De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Begraven en cremeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Begraven en cremeren

8 minuten leestijd

Op de laatstgehouden concio van G.B.predikanten kwam in de bespreking van het referaat van ds. J. Vos over 'Het leven na dit leven', de crematie aan de orde. Gezien de actualiteit van dit onderwerp wil ik er hier enkele opmerkingen over maken.

Crematie verdringt steeds meer de begrafenis'. Bij de wet van 26 september 1968 werd cremeren gelijkgesteld met begraven. Voordien moest men bij schriftelijke verklaring uitdrukkelijk de wens te kennen hebben gegeven tot crematie. Nu is dat niet meer nodig. Voor cremeren gelden dezelfde voorschriften als voor begraven.

Inmiddels is de laatste tien jaren het aantal crematies in ons land gestegen van ongeveer 5 procent tot ongeveer 15 procent. En vooral sinds de wettelijke gelijkschakeling zien we een sterke toename van het aantal crematies. Te verwachten is dat deze toename nog veel sterker zal worden. In Engeland bedraagt het aantal crematies al ongeveer de helft van het aantal lijkbezorgingen.

Motievesn

In het januarinummer van de Hervormde vrouw gaat ds. D. van Vliet van Waddinxveen uitvoerig in op deze hele kwestie. Hij noemt als motieven die vóór lijkverbranding worden aangevoerd het hygiënische, het economische en het esthetische aspect.

Vooral van humanistische zijde is altijd op het hygiënische aspect gewezen, terwijl ook het esthetische aspect vanuit die kring alle nadruk kreeg. Cremeren is 'schoner' dan begraven, zo heet het dan. Maar inmiddels is duidelijk dat noch aan het ene noch aan het andere een 'schone' kant zit. Het lichaam wordt aan het verderf prijs gegeven, of dat nu langzaam geschiedt in het graf, of snel in de crematieoven. Daarin ligt geen enkele eer of schoonheid.

Nu is het anderzijds zo dat tégen de crematie moeilijk het argument kan worden aangevoerd dat crematie het natuurlijke proces verhaast en dat dat in strijd zou zijn met de Schrift. In de Schrift komen we immers tegen het balsemen van de lijken. En dat is het vertragen van het natuurlijk proces.

Inmiddels zijn echter kennelijk steeds meer mensen vatbaar voor de genoemde argumenten om tot cremeren over te gaan. Het economische motief zal daarbij wel nauwelijks een rol spelen, gezien het feit dat cremeren niet goedkoper is dan begraven. Dat motief wordt echter wél steeds meer gehanteerd in politieke kringen wanneer het gaat om wettelijke bepalingen ten aanzien van de lijkbezorging. Kennelijk worden begraafplaatsen steeds meer als hinderlijke obstakels beschouwd die teveel ruimte innemen. Vond voorheen b.v. het 'ruimen' van graven na vijftien jaar plaats, thans geschiedt dat al na tien jaar.

Het is op zichzelf tóch wel een aangrijpende zaak dat een mens na zijn dood niet enkele vierkante meters meer blijvend krijgt toegemeten. Ik zou niet graag willen beweren dat het ruimteprobleem in ons overbevolkte land, met name in de verstedelijkte gebieden, geen enorm probleem is. Maar dit steeds meer afdingen op de ruimte die voor begraafplaatsen beschikbaar is staat toch wel in schrille tegenstelling tot bijvoorbeeld de enorme ruimten die worden vrijgemaakt voor sportterreinen en dergelijke. Dit is ook een graadmeter voor de tendenties in onze tijd. Minder ruimte voor begraafplaatsen en steeds meer ruimte voor sport en spel.

Bovendien geeft artikel 32 lid 3 van een ontwerp-wet op de lijkbezorging de mogelijkheid om stoffelijke resten, welke na ruiming van een graf zijn vrijgekomen, alsnog te cremeren. Terecht heeft iemand in een bezwaarschrift aan de Tweede Kamer tegen dit wetsontwerp gesteld dat deze indirecte crematie niet strookt met het gevoelen van vele Nederlanders. Men moet — zo stelde hij — de mogelijkheid en de garantie geven in de wet dat crematie niet zal plaats vinden als men dat niet wil, direct niet en indirect óók niet.

Uit dit alles blijkt wel hoe de situatie in enkele jaren tijds grondig gewijzigd is. Moest men vroeger er nog speciale moeite voor doen als men zich wilde laten cremeren, thans zou het wel eens zo kunnen worden dat men er moeite voor zal moeten gaan doen om te voorkomen dat men later toch nog gecremeerd wordt.

