De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De algemene genade

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De algemene genade

10 minuten leestijd

Het is zeer wel mogelijk, dat de uitdrukking algemene genade misverstaan wordt. Het zou kunnen zijn, dat verschillende lezers de schouders ophalen en verschrikt denken: Hier is sprake van een ernstige ketterij. Van de ketterij, dat het met alle mensen en met alle schepselen wel goed zal komen. Dat is inderdaad een ernstige dwaling, die ingaat tegen de Heilige Schrift. Tussen de jaren 185 en 254 na Christus leefde en schreef een groot theoloog, een man van formaat. Origenes was zijn naam. Jammer, dat deze man zijn uitnemende gaven niet beter heeft gebruikt. Hij liet zijn theologie door de Griekse wijsbegeerte beheersen en als dat plaats vindt, dat de theologie slavin wordt van welk wijsgerig stelsel ook gebeuren er ongelukken. Dat is ook vandaag zeer duidelijk te zien. Origenes maakte zich schuldig aan een zeer gevaarlijke vergeestelijking van de Heilige Schrift. Het komt helaas ook in sommige van onze gemeenten voor, dat men een prediking wil waarin de Schrift wordt vergeestelijkt. In een tekst wordt gelegd wat er niet inzit en onkundige mensen smullen ervan en zeggen: Kijk, dat is nu een echt bevindelijke prediking. Wat bedient deze dominee het Woord op diepzinnige wijze. Maar met de ware bevinding van Gods Kerk heeft zulk een uitleg niets te maken. Calvijn en de besten van onze uitleggers wilden er niet van weten en het is waar wat iemand eens heeft gezegd: 'Vergeestelijking van de Bijbel is vervleselijking. Als je een prachtig gouden horloge hebt behoeft dat niet meer té worden verguld ... het is al van goud. De Bijbel behoeft niet te worden vergeestelijkt. Hij is ingegeven door de Heilige Geest en vol van de Heilige Geest. In de loop der geschiedenis is het meer voorgekomen, dat mensen, die zich aan vergeestelijking van de Schrift schuldig maakten ook gevangen werden in het net van een andere dwaling. Van deze dwaling namelijk, dat zij dachten, dat het met alle mensen ook met de duivel en zijn engelen goed komt. Een hel is er niet, zo wordt er geleerd. De duivel wordt niet geworpen in de poel des vuurs, hij zal met alle mensen de lof des Heeren zingen. Origenes ging zo ver, dat hij zei: Alle dingen worden opgericht, dat is de apokatastasis pantoon en deze uitdrukking-werd door hem niet gebruikt in bijbelse zin. In Handelingen 3 vers 21 wordt dit zeer zeker niet bedoeld. Immers kunnen wij in vers 23 van genoemd hoofdstuk de bedreiging lezen, dat alle ziel, die deze Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit het volk.

Het is al heel lang geleden, dat Origenes leefde maar zijn geest leeft nog voort. In veler prediking maakt men zich niet zo druk over de vraag of een mens zalig wordt of niet. Het gaat, om andere dingen zegt men. Om het vraagstuk van oorlog en vrede, om het rassenvraagstuk enz. Wij kennen dat rijtje zo langzamerhand wel. En als dan bij deze of gene de vraag opkomt of een mens zalig kan worden luidt het antwoord: Maak u daarover maar niet ongerust. Het komt met allen wel goed. Allen zijn wij verworpen en tevens zijn wij allen verkoren. Wie de Bijbel kent en lief heeft weet, dat deze daar heel anders over denkt. De bijbel predikt ons met klem: 'Want de Heere kent de weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen zal vergaan'. De Schrift heeft het over de brede en over de smalle weg. Over de velen die over de brede weg wandelen, over de weinigen die treden over de smalle weg. Zij maant ons, dat wij ons zouden haasten om onzes levens wil.

