De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk zonder volk?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk zonder volk?

12 minuten leestijd

Wie over randkerkelijken en buitenkerkelijken spreekt, moet zich heel goed bewust zijn, dat het hier gaat om totaal verschillende mensen. Mensen, wier leven zich afspeelt tussen hun werk en de televisie. Jongeren, die hun vrije tijd vullen met het rondhangen in een patatkraam en met razende ritten op knetterende brommers.

Maar ook mensen, die elk op hun manier over de dingen hebben nagedacht en die door radio en televisie over de problemen van hun stad, maar ook van de wereld zijn gesteld. Die luisteren naar een preek van de pater en van de dominee. Die een mohammedaan op hun werk leren kennen en daarom geboeid luisteren, als iemand van die kant voor de t.v. komt. Die aanhangers van allerlei godsdiensten en geloven horen en evenzeer godloochenaars, die met een keur van argumenten hun standpunt weten te verdedigen. En die allen vaak de gave hebben om het goed te brengen.

Maar ook met het gevolg, dat de geduldige kijker of luisteraar zich afvraagt, wat nu eigenlijk waarheid is. En of de waarheid te kennen is?

Dit wordt te erger, als zij dan meemaken, dat mensen van eenzelfde kerk elkaar bestrijden en elkaars meningen als verderfelijk kenschetsen.

Dan zijn zij voor hun besef 'nergens meer'. En dooft het verlangen om er over te horen, omdat ze het blijkbaar zelf ook niet weten'.

Zo hebt u dus de onverschillige, de denker en de vermoeide mens, die niet meer gelooft dat we weten waarom het gaat.

Daarbij komt, dat er onder de kerkgangers zijn, wat ik zou willen noemen, de verloren zonen. Niet verloren in de zin, dat zij op de wijze van de verloren zoon uit de bijbel leven, maar ik bedoel de mensen, die nog weten door hun opvoeding, dat er een Vaderhuis en dat er een Vader is. Zij hebben zich daarvan wel afgewend, maar zij weten waarvoor u komt en waarover u wilt spreken. Woorden als zonde, genade en geloof zijn hun niet onbekend. Het kan zelfs gebeuren, dat zij in het gesprek, waarin wij voorzichtig trachten de bijbelse woorden wat naderbij te brengen zeggen: Ja, een mens moet bekeerd worden. Of: Als je niet uitverkoren bent, dan ...

Daarnaast zijn er 'de zonen van de verloren zoon'. Zij weten niet meer van een Vaderhuis en de voorstelling, die zij van de Here als Vader hebben, is enkel verwijt geworden. In de trant van het duizendmaal gehoorde: Als God een Vader is, hoe kan hij dan toelaten, dat er oorlog is of dat mijn vrouw is gestorven! Voor hun besef houdt het vaderschap van God in, dat hij hen op hun wenken moet bedienen, dat hij alles moet doen, wat zij willen, terwijl zij niets willen doen. We stuiten op bergen van misverstand en onkunde.

En de 'zonen van deze kleinzonen', zijn helemaal niet meer te spreken. Ze begrijpen niet, waarvoor u komt, waarmee u zich bemoeit. Zij leven het leven van de verloren zoon, soms levende overdadiglijk, soms vervallen tot de draf van de zwijnen. Maar de volle tafel noch de armoede en de ellende doet hen nog bidden. Bidden, hoe doe je dat? ', is een vaak gehoorde vraag.

Nu weet u, dat in de steden - ik beperk mij nu even tot de hervormde kerk - in meer dan een wijk het totaal aantal leden voor de helft uit geboorteleden bestaat. Dit zijn dus kinderen van mensen, die om welke reden dan ook als hervormd te boek staan, maar niet gedoopt zijn. Bijna allen zijn dan in feite ook ’niets’.

Dan komen de doopleden, voor een groot gedeelte stammend uit de tijd, dat men de kinderen wel liet dopen, hoewel men er - weer - zelf niets aan deed. Zij kregen geen christelijke opvoeding en hun kennis van alles is uiterst gering. In feite staan dezen niet ver van de geboorteleden.

Ook zijn er doopleden, die van huis uit wel iets meekregen, maar er niet meer van willen weten. Er is altijd wel een reden om dit te verklaren of zelfs te verdedigen.

En de lidmaten dan?

Zeker er zijn mensen, aan wie de kerk ontzaggelijk veel te danken heeft. Maar ook zijn er meerderen, die met alles hebben gebroken. Waar niet alleen van kerkgang geen sprake meer is, maar ook niet van thuis lezen in de bijbel. Alleen het bidden - 'je bent toch geen heiden', zeggen zij - is althans thuis nog in zwang, maar als een laatste rest van een afgestorven zaak.

Wij hebben dus in onze steden te maken met hen, die van andere kerken waren en er niet meer aan doen en met degenen, die bij de volkstelling op de vraag naar hun godsdienst antwoorden 'Geen'. Maar ook met degenen, die volgens ons kaartsysteem tot de kerk gerekend worden, maar in werkelijkheid ook rand- of buitenkerkelijk zijn. Dit is vaak een zo groot gedeelte, dat van meer dan de helft geldt: Een volk zonder kerk.

