De oud-Christelijke kerk II
De eredienst van de oudste Christelijke kerk wordt duidelijk beschreven in een citaat bij Justinus Martyr: 'Op de z.g. zondag vindt er een samenkomst plaats van allen, of zij in de stad of op het land wonen; en dan wordt, naar daarvoor tijd is, uit de nagelaten geschriften van de apostelen of de boeken der profeten gelezen: wanneer de voorlezer daarmee gereed is, houdt de voorganger een preek, waarin hij vermaant en opwekt tot behartiging van deze schone dingen. Daarna staan wij allen samen op en zenden wij gebeden op; en, zoals wij reeds gezegd hebben, na dit gebed worden brood, wijn en water toegebracht, en zendt de voorganger gebeden en tegelijk dankzeggingen op, naar het, hem mogelijk is, waarop het volk instemt door Amen te zeggen, en de uitdeling en de viering van deze gaven, waarover het gebed uitgesproken is, aan elkeen geschiedt, en zij door de diakenen aan de afwezigen gebracht worden’.
We zien uit deze beschrijving, hoe een belangrijk element van de oud-Christelijke liturgie de Schriftlezing is. Tot deze lezing van de Schrift zal de Christelijke kerk wel mede sterk geïnspireerd zijn door de Joodse synagoge. In de Didache of 'De leer der twaalf Apostelen' (begin 2de eeuw) lezen we ook de raad om dagelijks de aangezichten der heiligen te zoeken en aan hun woorden zich te verkwikken, ja om dag en nacht gedachtig te zijn aan hen, die het Woord van God verkondigen. Dat Woord is de 'heerschappij van God' zelf.
Dat de Schriftstudie reeds vanaf de eerste dagen van het bestaan der Christelijke kerk werd beoefend, valt te bewijzen uit de vele aanhalingen, waarmede de Apostel Paulus zijn brieven aan de gemeent voorziet; als de apostel deze aanhalingen neerschrijft, is het logisch, dat hij erop gerekend heeft, dat de gemeente ze begrijpen zou, en om ze te begrijpen, heeft de gemeente een diepgaande Schriftkennis moeten bezitten. Het spreekt vanzelf, dat deze Schriftlezing zich aanvankelijk tot het Oude Testament beperkte; daarnaast kwamen vrij spoedig de Apostolische brieven en, nadat deze ontstaan waren, de Evangeliën.
Zoals uit het bovenstaande citaat van Justus blijkt, sloot zich bij de Schriftlezing de prediking aan. De tweede brief van Clemens aan de Corinthiërs (een preek uit het midden der 2de eeuw) kan zelfs als een soort kanselrede, uitgesproken door een gewoon gemeentelid, beschouwd worden.
Wat was de inhoud van de preek? Hebben we bij de prediking te maken met dienst aan het Woord? Op de preek in de oud-Christelijke kerk is het woord 'homilie' van toepassing. Dit woord betekent: gesprek, conversatie. De vorm van de Christelijke prediking was puntig, vlot, causerend; er werden aanhalingen gedaan en tegenwerpingen en vragen werden aan de hoorders in de mond gelegd. Men hield geen redevoeringen hoog boven de hoofden van de gemeente uit, maar sprak haar persoonlijk aan.
En wat nu de inhoud van de prediking betreft, schijnt het volgende gezegd te kunnen worden. Hoewel men niet van een bepaalde tekst uitging, die tot in onderdelen ontleed en verklaard werd, is toch karakteristiek geweest de zeer nauwe aansluiting bij de H. Schrift, het Oude Testament, en straks de leer van Jezus en de Apostelen: er is in de goede zin des woords bijbels gepreekt. Verder kan er hier al op gewezen worden, dat de prediking een zeer bepaald praktisch doel heeft gehad; het ging er niet om, het oor te strelen of alleen maar tot ontroering te brengen, maar men bracht een 'woord van opscherping', het ging heel concreet over de verbetering van leer en leven; hier worde nogmaals gewezen op de z.g. tweede brief van Clemens, een preek, die sterk de nadruk legt op levensvernieuwing en gekenmerkt wordt door een hoge zedelijke ernst.
In de derde plaats spreekt Justinus over gebeden en dankzeggingen. Dat het gebed een belangrijke plaats bekleedde in de eredienst, staat buiten twijfel. Een 'bidt zonder ophouden' klinkt ons in verschillende vormen en toonaarden tegen. Hoe sterk het gemeenschapsgevoel zich daarbij gelden deed, ziet men bijvoorbeeld aan het gebed, waarmee de eerste brief van Clemens eindigt: 'Red die onder ons in moeite zijn, ontferm u over de bedrukten, richt de gevallenen op, verschijn aan hen die bidden, genees die ziek zijn, verzadig de hongerigen, verlos die gevangen zijn onder ons, herstel de kranken, breng die afdwalen van uw volk terug, bemoedig de kleinmoedigen; geef dat alle volken U mogen kennen, dat Gij de enige God zijt en Jezus Christus Uw Zoon en wij Uw volk en de schapen Uwer weide'. Voorwaar, een bewogen gebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1972
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's