Uit de pers
Dr. Buskes weet met het getuigenis geen weg
Aldus de titel van het eerste van een drietal artikelen in Hervormd Nederland (11-12-'71) waarin dr. J. J. Buskes een poging doet het gesprek rondom het Getuigenis voort te zetten. Dit eerste artikel is overigens een felle afwijzing van het getuigenis. De analyse van de situatie is, aldus dr. Buskes, allerminst terzake. De samenvatting van inzichten die het getuigenis bestrijdt is een waardeloos ratje-toe, zo dat Buskes er geen geloof in ontdekken kan en waar geen geloof is, is ook geen geloofscrisis. Bovendien deelt het getuigenis de kerk op in twee groepen: een trouwe gemeente en een aantal mensen die van de bijbelse waarheden niets meer willen weten. Als dat zo is, dan kun je moeilijk spreken van een kerkelijke crisis. De dwalenden staan immers buiten de kerk. De zeven punten die positief beleden worden wil Buskes niet bestrijden.
Wel zeg ik: het kan allemaal waar zijn, maar daarom is het de waarheid nog niet. Het zijn waarheden uit de tijd van de Reformatie, die eens bevrijdende Waarheid waren, maar die dat nu, als we ze alleen maar herhalen, niet meer zijn. Het is een vergissing te denken, dat, als deze waarheden maar weer gepredikt worden, de kerken weer vol zullen lopen. Als dat wel zou gebeuren, stel ik de vraag: sinds wanneer zijn volle kerken het bewijs, dat er wordt gepreekt zoals er naar Gods bedoeling moet worden gepreekt? Gestolde lava is iets anders dan de werking van de vulkaan. Luther heeft niet herhaald wat er vóór hem werd gezegd. Hij heeft geluisterd naar het Woord van God in zijn tijd en in zijn wereld en — door de heilige Geest — het bijbels getuigenis vertolkt. Hij heeft bepaald niet bedoeld dat wij vier eeuwen na hem zullen herhalen wat hij heeft gezegd.
Terug naar de Schrift betekent met de Schrift vooruit naar de toekomst. Het getuigenis is volgens Buskes biblicistisch, doet tekort aan de rijkdom van de Schrift, omdat het waarheden proclameert. Het is geen antwoord op het bijbels getuigenis in onze tijd, maar een reactie tegen meningen die men bestrijdt. Het is geen vertolking voor onze tijd. Het zou allemaal vijftig jaar geleden ook zo gezegd kunnen zijn. Van alles wat grote theologen gezegd en geschreven hebben is in het getuigenis niets terug te vinden.
Verbolgen is Buskes over wat hij noemt de privatisering van het geloof, waarbij de verborgen omgang met God en de activiteit in de wereld uit elkaar gehaald worden.
Het getuigenis is tijdloos. A-politiek zullen velen met vreugde zeggen, vergetend dat een a-politieke prediking in de geschiedenis altijd gefunctioneerd heeft als een sanctionering van het bestaande. Het getuigenis weet niet anders te zeggen, dan dat de orthodoxie het christelijk geloof wel eens vereenzelvigd heeft met een conservatieve ideologie, terwijl de geschiedenis er is om te bewijzen, dat ze nooit iets anders heeft gedaan, en dat het christelijk geloof en de zonde allereerst persoonlijke aangelegenheden zijn, daarmee het NT-isch getuigenis verindividualiserend door het los te maken van het OT-isch getuigenis en het tegoed van dat getuigenis (de gerechtigheid en de samenleving) te negeren.
Geloof is daad, geloof is operationeel. Als we er niets mee doen, is het geen geloof, aldus dr. Buskes. Ontstellend vindt hij de vergelijking van de kerk met de ark van Noach. Daarom is het hem onmogelijk dit getuigenis met erkentelijkheid te lezen, en daarom wil hij de opstellers van het getuigenis openlijk weerstaan. De gemeente is proefpolder van het Rijk in de wereld. Gods Rijk staat vast vanwege het geduld van God. In dat geduld wordt het mensenleven gespaard, geordend en gericht.
Prof. Van Niftrik weet met het artikel van Buskes geen weg
Tot zover een beknopte weergave van het eerste artikel. Ontstellend is het gebrek aan begrip voor wat de opstellers bewogen heeft. Ik behoef hier niet over uit te weiden. Elders in dit nummer treft u een uitvoerig antwoord aan van de hand van prof. Jonker en ir. v. d. Graaf.
