Een psalmberijming
Je kijkt wel even op als je een complete nieuwe berijming van de Psalmen, opgesteld door één persoon, krijgt toegezonden. De heer A. Blok uit Sondel (Fr.), eigenaar van een christelijke uitgeverij zoals uit het briefhoofd van de begeleidende brief valt op te maken, zette zich aan het omvangrijke karwei om alle 150 psalmen opnieuw te berijmen. Dat mag op zichzelf wel aanleiding zijn om er hier wat meer voor vrij te maken dan gewoonlijk voor een boekaankondiging gebeurt.
Ik laat de auteur eerst zelf aan het woord door een stuk uit het voorwoord, dat hij bij de bundel schreef, over te nemen.
'In mijn gehele leven zijn de Psalmen eigenlijk van zeer grote betekenis geweest. Eerst in mijn jeugd vanwege een kerkelijke geloofsrichting, waarin vrijwel alleen Psalmen werden gezongen, en later, toen ik door Bijbelstudie mij steeds meer bewust werd van een geestelijke verwantschap met het oude verbondsvolk, ging ik de Psalmen als een persoonlijk ontvangen erfenis zien.
Maar de berijming van 1773, hoe ik die ook vroeger had gewaardeerd, kon mij toen niet meer geheel voldoen. Nog meer dan de verouderde woorden en zinnen hinderde mij de gezochte rijm, die uitkwam in het samentrekken van woorden, zoals genegen (heen), goedertieren (heen) tegen (heen) enz. Dit slordige taalgebruik vind ik bepaald stuitend en doet mijns inziens afbreuk aan de waardigheid van de Bijbelse tekst.
Zodoende ontstond bij mij het idee om aan een nieuwe berijming te gaan werken. Maar een berijming der Psalmen komt niet zo eenvoudig tot stand. In de eerste plaats is hiervoor nodig een nauwkeurig begrip voor de bedoelingen der teksten, terwijl tevens de berijmer, door geestelijke ervaring, kennis van de toestanden moet hebben waarin de Bijbelse dichter verkeerde, opdat hij zich in diens denken kan inleven, om de woorden van hem juist weer te geven. En tenslotte moet de berijmde Psalm, voor zover mogelijk in Bijbelse termen opgebouwd, in dezelfde schoonheid van het Bijbels origineel, een gaaf en vlot zingbaar gedicht vormen.
Met al deze dingen voor ogen had ik een vrees eraan te beginnen, en hoewel het mij nooit losliet, hoopte ik vurig dat er een berijming zonder mijn toedoen komen zou. Maar ik kreeg een ervaring waardoor ik begreep dat God mij ervoor gebruiken wilde. Terwijl ik in het gebed was toonde Hij mij de grote schare mensen bij Jezus (Mattheus 14:13—21) en het was als hoorde ik Zijn stem: Geef gij hen te eten'.
Daarna schrijft de heer Blok in het voorwoord dat hij vanaf dat moment in een tijd van een half jaar (sept. '67—april '68) de hele berijming van de Psalmen voltooide. Evenwel ging de drukkerij, bij wie de proefdruk al gereed leg, failliet. Een aanwijzing voor de heer Blok dat zijn werk nog niet voor uitgave geschikt was. Hij kwam in contact met een zekere Jurrien Hartwigsen, een 'gelovig man met grote bijbelkennis', die zich bereid verklaarde hem in het werk te gaan helpen.
De heer Blok schrijft dan: Deze tijd van samenwerking zal ik niet meer vergeten. De twee en een half jaar van gezamenlijke Bijbelstudie is de schoonste periode in ons beider leven geweest. We hebben in werkelijkheid mogen ervaren de woorden van Jezus, naar de woorden van Mattheus 18 : 19—20: Indien er twee van u eenstemmig zijn op de aarde over een zaak, die zij zouden mogen begeren, Ik zeg u dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, die in de hemelen is. Want, waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben ik in het midden van hen.'
Met het doel voor ogen de berijming geheel volgens de Bijbelse tekst te maken, hebben wij vers na vers en regel na regel aan de Schrift getoetst, waarbij vaak de Hebreeuwse grondtekst werd bestudeerd om tot een juist begrip van de bedoeling der tekst te komen. Ook de woordkeus, de taal en stijl werd aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen, want ons beider streven was om een schoon geheel te verkrijgen, dat tot eer en verheerlijking van God kon zijn.'
Ziehier in het kort de voorgeschiedenis van de bundel.
De inhoud
Ik acht me niet competent de inhoud van deze bundel te beoordelen op haar literaire merites en evenmin ben ik in staat de inhoud van al deze berijmde Psalmen grondig aan de bijbeltekst te toetsen. De bedoeling van dit artikel is slechts op deze bundel te attenderen, omdat men toch wel respect moet hebben voor een dergelijke onderneming, temeer daar uit de inhoud wel blijkt — ieder kan dat beoordelen — de innerlijke betrokkenheid van de berijmer op de inhoud van de Psalmen. Een dergelijke berijming is nu eenmaal niet te maken als er geen liefde tot en betrokkenheid op de Psalmen aanwezig is. Overigens mag de 'ervaring', die de auteur kreeg en waarin hem zijn opdracht van Godswege voor ogen kwam, bij de beoordeling van een dergelijke bundel geen rol spelen. Hoezeer dat ook voor de auteur zélf spreken mag, het is en blijft een persoonlijke zaak die niet bij voorbaat norm mag zijn voor de bespreking van de inhoud.
