De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het geloofsbeleven van het Kerstgebeuren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het geloofsbeleven van het Kerstgebeuren

8 minuten leestijd

Het kerstgebeuren wordt op velerlei wijze aangegrepen om dat te vieren. Het wordt gevierd uiteraard door de kerk en van Oost naar West, van Noord naar Zuid klinken over de hele aarde de kerstzangen. Wij willen gaarne hopen, dat ook werkelijk over het rond der aarde, waar de Christelijke kerk is, van den gekomen Zaligmaker Zelf gezongen wordt. Wij weten maar al te wel, dat er grote godsdiensten in de wereld zijn, die Hem niet kennen en dan ook tot Zijn ere niet zingen. Daanvan smart ons het meest de houding ten opzichte van de Zoon Davids van het volk, waaruit de Christus geboren is, al hebben wij de stellige hoop, dat deze beminden om der Vaderen wil eens tot Hem zullen naderen. Het is dan toch maar zo, dat vele miljoenen inwoners dezer aarde het kerstfeest niet meevieren, omdat zij andere godsdiensten aanhangen. Wat de Christelijke kerk zelf betreft, is het toch wel zo, dat de grootscheepse afval van zeer velen moet doen twijfelen aan het gelovig vieren van dit feest. Men zal de viering van dit feest, als een van de laatste dunne draden aan het Christendom, nog wel aanhouden. De revolutietheologen zullen de geboorte van Christus, als de doorbreker van alle rijkdom en weelde en zoals men meent één van de grote revolutionairs, nog wel even willen meevieren, maar dan zeer bepaald onder het motto van de vrede op aarde en dan van een vrede, op een zeer bepaalde manier verstaan, en eventueel met geweld te bekomen. Staat het zo met het zwakste en wegvallende deel der kerk, dan moet men zeker voorbijgaan het kerstfeest vieren van de wereld. Ik bedoel dat kerstfeest vieren, dat met het geloof der kerk in den Christus Gods niet rekent, maar dat uit stemmingsoverwegingen alleen een zekere sfeer weet te scheppen in de huisgezinnen, op de stations, in zaken en in amusementsgelegenheden. Dit alles staat nog maar in een zeer ver verwijderd verband tot het eigenlijke kerstgebeuren.

Over het geloofsbeleven van het kerstgebeuren zouden wij schrijven. Wil men het gelovig verstaan van wat in Bethlehem geschiedde aan het begin van onze jaartelling, behandelen, dan komt men niet dan bij de bijbel. Dat is voor ons de openbaring, die God ons Zelf gegeven heeft aangaande Zijn Zoon, Jezus Christus. De bijbel begint met Christus en die eindigt met Christus. In de eerste bladzijden wordt de komst van Hem, als het zaad der vrouw, voorzegd: En Ik zal vijandschap zetten tussen uw zaad en tussen haar zaad: at zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.' Genesis 3 : 15. De laatste verzen van de bijbel voeren Jezus sprekende in: Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen', waarop de kerk antwoordt: Ja kom, Heere Jezus!' En dan sluit het boek des Heeren, de bijbel, met de zegen: De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.' Zo is dan de bijbel, waarin God ons geopenbaard heeft al wat wij van Christus weten de bron van alle geloof in Hem. Het Oude Testament werkt naar de komst van Hem en meldt voor alles de grote oorzaak, waarom Hij komen moet, namelijk om de zonde weg te nemen en de strijd tegen den Satan te voeren. In de dienst der ceremoniën, die in de Mozaïsche boeken wordt ingesteld, loopt als bij profetie een dikke lijn door het hele Oude Testament heen naar Christus. En deze zware hoofdlijn wordt dan nog geassiteerd door ettelijke voorzeggingen van de komst van den Messias bij verschillende profeten. Het Nieuwe Testament behandelt in drie van de vier Evangeliën Jezus' komst in het vlees, en zet daarin de stam op, die in die vier Evangeliën Zijn gehele leven en handelen van kribbe tot kruis en opstanding en hemelvaart voor onze ogen stellen. En daar hebt ge het bijbelse getuigenis omtrent de komst van den Heere Jezus Christus, de Zoon van God en de Zoon des mensen. Dan volgen in de Nieuw Testamentische boeken van Handelingen tot Openbaring al de grote daden van Jezus na Zijn heengaan tot aan Zijn wederkomst en het eeuwige leven, dat Hij aan Zijn kerk geven zal. De bijbel, de bijbel is voor ons dan ook de openbaring van Jezus Christus, waarin centraal staat Zijn komst onder de mensen. Dit is voor ons het getuigenis, dat God van oude dagen af, in klimmende mate duidelijk, door de mond van Zijn heilige profeten Zelf gegeven heeft. Dit is voor ons het getuigenis, dat bij Zijn komst door het priesterlijk echtpaar Zacharias en Elisabeth, door de maagd Maria, de moeder onzes Heeren, en vooral ook door haar ondertrouwde man Jozef, door herders van Efratha, door wijzen uit het morgenland, door een eerbiedwaardig tweetal in den tempel aangaande Hem gegeven werd. Bijzonder steunt ons geloof op het Zelfgetuigenis, dat Jezus van Zichzelf gegeven heeft, op wat Zijn Vader over Hem gaf bij Zijn Doop en op den berg der verheerlijking. En tenslotte hebben wij het sterk getuigenis over Hem van de Heilige Geest, Die de Christelijke Kerk in aanzijn riep. De Christelijke kerk, dat is die kerk, die van Christus is, die Hem toebehoort, die in Hem gelooft, die van Hem al haar zaligheid verwacht, die in Hem al haar zaligheid vindt. In Bethlehem, op Golgotha, op de Olijfberg ligt onze zaligheid. Waar Hij, onze Heere, Jezus, Zijn voetstap zette daar verrichtte Hij de grote daden, die onze zaligheid uitmaken. Daarom zijn ons al die plaatsen: Bethlehem, Golgotha, Jozefs hof, de Olijfberg en welke er meer te noemen zijn, zo onbeschrijfelijk lief. Zij zijn de steunpunten van ons Christelijk geloof. Zij vullen onze Christelijke feesten, zij reguleren ons geloof. Van deze Christelijke kerk zijn wij leden, overtuigde leden. Van deze Christus zijn wij leden, meer dan overtuigde leden. Hij is ons Hoofd en wij zijn Zijn lidmaten. Zijn ledematen. Wij zijn ook elkanders leden, leden van heel dat lichaam der kerk. En dan ook leden van allen, die Hem verwachtten onder het Oude Testament, leden ook van hen, die Hem ontmoetten bij Zijn komst in Bethlehem. Als medeleden van Christus' lichaam zijn wij leden verbonden aan Maria en Jozef, de herders, de wijzen, de twee oude en gewijde tempelgetuigen. Als leden van Zijn kerk heeft de sprekende engel in Efratha ook tot ons getuigd: 'Ziet Ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal, dat u heden geboren is Christus de Heere, in de stad Davids'. En wij gevoelen ook in onze harten iets van de kracht van het woord van den engel: 'Vreest niet. . .!'

