De verhouding van de tweede tot de eerste tafel V
Ook bij het negende gebod blijkt het beslissend te zijn dat we dit gebod omtrent het valse getuigenis in verband houden met de liefde tot God boven alles.
We kunnen ons uitgangspunt kiezen in de opmerking, dat zoals de leugen een 'vader' heeft (u kent de bijbelse typering van de Overste dezer wereld als 'vader der leugenen'), zo ook de waarheid een Vader heeft nl. God.
De waarheid en de waarachtigheid zijn geen producten, die wij verdwaalde en verdwaasde mensen op deze kleine planeet, uit ons eigen hart voortbrengen. In het negende gebod worden we geplaatst op de grens van twee werelden, nl. die van den vader der leugenen en die van de 'God der Waarheid' (Ps. 31 : 6).
Het gebod richt zich in z'n formulering tegen de grofste overtreding er van: het leugenachtig getuigenis of de valse aanklacht voor de rechtbank. Prof. Koole vertaalt: treed niet als leugenachtig aanklager of getuige tegen uw naaste op. Door dit gebod beschermt God onze naam. Voor de rechtbank gaat het ook om de naam van God. Hij wordt daar als de Alwetende en de Almachtige aangeroepen in de eed. Maar God wil ook de naam van de mens, hoewel deze voor Hem eigenlijk alleen de naam van zondaar en overtreder kan dragen, in bescherming nemen.
God haat daarbij zowel de onwaarheid als de liefdeloosheid tegenover de naaste. Van beide kanten dreigt het gevaar. Want voor de rechtbank gaat het spannen. Er is in de regel al veel voorafgegaan. En nu drijven eigenbelang, jaloersheid of wraak tot het 'valse' getuigenis. Maar dit onkruid groeit niet alleen in de hof van het gerecht, maar ook in het dagelijks leven krioelt het van leugen en onrecht.
De leugen is de zonde van het woord. Wij mensen hebben het uitzonderlijke vermogen onze gedachten en voorstellingen en daarmee onze 'kijk' op mensen, situaties en dingen op anderen over te dragen. We laten anderen door onze bril zien. We vertellen: zó is het gebeurd; zó heeft hij gehandeld; dat heeft hij gezegd. Zelfs: dat heeft hij bedoeld. Ook: zó is de kwaliteit van dat goed.
Nu is de leugen het demonische vermogen een scheve verdraaide, gekleurde voorstelling te geven van de werkelijkheid. Dat gebeurt in de handel, zó zelfs dat men beweert, dat het moeilijk is christen-zakenman te zijn.
Dat gebeurt in de politiek, waarin de woorden de werkelijke gedachten vaak verbergen.
Dat gebeurt in de berichtgeving via allerlei geschriften, informaties en beelden. Je kunt zelfs met foto's liegen. Dat kan gebeuren in romans. Niet zozeer omdat de figuren gefingeerd (verzonnen) zijn. Dat hebben ze in zeker opzicht gemeen met gelijkenissen. Maar omdat ze niet levensecht zijn. Omdat de schrijver door zijn boek zijn kijk op het leven van mensen in een bepaald milieu door een boeiende manier van beschrijving op ons wil overdragen. Er kunnen b.v. streekromans zijn, die liegen, omdat daarin het leven vanuit een bepaalde achtergrond van vooringenomenheid getekend wordt en bepaalde, toch wel inderdaad aanwezige, positieve elementen over het hoofd gezien, verwaarloosd of miskend worden.
De waarheid vraagt naar werkelijkheid, haar realiteit. Dat betekent geen aanvaarding van de zgn. realistische roman. De Bijbel is inderdaad ook beslist realistisch. De Bijbel wijst de modderpoelen van ons menselijk bestaan met de vinger aan en noemt modder ook inderdaad 'modder'. Maar dat is iets anders dan met een sóórt perverse wellust daarin te gaan roeren.
Nu is het grote gevaar, dat onze geest dagelijks gevoed wordt vanuit een verbeeldings- en voorstellingswereld, die tot ons komt langs velerlei wegen, en die niet gevormd en beheerst wordt door de omgang met den God der Waarheid, Die alleen waarachtig is. Maar dat die wereld gevormd en beheerst wordt door die vader der leugenen en door ons eigen arglistige, leugenachtige hart, zodat het wereldleven en het mensenleven dagelijks door ons in dat valse licht worden gezien.
Het gaat om de waarheid en de waarachtigheid reeds in het kinderleven. En dan in het familieleven, in de maatschappij en in de politiek, opdat we ons niet laten verleiden door mooie slagzinnen en leuzen, waarin niet de waarheid en de liefde, die uit God zijn, de drijfveren zijn, maar het partijbelang en het groepsegoïsme.
Om die waarheid en waarachtigheid gaat het in het bijzonder in de kerk. De Bijbel kent de 'valse' profetie. Die valse verkondiging, die vals getuigenis geeft omtrent Gods Wet en omtrent Zijn Evangelie, doet tekort zowel aan de eer en de waarheid Gods als aan het waarachtig heil van de naaste.