Wat nu de berijming zelf betreft, aangepast aan de taal van deze tijd wordt de rijke inhoud van de Psalmen uitgezegd, waarbij overigens de bundel niet zó 'eigentijds' is, dat de waardigheid van de bijbeltaal verloren is gegaan (een bezwaar dat wel tegen andere eigentijdse berijmingen wordt ingebracht). Ik laat het aan de 'kenners' over'een kwalificatie van deze bundel te geven in literair en bijbels-theologisch opzicht. Maar voor persoonlijk gebruik mag voor deze bundel bepaald wel aandacht worden gevraagd. De auteur heeft namelijk ook nooit de bedoeling gehad deze berijming aan welke synode dan ook aan te bieden, maar wel wilde hij trachten, zoals hij in een begeleidende brief schreef, deze onder het oog te brengen van 'alle weldenkende christenen'.
Inmiddels schreef hij erbij dat iets wat spontaan is ontstaan voor verbetering vatbaar is. En inderdaad is de ene Psalm beter berijmd dan de andere. Soms wordt ook door een bepaalde opeenvolging van woorden de zingbaarheid bemoeilijkt omdat de accenten op de woorden verkeerd komen te liggen b.v. in Psalm 23: 'Om zijns naams wil doet hij mijn wank'le schreden', of in Psalm 123: 'Zien wij op God tot Hij onzer gedenkt'. Zo zouden meer voorbeelden kunnen worden genoemd, ook waar het woord Ge wordt gebruikt in plaats van Gij. Maar verreweg de meeste verzen zijn goed zingbaar en waardig in taalgebruik.
Israëlvisie
Op één ding wil ik nog attenderen. Zoals de schrijver in het voorwoord al stelde heeft hij deze berijming gemaakt vanuit een sterke betrokkenheid op het oude verbondsvolk. Hij schrijft dat ook in zijn begeleidende brief. 'Heel veel uitspraken', zo zegt hij 'die meestal op het persoonlijke leven worden toegepast, zijn in wezen daarin (d.w.z. in de Israëlgedachte) onder te brengen. Daarom geloof ik dat wij dan pas de Psalmen in hun werkelijke waarde leren kennen als wij ons met het verbondsvolk één gaan voelen. Vanuit die gedachte berijmde hij Psalm 121 naar Hand. 24: 14, 15. Zo ook leest hij in Psalm 23 : 'De Heere is Israels Herder', waarbij hij denkt aan de uittocht uit Egypte, de moeilijke woestijnreis, het manna en de zegeningen in het beloofde land (het wonen in het huis des Heeren)-. In Psalm 24 ziet hij de verkiezing van Israël tot het eigen volk des Heeren (naar Deut. 7 : 16).
Verder wijst hij op de aparte betekenis die de namen God en Heere bij de bijbelse dichters hadden. Zo leest hij in Psalm 23 in plaats van 'God des heils': 'De eeuwige Getrouwe' en berijmt hij: 'De Heer wil mijn getrouwe Herder wezen'. Zo ook in Psalm 68, waar in de oude berijming staat: 'De Heer zal opstaan tot de strijd'. Ook daar leest de auteur in plaats van 'Heere': 'God de Almachtige'; want voor Zijn vijanden is Hij niet de Eeuwig Getrouwe, wat in de naam Heere opgesloten ligt. Met die naam heeft hij zich aan Mozes geopenbaard.
Tenslotte
Ik wil met deze uitvoerige aankondiging volstaan. De Psalmen zijn ons zo veel waard dat elke weergave ervan onze aandacht dient te hebben. Men kan door kennis te nemen van een andere berijming dan de gebruikelijke opeens facetten van de Psalmen zien oplichten die voordien aan onze aandacht ontsnapten. En dan, iets wat niet kerkelijk of theologisch geijkt is kan nog wel zijn werk doen tot opbouw in het geloof.
Ik herinner me dat een mij bekend hooggeleerde in zijn bibliotheek enkele boeken had staan van een eenvoudig oefenaar, wiens stijl nu niet direct de zijne was en wiens exegese vanuit theologische gezichtspunt ver onder de maat bleef. Desalniettemin waren deze boeken hem — naar zijn eigen woorden — tot grote steun geweest in zijn diepste geestelijke aanvechtingen.
Daarmee is niet gezegd dat de wijze van exegetiseren van genoemde oefenaar opeens als model zou moeten gaan dienen voor de prediking, maar wel dat de geestelijke inzet — ondanks theologische onvolkomenheden — van dien aard kan zijn dat God er zijn werk mee doet, meer soms dan met het theologisch gestyleerde waarin de godsvrucht en de geloofsbeleving niet meer doorstraalt.
Ik wil de heer Blok niet met die oefenaar vergelijken. Maar wel duikt hij op als een onbekende in den lande, die zich gezet heeft aan de niet geringe taak van een berijming van alle psalmen vanuit een diepgeestelijke betrokkenheid. En omdat berijming van de Psalmen — althans wanneer het gaat om een berijming voor kerkelijk gebruik — aan hoge eisen moet voldoen gebruikte ik dat voorbeeld. Maar de auteur had niet de pretentie méér te geven dan een bundel voor persoonlijk gebruik. Daaraan heb ik door dit artikel toch graag wat breder bekendheid willen geven.
(De bundel is te bestellen via de boekhandel of direct bij 'Christelijke Uitgeverij A. Blok', Noorderreed Ic, Sondel (Fr.). De prijs bedraagt ƒ 6, 90.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's