In gesprek met het gezin
Geloven op maandag
De vorige keer hebben we ons afgevraagd of het gezien de vele vragen rondom ons dagelijks werk in deze tijd, nog wel mogelijk is om te geloven op maandag. Hoe slaan we de brug van de zondag naar de week?
Velen zitten hiermee. Geloofsinzinkingen kunnen hiermee te maken hebben. Het gezonde bijbelse geloofsleven wil namelijk functioneren in het leven van elke dag. In dat leven van elke dag wordt ook bevonden wat we aan God en Zijn Woord hebben. Ziel en lichaam vormen immers een eenheid en we hebben niet alleen een ziel maar ook een lichaam voor de eeuwigheid te verliezen? !
Het is opvallend dat juist in deze tijd nu de grootheid van de mens en de prestaties van de mens zo verheerlijkt worden, de arbeid tegelijk zo'n geweldig probleem is geworden. Er zijn weinig terreinen, waar de menselijke nood zich triester openbaart dan juist op het terrein van de zo hoog geprezen arbeid van de mens.
Dat komt omdat de mens zichzelf meer en meer een probleem is gaan worden.
Waarom werken we?
In alle vragen rondom ons dagelijks werk moeten en mogen we elkaar vanuit de bijbel steeds weer voorhouden dat werken op zichzelf niet alleen gezond is, maar een opdracht van God Zélf is! In het arbeiden openbaart de mens zijn eigenlijke aard, zijn specifieke karakter als mens. Dat zijn geen mooie, dure woorden. Dat is waar. Daarin is de mens beelddrager Gods.
God werkt aan een bepaald plan, gericht op een bepaald doel en Hij wil, dat ook wij werken met doelgerichtheid, als zijn medearbeiders.
Dat kunnen wij ook aflezen uit het vierde gebod. (Gedenkt de sabbatdag...). In dat gebod wordt het arbeiden en het rusten van de mens in verband gebracht met het goddelijk arbeiden en rusten. We denken ook aan het ontroerende woord van Jezus: 'Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook'.
De zin van de arbeid ligt dus niet in de arbeid zélf, ook niet in de resultaten van de arbeid, maar in de opdracht van God.
Die opdracht vernemen we met name in Genesis 2 : 15, waar we lezen dat God de mens opdraagt om het paradijs 'te bouwen en te bewaren'.
God wil dat de natuur tot kultuur wordt. Dat betekent bezig zijn in onze arbeid voor het aangezicht Gods.
De ontluistering van de arbeid
De grote ontluistering van de arbeid vindt zijn diepste oorzaak in de zondeval. De zondeval heeft het hele leven aangetast, ook de arbeid. Als wij in Genesis 3 luisteren naar het gerichtswoord dat over de schepping gaat, dan is daar ook het leven van de arbeid in betrokken.
'Vervloekt zij de aarde om uwentwil, met smart zult gij eten al de dagen uws levens, ook zal het u doornen en distels voortbrengen ...' (Gen. 2 : 17)
Op allerlei wijze zien wij die ontluistering optreden tot op de huidige tijd.
In plaats van de Heere God in zijn arbeid te verheerlijken, heeft de mens de neiging zichzelf vanwege zijn prestaties te verheerlijken en met Nebukadnezar te zeggen: dit is het grote Babel dat ik gebouwd heb'. (Daniël 4 : 30).
Of men wordt slaaf van zijn wérk: men gaat zozeer in zijn werk op dat er voor nagenoeg niets anders in het leven meer plaats overblijft. De arbeid wordt doel in zichzelf. Hoeveel huwelijken en gezinnen lijden daaronder!
Dan leven we om te werken in plaats dat we werken om te leven voor Gods aangezicht.
Nog niet zo lang geleden hoorde ik een felle kritiek van een jongere die zei dat de ouderen vaak als enige devies hebben: wérken en nog eens wérken, om zich dan zo veel mogelijk te kunnen permitteren. Daar moet alles aan opgeofferd worden, vaak ook de bezinning op het éne nodige. Tenslotte noemen we de moderne slavernij in de arbeid tengevolge van de mechanisatie en de rationalisatie van de arbeid: Het als maar opvoeren van de prestaties, zodat alle vreugde in de arbeid weggaat. Al deze vormen van ontluistering, met al de misère daaraan verbonden, zijn te herleiden tot de vervreemding van God in onze arbeid, tot de zonde, welke allereerst een zaak van het menselijke hart en de menselijke wil is. (zie het 'getuigenis').
Adventsltcht over de arbeid
Het laatste woord is in de bijbel echter niet aan de slavernij en daemonie in de arbeid.
De bijbel spreekt ook van de radicale bevrijding van de machten en over de machten.
We horen het in de messiaanse belofte uit Genesis 5: 'Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de Heere vervloekt heeft'. Christus is gekomen om ons te verlossen van de slavernij der zonde ook in de zin van verlossing van de slavernij in de arbeid.
De positieve waardering van de arbeid keert in de bijbel dan ook eerst in de diepe zin terug, wanneer Christus, door onze doornen te dragen, de dienst van God herstelt. Vanuit de glorierijke opstanding van Christus mogen we in het geloof met Paulus belijden dat onze arbeid dan ook niet ijdel is in de Heere (1 Cor. 15 : 58). Dan komt er iets van de heilige onbezorgdheid van de Bergrede. Dan mogen we iets leren van de landman in Marcus 4 die overdag in geloof gezaaid heeft en in datzelfde geloof 's avonds rustig gaat slapen.
Dan wordt onze arbeid, ons gehele dagelijkse leven betrokken op de grote gang van het koninkrijk Gods naar Zijn toekomst.
Dan zijn we getroost in onze soms zeer moeitevolle en negatief lijkende arbeid. Dan mogen we weten dat tenslotte de zin van ons leven niet ligt in onze arbeid maar in Hém, Die ons kocht met Zijn dierbaar bloed.
De onverwachts overleden socioloog van de Vrije Universiteit, prof. dr. R. van Dijk, vertelde ons op college dat hij in het concentratiekamp tijden lang achtereen niets anders had gedaan dan hout hakken. 'Toch heb ik nooit gewanhoopt in deze zo nutteloos lijkende arbeid, want ik wist dat de zin van mijn leven in Christus was'. Aan dit korte verhaal moet ik vaak denken, rondom de vele vragen betreffende de arbeid in deze tijd.
Een treffende vertolking van de bijbelse gedachten over de arbeid vond ik in het gedicht 'Een lied van de arbeid' (uit Loflied voor tegenstem, pag. 35) van Ad den Besten, dat ik tot slot wil doorgeven:
Waartoe geploegd, als 't zaad
niet valt in goede aarde?
o God, of Gij ons haat?
Wat heeft ons werk voor waarde?
Met onkruid ruig en sterk
vecht iedereen zich moe
en de opbrengst van ons werk
valt straks een ander toe.
Zeg ons, welk voordeel heeft
een mens van al zijn streven?
Hij wint zijn brood en leeft,
maar, Here, is dat leven?
Wij kunnen hier toch niet
bestaan bij brood alleen?
in moeiten en verdriet
gaat zo ons leven heen.
Heer, als er dan geen zin
is in ons werk gelegen,
leg Gij een zin daarin,
verkeer de vloek in zegen,
opdat wij als weleer
bewonen zonder pijn
een aarde, waar wij weer
gelukkig kunnen zijn.
Betrek ons eens voor al
op Hem die alle dingen
eenmaal nieuw maken zal,
dat wij in duizelingen
zien wat ons oog niet ziet
en weten altijd meer,
dat onze arbeid niet
vergeefs is in den Heer
Nunspeet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's