De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verontrusting in de Gereformeerde Kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verontrusting in de Gereformeerde Kerken

12 minuten leestijd

Iemand schreef kortgeleden dat de rechtzinnigen in de Hervormde kerk weten dat er in hun kerk een stuk vrijzinnigheid is. Men weet wat de vrijzinnige theologen leren en men houdt ze op afstand. Maar de kerkelijk Gereformeerden weten wat hun hoogleraren leren en ze beseffen vaak niet dat verschillenden van hen al even vrijzinnig zijn als hun Hervormde collega's. Ik geloof dat daarin een kern van waarheid zit. Je zal uit de Gereformeerde Kerken veel minder gemakkelijk horen zeggen door theologen dat ze vrijzinnig zijn, zoals er in de Hervormde Kerk zijn die officieel zijn aangesloten bij de Vereniging voor Vrijzinnig Hervormden. Verschillende Gereformeerde theologen zijn vaak, ondanks alle ombuiging die hun theologie gekregen heeft, steeds maar weer bezig om duidelijk te maken dat hun theologie past in de Reformatorische traditie, ook al is er van wezenlijke verwantschap met de Reformatie geen sprake meer.

Dit alles speelde me door het hoofd toen ik dezer dagen een bundel interviews las van Rik Valkenburg over de 'Verontrusting', een bundel die duidelijk toegespitst is op de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Zes Gereformeerden treden voor het voetlicht: Dr. Arntzen, die onlangs met de Gereformeerde Kerken brak vanwege de koers die die kerken varen (— 'na de synode van Sneek viel geen herstel meer van deze kerken te verwachten' —), ds. W. C. v. d. Brink, 2e voorzitter van de 'Vereniging van Verontrusten', ds. D. J. Couvée, de schrijver van het boekje 'Mag het? Tegen het evolutiedogma', en dan nog drie, die niet 'officieel' verontrust zijn of met de vereniging van Verontrusten sympathiseren, te weten prof. dr. I. A. Diepenhorst, prof. dr. J. Verkuyl en dr. B. Rietveld.

In deze bundel ontbreken diegenen over wie het regelmatig gaat in de gesprekken: Kuitert, Baarda, Lever, Wiersinga. Ik meen dat een bundel als deze aan duidelijkheid gewonnen had wanneer één van hen ook zou zijn geïnterviewd. Want zelfs iemand als professor Verkuyl is voor deze omstreden groep niet representatief, ook al onderschrijft hij veel van wat zij zeggen. Hij heeft namelijk toch ook telkens kritische distantie. Hij laat merken dat hij b.v. Kuitert's standpunt over de abortus niet deelt, dat hij de nieuwe sexuele moraal verschrikkelijk vindt ('We moeten de jongeren opvoeden met het ideaal zonder promiscuïteit het huwelijk in te gaan') en dat hij Wiersinga's visie op de verzoening heel erg vindt. Valkenburg zegt van hem dat weliswaar tijdens het debat duidelijk naar voren komt hoe breed de kloof is tussen Verkuyl en de 'Vereniging van Verontrusten' maar dat hij toch meer verticalist is dan hijzelf misschien wil toegeven. 'Steeds blijkt dat piëtistische trekjes zijn antwoorden omlijsten.' In ieder geval kan je van Verkuyl niet zeggen dat hij voor de transcendentie Gods geen oog meer heeft, dat wil zeggen dat bij hem de verhevenheid van God, die woont boven het aardse niet functioneert. Mijns inziens had Valkenburg daarom ook bij voorbeeld Kuitert moeten interviewen, waarvan dr. Arntzen in deze bundel zegt dat hij het transcendente steeds meer is gaan loslaten.

Wiersinga

Een omstreden punt werd de laatste jaren binnen de Gereformeerde Kerken de verzoening, vooral sinds dr. Wiersinga in zijn proefschrift een zogenaamde 'alternatieve' verzoeningsleer ontwikkelde. Opvallend is in deze bundel de vrij algemene afwijzing van Wiersinga's denkbeelden, waarin de verzoening wordt toegespitst op het menselijk handelen, op de ethische beslissingen, op de verhouding tussen mensen en volkeren onderling, terwijl het kruislijden van Golgotha, waardoor de toorn van God over de zonde werd gestild, niet meer tot zijn recht komt.

