Rotsen en doornen
'en een ander deel... en een ander deel. .. Mattheus 13 : 5—7
Horen en horen is twee. U kunt horen, en desgevraagd zeggen: zeker, ik heb het gehoord. U kunt ook horen, en, ongevraagd, zeggen: Wacht eens even, wat betekent dat nu. Zo wil deze gelijkenis gehoord worden! U moet het verband van het verhaal met het Koninkrijk der hemelen onderkennen; u krijgt les in de geschiedenis van dat rijk. Wat is het naar zijn aard; hoe is de gang van het Koninkrijk Gods? Het komt zo onopvallend: ziet, een zaaier ging uit om te zaaien. U ziet Christus uitgaan, en achter Hem aan, zijn discipelen, zijn apostelen, allen die de rijksopdracht kregen het woord te verkondigen.
Het begint niet bij de oogst, het begint met het zaad. Het gaat niet van overwinning tot overwinning, het gaat door veel nederlagen heen. In Israël dacht men misschien: als het komt, dan zijn wij klaar om het te verwelkomen. Wij popelen immers van verlangen, wij zullen het met beide handen aangrijpen. Jezus leert het hun wel anders. Tegenstand, teleurstelling, mislukking. Het woord gaat de kruisweg, zoals Christus die ging. Het wordt gehoord en niet verstaan, niet ter harte genomen. Er heerst een verregaande onverschilligheid: velen zijn bij de weg bezaaid. Het zaad dringt niet door in de platgetreden grond, het wordt spoedig weggepikt door de vogels.
Hoorders zijn er genoeg. Nog wel, tenminste, al slinkt hun aantal zienderogen. Wij mogen dankbaar zijn, als de mensen nog komen luisteren, hoe dan ook; maar hoe velen komen niet en worden steeds minder bereikbaar! Komen ze, dan zijn er kansen. Horen ze het Woord, dan wordt het echt verantwoordelijk. Een ander deel viel op steenachtige grond, harde rotsachtige grond. De akkers hebben vaak zo'n ondergrond, door een dunne laag aarde aan het oog onttrokken. Zo te zien, goede grond. Het zaad valt er in en ontkiemt verwonderlijk gauw. Het kan echter geen stevig wortelwerk maken. Daarom is de groei wel voorspoedig, maar oppervlakig. Geen diepte van aarde verklaart Jezus. Wanneer de zon er boven staat te branden dan wordt het verschroeid; het schrompelt in elkaar tot een spichtig strootje.
Dat is hij, die het woord hoort en het terstond met vreugde ontvangt. Hele andere hoorders dus. Bij de vorigen was er een benauwende onvatbaarheid, bij dezen een verblijdende veelbelovende ontvankelijkheid. Ze zijn licht bewogen, ze horen het woord met genoegen, het wil er wel in. Wie zou zich daarover niet verheugen?
Alleen zwartkijkers kunnen hier bezwaren maken. Wacht nu eens even: Christus is zeker geen zwartkijker, maar Hij weet wat in de mens is. Terstond; daar valt de nadruk op. Het vergt weinig tijd en ternauwernood enige moeite. Strijd en nood blijven deze hoorders vreemd: het Koninkrijk Gods is voor hen gesneden koek. Ze pakken die aan en eten die meteen op. Kenmerkend is ook de vreugde waarmee het wordt ontvangen. Mag dat dan niet? Evangelie is toch blijde boodschap. U hebt gelijk. Wij zijn wat erg bang geworden voor terstond en met vreugde. Het kan zijn, dat iemand betrekkelijk plotseling en met een overstelpende blijdschap het woord van het Koninkrijk ontvangt, vooral in tijden van opweking. Het komt echter minder voor, dan men denkt en dan veel opwekkingsbewegingen ons willen doen geloven.
Terstond en met vreugde kan een gemis aan diepte verraden. Gemoedsbeweging is nog geen hartsverandering, levensvernieuwing. Het woord raakt dan het eigenlijke leven niet; de beweging is een bevlieging. Het woord zoekt de diepte ook niet; het wortelgestel is bijzonder zwak. Deze hoorders kunnen een onderzoek naar de wortels maar slecht verdragen. Het loopt allemaal zo vlot van stapel, maar is het zeewaardig?