En dit vooral, omdat wij zo goed kenden en kennen het vrezen van de herders, het vrezen voor de hemelse heiligheid van de heilige Zoon Gods, Die van hogen hemel nederdaalde, het vrezen voor de hemelse heiligheid van God, tegen Wien wij gezondigd hadden, zwaar en menigmaal.

Op het woord van den engel, op het woord van de profeten, op het Woord van de apostelen, geloven wij in de grote blijdschap, die al den volke wezen zal. En dit is die blijdschap, dat Hij troost brengt aan bedroefden, die smart hebben om hunner zonden wil, omdat zij tegen God, de goed-doende God, gezondigd hebben. Die troost voelen wij druppelen in onze ziel, naarmate wij gelovig naderden tot Bethlehem, tot de stal, tot de kribbe, tot Hem, den Geborene, de Zaligmaker der wereld. Omdat Hij een verzoening is voor onze zonden!

Die troost voelen wij stromen door onze ziel, naarmate de Geest, Die Simeon, die de Wijzen, die de herders eens leidde tot Jezus, ook ons leidt tot Jezus. Die grote blijdschap, werkelijk grote blijdschap, vervult ook onze harten, naar de voorzegging van den engel! Hij heeft het toch zelf gezegd, dat die blijdschap al den volken wezen zou? Welnu het is geschied, naar het woord van den engel gingen de herders tot Jezus, vonden zij Jezus en vonden zij die grote blijdschap. Keerden ze niet wederom, verheerlijkende en prijzen­ de God over alles wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was? En zo waarlijk, als het engelen woord vervuld is aan de herders, vervuld in Christus, zo waarlijk is het ook aan ons geschied, aan ons vervuld, voorzovelen wij tot Bethlehem, tot de stal, tot de kribbe, tot Jezus mochten gaan. Daar kwam grote blijdschap in onze zielen. Zoals wij deelden in de smart over de zonde met de vromen uit het Oude Testament, met die vromen uit Bethlehem's velden, zo mogen wij nu ook delen in hun vreugde in Jezus en in Jezus alleen.

Dit is het beleven aller vromen. Het is een beleven alleen in het geloof. Dit geloof werd ook het onze. Daarom werd dit beleven ook ons beleven. Ere zij daarvoor God alleen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het geloofsbeleven van het Kerstgebeuren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's