Prof. Diepenhorst zegt ervan: 'Als men over Verzoening spreekt moet men goed begrijpen wat zij betekent. Bloed is bloed. We kunnen er niet onderuit, dat er geen verzoening zonder voldoening is. Hoe genuanceerd iemand de zaken ook voor­ stelt, de radicaliteit van hetgeen op Golgotha gebeurde, ^lijft.' 'De meer ethische beschouwing van dr. Wiersinga staat tegenover de juridische en leidt ook weer tot grote eenzijdigheid.’

Dan prof. Verkuyl: 'Wiersinga legt niet voldoende nadruk op de toorn Gods en het plaatsvervangend lijden van Jezus Christus en dat vind ik heel erg'. Datzelfde zegt hij van de Duitse theologe Dorothee Sölle. Merkwaardige loop van de geschiedenis — zo zou ik willen zeggen — dat van een theoloog in de Gereformeerde Kerken inzake het hart van het evangelie hetzelfde gezegd moet worden als van de radicaal vrijzinnige Dorothee Sölle.

Ds. Couvée zegt over de vraag of Wiersinga's visie verontrustend is: 'Dat is het zeker. Ik geloof namelijk dat we moeten beginnen de verzoening met God, door het plaatsvervangend lijden van Jezus Christus te aanvaarden, aleer we ook maar iets kunnen doen aan de verzoening tussen mensen. Ja verzoening, daar zijn we allemaal voor; allicht! Maar God deed de eerste stap! Tot aan de laatste in de bloedplas van Golgotha. Het is onmogelijk om op de juiste wijze ook maar te kunnen praten over de onverzoenlijkheid onder de volken, als we zelf nog onverzoend met God verder leven.’

Dr. Rietveld zegt van Wiersinga: 'Als Wiersinga hier in de buurt woonde, ik zou met hem willen praten. Wat zou ik met hem in de clinch komen.’

Hier plaats ik even een tussenopmerking. In de kerk gelden toch geen afstanden, zeker niet wanneer het hart van het evangelie in het geding is?

En dan tenslotte nog ds. v. d. Brink: 'Hier kan de synode niet meer omheen. Zelfs Kuitert en Verkuyl zijn ervan geschrokken. De grondvesten van de V.U. hebben gedreund. Over deze kwestie komt een duidelijk bezwaarschrift op de synode.’

Ik zou zeggen, al deze reacties zijn nogal duidelijk. Maar nu komt het merkwaardige. De wetenschappelijke vlag moet plots de onbijbelse lading gaan dekken. Prof. Diepenhorst zegt: 'Jonge theologen als dr. Wiersinga hebben wat vrijheid van beweging nodig; ook de godgeleerdheid kan alleen in vrijheid ademen! En op de vraag of hij het accepteren kan dat iemand als dr. Wiersinga op een alternatieve verzoeningsleer aan de V.U. promoveert geeft hij ten antwoord: 'Dat is vooreerst, naar mijn mening, een kwestie die samenhangt met de vrijheid van de wetenschap. De opvatting van een jonge doctor behoeft daarom nog niet 'kerkelijk' of confessioneel aanvaard te worden.’

Zo ook prof. Verkuyl: 'Ik vind dat er die vrijheid en die ruimte moet zijn. De V.U. is de kerk niet. Je staat niet op de kansel als je een proefschrift verdedigt.’