Het heet, dat de prediking zoals wij die hierboven kort aanduidden de mensen van deze tijd aanspreekt, dat zij de kerk bouwt. Maar niets is minder waar dan dat. Zij, die zo prediken zien, dat na korte tijd de gemeente wegblijft. Als het mooi weer is bivakkeert men in het bos of aan het strand. Als het regent of wanneer er visite is gaat men niet ter kerk. Waarom ook? Het is toch met allen in orde.

Dit is echter zeker, dat deze opvatting, dat het met allen goed komt heel iets anders is dan de algemene genade. De leer van de algemene genade is ook heel iets anders dan die van de algemene verzoening. De algemene verzoening mogen we vooral niet verwarren met de dwaling van Origenes, die leerde dat ieder persé zalig wordt. Nee, dat prediken ons de mensen van de algemene verzoening niet. Zij geloven wel degelijk, dat er mensen verloren gaan. Zij stellen zich de zaak zo voor, dat God alle mensen lief heeft. De Here Jezus heeft geleden en is gestorven voor ons allen zonder onderscheid. Niemand is van het heil uitgesloten. Het ligt nu in de handen van de mens of hij van de vruchten van het offer gebruik wil maken, het ligt aan de wil van de mens of hij tot den Here Jezus vlucht ja dan neen. Alle mensen worden niet zalig maar als je wilt kom je er. Het is dus wel desgenen die wil en desgenen die loopt. De mens houdt de initiatieven in handen en niet de ontfermende God. In bepaalde Pinkstergroepen, bij sommige Baptisten wordt dit geleerd.

Dit lijkt zeer ruim, maar het is een schrikkelijke verminking van het Evangelie der genade. Het is een prediking waarbij de farizeër recht toe recht aan de hemel binnen loopt op eigen vrome benen. Maar die den tollenaar, die niets heeft dan zonde en schuld buiten sluit. Het heil ligt hier toch weer in handen van ons mensen. Wij kunnen ons hart openstellen voor de genade en God verkiest degenen van wie Hij van te voren heeft gezien dat zij tot geloof en bekering zouden komen. Dat is zeer onschriftuurlijke taal.

Intussen moeten wij voorzichtig zijn met de beschuldiging, dat deze of gene voorstander is van de algemene verzoening. Laat ik een voorbeeld noemen. Het is zondag. Wij gaan naar de kerk. De dienst vangt aan. De dienaar des Woords legt de - zegen des Heeren op de gemeente en zegt: 'Genade zij u en vrede van God onzen Vader'. Verder gebruikt hij in de preek een paar keer de uitdrukking: 'De Here Jezus is onze Zaligmaker'. Daar breekt een stroom van kritiek los. De een na de ander zegt achter de rug van de predikant, dat hij een valse leer predikt. Hij komt aan met de leer van de algemene verzoening. Een ander is zo eerlijk, dat hij zijn dominee de vraag stelt, hoe hij dat bedoelt — dat is de juiste weg — en dan lijkt het al heel spoedig dat de bedoeling van de dienaar des Woords niet recht is verstaan. O zeker ik weet wel, dat de voorstanders van de algemene verzoening dit 'ons' ook graag gebruiken. Ze bedoelen met dat ons: Het ligt maar aan u zelf of u de genade, die gepredikt wordt aanneemt of dat u dit niet doet. U hebt uw lot in eigen handen. U kunt gebruik maken van de geestelijke krachten die de Heere u heeft geschonken. Zo wordt er gepredikt door sommigen — of is het door velen? — in onze hervormde kerk. Zo wordt er geleerd in sekten en groepen. Het is wel eens gezegd: Als je wilt heb je zo de Heilige Geest. Het is nodig, dat onze kerkeraaen toezien op de leer, dat zij de Bijbel onderzoeken, dat zij op de hoogte zijn met hetgeen onze belijdenis uitspreekt. En daar ontbreekt het helaas hier en daar nog wel eens aan. De onkunde is in onze dagen schrikkelijk groot en de valse lijdelijkheid verslaat er velen. Maar wij kunnen de gemeente van de ziekte van de valse lijdelijkheid niet genezen, als wij de andere kant uitgaan en zeggen dat de mens zelf zijn zaligheid kan bewerken. Zo wordt op droevige wijze aan de inhoud van de Schrift tekort gedaan. De prediking van het Woord moet duidelijk maken wat met de inhoud van het woordje 'ons' wordt bedoeld. Wie goed naar de preek luistert behoeft in de meeste gevallen niet te vragen: wat bedoelt u er mee? U is toch geen aanhanger van de leer van de algemene verzoening? Het woord 'ons' wil zeggen: of wij delen persoonlijk in het heil of wij hebben wel te bedenken, dat het heil ons zeer nabij is gebracht en dat wij ons tot den Heere hebben te wenden.