Onze kerkorde spreekt veel van 'gehoorzaamheid aan de H. Schrift'. Maar de weg van het belijden wordt vaak misvormd tot een kronkelweggetje, dat dood loopt. Er is in allerlei verkondiging heel wat onwaarheid. Maar die is er niet alleen bij de heterodoxie (onrechtzinnigheid). Ook bij. een onberispelijke rechtzinnigheid is er het gevaar van allerlei onwaarachtigheid bij Doop, belijdenis en Avondmaal.
Hoeveel schuldbelijdenis wordt gesproken of gezongen zonder verslagenheid; hoeveel geloof beleden zonder hartelijk vertrouwen; hoeveel liefde geprezen zonder dat ze wordt beoefend.
Wat is dit gebod een enorme waarschuwing tegen vormen waaraan de inhoud ontbreekt.
Dit gebod is één van de scherpe lenzen van Gods microscoop. Het brengt onze zondige aard aan het licht! En we zullen goed doen ons dagelijks handelen, spreken en denken te stellen onder het felle zoeklicht van dit gebod.
Slechts Eén is er geweest. Die ook ten opzichte van dit gebod kon zeggen: wie van u overtuigt Mij van zonde? Van Hem wordt getuigd: geen bedrog is in Zijn mond gevonden. Hij heeft de waarheid nooit en nergens verborgen, ondanks de daaraan verbonden risico's. Dat getuigenis, dat in Zijn mond geen bedrog gevonden is staat in het hoofdstuk van de lijdende Knecht des Heren, Jesaja 53. Hij was de waarheid. Daardoor onderkende Hij de leugen in al haar subtiele vormen bij de geveinsden, de Schriftgeleerden en de farizeën.
Alleen door de omgang met Hem leren ook wij de leugen onderkennen, vrezen en haten ook in eigen hart, juist ook in verband met de dreiging van het zelfbedrog. En dan wordt de wortel van dit alles niet het trotse zelfbewustzijn, dat wij zulke eerlijke mensen zijn, maar het rekening houden met een God, Die alle onwaarheid haat. De Psalmdichters bidden: Laat toch oprechtheid en vroomheid mij behoeden (Ps. 25:21); en: Doorgrond mij en ken mij (Ps. 139). Velen zeggen: iet de wet maakt ons onze zonden bekend, maar Christus. Maar daamee poneert men een foutieve tegenstelling. Want Christus is niet gekomen om de Wet en de profeten te ontbinden. Jezus Christus ontdekt dóór de Wet. Juist als Hij de Bergrede heeft uitgesproken, worden de mensen verslagen. Dit behoort tot Zijn profetisch ambt. Dan wordt de verslagenheid alleen weggenomen op grond van Zijn priesterlijke verzoening van onze onmetelijke schuld en van Zijn koninklijke regering in het hart. Want ook hier gaat het om de koninklijke wet van het koninkrijk der hemelen.
En dan gaat het heel nauw luisteren, zó, dat we onze mond nauwelijks open durven doen.
Daarbij gaat het er om, dat wij de waarheid niet alleen spreken, maar dat wij haar liefhebben. God vraagt geen werken der Wet, maar een 'hart der Wet' (Luther). Dan wordt in onze liefde voor de waarheid tegelijk verdisconteerd de liefde tot de naaste. En omgekeerd. Dan gaat het bij kwesties als die van de waarheid aan het ziekbed (Buskes) niet om óf de waarheid óf de liefde, maar om de waarheid gehanteerd door de liefde.
Welk een wonder, dat God zo onze naam wil beschermen! Dat is wel nodig, want ons boze hart luistert maar al te graag naar het boze, dat van onze naaste verteld wordt. Konden we maar zeggen, dat, zoals veestallen vaak t.b.c.-vrij zijn, zo onze kerkelijke kringen roddeïvrij waren. Ook hier is alleen de liefde de vervulling der Wet. Die zal een menigte van zonden bedekken.
Welk een wonder ook, dat die Enige, die de Naam boven alle naam draagt, ook daarin Zich tot zonde heeft laten maken, dat Hij Zijn Naam heeft prijsgegeven, als zou Hij een vraat en wijnzuiper zijn, een vriend van tollenaren en zondaren, een Godslasteraar. Hij heeft de vloek der zonde gedragen, terwijl Hij de Waarheid getuigenis gaf en men vergeefs valse getuigen tegen Hem liet optreden.
Het is de Geest, waarmede Hij doopt, Die het hart vernieuwt. Uit dat hart zijn de uitgangen des levens. Dat openbaart zich ook in het gebruik van onze tong. Dan gaat die tong goed spreken van God, en waar het kan, ook van onze naaste.
De waarheid heeft een Vader. Dat is te merken aan Zijn kinderen,
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's