Er zijn mensen, die uit het Woord alleen maar de blijde klanken, de hoge tonen opvangen; ze vinden het makkelijk en kunnen er over roemen. De kracht ligt in het uiterlijke. Niet wat in de diepte plaatsvindt, maar wat naar buiten openbaar wordt bepaalt hun geestelijk leven.
Totdat. .. Totdat het er op aankomt. Verdruking en vervolging, om het woord. Die kan van allerlei kanten komen. Nu gaat het er om, wat het woord hun waard is; hoe het geworteld is in het hart en vergroeid is met hun leven. En dan duurt het niet lang, of ze vallen af.
Weer dat woordje terstond. Het waren mensen van het ogenblik, ze hadden geen wortel in zichzelven. Ze worden geërgerd, als het tegenvalt, als hun iets in de weg gelegd wordt. Het behoeft nog niet eens vervolging te zijn. Ieder houdt z'n hart we] eens vast, als hij daaraan denkt. Ieder vraagt zich wel eens af: wat zal er dan van mijn geloof, overblijven. Want zelfverzekerdheid is aan het ware geloof vreemd. We worden wat in het nauw gedreven, en we verloochenen het Woord. Wie zijn die 'we'? Here, ben ik het? Geen wortel, dat is maar voor een tijd. En de zon schijnt fel; wat zoeven nog fleurde, verdort.
Bent u, al lezende, reeds aan de beurt gekomen? De gelijkenis wil meer zijn, dan een beschrijving, zo staat het er mee voor, en zo gaat het er naar toe. Jezus spreekt u aan, die het woord horen. Hij stelt een onderzoek in. Dan bent u nu aan de beurt: Een ander deel viel in de doornen. Het wordt wat eentonig, en wij zouden zeggen: zonde van al dat goede zaad. Wij kunnen ook zeggen: Wat wordt er breed en mild gezaaid! Met gulle hand, vindt u niet? Nu, deze grond is niet slecht; het schijnt hier een vruchtbare bodem. Maar. .. dit stuk van de akker is niet voldoende doorploegd, het onkruid werd niet met wortel en tak verwijderd. Het zaad van de doorn, de wortel van de distel liggen er nog in verscholen. Al moet ik zeggen, ze groeien gelijk op met het zaad. Ze krijgen spoedig een grote voorsprong; ze onttrekken voedsel en vocht aan de schrale korenaren en overwoekeren die gaandeweg. En de doornen wiesen op en verstikten het. Het kwam adem tekort. Want waar het zaad wordt uitgestrooid, daar moeten de doornen uitgeroeid worden, dat kan een kind begrijpen. Die het woord hoort. Hij zit vol goede voornemens, dat wel. Hij wil het gaarne aannemen, het zegt hem wat, het doet hem wat. Hij gaat niet zo snel te werk als zijn voorganger in deze gelijkenis; van 'terstond' is geen sprake. Het wordt overwogen, voor en tegen, wat het met zich meebrengt. Deze hoorder zoekt het meer in de diepte. Het is geen onverschillige, het is geen oppervlakkige hoorder, veeleer het tegendeel. Hij kan zich de vreugde waarmee de ander het ontving maar moeilijk voorstellen. Er zit heel wat aan vast; hij is er soms ongelukkig onder, en hij is er mee werkzaam. Hij wikt en weegt, peinst en peilt. Het zal zo maar niet gaan; het Koninkrijk dat is de heerschappij, die onderwerping eist. Hij kent zijn eigen hart enigszins en vertrouwt het niet. U zou er een hele en soms lange geschiedenis over kunnen schrijven. Een geschiedenis van heen en weer, op en neer. En ondertussen maar horen.
Zit er helemaal geen schot in? Vraag liever: waar schort het aan? Want het ontmoedigende van deze geschiedenis is inderdaad, dat er toch niets van komt. Het zaad draagt geen vrucht. En de oorzaak daarvan zijn de doornen. Het is gemakkelijk wieden in andermans tuin; maar u hebt de gelegenheid om uw eigen tuin eens in ogenschouw te nemen; zou er gewied moeten worden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's