Het Kerstfeest voor alle volken
Het kerstfeest en de zending zijn wel zeer nauw verbonden. De blijde boodschap, die het Kerstevangelie bevat, is immers voor alle volken. Dit Evangelie is bij uitstek geschikt voor het evangelisatiewerk op het zendingsterrein. De geboorte van het Kindeke in de kribbe, spreekt tot de mensen. De armoedige omstandigheden waaronder de geboorte plaats vindt kan de Toradja zich goed indenken. Het heengaan van de herders naar Bethlehem en het komen van de wijzen uit het Oosten, 't spreekt alles zo'n eenvoudige taal, dat het de Toradja's pakt.
Vele bekende kerstliederen zijn reeds vrij spoedig vertolkt in de Toradja taal. Het 'Ere zij God', 'Stille nacht' en 'In Bethlehems stal' enz. werden al gauw op de scholen geleerd. En deze mensen die van geen jaarwisseling wisten konden aan het zingen van deze kerstliederen op school weten dat het kerstfeest weer aanstaande was.
De laatste maand van het jaar is meestal de tijd waarop de regentijd in het hoge bergland van Zuid Midden Celebes begint door te breken. Het gebeurt nogal eens, dat omstreeks het einde van het jaar heel veel regen valt. Toch wordt er zelden een kerstfeest gevierd, dat niet druk bezocht wordt.
Het organiseren van feesten is de Toradja's wel toevertrouwd. Eeuwenlang hebben ze hun dodenfeesten al met grote aantallen mensen gevierd. Geboortefeesten kent de Toradja van huis uit niet. Wel is er grote vreugde, wanneer er een kleine geboren wordt, maar een feest wordt daarvan niet gemaakt. Evenmin kende men hier vroeger het verjaardagvieren. De geboortedatum werd niet aangetekend, zodat men ook niet wist wanneer men geboren was. De leeftijd van de mensen werd altijd geschat. Later is men wel partikulier aantekeningen gaan maken van geboorten of andere belangrijke gebeurtenissen. Een officiële burgelijke stand is er nog niet. Maar al kende men dan geen geboortefeesten, bij hun dodenfeesten zijn altijd zoveel mensen, dat het organiseren van feesten voor een Toradja geen vreemde zaak is.
De kerstfeesten worden dikwijls in de scholen gehouden omdat de kerkjes meestal te klein zijn. We zien daar niet alleen maar de christenen. Iedereen wordt hier uitgenodigd en mag komen luisteren en meezingen en meestal aan het einde mee eten. Een eenvoudige maaltijd hoort nu eenmaal bij een feest. Als het schoolgebouw volgelopen is kijken we eens even rond om te zien wie er zoal zitten.
Daar zit een meisje van plm. 15 jaar. Een paar jaren geleden heeft zij de driejarige volksschool doorlopen. Haar moeder is een Toradjavrouw en haar vader een Buginees. Moeder is om haar man ook Islamiet geworden. Haar vader was dikwijls boos op z'n dochtertje omdat zij thuis altijd maar vertelde van de Heere Jezus, waar de meester op school van verteld had. Nu straalt de vreugde uit haar ogen. Ze is hier wel heel anders dan thuis. Thuis is ze bang voor haar vader. Maar nu kan ze van harte meezingen:
Stille nacht, Heil'ge nacht!
Davids' Zoon, lang verwacht.
Die tot God ons terugbrengen zal,
Wordt geboren in Bethlehems stal.
Hij, der schepselen Heer!