Toch heb ik me afgevraagd bij de lezing: Welk kerkbegrip zit hier achter? Vanwaar die verontwaardiging over de vergelijking met de ark van Noach? Ik meen, dat ook dr. Buskes redeneert vanuit de typisch moderne gedachte van de kerk die er is voor de wereld, omdat de kerk de voorhoede is van het Rijk, dat de gehele wereld omvat. Deze pars-pro-toto-constructie is geliefd in de theologie van de Wereldraad, maar staat beslist niet in de brieven van Paulus. Integendeel, Christus het Hoofd van de Gemeente, is wel Here der wereld. Maar de verhouding waarin Christus staat tot zijn gemeente is anders dan die waarin Hij staat tot de wereld. De gemeente is Zijn lichaam.
Ongenuanceerd is ook de wijze waarop Buskes klakkeloos spreekt over het tegoed van het Oude Testament. Dat is in dit verband niet meer dan een kreet. Het geheel is een vlak artikel, dat terecht ook de verontwaardiging van prof. Van Niftrik heeft opgeroepen. Hij schrijft in het Hervormd Weekblad van 16 december dat het de opstellers van het getuigenis er zeker niet om gaat mechanisch te herhalen wat er in de zestiende en zeventiende eeuw gezegd is. Wel vraagt Van Niftrik: Zou dr. Buskes niet met mij van mening zijn dat er in de Reformatie grote geestelijke theologische beslissingen gevallen zijn, waarachter wij niet meer terug kunnen? De reformatorische belijdenis van de rechtvaardiging behoeft niet verbaal herhaald te worden. Zij heeft wel in de huidige problematiek een actuele betekenis. En al zou het zo zijn, schrijft Van Niftrik, dat dit 50 jaar geleden ook gezegd had kunnen worden, wat dan nog? Wij zijn toch niet gelijk de Atheners die altijd wat nieuws willen horen. Overigens is prof. Van Niftrik diep teleurgesteld over de wijze waarop dr. Buskes het gesprek voortzet. Hij schrijft in hetzelfde nummer:
Op de vergadering van de synode op 17 november 1971 (een historische datum in onze vaderlandse kerkgeschiedenis) is herhaaldelijk gezegd, dat de hervormde kerk zich, niet moet laten polariseren, maar dat wij elkander moeten vasthouden. Die 'wij' zijn dan de tegenstanders en voorstanders van het 'Getuigenis'. De synode heeft uitgesproken in ons 'Getuigenis' een grote bewogenheid met geestelijke nood en onzekerheid in de kerk gehoord te hebben. De synode heeft gezegd, dat ons 'Getuigenis' belangrijke aanwijzingen geeft met betrekking tot wat de kern van het belijden is. De synode wil zich verder bezinnen en belooft een boodschap ter voorlichting en bemoediging voor de gemeenten. Eén van mijn felste critici, de heer Wijkstra, heeft verzekerd, dat de politiek en maatschappelijk geëngageerden het gesprek met mij en mijn soortgenoten hard nodig hebben. Alsof ik en mijn soortgenoten niet politiek en maatschappelijk geëngageerd zouden zijn. Maar wij komen in dit 'engagement' tot geheel verschillende resultaten. Waaraan ligt dat? Alleen maar aan behoudzucht ter ener zijde en progressiviteit aan de andere zijde? Ik hoop, dat niemand zulks gelooft. Er liggen diepere, theologische verschillen achter de verschillende positiekeuzen. De vraag is of het christelijk geloof volledig ingaat in de ethische daad, resp. de politieke keuze. Of men zijn politieke keuze dekken kan met het christelijk geloof. De vraag is waarom het zo vanzelfsprekend is, dat men als christen altijd tot een anti-amerikaanse en anti-kapitalistische politiek moet komen. Volgt dat zo maar uit het evangelie? Hebben Groen van Prinsterer en De Savornin Lohman en Kuyper zich alleen maar vergist? Maar die waren nog zo ver niet!
We zijn er niet uit, maar het gesprek moet worden voortgezet. Dat is in vele toonaarden herhaald ter synode en ook daarna. Welnu, Hervormd Nederland begint in het nummer van 11 december 1971 een reeks artikelen onder het hoofd: Het gesprek moet worden voortgezet! Dat belooft heel wat. Wij hebben dan ook direkt het eerste artikel, van de hand van dr. J. J. Buskes, met aandacht gelezen. Ik ben daarbij wel teleurgesteld. Is dit het voortzetten van een gesprek? Is dit iets wat ook maar in de verste verte op een gesprek lijkt? De lezer oordele zelf. Reeds in het begin van het artikel schrijft dr. Buskes: 'De samenvatting van de inzichten, die het getuigenis bestrijdt, is echter zo'n waardeloos ratjetoe, 'zo'n geestelijk geleuter' (prof. Hasselaar), dat ik er zelfs geen geloof in ontdekken kan...'