Argumenten

De vraag naar de argumenten tegen crematie staan zo weer levensgroot voor ons. Beter dan de motieven die vóór crematie worden aangevoerd te ontzenuwen lijkt het me om krachtig op te komen voor het begraven als een Christelijk goed. Begraven behoort tot één van de grote tradities van het Christendom. Vanaf het begin is bij de Christenen, in navolging van de Joden, het begraven in gebruik geweest. Crematie was bij de heidense volkeren rondom Israël allerwege bekend maar Israël begroef zijn doden. En van dat begraven is de Schrift vol. Ik wil in dit verband nog eens verwijzen naar het artikel van ds. van Vliet, die vele Schriftplaatsen voor het voetlicht haalt. Het meest zwaarwegende argument is wel de begrafenis van Christus zelf. Drie dagen lag hij in het graf. Zijn begrafenis staat in het Apostolicum als een geloofsartikel vermeld. Daarom is de begrafenis meer dan een inhoudsloze traditie, het is een christelijke traditie, het is een teken van Christus zelf. Hij heeft door zijn begfafenis het graf geheiligd.

Prof. dr. G. Brillenburg Wurth schreef in dit verband: 'Het is niet toevallig dat het Christendom van het begin af van de lijkverbranding niet heeft willen weten maar in plaats daarvan de begrafenis van de doden bepleitte. Het zag weliswaar de diepe vernedering, die het begraven-worden inhoudt, maar het zag ook de treffende symboliek van de begrafenis: het tarwegraan dat in de aarde geborgen wordt en wacht tot de herleving in de opstanding!' (Chr. Encyclopedie, p. 453). Verder schrijft hij dan: 'In onze tijd wordt de lijkverbranding weer vooral van humanistische zijde voorgestaan. Ze wordt meestal verdedigd uit hygiënische overwegingen; maar er zal ongetwijfeld, bewust of onbewust, zich in manifesteren een aversie van de natuurlijke mens tegen het goddelijk oordeel van het 'stof zijt ge en tot stof zult ge weerkeren'. Uit dien hoofde menen wij als christenen ons ertegen te moeten verzetten. De lijkverbranding betekent het verzet tegen iets, dat een christelijke traditie, maar toch een heel zinvolle en waardevolle christelijke traditie verdient te heten.'

Ik meen dat ten diepste inderdaad bij het toenemend aantal crematies naar voren komt dat de dood uit onze samenleving wordt weggebannen. Men wil zo weinig mogelijk meer aan herinnerd worden het tot stof weerkeren. De dood verdiept het leven niet meer in onze tijd. Dat is één van de tekenen van de neergang van het geestelijk leven, van het verminderde beslag van het Woord op de samenleving.

Problemen

Inmiddels rijzen er pastoraal gezien wèl problemen. Elke Hervormde predikant krijgt er in toenemende mate mee te maken. Dat bleek op de concio van de predikanten, waar er vele tongen over los kwamen. Predikanten worden gevraagd bij crematies aanwezig te zijn en daar een 'woordje' te spreken. Nu lag en ligt hier ook ten aanzien van het begraven wel een probleem. Hoevele malen worden predikanten niet gevraagd op begrafenissen van personen, die in het geheel niet kerkelijk meeleefden terwijl ook de familie er helemaal niet aan doet. Het enige motief om toch een dergelijke begrafenis te leiden is dan het evangelisatorische. De predikant komt met het Woord van God. Er is een gelegenheid om dat Woord te brengen om zó te zaaien. Een dergelijk motief — zo wordt gesteld — zou zó ook kunnen gelden om bij een crematie — desgevraagd aanwezig te zijn. Evenwel rijst dan de vraag hóe de predikant bij de begrafenis aanwezig is. Als hij daar de leiding heeft is hij in feite medeverantwoordelijk voor de hele gang van zaken. En dan is het zeer de vraag of hij hieraan medewerking kan en mag geven. Of liever dan is het geen vraag meer. Of is hij er slechts als begeleider, wiens enige taak het is het Woord te brengen, op welke plaats dan ook? Maar is het dan mogelijk dit te doen zonder de crematie zelf onder de critiek van het Woord te stellen?

Het is ook mogelijk dat iemand zich laat cremeren, terwijl de familie daar geheel of grotendeels tegen was. Wat doet een predikant dan als hij door de familie wordt gevraagd, soms met klem wordt gevraagd, erbij aanwezig te zijn? Op de concio van predikanten werd wel duidelijk dat hier geldt: een ieder zij in zijn gemoed ten volle verzekerd. Algemeen werd de crematie afgewezen als strijdig met de christelijke principia. Maar dat betekent niet dat er dan pastoraal gezien geen problemen meer zouden zijn. Integendeel, die zullen er in toenemende mate komen. In dit opzicht ervaart de predikant het wel in heel sterke mate dat het evangelie gebracht moet worden in een steeds meer gesaeculariseerde samenleving. In de ene plaats zullen deze problemen er in mindere mate zijn dan in de andere. Maar dat is slechts een gradueel verschil en bovendien achterhaalt de tijd in vele gevallen die verschillen ook nog.

                                                                                                                * * *

Tenslotte nog dit. Ik meen dat het terecht is wat door iemand werd opgemerkt, namelijk dat er een grens is wat betreft het evangeliserend bezig zijn. Men kan vóór men aan het brengen van de boodschap toe is al zoveel hebben moeten tolereren dat het geweten wel heel zwaar belast wordt. Zo ervaren de predikanten het toch met name wel bij een zaak als de crematie. Dat bleek wel op de genoemde concio. Vandaar dat er zo'n levendige bespreking over kwam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Begraven en cremeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's