Het is echter ook mogelijk, dat wij de leer van de algemene verzoening veroordelen, dat wij zeggen de waarheid der schriften lief te hebben, dat wij strijden tegen allen, die de belijdenis verwerpen en dat wij toch practisch in de kuil van de algemene verzoening terecht komen zonder dat wij het zelf weten. In een van mijn gemeenten heb ik eens een begrafenis meegemaakt van een oud man, die op een drukke verkeersweg was verongelukt. Hij kwam zo nu en dan wel eens in de kerk maar vond daar toch niet wat hij zocht. Hij ging liever naar een oefenaar in een dorp in de buurt. Op 4e begrafenis was de oefenaar uitgenodigd en ik mocht er ook komen. Bij het graf sprak ik eerst, daarna de oefenaar. Deze man hield er de volgende wijze van redeneren op na. De gestorvene kwam vaak bij mij in de kerk. De waarheid, die ik preek is zo zuiver en enig in haar soort, dat geen mens gelijk hij van nature is het er onder kan uithouden. Hij kon dat wel, dus is hij nu in de hemel. Dat is de leer van de algemene verzoening binnen het verband van een bepaalde kerk. Uit andere kerken kan niemand ingaan. Wie bij ons komt, met ons meeleeft, voor onze belangen offert is binnen.

Dat zegt men terwijl men beweert uit Schrift en belijdenis te leven.

Deze wijze van redenering is een van de gevaren die de afscheidingen meebrengen. Ik zou niet graag willen beweren dat allen die zich van de Hervormde kerk hebben afgescheiden er zo over denken. Aan velen voelen wij ons ten zeerste verbonden. Daar zijn kundige hoogleraars en trouwe dienaars des Woords onder en wij mogen hen geen onrecht doen. Veel valt van hen te leren maar deze gedachte wordt hier en daar toch gekoesterd.

Als leden van de Gereformeerde Bond mogen wij intussen wel toezien, dat wij ons aan ditzelfde euvel niet schuldig maken. Wee ons als wij ons op de borst slaan met de pretentie: Wij zijn voor de waarheid. Zelfs in deze fel bewogen tijd nu velen niet anders dan horizontaal denken staan wij pal. Wij zijn de getrouwen. Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken. Deze waan is zeer fataal. Het is nodig dat wij de Here Jezus kennen, dat wij één plant met hem worden door het geloof. En dat geloof wordt niet als mogelijkheid in ons gevonden. God werkt het.

En dat niet uit u het is Gods gave zo staat in de Bijbel. Het is Zijn werk alleen en tevens komt Hij tot ons met de eis: Bekeert u en gelooft het Evangelie. Heden dan ...

Wij hebben dus gezien dat de uitdrukking algemene genade niet mag worden verward met de leer van Origenes die zei, dat het met ieder wel goed komt. Het kan ons nu ook duidelijk zijn, dat de algemene genade heel iets anders is dan de algemene verzoening. De dogmatische kennis is in het midden der gemeente vaak zo gering, dat het nodig is steeds weer hierop te wijzen.

Wat is er dan bedoeld met de algemene genade of gemene genade, een uitdrukking die in de geschriften van Calvijn en de besten onzer-theologen zeer veel voorkomt?

Daar hopen wij in een volgend artikel op in te gaan.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De algemene genade

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's