Wat staat ons te doen?

Ik ben dankbaar, als deze vraag wordt gesteld. We kunnen ons van deze zaak niet afmaken door enkel te zeggen, dat de klokken van de kerken luiden en dat de mensen kunnen komen.

Dat is wel waar, maar wat zou er met ons gebeuren, als de Here ons zelf niet had opgezocht en telkens weer zocht?

Zoekt het verlorene, blijft een hemels gebod.

Tegelijk moet ik zeggen, dat deze vraag mij niet alleen bezwaart maar zonder meer benauwt, want ondanks het feit, dat er in mijn wijk hard en trouw wordt gewerkt — alle hulde aan veel dappere en volhardende medewerkers — ervaren wij elke dag, dat er niet één methode is, die dit schreiende probleem zo ineens zou kunnen oplossen.

Maar dit ontslaat ons niet van de plicht om alles in het werk te stellen om te zoeken naar deze mensen. Ook zij hebben een ziel te verliezen, al geloven zij zelf niet dat zij een ziel hebben. En vinden zij onze zorg om hun heil overbodig en zelfs hinderlijk.

Wij kunnen grote samenkomsten houden. Jaren geleden hebben wij in Rotterdam — maar het was bestemd voor heel ons land — een grote meeting gehad in het Feyenoordstadion, dat inderdaad tot de nok gevuld was. Allen, die er geweest zijn herinneren zich de aangrijpende zang van een koor van 5000 zangers, de macht van de samenzang van 60.000 mensen, de indringende toespraak van Billy Graham.

In de nazorg werden honderden betrokken en ook vele honderden bereikt. Maar dit valt niet elke keer te doen.

Kerkdiensten voor buitenkerkelijken.

In zekere zin zijn die mij liever, mits daar dan ook duidelijk en schriftuurlijk op de dingen wordt ingegaan.

Helaas, leert de ervaring, dat de mensen, die wij op het oog hebben, daar meestal niet komen. Al kan ik mij met u verheugen, al zou het maar voor één tot een zegen zijn. Maar dan moet ook daar de nazorg, het persoonlijk kontact, op volgen. De moeilijkheid is tegenwoordig, dat mensen heel bezwaarlijk uit hun huizen naar een samenkomst zijn te krijgen.

Daarom zullen wij hen thuis moeten opzoeken.

Het gaat uit in de straten van de Here Jezus geldt vandaag meer dan ooit. Maar meteen staan we weer voor een muur.

Wie het waagt op een avond van een boeiend vervolgstuk op de televisie aan te bellen, mag buiten blijven of desgewenst mee kijken, maar niet praten.

Als er een interlandwedstrijd op de t.v. is, doet men niet eens open, want men wil geen moment van de wedstrijd missen.

Zulke avonden zijn er vele.

Maar al is er niets op radio of t.v. en zijn er geen verjaardagen of visites, dan nog wijst men bezoekers van de kerk de deur.

Soms honds.

Soms beleefd maar overduidelijk.

Soms maakt men een afspraak voor een andere avond, maar als er op de afgesproken tijd gebeld wordt, doet men niet open, terwijl het licht op de trap toch brandt.

Weer verzuchten wij: hoe kunnen we hen bereiken?

Een laatste middel blijft dan een goed geschrift in de brievenbus. In vele wijken glijdt ons voortreffelijke evangelisatieblad 'Echo' in alle bussen. Het gebeurt vaak, dat men, aangelokt door de prettige vorm, het leest. Maar het kan ook gebeuren, dat een uur later de straat besneeuwd ligt met bladen, die men meteen weer naar buiten heeft geworpen.

Maar weer, als het hier en daar gelezen wordt, hebben we iets bereikt.

Als we wel binnenkomen, staan we voor nieuwe vragen.

Hoe komen we tot een gesprek, dat niet ontaardt in een twistgesprek, dat meestal geen nut doet?

Een algemene regel valt niet te geven, want elk bezoek en elke bezoeker is verschillend.

Maar we haasten ons tot het doel van onze komst.

Dat is allereerst luisteren, geduldig en ootmoedig luisteren. Al horen we voor de derde keer op deze avond dezelfde verhalen en verwijten, laten we beginnen met te luisteren. Ik zou zeggen: biddend te luisteren, want anders houden we het niet vol.

Dan mogen wij het onze zeggen.

Dat niet het onze moet zijn, maar wat van de Here en zijn Woord is. Heel eenvoudig. Zwoegend over hoge bergen van misverstand.

Ploeterend door moerassen van verwijten.

Moeizaam gaande van stap tot stap met de boodschap van de Bijbel.

Maar zo, dat de mensen aan het eind van de avond weten, dat Gods Woord tot hen is gekomen.

Als het kan, enigszins kan, zullen we vragen of we met hen uit de Bijbel mogen lezen, met hen mogen bidden.

We trachten hun goede lectuur te geven of te noemen.

