt met het spreken over God. In zijn gevangenschapsbrieven, geschreven in de tweede wereldoorlog van uit de gevangenis in Tegel, heeft Dietrich Bonhoeffer gesproken over een nieuwe tijd die hij zag aanbreken, en een nieuwe wijze van theologiseren en kerk-zijn: de tijd van de redelijke, wereldbeheersende mens, voor wie God heeft afgedaan. De tijd van de religieloze mens, die met God als helper in de nood, als denkhypothese aan het begin van de wereldgeschiedenis, als verklaring van de laatste problemen (zoals schuld en dood) niets meer beginnen kan.

Bonhoeffer voerde daarom een pleidooi voor een evangelieverkondiging die niet op de hemel, maar op de wereld gericht was en die de betekenis ervan duidelijk maakte aan mondige mensen, die zelf met hun problemen worstelen.

De Bijbel zelf bood, naar Bonhoeffer's mening, voor een dergelijke verkondiging alle kansen. Het Oude Testament is immers op de aarde gericht. En Jezus Christus wordt ons gepredikt als de mens voor anderen. God zelf neemt in Christus deel aan het lijden onder een mondige wereld. Christenen zijn mensen die aan Gods lijden willen deelnemen, die beschikbaar zijn voor anderen. Zonder God leven wij aldus Bonhoeffer, voor God en met God. Het zijn deze gedachten waarop de theologen in de naoorlogse jaren zich geworpen hebben. In hoeverre zij de visie van Bonhoeffer juist weergeven, kunnen we hier laten rusten. Een feit is, dat men de gedachten door Bonhoeffer in brieven naar voren gebracht op een haast systematische wijze verwerkt heeft tot een theologie, een prediking, een visie op het kerk-zijn waarin de liefde tot God opgaat, in het er-zijn voor de ander.

Van een God boven ons, die ons leven leidt en die zeggenschap heeft, willen velen niet weten. Een God die in de hemel woont, is naar men meent een uitvinding van een metafysisch, bovenzinnelijk systeem. Hooguit wil men spreken van God als de grond van ons bestaan, als de diepte van ons leven.

De vraag van Luther: 'Hoe vind ik een genadig God? ' moet in onze tijd vertaald worden als de vraag naar de genadige naaste. Daar vinden we God: In de broeder in nood, in de ontmoeting met onze medemens. Zonde, verzoening, bekering moeten vanuit deze inter-menselijke verhoudingen verstaan worden. De zin van het leven ligt in de medemens. De bekende gelijkenis uit Mattheus 25 : 31—46, waarin we de woorden tegen komen: Voorzover gij dit éen van mijn minste broeders gedaan hebt; hebt gij dit Mij gedaan', wordt uit zijn verband gerukt en haast als canon in de canon gehanteerd, als Schriftprincipe, van waaruit men de hele Bijbel leest.

Het verst gaan zij die een theologie ontwerpen, uitgaande van de kreet: God is dood. Wat voor deze theologen betekent: God is geen werkelijkheid voor ons. Ons leven zou er niets anders uitzien, als er geen God zou zijn. God is dood, maar Jezus als de grote prediker der medemenselijkheid, als de mens voor anderen leeft. Daarom heeft deze radicale theologie doorgaans veel belangstelling voor Jezus van Nazareth. Hij is het voorbeeld van wat mens-zijn voor anderen inhoudt. De zin van het leven ligt immers niet in God, maar in de ontmoeting met de ander.

Consequenties

Wij willen niet voorbij zien, dat de hierboven genoemde gedachten niet door ieder van de vernieuwingstheologen even kras en radicaal worden uitgesproken. Er is nogal wat variatie en verscheidenheid.

Maar ze vormen niettemin het klimaat waarin velen leven en bewust willen leven. In die zin, dat men er de consequenties uittrekt voor de practijk van het kerkelijk leven. De opstellers van het Getuigenis hebben nogal eens de critiek te horen gekregen: 'U vecht tegen windmolens. Waar zijn de predikanten, die de door u verfoeide gedachten leren? ’

Het zou m.i. niet moeilijk vallen een aantal namen te noemen. Het zou evenwel het bestek van dit artikel te buiten gaan.

Maar bovendien moet men niet vergeten dat de invloed van de nieuwe theologie op de practijk van het kerkelijk leven ook daar te vinden is, waar men soms met zoveel woorden de God-is-dood theologie afwijst. Wij zijn van oordeel dat de critiek op de traditionele kerkdiensten, op de veelgesmade gemeente, die doodgepreekt zou zijn, regelrecht samen hangt met de beïnvloeding door de nieuwe theologie.