In haar jonge hart leeft de begeerte de Heere Jezus te mogen kennen en Hem te mogen volgen. Maar haar vader is daar zo boos om. Haar boekje met Psalmen en Christelijke liederen heeft hij ontdekt en het verscheurd. Haar mooie jurk, waarmede zij zondags naar de kerk ging, heeft hij weggenomen en verstopt. Thuis durft zij haast niet meer praten. Haar moeder vindt het niet zo erg, maar durft het niet voor haar op te nemen omdat zij ook bang is voor haar man. Vader zegt geen goed woord meer tegen zijn dochter. Maar hier kan ze van harte meezingen. Enkele maanden na dit kerstfeest wordt zij met goedvinden van haar ouders in ons zendingsgezin opgenomen om daar verder opgevoed te worden. Enkele jaren later werd zij gedoopt.
Ginds zit een jongen van ruim 17 jaar. Ook hij heeft op school veel van 't Evangelie gehoord en zou zo graag christen willen worden. Het is al een poosje geleden dat hij bij mij kwam en vroeg om gedoopt te worden. Toen ik hem vroeg hoe zijn ouders er over dachten antwoordde hij mij: wilt u met mij meegaan en eens met mijn ouders praten? Dezelfde dag gingen wij naar zijn dorp. Wij werden heel vriendelijk door hen ontvangen. Maar toen ik het gesprek bracht op het christen worden van zijn zoon werd hij boos zoals ik zelden een Toradja gezien en gehoord had. Stampvoetend zei hij, dat hij zijn zoon zou verwerpen als hij christen werd. Toen adviseerde ik de jongen nog maar een poosje te wachten met het dopen, trouw naar de kerk te blijven gaan en de catechisatie te blijven volgen. Nu luistert hij van harte naar de blijde boodschap en zingt hij de liederen mee. Nog enkele jaren zal het duren eer hij met nog een 14-tal anderen als eersten in zijn dorp gedoopt werd. Na de dienst ging ik weer met hem mee naar zijn ouders. Zijn vader verstootte de jongen. Hij mocht niet meer in zijn huis komen. Hij werd door vader voor dood verklaard. Gelukkig is het na jaren weer goed geworden tussen hem en zijn ouders. Hij werd weer als zoon door hen erkend.
Bijna achteraan zit een goede bekende van me. Hij zal ongeveer een 50 jaar oud zijn. Hij kijkt mij aan en denkt: wat zal die tuang Pendeta (dominee) wel van mij denken? Hij behoort tot een van de vooraanstaanden in de Toradja maatschappij, tot de welgestelden. Dikwijls ben ik al bij hem geweest en vond dat altijd wel fijn, maar zei vaak: U moet niet praten over de Heere Jezus, dat is misschien wel goed voor de blanke mensen, maar niet voor ons Toradja's. En nu zit hij hier waar gesproken wordt over de geboorte van Hem van wie hij niets moest hebben. Zo juist heb ik gesproken over het doel van de komst van de Heere Jezus op aarde: 'De Heere Jezus is gekomen om zondaren te zoeken en zalig te maken.' En als ik die man zie dan komen de vragen bij mij boven: waarom komt die nu wel hier? Zou er mogelijk een verandering bij hem gekomen zijn? Het zou nog enkele maanden duren voor deze man bij me kwam om te vragen: 'zou de Heere Jezus ook iemand willen helpen die eerst niets van Hem wilde weten? ' Toch was zijn hart begerig naar het Evangelie van Gods genade in Christus Jezus. Na veel strijd is deze man een overtuigd christen geworden, die ook niet laten kon over Jezus te vertellen. Hij is een steunpilaar geworden van de gemeente waar hij woonde. Zoals hij een vooraanstaande positie had in de Toradja maatschappij, zo heeft hij die ook gekregen in de gemeente.