We proberen te onthouden, waarover we hebben gesproken, zowel wat Gods Woord aangaat, maar ook wat ze ons verteld hebben uit hun leven. Een vraag naar de zoon uit Amerika, waarover zij de vorige keer vol trots vertelden, doet goed en opent deuren. Ik bedoel dit niet als een slimmigheidje om er in te komen maar als een teken van eerlijke belangstelling voor de hele mens, zijn ziel en zijn gezin, zijn heil en zijn werk.

Vindt u, dat dit veel te moeilijk is?

Ik erken, dat dit ontzettend zwaar is. Daarom zullen wij niet op stap kunnen gaan zonder gebeden te hebben. En als we dan weten, hoeveel geduld de Here met ons, die dan beter zouden weten of kunnen weten, heeft, dan kunnen we het geduld opbrengen om vol te houden. Ook kunnen kadercursussen — ik denk aan het werk van onze Bond voor Inwendige Zending — ons helpen. Vormingswerk is ook hier nodig.

Al krijgen we nooit pasklare voorschriften, we zullen in ootmoed — ook na meerdere jaren dit werk gedaan te hebben — bereid moeten zijn om zelf te leren.

Te leren.

En af te leren.

Verder denk ik vooral waar het gaat om de jongeren aan clubs, die soms veel kunnen doen. Onze jeugdbonden evenals de jeugdpredikant en de jeugdleider zullen u graag (en goed!) van dienst zijn om u voorlichting te geven.

Zondagsscholen kunnen hun dankbare werk doen om kinderen althans enkele jaren iets van Gods Woord mee te geven.

De schoolcatechisaties op de openbare scholen.

En vooral ook de christelijke scholen, die voor een groot gedeelte bevolkt worden door kinderen uit rand- en buitenkerkelijke gezinnen. Zij komen daar om allerlei redenen, soms om elke reden behalve om de hoofdzaak, maar wij krijgen een kans om kinderen dagelijks met de Bijbel in aanraking te brengen. De christelijke school heeft een eerstgeboorterecht, dat mij lief is. Als evangelisatieposten zijn ze in de stad daarom alleen al goud waard.

Resultaten

Vraagt u naar resultaten?

Natuurlijk doen we dit, want we begeren vrucht te zien. Of moeten we het ook anders stellen?

Aan de stichter voor een tehuis voor gevallen vrouwen werd eens de vraag gesteld, of er veel bekeringen op zijn inrichting voorkwamen.

Hij antwoordde: De lijst daarvan wordt in de hemel bijgehouden!

Doen we daarom wat onze hand vindt om te doen.

En God geeft de belofte, dat zijn Woord niet ledig zal weerkeren. Laat dat met de opdracht van de Here genoeg zijn.

En dank hem, als u mag merken — soms na jaren — dat u voor een ander tot zegen mocht zijn.

Toch een Kerk zonder volk?

Ondanks dit alles en meer dat gedaan wordt, gaat de ontkerkelijking voort. In verhaast tempo.

Worden wij moedeloos?

Er was een man, die dit ook werd en hij klaagde, dat hij alleen was overgebleven. Hij was zo uit het veld geslagen, dat hij liever wilde sterven.

Maar de Here zei, dat hij er in Israël nog zevenduizend had laten overblijven, die voor Baal de knie niet hadden gebogen. Onze belijdenis vond daarin de troost, dat zij kon erkennen, dat somwijlen een tijd lang de kerk in de ogen der mensen zeer klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn, maar dat de Here haar bewaart of staande houdt.

Als een vermoeide en eenzame apostel in een stad zich verlaten voelt zegt zijn Heiland: Ik heb veel volk in deze stad. Een kerk zonder volk?

Zolang Jezus Christus, de Here van de kerk, zijn kerk in stand houdt, zal er een volk zijn, dat naar hem vraagt en hem dient.

Van hem zal hun lof zijn in een grote gegemeente.

De stedelingen zullen bloeien,
gelijk het malse kruid.
Zijn naam en roem zal eeuwig groeien;
ook zal eeuw in, eeuw uit,
het nageslacht zijn grootheid zingen,
zolang het zonlicht schijn’.
Hun zal een schat van zegeningen
in hem ten erfdeel zijn.

 

P.S. Wat hierboven geschreven werd, geldt niet alleen van de grote steden, maar ook kleinere steden en vele grotere plaatsen krijgen hiermee te maken. Waar deze zorgen zich nog niet in deze omvang voordoen, wete men, dat de problemen van Amsterdam van gisteren de zorgen van Rotterdam van heden en wellicht die van uw gemeente van morgen zullen zijn.

Welk klein dorp zelfs kent niet een aantal buitenkerkelijken, zowel door de vreemdelingen, die er zich vestigen, maar ook al door de kinderen van trouwe gemeenteleden, die hun doop verloochenen en hun eigen kinderen ook niet meer laten dopen?

Laat men daarom nu al doen wat de hand vindt om te doen in de dienst van God de gehele gemeente, het hele dorp of de gehele stad ten zegen. De tijd dringt meer dan ooit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerk zonder volk?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's