Nu, dat weten we dan. En dat heet gesprek. Het is mijn ervaring in deze laatste maanden, dat theologen die de mond vol plegen te hebben van de noodzaak van de dialoog tussen mensen, die verschillend denken, van een werkelijk gesprek zelf bijzonder weinig kaas blijken gegeten te hebben.
Ik kan dr. Buskes bij dezen, mede namens mijn bentgenoten, de verzekering geven, dat wij er niet over peinzen een gesprek voort te zetten, dat zó begint. Men discussieert niet serieus met leuteraars. Als dr. Buskes zich de vrijheid neemt de 'zes' tot leuteraars te verklaren, dan neem ik de vrijheid hem te verzekeren, dat wij op de voortzetting van zulk een gesprek niet de minste prijs stellen. Men heeft het 'Getuigenis' verweten, dat het zou bijdragen tot de polarisatie in de hervormde kerk. Een artikel als dat van dr. Buskes maakt alleen maar duidelijk, dat de polarisatie er reeds lang was. Het 'Getuigenis' komt de verdienste toe aan de dag te hebben gebracht wat reeds lang aanwezig was — wat reeds lang een feit was. Het artikel van dr. Buskes is één lange veroordeling van het 'Getuigenis'. Hij heeft er geen goed woord voor over. Wil dr. Buskes ons eens vertellen welke het platform is waarop hij zich voorstelt, dat het 'gesprek' zal worden voortgezet? Wat hij in Hervormd Nederland van 11 december gescheven heeft, heeft niets met een gesprek te maken. De schrijvers van het 'Getuigenis' zijn theologisch gezien een aantal nullen, die verbleken bij de glorie van de door Buskes beminde auteurs als daar zijn: Kraemer, Noordmans, Woelderink, Miskotte, Dippel, De Jong, Van Ruler. Met nullen voert een verstandig mens geen gesprek. Waarom doet dr. Buskes er niet het zwijgen toe? De mondige gemeente zal toch wel inzien, dat het 'Getuigenis' een ratje-toe is?
Op déze wijze is Hervormd Nederland met de voortzetting van het gesprek begonnen. Aangezien het moderamen van de synode zich voor het behoud en verdere bestaan van Hervormd Nederland als opinieblad heeft ingezet, mogen wij verwachten, dat ook de voorstanders van het 'Getuigenis' nog aan het woord zullen komen. Na hetgeen ik over mijzelf gelezen heb in het nummer van Hervormd Nederland van 27 november jl., begrijp ik volkomen, dat ik daarvoor niet in aanmerking kom. Daarvan ben ik te veel iemand, die nu eenmaal velen irriteert (de velen irriterende man, aldus de heer Wijkstra). Maar daarom kan het gesprek wel voortgaan. Men kan mij rustig passeren. Maar ik hoop wel, dat Van Itterzon, Jonker, Aalders in Hervormd Nederland het woord zullen krijgen om het hervormde kerkvolk ook nog een beetje anders in te lichten dan Buskes deed.
Dr. K. A. Deurloo schreef honend: Dat noemt men een getuigenis...
Nu zeg ik, na lezing van het artikel van Buskes: Dat heet gesprek...
De aard van de verontrusting
In zijn tweede artikel gaat dr. Buskes in op de aard van de verontrusting. 'Er is inderdaad wat aan de hand', schrijft hij, 'en er is wel waarlijk reden tot verontrusting. Ik ben er zeker van dat de opstellers van het getuigenis daar weet van hebben, zoals ook zij die zij bestrijden er weet van hebben. Weten, dat er iets aan de hand is, betekent echter nog niet, dat we weten, wat er aan de hand is en waarover we verontrust moeten zijn'.
De crisis bestaat z.i. daarin, dat we geen weg meer weten met de oude geloofswaarheden, omdat ze niet functioneren in ons dagelijks leven. Het geloof is operationeel of het is geen geloof. Welke weg moeten we gaan? Wij zijn er niet met het herhalen van een aantal geloofswaarheden. Het gaat om de vertolking, om voor en in onze tijd bevrijdende Waarheid van God te zijn.
