Over de verzoening
Kanttekeningen bij hiet Getuigenis
Het Getuigenis heeft voor zichzelf gesproken. De zeven punten die aan de orde gesteld zijn, waren evenzovele signalen ten aanzien van kernpunten in het belijden die momenteel zozeer in discrediet zijn. Het waren signalen, dat wil zeggen het werd alles kort aangeduid, terwijl achter al deze punten een wereld van achtergronden ligt. Iets van die achtergronden willen we in een aantal artikelen aan de orde stellen. Aan elk van de punten van het Getuigenis wordt nu een apart artikel gewijd. Mochten er bij de lezers nog vragen leven over één of ander dan willen we ook daarop uiteraard nog nader ingaan.De Redactie
Door de redaktie van 'De Waarheidsvriend' hiertoe uitgenodigd, waag ik me aan een artikel over de plaats, die de leer der verzoening in het Getuigenis gekregen heeft. Laat ik beginnen, blijdschap erover uit te spreken dat de reden waarom het woord 'Getuigenis' met een hoofdletter geschreven is, op de eerste bladzijde deze heet te zijn dat de opstellers getuigen van die 'dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben'. Het wil hetzelfde getuigenis zijn, waar Lukas in de aangehaalde tekst van spreekt (Lukas 1:1); waar Petrus de verstrooide gemeenten in bevestigt tegen dwaalleer en met het oog op de wederkomst en staande voor de vervolging (2 Petrus 1 : 16—21); en waar Johannes de goddelijke aard van omschrijft en tegelijk van zegt dat wie in de Zoon van God gelooft, de getuigenis in zichzelf heeft (1 Johannes 5 : 7—11). Wie de opstelling van dit Getuigenis tegen de Schrift uitspeelt of tegen de Heilige Geest uitspeelt, ergert zich aan de hoofdletter — G —, doch ergert zich eigenlijk aan alle zekerheid van mensen aangaande en in het heil. Wie verstaan wil, dat de leer van Geest en Schrift overgedragen wordt van profeten en apostelen af tot de wederkomst toe, en dat God niet verandert, ergert zich niet aan die hoofdletter. Ik hoop hiermee een kleine bijdrage geleverd te hebben tot zuivering van de lucht tussen opstellers en tegenstanders bij verschillende mondelinge en schriftelijke schermutselingen. Bovendien dient bij dit punt en bij wat volgt, goed het adres van het Getuigenis in de gaten gehouden te worden: 'Aan de Gemeente van Jezus Christus'. Men zie Openbaring 1.
Immers, dat was ook een punt van onenigheid bij het verschijnen van het Getuigenis, en wel met name inzake de verzoening. De verzoening (III) werd te algemeen beschreven, en Schrift, Reformatie en Nadere Reformatie zouden wat aangaat het deelgenootschap aan de verzoening genuanceerder spreken, 'k Hoop dat ik met deze zin het bezwaar van de drie domini Talsma recht heb laten wedervaren. Welnu, behalve het bovengenoemde wil ik nog een andere zaak noemen, die ongetwijfeld ook de drie predikanten bedoelden, namelijk de objectieve werkelijkheid en de subjectieve toepassing van de verzoening. Wanneer ik het goed zie, dan heeft de opstellers van het Getuigenis met name de feitelijkheid van de heilsfeiten voor ogen gestaan, toen zij schreven: 'Onze zonden zijn vergeven en onze schuld is verzoend door het offer van Jezus Christus aan het kruis van Golgotha'. En verder: 'Wij belijden, dat de verzoening een nieuwe werkelijkheid betekent, door God, in Jezus Christus tot stand gebracht'. En voorts: 'Schuld is een objectieve werkelijkheid tussen God en mens, ...' En: 'Verzoening is een rechtsgeding tussen God en mens, . ..' En tenslotte: 'Het is de Heilige Geest, die door middel van de prediking, langs de weg van wedergeboorte, geloof en bekering de verzoening in het mensenleven tot levende werkelijkheid maakt tegenover God en tegenover de medemens'. De cursivering van bepaalde woorden is van mij.