Daar ginds in het midden zie ik nog een jonge man zitten. Hij heeft er wel heel wat voor over gehad om hier te komen. Zijn huis staat aan de overkant van de grote rivier. Het heeft de laatste dagen nogal veel geregend zodat de rivier vol met water staat. Hij is door dat snelstromende water heen gekomen om het kerstfeest mee te maken. Hij is blijkbaar alleen. Zijn vrouw en kinderen zie ik niet. Hij heeft de laatste tijd nogal eens wat met zijn vrouw. Hij kan soms zo vreselijk boos op haar worden, omdat ze wat laat met het eten is of omdat de rijst niet goed gaar is. Niet zo lang geleden was hij van plan haar terug te sturen naar haar moeder. Neen, het is lang niet altijd vredig daar in dat huis. Waarom niet? Hij heeft het toch goed? Een paar aardige stukken sawah heeft hij en een flinke tuin om zijn huis. Zijn vrouw zorgt altijd trouw voor de varkens en zijn karbauwen vermeerderen toch elk jaar. Hij heeft een aardige vrouw en twee leuke kinderen. Als hij eerlijk is dan is zijn boosheid onredelijk. Maar het is zo onrustig daar binnen in hem. De To Minaa (priester) heeft hem onlangs al een paar maal gewaarschuwd, dat hij te veel luistert naar de tuang pendeta en naar de guru (onderwijzer) van de school waar zij op gaan. De To Minaa heeft gezegd als hij teveel zijn hart opent voor deze mensen dat dan de rijst niet meer zo welig zal groeien en dat z'n veestapel zich niet meer zal uitbreiden. Zou dat waar zijn? Dat heeft hem onrustig gemaakt. En toch elke keer weer luistert hij met aandacht naar wat die Pendeta of Guru te vertellen heeft. Zij hebben een boodschap van vrede. En dat is juist wat hij mist. Gisteren nog hoorde hij de kinderen op school zingen van: 'vrede op aarde in de mensen een welbehagen'. Sinds langen tijd had hij niet deelgenomen aan de feestelijkheden in zijn dorp. Maar een paar weken geleden was hij er toch maar weer mee begonnen. Wat hij zocht vond hij maar niet. Vanmorgen was hij de Guru nog tegen gekomen toen hij naar z'n sawahs ging kijken en hij had gezegd: wat staat je rijst er mooi bij. Zou het dan toch niet waar zijn dat de rijst bij de christenen niet groeien wil? Wel neen, zegt de Guru, het is God die de wasdom geeft. God is lankmoedig over de mensen. Hij laat Zijn zon nog opgaan over boze en goede mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Hij geeft ons mensen nog het leven en eten, opdat we ons zullen bekeren tot Hem. Hij heeft Zijn Zoon Jezus Christus in deze wereld gezonden, omdat Hij deze wereld liefheeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft niet verderve maar het eeuwige leven ontvange. Kom vanmiddag naar de school, daar wordt het feest gevierd van de komst van de Heere Jezus Christus. En nu zit hij hier. Met grote aandacht zit hij te luisteren naar de boodschap van heil en zaligheid. En daar hoort hij: Er is geen vrede in onze harten omdat wij tegen God gezondigd hebben. En nu komt de Heere Jezus naar deze aarde om ons te leren, dat we ons bekeren moeten tot God en de zonden moeten belijden en laten. Hij komt ook om de zonden te verzoenen. Niet onze offers van kippen en varkentjes kunnen de zonden wegnemen. Dat kan alleen door het bloed van de Heere Jezus Christus. Zo alleen kan er vrede komen in het hart. Wat luistert deze man. Dit is toch wel iets anders dan de To Minaa hem vertelde.
Later, enkele jaren later, is deze man met zijn vrouw en twee kinderen gedoopt.
Kinderen, jonge mensen, en oudere mensen ze zitten te luisteren naar de blijde boodschap van de geboorte van de Heere Jezus Christus. God wil niets liever dan dat de zondige mensen zich bekeren tot Hem. Zo lief heeft God deze wereld, ook de Toradja wereld, dat Hij Zijn Enig geliefde Zoon gaf, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft behouden worde. Mensenwoorden schieten te kort om deze liefde Gods uit te drukken. Toch mogen en moeten wij er van getuigen met de bede in het hart, dat velen tot Hem de toevlucht leren nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's