Ik zou hier willen spreken van een bepaalde schizofrenie, een gespletenheid in het denken. Is het mogelijk de theologie zó los te koppelen van de gemeente, dat men wetenschappelijk een vrijheid vraagt voor theologische stelsels, die men tegelijkertijd als verderfelijk voor de gemeente moet kwalificeren? Waarom werd de V.U. dan nota bene gesticht? Aan de Rijksuniversiteiten was er toch alle vrijheid van wetenschap, die hier bedoeld wordt? Ik heb altijd begrepen dat de V.U. wat betreft de theologie Schriftgebonden wilde zijn, juist met het oog op de gemeente, die vanuit zulk een Schriftgetrouwe theologie week aan week gevoed moet worden in de prediking. Hoe kan men volhouden dat theologie bedreven kan worden zonder consequenties naar de kant van de gemeente? De ontwikkelingen in de theologie hebben vroeg of laat hun gevolgen voor de prediking. Heeft met name Kuyper niet steeds gezegd dat de theologie in dienst moest staan van de gemeente? Wee dan de theoologie, die zich niet meer aan de Schrift normeert. Zulk een theologie zal de gemeente niet dienen maar ondermijnen. Ds. W. C. v. d. Brink zegt terecht: 'Theologie is ook een stuk geloof, zie je, en niet alleen een theoretische bezinning.' Ik kan me dan ook volledig indenken dat de verontrusting binnen de Gereformeerde Kerken een Spits heeft naar de kant van de V.U., waar in de theologische keuken wordt klaar gemaakt wat de gemeente toch een keer te verwerken zal krijgen. En wat is theologie nog als het geen bijbelse theologie meer is?

De evolutie

Over de evolutie kan ik kort zijn. Er is al zoveel over geschreven. Duidelijk is dat de verontrusting zich in de Gereformeerde Kerken met name ook toespitst op wat de laatste jaren geleerd is over de eerste hoofdstukken van Genesis. Te bedenken valt dat de ontwikkelingen hier wel stormachtig zijn geweest. Tot in de vijftiger jaren prees de V.U. zichzelf bij het gereformeerde volk in voorlichtingsfolders aan als een instituut, dat zijn pupillen argumenten verschafte tegen de evolutietheorie. En nu? Prof. Verkuyl antwoordt op de vraag of hij de historiciteit van Genesis 1—3 aanvaardt, met name inzake Adam: 'Nee, want de Bijbel is geen handboek voor anthropogenese (wording van de mens; v. d. G.) Daarom moet men de mensen trachten uit te leggen dat Genesis een scheppingslied is. Er zijn wel een stuk of dertig scheppingsverhalen in de Bijbel. Zelfs Genesis 2 geeft een ander verhaal dan Genesis 1. Waarom erkent men dat niet? .. .' En dan zegt hij dat Paulus natuurlijk een historische Adam geloofd heeft, maar wij weten op biologisch en anthropologisch gebied meer dan Paulus. En dr. Rietveld merkt op dat hij op het ogenblik niet weet of Adam werkelijk heeft bestaan. 'Dat is in discussie.' Bij zo'n opmerking glimlach je even. Moet eerst een menselijk tribunaal gaan uitmaken of Adam bestaan heeft, of moet één en ander bij meerderheid van stemmen beslist worden alvorens het geloofd kan worden?

Prof. Diepenhorst ornzeilt de kwestie enkele malen. Hij zegt: 'De waarheid van het christelijk geloof mag men niet van de historiciteit van Adam laten afhangen'; al zegt hij erbij dat hij het geen verrijkende gedachte kan vinden dat zijn voorouders zich als Bavianen door de oerwouden slingerden. Hij zegt ook dat het aanvaarden van de evolutietheorie minstens zoveel geloof eist als een scheppingsverhaal. De evolutionistische opvattingen zijn, aldus Diepenhorst, aan zoveel vooronderstellingen gebonden en zullen als zodanig nooit te bewijzen zijn.

Nu is intussen deze hele problematiek binnen de Gereformeerde Kerken al lang in een breder kader gekomen. In feite is het hele mensbeeld en de hele leer van het heil in discussie en hield de Schriftkritische visie geen halt bij de eerste hoofdstukken van Genesis. In dat opzicht zien we in de Gereformeerde Kerken zich een proces voltrekken waar de Hervormde Kerk allang doorheen is gegaan. Met het gevolg dat de visie op de Schrift, naar het zich laat aanzien, deze kerken zal opdelen in richtingen, die zich nu al duidelijk aftekenen.