Me dunkt is hier 1. recht gedaan aan de feitelijkheid van de heilsfeiten èn aan de feitelijkheid van de toepassing der heilsfeiten door de Heilige Geest. Dat de opstellers schrijven over de verzoening, die door de Heilige Geest tot levende werkelijkheid gemaakt wordt in het mensenleven, noopt geenszins tot de idee van een alverzoening of algemene verzoening, doch is een juiste beschrijving van wat de tweede Adam doet en Wie Hij is. Schuld is objectieve werkelijkheid. Verzoening is een nieuwe werkelijkheid, ja een rechtsgeding (Anselmus, Melanchthon, de bloed-theologie). Het verzoend worden met God is, dat de Heilige Geest die nieuwe werkelijkheid tot nieuwe werkelijkheid maakt in het mensenleven, en wel door middel van de prediking, langs de weg van wedergeboorte, geloof en bekering. Is het beroep op Romeinen 3 en 2 Corinthiërs 5 niet voldoende maatstaf om te zien, dat deze derde paragraaf in het Getuigenis schriftuurlijk is? Wie hier de algemene verzoening als leer vreest, kan die ook vrezen in 2 Corinthiërs 5: 11 e.v. en Johannes 3 : 16-18. Maar dat is nog niet het belangrijkste van dit stuk uit het Getuigenis. Er is hier 2. recht gedaan aan het feit dat tussen de verzoening als heilsfeit en de wederkomst als heilsfeit meer geschiedt dan de ethiek, het leven met de naaste en het leven van mensen en volkeren in groter verband onderling. Hoewel zulks niet met zoveel woorden in deze derde paragraaf is uitgewerkt, staat het impliciet in de zin te lezen: Niemand heeft echter het recht de verzoening, door Gods genade in Christus tot stand gebracht, in menselijke ethisch-politieke en sociale handelingen te doen opgaan'. Ik meen hierin te mogen lezen, dat wel de christelijke ethiek leeft van de verzoening met God, maar dat noch de verzoening in Christus als heilsfeit noch de toepassing van dat heilsfeit door de Geest tot verzoend-zijn van en levende werkelijkheid in de mens opgaat in ethiek, politiek en het sociale. Zélfs dat dit door wedergeboorte, geloof en bekering uit kracht van de prediking verzoende leven niet opgaat in de christelijke ethiek. En dat is een zeer belangrijke konsekwentie, waarvan ik hoop dat de opstellers van het Getuigenis die kunnen onderschrijven. Trouwens, de inleiding tot het Getuigenis met een pleiten voor geloofsworsteling, bekommernis, de transcendentie Gods, het gebed, de religie en de eredienst geeft mij daar goede grond voor.
Dat betekent namelijk, dat tussen de volbrenging van het heil in en door Jezus Christus enerzijds en de voltooiing van het heil bij Zijn wederkomst anderzijds er méér is dan leven uit de verzoening met de naaste op zedelijk, politiek en sociaal gebied. Daar is als vrucht van de toegepaste verzoening met God allereerst een verzoend leven met God. En dan komt de eredienst naar voren met het Woord en de sakramenten. Dan komt in Zijn huis en in ons huis de verborgen omgang met God naar voren bij zingen. Woord en gebed als een belangrijk deel van de praktijk der godzaligheid. Dit is toch de voornaamste notie van de religie, vreze Gods, Godsvrucht (eusebeia) in het Nieuwe Testament?
En ten tweede gaat aan het samenleven met allen en een ieder vooraf het onderling delen in de volle Christus en Zijn gaven met de huisgenoten des geloofs. Wil men dan zien naar een stuk hemel op aarde, dan zie men naar de gemeenschap der heiligen. Wil men dan de kracht van het Evangelie der verzoening meten aan een konkrete werkelijkheid, dan mete men die aan het onderling leven in de verzoening van de gemeente van Jezus Christus, die Zijn lichaam is. Dus ook in de verzoening als toepassing door de Geest tot levende werkelijkheid in het mensenleven gaat het om méér dan uitsluitend het staan van mens tot mens en volk tot volk in het algemeen. Het gaat om het verzoend jegens en naast elkander staan in het geloof. En het gaat om de onderlinge relatie van het volk Gods, dat één taal spreekt onder vele talen en straks één taal zou zingen in het lied van Mozes en het Lam. Wat daar van uitstraalt in het ethische, ook in het christelijk-ethische; in het politieke, ook in het christelijk-politieke; in het sociale, ook in het christelijk-sociale, dat is de boodschap van de Kerk Gods aan en het leven van de Kerk Gods in de wereld. Doch ... zij leeft in die wereld alléén, waar de wereld schepping is èn waar die wereld — mogelijk op een andere wijze dan via de prediking (? ) — onder beding ligt van het werk van de tweede Adam.
Met deze opmerkingen hoop ik enigermate de inhoud van de derde paragraaf van het Getuigenis gehonoreerd te hebben. En de welwillende lezer (es) moge mij ten goede houden, dat ik mede omwille van afbraak en afvalligheid, en bovenal om wat de Schrift zegt over de eindtijd, niet direkt de wereld waarin wij leven, in relatie bracht met de verzoening als heilsfeit en als toepassing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's