Als God verdwijnt achter de naaste, als de zin van het leven ligt in de medemenselijkheid, dan raakt dit direct de practijk van prediking, catechese en pastoraat. Vroomheid wordt dan gezien als ingekeerdheid. Smalend wordt gesproken over de kerk als troost-instituut. Vanuit een zeer wettisch activisme wordt de gemeente voortgejaagd en beroofd van de troost van het Evangelie.

Het gesprek en de dialoog vervangen dan de prediking, de proclamatie van de daden van God, die zonder ons en nochtans voor ons geschied zijn en waar we door het geloof uit hebben te leven.

De liturgie als aanbidding, lofprijzing en voorbede, als belijdend spreken en getuigen verdwijnt bij velen uit de gezichtskring om plaats te maken voor de actie. Bidden is immers wuiven met je hand. Als het tweede gebod, de liefde tot de naaste het eerste verslindt, wordt immers het bidden tot Hem, Die in de hemel woont, en die zich in Christus geopenbaard heeft als onze genadige God en Vader, een problematische zaak.

Wij willen daarmee niet met één zin de gebedsmoeilijkheden, of de aanvechting van de moderne mens inzake de geloofsbeleving wegwuiven. Wij menen wel, dat deze mens door de theologie van de vernieuwers en door de kerkelijke practijk die men voorstaat niet geholpen, maar integendeel in de steek gelaten wordt. Terecht schrijft prof. dr. H. Jonker in 'Leve de Kerk' op blz. 175: 'De moderne mens wordt door deze nieuwe wet van het activisme steeds maar voortgejaagd en tegelijk eenzaam achtergelaten, omdat het antwoord Gods op zijn levensnood tot zwijgen is gebracht’.

Twee geboden

De Hoofdsom der Wet spreekt van twee geboden, waarin de openbaring van God haar samenvatting vindt. Het eerste en het grote gebod spreekt van de liefde tot God. Zeker, het tweede gebod is aan het eerste gelijk, maar dat is nog wat anders dan dat men het eerste gebod vervluchtigt.

In Deuteronomium 6 worden wij met Israël opgeroepen tot de geloofsactiviteit van het horen. 'Hoor, Israël, de Here onze God is een enig Here'. We beluisteren hierin een toespitsing van het eerste gebod. Israël en wij worden opgeroepen in een wereld van goden en machten ernst te maken met de roepstem des Heren. Alleen de Here heeft Israël uitgeleid. Alleen de Here redt en verlost. Alleen de Here heeft alles voor zijn volk overgehad. Daarom behoort Hem ons hart en leven toe. U alleen, U loven wij. Deze liefde en deze lofprijzing is het antwoord van het geloof waartoe we in het Verbond geroepen worden. Gods liefde is een eeuwige liefde. In het O.T. wordt het verbond menigmaal vergeleken met een huwelijk. Zo innig is de verhouding tussen God en de zijnen. Ruimte geven aan andere machten en goden is overspel. God vraagt ons hart en ons leven. God vraagt ons totaal (vgl. Deut. 6 : 5—8). En vanuit deze liefdesovergave aan de Here bloeit de liefde tot de naaste op. En de vensters gaan open naar alle sectoren van het leven. Men leze Leviticus 19.

Een herderlijk schrijven

Wat betreft het N.T. wijzen we u op het herderlijk schrijven van de eerste Johannes brief. Nadrukkelijk bepaalt de apostel ons bij de broederliefde, bij de zin van het tweede gebod: Die nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem? (1 Joh. 3 : 17). Ja de broederliefde kan zelfs als kenmerk genoemd worden: Wij weten, dat wij uit de dood zijn overgegaan in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. (1 Joh. 3 : 14). Men zie ook 1 Joh.4: 20v.

Maar deze brief laat er geen twijfel over bestaan dat de liefde tot de naaste opkomt uit de liefde tot God. Deze liefde tot God heeft een eigen gestalte. Naastenliefde is wel gegeven met de liefde tot God. Maar de liefde tot God valt er niet mee samen.

En wat meer is, de liefde tot God en de naaste is antwoord op het wonder van Gods liefde. Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Dat is het 'eerst' van het Evangelie.

Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad, en Zijn Zoon gegeven heeft tot verzoening van de zonden (vgl. 1 Joh. 4 : 7vv). Gods liefde komt van één kant. Dat is het Evangelie van Advent en Kerst, van de Goede Vrijdag en de Paasmorgen. Van deze liefde mag de evangelieprediker getuigen. En waar de Heilige Geest het geloof werkt en de overgave aan deze God, Die zondaars heeft liefgehad, daar bloeit de liefde op, jegens God en de naaste.