Pluriformiteit

Wat dat laatste betreft, Kuyper heeft in het verleden zijli visie op de 'pluriformiteit' van de kerk (d.w.z. op de veelsoortigheid) uitgewerkt in de zin van verschillende kerkgenootschappen, die, naast elkaar staande, samen de ene kerk vormden. De institutionele eenheid woog hem minder zwaar. Thans wordt in de Gereformeerde Kerken — het blijkt ook uit de bundel van Valkenburg — uitvoerig gediscussieerd over de pluriformiteit binnen de kerk.

Nu is er — dat staat vast — in de kerk een pluriformiteit, een verscheidenheid van gaven, maar dan in de zin zoals 1 Cor. 12 het bedoelt: e hand kan niet zeggen tot de voet, ik heb u niet nodig. Maar deze pluriformiteit is gekenmerkt door een eenheid des Geestes waarvan Efeze 4 spreekt. Waar een ander evangelie gebracht wordt dan het evangelie van de Gekruiste en Opgestane daar klinkt het anathema, het vervloekt van Galaten 1 : 8. Een pluriformiteit in die zin, dat er ten aanzien van de centrale heilswaarheden geen eenheid des Geestes meer is, verdraagt zich niet met het evangelie. Die spanning wordt in de Gereformeerde Kerken momenteel duidelijk gevoeld. Deze spanning kennen we in de Hervormde Kerk al zo lang. Maar daarin zien we intussen wèl dat Kuypers uitwerking van de pluriformiteitsgedachte, met het opsplitsen van de Kerk in meerdere instituten, niet kon voorkomen dat binnen eenzelfde kerk een onbijbelse pluriformiteit zich ging openbaren.

We staan hier voor de vraag aangaande de grenzen van de pluriformiteit. Er kan enerzijds een enghartigheid zijn binnen een kerk waarin geen enkele pluriformiteit geduld wordt. Ik dacht dan dat we altijd zouden moeten zeggen, loyaal zouden moeten zeggen: de kerk is ruimer dan onze visie. Er mag sprake zijn van een bijbelse pluriformiteit, een veelkleurigheid die in het evangelie zelf verankerd is. Maar de andere kant is dat men het begrip pluriformiteit gaat hanteren om elke visie in de kerk te tolereren, ongeacht of deze aan de Schrift gebonden is of niet. Zit die ontwikkeling er momenteel in de Geref. Kerken ook niet in?

Welke weg?

Een bundel als die van Rik Valkenburg geeft ons een kleinbeeld-opname van de geweldige vragen waarover de Gereformeerde Kerken staan in deze tijd. Uiteraard zegt zo'n bundel vooral één en ander over degenen die geïnterviewd worden maar achter hen rijst toch duidelijk een beeld op van de situatie binnen de Gereformeerde Kerken. Welke weg hebben de Verontrusten daarin te gaan en al diegenen die de confessie trouw willen blijven? Dr. Arntzen zegt: 'Een confessionele groep binnen een kerk is in feite een onding. Kan hoogstens als noodmaatregel dienen, opdat een kerk zich bekeert van dwaling. Blijft die bekering uit, dan is een breuk onvermijdelijk. IJzer en leem kunnen toch niet blijvend verenigd worden.' Ds. V. d. Brink zeg: 'We moeten geweldig voorzichtig zijn met het opstellen van strategische plannen. Ik heb in 'Waarheid en Eenheid' geschreven over het geloofsavontuur van Abraham: 'Niet wetende waar hij komen zou'.' Wat ons betreft, wie zijn wij dat we hierin anderen de weg zouden wijzen? Wel mogen we echter zeggen dat getrouwheid in het Woord, waar we ook gesteld zijn, de enige opdracht is. Daarvan is zegen te verwachten. Christus bouwt zijn kerk, ook dwars door alle theologiën heen, die in feite menselijke filosofiën zijn. Het woord van Kohlbrügge 'Werp het Woord er maar in' mag ook hier gezegd worden, en heeft de belofte van zegen mee.

Rik Valkenburg: Discussie-interviews over verontrusting; Uitgave J. H. Kok N.V., Kampen, 101 pagina's; ƒ 6, 90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Verontrusting in de Gereformeerde Kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1972

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's