Er is een politieke verontrusting, die hoorbaar wordt in het getuigenis, maar dr. Buskes heeft als bezwaar dat een politieke keuze voor het bestaande het geloof gaat bepalen. En passant wordt er dan bij gezegd dat dat in de kerk sinds Constantijn altijd zo geweest is. M.i. een kwalijke generalisering en daarom vertekening van de geschiedenis.
Er is een culturele verontrusting. Oude gestalten vallen weg. Nieuwe vormen komen op. Begrijpelijk, aldus Buskes, dat velen verontrust zijn, maar men mag een voorbije gestalte niet terug wensen. Het wegvallen van oude patronen betekent nog geen uitholling van het geloof. In het getuigenis is men verontrust over de verzwakking van de leer. Maar hebben we in het verleden niet te leerstellig gepreekt? Nee, er is tenslotte maar een echte verontrusting die correspondeert op de geloofscrisis en deze heeft de volgende aspecten:
a. Het aspect dat voelbaar wordt in die wanhopige uitlating van mevr. Buisman: wie is God, waar is Hij en wat doet Hij? Dat vragen ze aan ons en dat vragen velen van ons aan zichzelf en ze weten geen antwoord te geven.
b. Wat doen we met ons geloof in onze wereld, waarin we steeds meer van subjecten tot objecten worden gedegradeerd? Wat hebben we aan de rechte leer (orthodoxie), indien deze zichzelf niet toepast in het rechte leven (de orthopraxie)? De waarheid wil toch als Gods bevrijdende Waarheid geloofd en gedaan wórden?
c. En dan is er de vraag of we als gelovigen, die met ons geloof weg willen weten, ook in onze wereld met zijn politieke en sociale problemen, niet echt bijbelse en daarom echt menselijke noties bewust of onbewust verwaarlozen. Welke kerk of welke kerkelijke groepering zal, geïsoleerd van het geheel van de kerk, uitmaken of, waar en hoe we die bijbelse noties in de adembenemende ontwikkelingen van onze wereld, waarin ook de kerk als historisch verschijnsel betrokken is, dreigen te verliezen?
Het gaat aldus Buskes om de rechte vertolking, om zo aansluiting te vinden (geen aanpassing!) aan de vraag die leeft in het mensenhart, de vraag naar de zin van het leven. Een vraag die goed verstaan identiek is met de vraag: Hoe vind ik een genadig God?
Tot zover het tweede artikel. Ik meen, dat bij Buskes de continuïteit in het belijden en in de prediking opgeofferd wordt aan een actualisme, dat de bijbelse geloofsinhoud laat meegaan met de stroom van de ontwikkeling.
Zeker, ongetwijfeld is er de levensgrote vraag: Hoe krijgt het bijbels getuigenis een plaats in ons leven? Dat is inderdaad het werk van de Heilige Geest, Die ons bindt aan de Schrift. Dr. Buskes spreekt wat denigrerend over herhalen van bijbelse waarheden. Wij zouden willen vragen: Wat bedoelt hij met de schone term: vertolken? Zou de door hem gesignaleerde crisis en de verontrusting ook samenhangen met het feit dat men wordt overgeleverd aan de meest tegenstrijdige vertolkingen waarin de inhoud van het apostolisch getuigenis nauwelijks meer herkenbaar is? Ik wil direct aannemen dat dr. Buskes de rechte leer daaraan niet wil uitleveren. Ook hij is er bezorgd voor. En zijn critiek op allerlei moderne theologische stromingen is er te duidelijk voor. Maar waarom dan zo weinig begrip voor de zorg die de opstellers van het getuigenis bewoog zo te schrijven als zij deden? Want het ging en het gaat er juist om aan de twijfelende, onzekere mens van nu te verkondigen datgene wat door Paulus genoemd wordt een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig.
De vertolking van het Bijbels getuigenis en de actualiteit heeft toch ook te maken met het bewaren van het pand ons toevertrouwd. Dat is geen star conservatisme. Dat betekent wel dat wij voortdurend teruggeworpen \Yorden op de rijkdom van het Schriftgetuigenis, zoals dat juist door de Reformatie zo diep is verstaan. Ook een vertolking die aansluit bij de diepste vragen van de mens van nu, zal daar niet aan voorbij kunnen gaan. Er zijn nu eenmaal beslissingen gevallen, waarachter wij niet terug kunnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's