De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Openlucht-prediking boven Bethlehem

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Openlucht-prediking boven Bethlehem

6 minuten leestijd

’Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: Gij zult het Kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe.' Lukas 2 : 11, 12

Het is altijd weer ontroerend en beschamend te lezen dat degenen tot wie het eerst de kerstboodschap kwam gewone herders waren. Deze eer valt niet te beurt aan de keizer in Rome, of aan de overheid in Jeruzalem, niet aan de mensen die geestelijk wat te zeggen hadden. Nee, de hemel gaat ze voorbij. Die trots zijn op hun macht, heeft Hij versmaad, veracht. Voorbijgegaan. Herders. Bij hun eigen volksgenoten zijn ze niet erg in tel. Voor de rechtbank als getuige? Liever niet! Armen, van binnen en van buiten. Maar bij God zijn ze bekend. De roeping en de verkiezing Gods gaat uit tot het dwaze van deze wereld. Dat is het geheim van de kerstnacht. Dat is het wonder van Gods ontferming. Tot op de dag van vandaag. Bang uitgevallen waren ze anders niet. Wakkere kerels. Wakend en waakzaam. Maar het woord van de engel slaat ze uit het lood. Voor de prediking vallen ze. De prediking is het voertuig van de Heilige Geest. Persoonlijk geadresseerd. U is heden geboren. De openlucht-prediking boven Bethlehem is gericht. De herders in de velden van Efratha zijn geen nummers. Ze zijn met name bij God bekend. U, herders is heden geboren.

Wat moet dat die mannen verrast hebben, toen zij hoorden: Heden. Dat was de dag der zaligheid. De tijd, waarnaar alle vromen de eeuwen door hebben uitgezien. Vervuld. Heden is geboren de Zaligmaker . . . Wij zetten op een geboortebericht de volle namen. Meestal éen, een enkele keer twee. Hier dan de namen van Gods Kind. Het zijn er nogal wat. Er worden er hier drie genoemd. Lees er vooral niet overheen. De Zaligmaker, Christus, de Heere. Drie namen heeft Hij van Zijn Vader ontvangen. Zaligmaker, dat is z'n eerste naam. Dat is z'n liefste naam: Zaligmaker. Zaligmaker betekent volmaker. Daar staat u dan meteen in het hart van Zijn werk. Volmaken wat leeg is. Maar als er wat volgemaakt moet worden, dan moet er wat leeg zijn. En leeg zijn we. Leeg van de vreze Gods, leeg van gerechtigheid en heiligheid. Hopeloos leeg. Opvullen is makkelijk. Daar zijn we ons leven lang mee bezig. Daar worden de kerstdagen voor gebruikt. Of moet ik zeggen: misbruikt. Opvullen. Ja, waar al niet mee? Teveel om op te noemen. Hebben we dat al in huis en dat? Maar als het 27 december is, is het feest weer voorbij. En de leegte nog groter. Mag ik hem u voorstellen: De Zaligmaker. De enige volmaker dat is Jezus. De zaligheid is in geen ander. Een rijke naam voor mensen die de rampzaligheid hebben verdiend. Die leren het zeggen, net als Simeon, mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien. De Zaligmaker. U zegt: opgegeven. Hij zegt: aan Mij gegeven. Zijn armoe brengt mij schatten aan, die boven goud of zilver gaan. Wie is die Zaligmaker? Christus. Dat is Zijn tweede naam. Die naam kreeg Hij van Zijn Vader. Dat is Zijn ambtsnaam. Hij is gezalfd met de Heilige Geest, bekwaam gemaakt voor Zijn grote taak. Gezalfd om het werk der verzoening ter hand te nemen. Om met Zijn dood en bloedstorting een verloren volk terug te brengen. Christus. Als U die naam door haalt, dan haalt u een streep door heel deze openluchtprediking. Dan haalt u een streep door uw eigen leven. Dan bent u op het kerstfeest nog in uw dood. Christus. In Amerika staan er langs de autowegen borden met het opschrift: 'Denk op uw kerstfeest aan Christus'. Misschien is uw weg wel een snelweg. Dat is wel zeker. Want wij vliegen daarheen. Dat zegt Mozes, de man Gods, van ons leven. Mag ik die naam dan langs uw weg zetten. Nee, ik bid de Heilige Geest dat Hij die naam levend schrijve in uw hart.

De Heere. Dat is Zijn derde naam. Met die naam vertolkt de engel aan die verschrikte herders Zijn macht als Middelaar. Hij is de machtige. Hij heeft de macht in de hemel en op de aarde. Hij moet als koning heersen. Van zee tot zee zal Hij regeren. Hij is de ware koning uit het huis David. Daarom is Hij geboren in de stad Davids. Wonderlijke namen heeft de hemel aan dit Kind meegegeven. Vindt u niet? Maar weet u wat nu het grootste wonder is? Een onderdaan van deze koning te worden. Alleen, dan hebt de duivel tegen. Die levert slag, juist op het kerstfeest. Loslaten is het laatste wat hij doet. En onder zijn vaandel dienen we. Totdat deze Koning ons te sterk wordt. Dan wordt het: Mijn Heere. Ja het levend geloof noemt Hem: Mijn Heere. Omdat Hij mij niet met goud of zilver maar met Zijn dierbaar bloed gekocht en uit alle heerschappij des duivels verlost heeft. Mijn Heere Jezus. Mijn Ruimtemaker.

De openlucht-prediking is nog niet af. Die engel zegt namelijk tegen die dodelijk verschrikte herders dat zij het Kind zullen vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe. Die herders wisten de stad Davids wel te vinden. Daar hadden ze geen ster voor nodig. En toch krijgen ze een teken: doeken en een kribbe. De engel komt tegemoet aan de ergernis waaraan het geloof van deze mensen zich had kunnen stoten. Daarom zegt hij bij voorbaat wat ze zullen zien. Doeken en een kribbe. Komt u er eens bijstaan. Geen rijkbestikte wieg. Geen kant. Helemaal niets. Schamel, zegt u. Ongeloof ziet hier niets. Maar wie de schellen van de ogen zijn gevallen ziet hier zo machtig veel. Hier ligt mijn armoede, mijn afkerigheid van God. Wat een ruil. Hij een kribbe, ik een kroon. Hij een stal, ik een paleis. Hij wilde ingaan in de nood en de dood van Zijn volk. Hij gaf prijs de zangen der engelen om te luisteren naar het zuchten van zondaren. Meer nog. Om Zelf te zuchten in doodsbenauwdheid en godsverlating. Wie wordt het benauwd als hij aan het uur van zijn dood denkt? Wie wordt het benauwd als hij aan de eeuwigheid denkt en weet dat hij met God niet verzoend is? Daar ligt Hij in armoedige doeken, in een kribbe. Nauw ingesloten. In de engte. Dat ziet u goed. Hij is in de engte gekomen. Hij wil voor u ruimte maken. Hij wilde zuchten in doodsbenauwdheid opdat zondaren eenmaal zouden juichen in de koren van het Nieuwe Jeruzalem. Alle schatten van deze aarde — dat zijn er nog al wat — ze worden tot niets bij die schat die voor in het nauwgedreven zondaren in de kribbe ligt. O zie dan . . . dit Kind is nog klein, maar het breidt de armen al uit. Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt. Hij zegt het tegen u, die aanleeft op een eeuwigheid, die een ziel hebt te verliezen: 'Ik heb er lust in u in de ruimte te zetten'. De Zaligmaker, Christus, de Heere .. . kent gij, kent gij die Naam nog niet? Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Openlucht-prediking boven Bethlehem

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's