Verkondiging en aanbidding

Deze bijbelse verbanden bepalen ook ons kerk-zijn. Niet wat wij doen of geloofwaardig maken moet op de voorgrond staan. Dat betekent dat de wet als een zweep over de mensen gelegd wordt. Dat betekent dat het Evangelie van de vrije gunst die eeuwig Hem bewoog op de achtergrond geraakt.

Waarom staat de dienst van Woord en Sacrament centraal in ons kerk-zijn? Waarom kan deze nooit vervangen worden door alternatieve samenkomsten, als vormingsbijeenkomsten, gesprekssamenkomsten etc? Omdat het God behaagd heeft zijn heil te bemiddelen door de dienst van Woord en sacrament. Dat heil spreekt van het wonder van Zijn liefde voor verloren mensen ('Niet wij ... maar Hij heeft ons liefgehad.') Dat heil wordt verkondigd in de lezing en overdenking van de Schriften. In de tekenen en zegel van doop en avondmaal. Tot de belijdenis en de lofprijzing op deze liefde worden wij geroepen. In de eredienst der gemeente en in het persoonlijk geloofsleven krijgt deze levende geloofspractijk een plaats.

Zeker, wij voeren geen pleit voor een steriel liturgisme, een verstarde vormendienst, een eredienst die de vensters op het leven gesloten houdt. Juist het Calvinisme heeft geweten van de liturgie die beoefend wordt op straat, in het volle leven. Te diep was men doordrongen van de ernst van de woorden van Johannes: Hoe kan iemand zeggen God lief te hebben en tegelijk zijn broeder te haten?

Maar wie de weg naar de eredienst, naar de binnenkamer, naar de practijk der godzaligheid blokkeert, verwettelijkt en verwereldlijkt het gewone leven.

Er voert wel een weg vanuit de samenkomst der gemeente rondom Woord en sacrament naar het gewone leven. Er voert geen weg tot een bijbels geloofsleven als men eerst de eredienst als overbodige godsdienstigheid afschaft en voorts pleit voor een christendom van de daad.

Wij zouden de huidige activisten willen vragen met klem te luisteren naar Van RuIer, als hij in zijn boek 'Waarom zou ik naar de kerk gaan' onder meer schrijft: 'Men kan onmogelijk op de rechte wijze in de wereld staan en zich daar bewegen als men niet op gezette tijden in de kerk zit en van daaruit de wereld en eigen positie en gang daarin beziet' (blz. 146). Wanneer de trouw aan de aarde, aan de naaste betekent dat men het gebed en de lofprijzing vergeet en veracht, houdt men van de practijk van het bijbels geloofsleven niets over.

Liturgie en leven

Wat God heeft samengevoegd mogen wij niet scheiden. Wij mogen de naastenliefde niet verwaarlozen in een steriele hoog­ kerkelij kheid, een dode orthodoxie. Wij zullen op dit punt ons telkens weer moeten laten gezeggen.

Wij mogen de liefde tot God niet laten samenvallen met de naastenliefde. De aandacht voor de ander en de sociale bewogenheid kunnen er pas op de rechte wijze zijn, als ons leven de verbinding met God kent door het geloof, als wij hebben leren luisteren naar Hem. 'De ogen houdt mijn stil gemoed opwaarts om op God te letten.’

Wij denken aan de behartigenswaardige woorden van Miskotte, gesproken tijdens een bidstond aan de vooravond van de synodevergadering in October 1945: 'Heden zo gij Zijn stem hoort, verhardt uw hart niet, gij activisten die juist zo gezwind met woorden zijt, gij ingekeerden die de waarheid hoedt, en zoo op inverse wijze meest voor uzelf in de weer zijt en gij die de goede lering voor uw volk hebt in eigen bedrijf genomen, gij allen hoort en verstaat, buigt u en aanvaardt, in Christus' naam, dat één ding nodig is'. Voor Christus bezig te willen zijn, zonder naar Hem te luisteren is een hoogst bedenkelijke vorm van activiteit.

Met het Getuigenis zeggen wij: Het eerste gebod blijve het eerste en het tweede gebod het tweede. De eredienst in Gods Huis en in de binnenkamer, en de liturgie op straat dienen er beide te zijn. Maar alles komt op de juiste verbinding aan. Hebreen 13 wijst ons hier de juiste weg. Wij worden gewezen op het ene altaar en het ene offer van Golgotha. Daarvan spreken Woord en sacrament. Daarvan gaat het appèl uit: 'Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht der lippen die Zijn Naam belijden. En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen.’

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het lofoffer en de mededeelzaannheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's